Zoekresultaat: 48 artikelen

x
Jaar 2015 x
Artikel

De verschuivende functies van de Awb

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2015
Trefwoorden harmonisatie, rechtseenheid, borging van rechtsstatelijkheid
Auteurs Prof. dr. B.J. Schueler
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage gaat aan de hand van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in op een van de drie hoofdcategorieën van rechtseenheid die Stip en Zijlstra onderscheiden, namelijk de rechtseenheid die ziet op het voorkomen van verschillende uitleg en toepassing van dezelfde rechtsnormen binnen een rechtsorde. De auteur bespreekt de vijf belangrijkste redenen om algemene regels van bestuursrecht in de Awb op te nemen in plaats van een regeling te maken voor deelterreinen. Hij bespreekt deze redenen vanuit vijf invalshoeken: rechtseenheid, kenbaarheid, voorspelbaarheid, efficiëntie van wetgeving en borging van rechtsstatelijkheid. In het huidige tijdsgewricht zijn met name die laatste twee van belang door twee ontwikkelingen. Ten eerste proberen bestuur en wetgevers de slagkracht van het bestuur te vergroten. De Awb waarborgt dat burgers de middelen houden die nodig zijn om voor hun belangen en rechten op te komen. Ten tweede komt door verschuivingen het zwaartepunt in wetgeving steeds meer bij het bestuur te liggen: normstelling wordt meer bestuurlijk ingekleurd, de rechter wordt op afstand gezet en de wetgever laat inhoudelijke regelgeving over aan het bestuur. Dit werpt een nieuw licht op de waarborgfunctie van de Awb, die het handelen van het bestuur normeert.


Prof. dr. B.J. Schueler
Prof. dr. B.J. Schueler is hoogleraar bestuursrecht, in het bijzonder het omgevingsrecht, aan de Universiteit Utrecht en staatsraad in de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Artikel

Natura 2000 en Bouwen met de Natuur: een blik op de praktijkervaring in een zoektocht naar synergie tussen economie en ecologie

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 4 2015
Trefwoorden Natura 2000, Habitatrichtlijn, Bouwen met de Natuur
Auteurs Dr. V. (Vera) Vikolainen, Prof. mr. M. (Michiel) Heldeweg, Dr. K. (Kris) Lulofs e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    De toepassing van Europese natuurbeschermingsregels wordt bij veel infrastructurele projecten als juridische belemmering ervaren. In deze bijdrage geven de auteurs een positieve blik op de ervaringen in of nabij Natura 2000-gebieden in Noordwest-Europese estuaria en kustgebieden en stellen dat Natura 2000 niet per se een struikelblok hoeft te vormen, en dat het toepassen van innovatieve ontwerpmethoden als Bouwen met de Natuur het verschil kan maken voor de implementatie van Natura 2000 op projectniveau. Empirisch bewijs hiervoor is in veertien cases gezocht, waarbij drie verschillende onderzoeksontwerpen zijn gebruikt. Afgesloten wordt met een vooruitblik naar wat dit betekent voor de private partijen en overheden, voor de evaluatie van Natura 2000 in 2015 en voor Bouwen met de Natuur als innovatieve ontwerpmethode.


Dr. V. (Vera) Vikolainen
Dr. V. (Vera) Vikolainen is universitair onderzoeker aan de Universiteit Twente.

Prof. mr. M. (Michiel) Heldeweg
Prof. mr. M. (Michiel) Heldeweg is hoogleraar Publiekrecht voor het openbaar bestuur aan de Universiteit Twente.

Dr. K. (Kris) Lulofs
Dr. K. (Kris) Lulofs is universitair hoofdonderzoeker (OZ1) aan de Universiteit Twente.

Prof. dr. H. (Hans) Bressers
Prof. dr. H. (Hans) Bressers is hoogleraar Beleidsstudies en Milieubeleid aan de Universiteit Twente.
Artikel

De OM-strafbeschikking en de minderjarige bestrafte

Is het recht op een eerlijk proces voldoende verzekerd?

