Zoekresultaat: 57 artikelen

x
Jaar 2015 x

    Deze bijdrage gaat over de verschillen tussen de enquêteprocedure als verzoekschriftprocedure en het kort geding als dagvaardingsprocedure. In beide procedures kunnen voorlopige ordemaatregelen worden verkregen, maar er bestaan belangrijke verschillen. Gedacht kan worden aan bijvoorbeeld het belang dat in de procedure centraal staat alsmede de rol die belanghebbenden spelen.


Mr. B. Kemp
Mr. B. Kemp is advocaat bij DVDW Advocaten te Den Haag, als universitair docent verbonden aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid, research fellow bij het Institute for Corporate Law, Governance and Innovation Policies (ICGI) van de Universiteit Maastricht.
Casus

Enkele gedachten over de arbeidsovereenkomst in het concern

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 4 2015
Trefwoorden arbeidsovereenkomst, concern, werknemer
Auteurs Prof. dr. R.M. Beltzer
SamenvattingAuteursinformatie

    De werknemer in het concern heeft veelal niet alleen te maken met degene met wie hij de arbeidsovereenkomst ondertekende, maar ziet zich tevens geconfronteerd met allerhande ‘derden’ die direct of indirect hun invloed uitoefenen op de arbeidsovereenkomst. Denk aan de situatie dat de werkgever niet meer in staat is het loon te betalen omdat de moedervennootschap al haar leningen heeft opgeëist. Een ander concernonderdeel kan zelfs in het geheel niet als derde worden ervaren, bijvoorbeeld in de veelvoorkomende situatie dat de werknemer binnen een concern feitelijk permanent werkt binnen een andere vennootschap dan die waarmee hij de arbeidsovereenkomst sloot. De centrale vraag van de auteur is of het recht voldoende rekening houdt met de arbeidsovereenkomst binnen het concern.


Prof. dr. R.M. Beltzer
Prof. dr. R.M. Beltzer is hoogleraar Arbeid & Onderneming aan de Universiteit van Amsterdam.
Casus

Een praktijkstudie naar de pre-pack en de beoogd curator als vernieuwend instrument in de Nederlandse insolventiepraktijk

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 4 2015
Trefwoorden pre-pack, beoogd curator, effectief instrument, insolventiepraktijk, praktijkstudie
Auteurs Mr. ir. drs. A.G. Beunk
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit onderzoek is door middel van negentien interviews met betrokkenen uit de brede insolventiepraktijk een model ontwikkeld ter beoordeling en toetsing van de effectiviteit van een pre-pack en een beoogd curator. Aan de orde komen daarbij de doelstelling, de afweging van de voor- en nadelen en de voorwaarden voor een pre-pack.


Mr. ir. drs. A.G. Beunk
Mr. ir. drs. A.G. Beunk schreef dit artikel naar aanleiding van haar afstudeeronderzoek Master Accounting & Control aan de Vrije Universiteit.

    Bor. Hoofdgebouw en bijbehorend bouwwerk. Bedrijfsloods. Overkapping.

Artikel

De OK kiest voor een historische peildatum bij uitkoopprocedures

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 3 2015
Trefwoorden uitkoopprocedure, peildatum, betaalbaarstelling, openbaar bod, Ondernemingskamer
Auteurs Mr. O.J.W. Schotel
SamenvattingAuteursinformatie

    Sinds 2000 nam de Ondernemingskamer in uitkoopprocedures haar eindarrest als peildatum voor de bepaling van de uitkoopprijs. In het arrest inzake Unit4 (7 juli 2015) komt de OK terug van dit uitgangspunt. Vanaf heden wordt een peildatum in het verleden gebruikt. Na een openbaar bod is de dag van betaalbaarstelling de peildatum.


Mr. O.J.W. Schotel
Mr. O.J.W. Schotel is advocaat bij Stibbe te Amsterdam.
Artikel

Internationaal procederen

Verslag van de voorjaarsvergadering 2015 van de Nederlandse Vereniging voor Procesrecht

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 4 2015
Auteurs Mr. J.J. Dammingh en Mr. L.M. van den Berg
Auteursinformatie

Mr. J.J. Dammingh
Mr. J.J. Dammingh is universitair hoofddocent burgerlijk (proces)recht aan de Radboud Universiteit Nijmegen.