Tijdschrift PROCES, Aflevering 6 2015
Trefwoorden OM-strafbeschikking / Public prosecutor’s penalty decision, jeugdige verdachten / juvenile suspects, recht op eerlijk process / right to due process
Auteurs Petra Van Es MBA
SamenvattingAuteursinformatie

    This article tries to answer the question whether the right to due process, especially for minors receiving a public prosecutor’s penalty decision in the Netherlands is sufficiently guaranteed. To answer this question, formal legislature with respect to this topic, the concept of ‘due process’ as well as the actual legal guarantees for minors, have been explored. In juvenile criminal law, contrary to adult criminal law, the pedagogic aspect plays an important role. The pedagogic point of view is also taken into account. A recent report by the Attorney General of the Dutch Supreme Court showed undoubtedly that after six years of experience, the processes surrounding the instrument of the public prosecutor’s penalty decision are far from being executed flawlessly. Both from a judicial perspective as well as a pedagogic perspective, this is a serious problem. The most important procedural aspects that require substantial improvement are related to determining guilt, attorney accessibility and the presence of parents.


Petra Van Es MBA
Petra van Es MBA werkt als officier Veiligheidsregio Amsterdam-Amstelland voor het ministerie van Defensie en studeert strafrecht aan de Universiteit Leiden.

Rein Wesseling
Prof. mr. R. Wesseling is advocaat bij Stibbe en hoogleraar Competition and Regulation Law aan de Universiteit van Amsterdam.
Artikel

You can talk the talk but can you walk the walk?

Niet-mededingingsrechtelijke nationale belemmerende maatregelen met betrekking tot fusies en buitenlandse investeringen en het recht van de Europese Unie

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 10 2015
Trefwoorden Fusies en buitenlandse investeringen, publieke belangen, bevoegdheidsverdeling nationaal-supranationaal
Auteurs Mr. P. Jansen
SamenvattingAuteursinformatie

    Een nieuwe golf van economisch patriottisme doet de vraag rijzen in hoeverre het Unierecht een keurslijf vormt voor publieke belangen die, in het kader van fusies en buitenlandse investeringen, kunnen worden ingeroepen ter onttrekking van nationale regelingen aan de vrije mededinging. In dit artikel zal deze kwestie benaderd worden vanuit het perspectief van het internemarktrecht. Daarbij zal worden ingegaan op de vraag of – en zo ja, wanneer – lidstaten op grond van het Unierecht nationale mechanismen mogen instellen en/of toepassen.


Mr. P. Jansen
Mr. P. (Pim) Jansen is als wetenschappelijk onderzoeker verbonden aan het instituut Consument, Concurrentie en Markt van de Faculteit Rechtsgeleerdheid aan de KU Leuven, België.
Artikel

De hoogste nationale rechter en de Europese hoven

Naar een systeem van checks-and-balances tússen gerechten?

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 4 2015
Trefwoorden grondrechtenbescherming, rechterlijke dialoog, Hof van Justitie van de Europese Unie, Europees Hof voor de Rechten van de Mens, checks-and-balances
Auteurs Prof. mr. M.A. Loth
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage is gewijd aan de verhoudingen tussen de hoogste nationale rechters, het HvJ EU en het EHRM. Enerzijds behouden diverse hoogste nationale rechters zich de mogelijkheid van het laatste woord voor, zonder daarvan daadwerkelijk gebruik te maken. Anderzijds heeft het HvJ EU de mogelijkheid erkend van lidstaataansprakelijkheid voor een gekwalificeerde schending van het Unierecht als een afbakening van het speelveld, niet als een remedie voor rechtszoekenden. Ook de verhouding tussen het HvJ EU en het EHRM is nog niet uitgekristalliseerd. De gesignaleerde verschuivingen kunnen het beste worden begrepen als onderdeel van een systeem van checks-and-balances tússen de betrokken gerechten.


Prof. mr. M.A. Loth
Prof. mr. M.A. Loth is hoogleraar Privaatrecht aan Tilburg University.
Artikel

De positie van de aandeelhouder bij een gedwongen omzetting van schuld in aandelenkapitaal buiten insolventie

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 11 2015
Trefwoorden herstructurering, dwangakkoord, enquêteprocedure, debt for equity swap
Auteurs Mr. G.J.L. Bergervoet
SamenvattingAuteursinformatie

    Het omzetten van schuld in aandelenkapitaal, of een debt for equity swap, kan een manier zijn om een onderneming succesvol financieel te herstructureren. In deze bijdrage wordt ingegaan op de mogelijkheden voorschuldeisers om buiten insolventie de zittende aandeelhouder te dwingen medewerking te verlenen aan een omzetting van schuld in aandelenkapitaal.


Mr. G.J.L. Bergervoet
Mr. G.J.L. Bergervoet is advocaat bij Clifford Chance te Amsterdam en is daarnaast als fellow verbonden aan het Onderzoekcentrum voor Onderneming & Recht aan de Radboud Universiteit Nijmegen.
Artikel

Toerekening van onrechtmatig (semi)overheidshandelen; over oude en nieuwe subregels, trends en ontwikkelingen

Bespreking van HR 26 juli 2015, ECLI:NL:HR:2015:1750 (Windpark Zeeland/Delta) en HR 18 september 2015, ECLI:NL:HR:2015:2722 (Staat/werknemer X)

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 11 2015
Trefwoorden onrechtmatige daad, toerekening, verkeersopvattingen, semioverheid, vernietigde besluiten, profijtbeginsel
Auteurs Mr. P. Memelink
SamenvattingAuteursinformatie

    Bespreking van twee recente arresten over ‘automatische toerekening’ krachtens verkeersopvatting in geval van rechtsdwaling of naderhand vernietigde besluitvorming. Deze bekende subregel wordt daarin uitgebreid naar supranationaal recht en naar handelen door een geprivatiseerd overheidsorgaan. De achtergrond van deze vorm van toerekening komt aan de orde, evenals bespreking van een recent pleidooi om daarin het ‘profijtbeginsel’ te betrekken.


Mr. P. Memelink
Mr. P. Memelink is professional support lawyer en hoofd kennismanagement bij Houthoff Buruma te Amsterdam.
Artikel

De prijs voor transparantie en publicatie

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 9 2015
Trefwoorden Toegang tot documenten, Verordening (EG) nr. 1049/2001, publicatie van processtukken online, proceskostenveroordeling, misbruik van recht
Auteurs Mr. O.W. Brouwer
SamenvattingAuteursinformatie

    Toegang tot processtukken met standpunten die de Europese instellingen en Lidstaten innemen in procedures bij de EU-rechter ondervindt toenemende belangstelling.
    Dit is de tweede zaak waarin de grenzen worden verkend van toegang tot processtukken via de Eurowob.
    Breyer is deels succesvol in zijn verzoek tot toegang maar wordt in de proceskostenveroordeling gestraft voor het plaatsen van kritische kanttekeningen en processtukken van zijn Eurowobzaak op zijn website. De vraag is of dit rechtens juist is. De Commissie heeft hogere voorziening ingesteld tegen het hier besproken arrest.
    Gerecht 27 februari 2015, zaak T-188/12, Patrick Breyer (gesteund door interveniënten Republiek Finland, Koninkrijk Zweden)/Europese Commissie, ECLI:EU:T:2015:124. Hogere voorziening verzocht in C-213/15 P.