Mr. L.M. van den Berg
Mr. L.M. van den Berg is senior juridisch medewerker in de Rechtbank Gelderland en tevens verbonden aan de sectie burgerlijk (proces)recht van de Radboud Universiteit Nijmegen.
Artikel

De positie van de aandeelhouder bij een gedwongen omzetting van schuld in aandelenkapitaal buiten insolventie

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 11 2015
Trefwoorden herstructurering, dwangakkoord, enquêteprocedure, debt for equity swap
Auteurs Mr. G.J.L. Bergervoet
SamenvattingAuteursinformatie

    Het omzetten van schuld in aandelenkapitaal, of een debt for equity swap, kan een manier zijn om een onderneming succesvol financieel te herstructureren. In deze bijdrage wordt ingegaan op de mogelijkheden voorschuldeisers om buiten insolventie de zittende aandeelhouder te dwingen medewerking te verlenen aan een omzetting van schuld in aandelenkapitaal.


Mr. G.J.L. Bergervoet
Mr. G.J.L. Bergervoet is advocaat bij Clifford Chance te Amsterdam en is daarnaast als fellow verbonden aan het Onderzoekcentrum voor Onderneming & Recht aan de Radboud Universiteit Nijmegen.

Daan Doorenbos
Advocaat bij Stibbe in Amsterdam en hoogleraar Ondernemingsstrafrecht aan de Radboud Universiteit in Nijmegen.
Artikel

Aansprakelijkheid voor het boedeltekort en de publicatieplicht: wat is te laat deponeren?

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 2 2015
Trefwoorden bestuurdersaansprakelijkheid, artikel 2:248 BW, publicatietermijn, vereenvoudigde vaststelling, Uitvoeringswet richtlijn jaarrekening
Auteurs Mr. J.E.P.A. van Hooff
SamenvattingAuteursinformatie

    Voor jaarrekeningen die zien op boekjaren die starten op of na 1 januari 2016 gaat de maximale publicatietermijn van dertien naar twaalf maanden. Deze maximale termijn is de enige relevante termijn in het kader van artikel 2:248 BW. Ook bij vereenvoudigde vaststelling van de jaarrekening op grond van artikel 2:210 lid 5 BW.


Mr. J.E.P.A. van Hooff
Mr. J.E.P.A. van Hooff is advocaat bij Stibbe te Amsterdam.
Artikel

Het informeren van crediteuren als verweer tegen Beklamel-aansprakelijkheid

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 2 2015
Trefwoorden bestuurdersaansprakelijkheid, Beklamel-norm, onbehoorlijk bestuur, onrechtmatige daad, eigen schuld
Auteurs Mr. M. Mussche
SamenvattingAuteursinformatie

    De crediteur die ten tijde van het aangaan van een verbintenis met een vennootschap de financiële situatie van zijn contractuele wederpartij kende, kan de bestuurder van de vennootschap later niet succesvol aansprakelijk stellen wegens schending van de Beklamel-norm.


Mr. M. Mussche
Mr. M. Mussche is advocaat bij Höcker Advocaten te Amsterdam.
Artikel

Publicatie van de jaarrekening op grond van het effectenrecht: effectieve openbaarmaking of (slechts) verregaand transparant?

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 2 2015
Trefwoorden publicatieplicht, beursvennootschappen, jaarrekening, effectenrecht, Fondsenreglement
Auteurs Prof. mr. J.B.S. Hijink
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage staat centraal het arrest van het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch waarin is uitgemaakt dat met het voldoen aan effectenrechtelijke publicatieverplichtingen ook is voldaan aan de publicatieplicht op grond van Boek 2 BW. Tegen de achtergrond van de uiteenlopend vormgegeven publicatieverplichtingen in het vennootschapsrecht enerzijds en het effectenrecht anderzijds, plaatst de auteur daarbij enige kanttekeningen.


Prof. mr. J.B.S. Hijink
Prof. mr. J.B.S. Hijink is hoogleraar jaarrekeningenrecht en toezicht financiële verslaggeving aan de Erasmus School of Law te Rotterdam en advocaat te Amsterdam.