Mr. O.W. Brouwer
Mr. O.W. (Onno) Brouwer is als advocaat verbonden aan Freshfields Bruckhaus Deringer LLP te Amsterdam en Brussel.
Artikel

Het VU-rapport over de vestiging van detailhandel en verdragsvrijheden: beschouwing & opinie

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 3 2015
Trefwoorden detailhandel, Dienstenrichtlijn, ruimtelijke ordening, planologisch onderzoek
Auteurs Mr. G.H.J. (Gijs) Heutink
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt het rapport: ‘Vestiging van detailhandel: de toepassing van verdragsvrijheden van het VWEU en de toepassing van de Dienstenrichtlijn’ van prof. mr. J. Struiksma, prof. mr. E. Steyger en mr. M.R. Botman op hoofdlijnen tegen het licht gehouden en worden de conclusies samengevat en op onderdelen voorzien van commentaar en opinie. Tot slot wordt een voorschot genomen op het vervolg en de vraag tot welke acties het rapport de minister aanleiding zou kunnen of moeten geven.


Mr. G.H.J. (Gijs) Heutink
Mr. G.H.J. (Gijs) Heutink is partner in de maatschap Gijs Heutink Advocaten te Amsterdam.
Artikel

Multilevel regulation op het terrein van de lucht-, zee- en binnenvaart

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 5 2015
Trefwoorden multilevel regulation, betrokkenheid nationale parlementen bij internationale besluitvorming, afstemming tussen nationaal en internationaal recht
Auteurs Mr. N. Kohll
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel gaat over multilevel regulation in de luchtvaart-, zeevaart- en binnenvaartwetgeving. Multilevel regulation ontstaat doordat naast nationale overheden ook veel andere organisaties regelgeving tot stand brengen. Aan de hand van steeds een actueel dossiers uit elk van de drie genoemde wetgevingscomplexen, wordt in dit artikel beschreven hoe regelgeving op internationaal niveau tot stand komt, de regelgeving van de Europese Unie beïnvloedt en uiteindelijk doorwerkt in nationale regelgeving. Ook wordt beschreven hoe in elk van de genoemde wetgevingscomplexen de wisselwerking tussen deze niveaus in de praktijk werkt, hoe de onderlinge afstemming is vormgegeven en op welke wijze in Nederland steeds is voorzien in parlementaire betrokkenheid. Geconcludeerd wordt dat de invloed van de EU de laatste jaren steeds belangrijker lijkt te worden. Eindconclusie is dat er op dit moment geen redenen zijn om de huidige werkwijze bij de voorbereiding van uitvoerende besluitvorming in internationaal en EU-verband te veranderen.


Mr. N. Kohll
Mr. N. Kohll is hoofd van de afdeling Lucht- en Scheepvaart van de Hoofddirectie Bestuurlijke en Juridische Zaken van het ministerie van Infrastructuur en Milieu.
Artikel

Schaduwgebieden van Europese regulering

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 5 2015
Trefwoorden soft law, Europese normstelling, bestuurlijke regelgeving
Auteurs Prof. mr. L.A.J. Senden
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage worden drie trends geschetst op het terrein van Europese regulering die nogal ongrijpbaar zijn, omdat ze zich aftekenen in de schaduw van de formele normenhiërarchie die het Verdrag van Lissabon heeft geïntroduceerd. Dit zijn ‘zachte’ bestuurlijke regelgeving door de Commissie, ten tweede bestuurlijke regelgeving door netwerken en verschillende Europese agentschappen en ten derde de ‘infiltratie’ van private regulering in het Unierecht. Deze trends hebben als gevolg dat Europese normstelling een steeds diffuser karakter krijgt, zowel in termen van feitelijke herkomst en ‘auteurschap’ als in termen van juridische aard en status. Lidstaten en nationale autoriteiten worden hiermee geconfronteerd, maar staan niet helemaal aan de zijlijn van deze ontwikkelingen, althans niet wanneer bevoegdheden op grond van wetgevingshandelingen waarbij de Raad is betrokken (wat doorgaans het geval is), aan de Commissie en agentschappen worden toegekend. De trends roepen wel vragen op ten aanzien van de betrokkenheid van nationale autoriteiten bij de opstelling ervan, alsook van stakeholders.


Prof. mr. L.A.J. Senden
Prof. mr. L.A.J. Senden is hoogleraar Europees recht aan de Universiteit Utrecht en bestuurder bij het onderzoekscentrum RENFORCE van de Universiteit Utrecht.
Casus

Urgenda: een typisch gevalletje rechter, wetgever of politiek?

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 5 2015
Trefwoorden Urgenda, klimaatverandering, gevaarzetting, beleidsvrijheid, doorkruising machtenscheiding
Auteurs Prof. dr. R.A.J. van Gestel
SamenvattingAuteursinformatie

    Het vonnis van de Haagse rechtbank in de zaak Urgenda tegen de Staat der Nederlanden heeft wereldwijd de aandacht getrokken. Het bevel van de rechter aan de Staat om meer te doen om de uitstoot van broeikasgassen met 25 procent ten opzichte van 1990 te verminderen heeft zowel lof als kritiek geoogst in de (internationale) media en literatuur. Milieuorganisaties loven de durf van de rechtbank om de Staat via het onrechtmatigedaadsrecht te houden aan internationaal overeengekomen CO2-reductiedoelstellingen. Staatsrechtgeleerden hekelen het vonnis daarentegen omdat de rechter te activistisch zou hebben geopereerd, te veel op de stoel van de wetgever en de politiek zou zijn gaan zitten en onvoldoende rekening houdt met de beleidsvrijheid van de Staat. De vraag is echter of deze kritiek niet uitgaat van een te eenzijdige lezing van het vonnis en van verouderde denkbeelden over de rol van de rechter binnen de trias politica.


Prof. dr. R.A.J. van Gestel
Prof. dr. R.A.J. van Gestel is hoogleraar theorie en methode van wetgeving aan de Universiteit van Tilburg en redacteur van RegelMaat.
Redactioneel

Wetgeven op niveau; wie doet wat?

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 5 2015
Auteurs Mr. D.R.P. de Kok en Mr. H.G. Sevenster
Auteursinformatie

Mr. D.R.P. de Kok
Mr. D.R.P. de Kok is coördinerend jurist bij de directie Wetgeving en Juridische Zaken van het ministerie van Economische Zaken en redacteur van RegelMaat.

Mr. H.G. Sevenster
Mr. H.G. Sevenster is lid van de Raad van State en onbezoldigd hoogleraar internationaal milieurecht bij het Centrum voor milieurecht van de Universiteit van Amsterdam. Tevens is zij redacteur van RegelMaat.
Artikel

De SNS-beschikking van 8 juli 2015: een pragmatische keuze

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 1 2015
Trefwoorden ontvankelijkheid, enquêteverzoek, Ondernemingskamer, SNS, enquêtegerechtigd
Auteurs Mr. I. Tax
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteur geeft haar commentaar op de SNS-beschikking waarin de Ondernemingskamer heeft geoordeeld dat onteigende aandeelhouders, die vanwege de onteigening niet voldoen aan de kapitaaleis van artikel 2:346 BW, toch ontvankelijk kunnen zijn in hun verzoek tot enquête. De ondernemingskamer aanvaardt hiermee een verdere uitbreiding van de kring van enquêtegerechtigden.


Mr. I. Tax
Mr. I. Tax is advocaat bij Quint Legal te Rotterdam.
Praktijk

Hof van Justitie oordeelt over mandaat van ECB inzake monetair beleid

Onafhankelijkheid van de ECB gewaarborgd?