Mr. J. de Boer
Mr. J. de Boer is lid van het Gemeenschappelijk Hof.
Jurisprudentie

Bestuursrechtelijke jurisprudentie van het GHvJ

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 3 2015
Auteurs Prof. dr. L.J.J. Rogier

Prof. dr. L.J.J. Rogier
Artikel

Zaaien en oogsten bij enquêteprocedures

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 1 2015
Trefwoorden onderzoeksverslag, Ondernemingskamer, Fortis, aansprakelijkheidsprocedures, enquêterecht
Auteurs Mr. F.G.K. Overkleeft
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteur gaat in deze bijdrage in op het onderzoeksverslag als sluitstuk van de eerste fase bij de Ondernemingskamer. Wie heeft recht op inzage? En wanneer is het toegestaan mededelingen uit het onderzoeksverslag aan derden te doen? De auteur komt tevens met aanbevelingen om een onredelijke informatieasymmetrie in opvolgende civiele aansprakelijkheidsprocedures te voorkomen.


Mr. F.G.K. Overkleeft
Mr. F.G.K. Overkleeft is advocaat bij NautaDutilh te Amsterdam.
Artikel

Bestuursbesluit zou vereist moeten zijn bij eigen enquêteverzoek rechtspersoon

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 1 2015
Trefwoorden vertegenwoordiging, enquêteverzoek, ontvankelijkheid, Ondernemingskamer, Sluis
Auteurs Mr. drs. J. van Bekkum
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteur bespreekt in deze bijdrage de problematiek die zich voordoet bij het indienen van een enquêteverzoek namens de rechtspersoon. Hij betoogt dat in een dergelijk geval aan het enquêteverzoek in beginsel een bestuursbesluit ten grondslag moet liggen, tenzij een misstand aan besluitvorming in de weg staat.


Mr. drs. J. van Bekkum
Mr. drs. J. van Bekkum is advocaat bij Lemstra Van der Korst te Amsterdam en tevens verbonden aan het Onderzoekcentrum Onderneming & Recht/Van der Heijden Instituut van de Radboud Universiteit Nijmegen.

    Dit is een verslag van het symposium over de knelpunten van de invoering van de beperkte gemeenschap van goederen, dat op 22 mei 2015 aan de Universiteit Utrecht werd gehouden. Het wetsvoorstel houdt - kort samengevat - in, dat voorhuwelijks vermogen, erfenissen en giften niet langer in de huwelijksgoederengemeenschap vallen. Op dit symposium werd het wetsvoorstel besproken en de daarop gerichte kritiek samengevat in 4 knelpunten. Ook werd het wetsvoorstel in internationaal perspectief geplaatst door sprekers uit Duitsland, Zweden en België. In internationaal opzicht is de algehele gemeenschap uniek en zowel in binnen- als buitenland wordt zij als ouderwets beschouwd.
    Als probleem van het voorgestelde stelsel wordt ervaren dat men tijdens het huwelijk geen administratie bijhoudt en dat dat bij de afwikkeling na ontbinding problemen gaat opleveren. Echter, het huidige bewijsvermoeden, zoals dat is neergelegd in art. 1:94 lid 6 BW, blijft van kracht in het wetsvoorstel. De zaaksvervangingsregel van 1:95 lid 1 BW wordt ook gehandhaafd. Besproken is de Belgische oplossing voor mogelijke problemen, inhoudende dat een goed dat voor meer dan de helft van de prijs uit eigen vermogen is gefinancierd alleen dan buiten de gemeenschap valt als partijen dat verklaren bij notariële akte.
    Het wetsvoorstel geeft een regeling om de echtgenoot mee te laten profiteren van het ondernemingsvermogen dat de ander buiten de gemeenschap opbouwt. De moeilijkheid hierbij is hoe de vergoeding jegens de niet-werkende echtgenoot berekend moet worden. Ten slotte is in het nieuwe wetsvoorstel geprobeerd tegemoet te komen aan het probleem dat een echtgenoot geconfronteerd wordt met schuldeisers van de andere echtgenoot. Om dit te bereiken zijn art. 1:96 BW en art. 61 Fw gewijzigd met als gevolg dat de positie van de schuldeiser tot normale proporties wordt teruggebracht.
    Een grote meerderheid van de aanwezigen bleek positief te zijn over het nieuwe wetsvoorstel: ongeveer 90 procent was voor invoering in Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek.
    This is a conference report on a symposium held at the University of Utrecht on the 22nd of May on the legislative proposal for the introduction of a limited community of property in the Netherlands. The legislative proposal entails – in a nutshell – that pre-matrimonial property, inheritances and gifts no longer form a part of the community of property. During this symposium, the legislative proposal was discussed and the critique was summarized into four key issues. The legislative proposal was also placed in an international perspective by speakers from Germany, Sweden and Belgium. In the international perspective the Dutch community of property regime is unique and it is regarded as outdated in both the Netherlands and abroad. In the proposed new regime it is considered that spouses do not keep an administration of their assets during their marriage, which can cause problems after dissolution of the community. However, the rebuttal presumption of Article 1:94 para. 6 Dutch Civil Code, is upheld in the new proposal. The current rule of substitution as stated in Article 1:95 Dutch Civil Code is also maintained. The Belgian solutions to possible difficulties is discussed, in which property is only excluded from the community of property when more than half of the price has been financed by personal assets and this is declared in a notarial deed.Furthermore, the legislative proposal allows the non-working spouse to share in the profits of the business assets acquired by the work of the other spouse which are built up outside the community. The remaining difficulty is how the reimbursement claim should be calculated. Lastly, the legislative proposal attempts to prevent a spouse from being confronted by creditors of the other spouse. In order to achieve this, Article 1:96 Dutch Civil Code and Art. 61 Insolvency Law are amended in such a way that the position of the creditor is brought back tonormal proportions.A great majority of those present appeared to be positive about the legislative proposal; 90 percent voted in favour of incorporating it into Book 1 of the Dutch Civil Code.


Bas Legger
Bas Legger is student Notarial and Civil Law at the University of Groningen.

Tiddo Bos
Tiddo Bos is research master student Notarial and Civil Law at the University of Groningen.
Praktijk

Pas als hij het zegt!

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 3 2015
Trefwoorden Precontractuele goede trouw, Afgebroken onderhandelingen, Voorbehoud, Ontbindende voorwaarde, Toedoen
Auteurs Mr. drs. J.H.M. Spanjaard
Auteursinformatie

Mr. drs. J.H.M. Spanjaard
Mr. drs. J.H.M. Spanjaard is advocaat bij La Gro Advocaten in Alphen aan den Rijn.

    Voorwaarden om zelf in de zaak te voorzien.

    Wellness/complex. Ontvankelijkheid. Ladder duurzame verstedelijking. Relativiteitsbeginsel. Precisering jurisprudentie inzake concurrent. Relevante leegstand. Behoefte onderzoek. Landschappelijke inpassing. Strijd met provinciaal en gemeentelijk beleid. Luchtkwaliteit.

Artikel

Vierde Witwasrichtlijn aangenomen; wat wijzigt?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7 2015
Trefwoorden Integriteit van financiële stelsel, Witwassen, Terrorismefinanciering, UBO-register, Centraal aandeelhoudersregister
Auteurs Mr. dr. B. Snijder-Kuipers en Mr. T.A. Tilleman
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 20 mei 2015 heeft het Europees Parlement de Vierde antiwitwasrichtlijn (hierna: Vierde Witwasrichtlijn) aangenomen. Uiterlijk juni 2017 dienen de lidstaten de bepalingen van de Vierde Witwasrichtlijn in nationale wetgeving te implementeren. Dat zal in Nederland tot aanpassing van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme leiden. Elke rechtspersoon is verplicht de ultimate beneficial owner, de uiteindelijk belanghebbende (UBO), in een nationaal register te registreren. In deze bijdrage worden de belangrijkste wijzigingen voor u op een rijtje gezet. Afgesloten wordt met enkele suggesties voor de wetgever en andere betrokkenen.
    Richtlijn (EU) 2015/849 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2015 inzake de voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld of terrorismefinanciering, tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijn 2005/60/EG van het Europees Parlement en de Raad en Richtlijn 2006/70EG van de Commissie, PbEU 2015, L 141/73 (Vierde Witwasrichtlijn).


Mr. dr. B. Snijder-Kuipers
Mr. dr. B. (Birgit) Snijder-Kuipers is kandidaat-notaris te Amsterdam, docent aan de Rijksuniversiteit Groningen en fellow aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Ook is zij lid van de werkgroep WWFT van de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie en BFT. Dit artikel is op persoonlijke titel geschreven.

Mr. T.A. Tilleman
Mr. T.A. (André) Tilleman LL.M. is werkzaam bij het Bureau Financieel Toezicht en freelance docent/auteur. Ook is hij lid van de werkgroep WWFT van de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie en BFT. Dit artikel is op persoonlijke titel geschreven.
Toont 1 - 20 van 57 gevonden teksten
« 1 3
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.