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 3 2015
Trefwoorden ECB, mandaat, monetair beleid, onafhankelijkheid, kwantitatieve verruiming (QE)
Auteurs Mr. M.L. Louisse
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 16 juni 2015 heeft het Hof van Justitie van de Europese Unie prejudiciële vragen beantwoord van het Bundesverfassungsgericht over de verenigbaarheid van het Outright Monetary Transactions-programma (OMT-programma) met het Europese recht, en meer in het bijzonder met het mandaat van de Europese Centrale Bank (ECB). Dit OMT-programma is vergelijkbaar met het programma van kwantitatieve verruiming (QE), waarmee de ECB in maart 2015 is gestart. Dit artikel gaat in op het arrest van het Hof van Justitie, de mogelijke aanknopingspunten die dit arrest biedt voor de beantwoording van de vraag of de ECB met het QE-programma binnen haar mandaat blijft, en de mogelijke gevolgen die dit arrest heeft voor de onafhankelijkheid van de ECB.


Mr. M.L. Louisse
Mr. M.L. Louisse is advocaat bij Loyens & Loeff te Amsterdam.

Inge van de Vlies
Inge van de Vlies is emeritus hoogleraar Staats- en Bestuursrecht, Kunst en Recht aan de Universiteit van Amsterdam. Daarnaast is ze vicevoorzitter van de Restitutiecommissie cultuurgoederen WO II. Recente thema’s waar zij zich mee bezighoudt, zijn: kunst, recht en beleid, recht in beeld, bescherming cultuurgoederen, kunstbeleid en legitimiteit.
Artikel

Digitalisering: kans of bedreiging voor wetgeving?

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2015
Trefwoorden internet, governance, jurisdiction, legal theory
Auteurs Bart Schermer
SamenvattingAuteursinformatie

    In this article Bart Schermer, describes the difficulties in regulating the internet. The global reach of the internet, the fact that it is for the most part owned by private actors and creates opportunities for anonymity challenge regulators. The article describes issues related to sovereignty and jurisdiction, ambiguity in legal texts and dependence on private sector actors. Possible solutions lie in global internet governance, institutional innovation and the internet’s architecture itself.


Bart Schermer
Bart W. Schermer (1978) is universitair hoofddocent aan de Universiteit van Leiden (eLaw@Leiden) en partner bij juridisch adviesbureau Considerati. Bart is fellow bij het E.M. Meijers Instituut, redacteur bij het Tijdschrift voor Internetrecht en lid van de Cybercrime expertgroep van het Hof Den Haag.
Artikel

De Europese Commissie en de nationale rechter in staatssteunzaken: welke mate van inhoudelijke toetsing?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7 2015
Trefwoorden staatssteun, State Aid Modernisation, 23bis Procedureverordening, tussenstaats handelsverkeer, zorgvuldigheid
Auteurs Mr. A.H.G. van Herwijnen
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel wordt ingegaan op de verhouding tussen de Europese Commissie en de nationale rechter in staatssteunzaken. Er worden uiteenlopende ontwikkelingen vanuit twee staatssteunbeoordelende instanties gesignaleerd. De Europese Commissie legt meer verantwoordelijkheid voor de juiste naleving van de staatssteunregels bij de lidstaten neer, zodat zij zich kan concentreren op steunmaatregelen met mogelijk grote marktverstoring. Tegelijkertijd lijken de Nederlandse rechters een oordeel over eventuele staatssteun vaak uit de weg te gaan en evenmin veel gebruik te maken van de mogelijkheid om de Commissie om guidance te vragen.


Mr. A.H.G. van Herwijnen
Mr. A.H.G. (Angélique) van Herwijnen is coördinerend juridisch adviseur bij de directie Constitutionele Zaken en Wetgeving, werkzaam bij het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Zij schrijft deze bijdrage op persoonlijke titel en is collega mr. R.J.W.M.M. (Robert-Jan) van Lotringen, senior beleidsadviseur bij het Coördinatiepunt Staatssteun Decentrale Overheden van BZK, erkentelijk voor zijn commentaar.
Toont 1 - 20 van 48 gevonden teksten
« 1 3
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.