Zoekresultaat: 3 artikelen

x
Jaar 2012 x
Artikel

Kaderwetgeving en de verstrooiing van de wetgevende macht

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 3 2012
Trefwoorden kaderwetgeving, delegatie, snelheid en slagvaardigheid, primaat van de wetgever
Auteurs Prof. dr. R.A.J. van Gestel
SamenvattingAuteursinformatie

    De laatste jaren heeft zowel de Raad van State als de Eerste Kamer zich herhaaldelijk met klem verzet tegen het vermeendelijk toegenomen gebruik van kaderwetgeving vanwege de inbreuk die kaderwetten al snel zouden maken op het primaat van de wetgever. Het belangrijkste bezwaar tegen kaderwetten lijkt het gevaar dat het parlement als medewetgever buiten spel wordt gezet door te kiezen voor open normen in wetgeving en veelvuldige delegatie van regelgevende bevoegdheid naar het bestuur of het overlaten van nadere normstelling aan private regelgevers. Een vaak genoemd motief voor het gebruik van kaderwetten is het streven naar meer snelheid en slagvaardigheid in het wetgevingsproces. De vraag is echter of snelheid wel het daadwerkelijke motief is achter de inzet van kaderwetgeving, aangezien de tijdwinst die ermee wordt geboekt, vaak twijfelachtig lijkt. Denkbaar is ook dat veeleer sprake is van een verstrooiing van de wetgevende macht mede als gevolg van het tanende gezag van het parlement als medewetgever. Daarnaast lijkt de invloed van Europa belangrijke gevolgen te hebben voor het gebruik van kaderwetgeving en valt op dat het fenomeen kaderwet zeker geen nieuw of louter nationaal verschijnsel is. Het gebruik van kaderwetgeving lijkt populair in tijden van crisis en komt zowel op Europees niveau (kaderrichtlijnen) als in de ons omringende landen (lois-cadres, Rahmengesetze, skeleton bills, enzovoort) regelmatig voor.


Prof. dr. R.A.J. van Gestel
Prof. dr. R.A.J. van Gestel is hoogleraar Theorie en Methode aan de Universiteit van Tilburg en redacteur van RegelMaat. r.a.j.vangestel@uvt.nl
Artikel

Burgerschap en niet-statelijk recht: een reconstructie

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 1 2012
Trefwoorden cities, citizenship, exclusion, social formations
Auteurs Robert Knegt
SamenvattingAuteursinformatie

    In recent discussions on ‘citizenship’, the concept is oddly dealt with as if it would have originated shortly before the French Revolution and would have meaning in a nation state context only. During at least seven centuries before that, however, it had a crucial importance in the development of Western-European cities. Citizenship, being primarily based on an exclusion from the jurisdiction of local rulers (privilege) which then opens opportunities for the inclusion of citizens in systems of self-rule, has been closely connected with law as from the start. In the article a model developed by Sassen (2006) is used to reconstruct the development of ‘citizenship’ with special reference to the transfer of its elements, often with a considerable change of meaning and function, from one into the other of the four social formations to be distinguished. It is argued that an extended perspective, that acknowledges citizenship and law before its usurpation by the nation state, may be relevant to our assessment of recent developments towards ‘transnational’ forms of citizenship.


Robert Knegt
Robert Knegt is als directeur onderzoek verbonden aan het Hugo Sinzheimer Instituut, centrum voor onderzoek van ‘arbeid en recht’ aan de Universiteit van Amsterdam. Hij doet daar onderzoek naar de praktijk van arbeidsrechtelijke regelingen (ontslagrecht, flexwerk, arbeidstijden) en werkt aan een bij uitstek interdisciplinair project over ‘langetermijnontwikkelingen in de regulering van arbeid’. In 2008 verscheen The employment contract as an exclusionary device (Antwerp/Oxford/Portland: Intersentia).

    The Netherlands public-service broadcasting system is confronted with an austerity policy of the present liberal-christian democrat minority cabinet, supported by the populist Party for Freedom. The Rutte cabinet also aims at scaling back the amount of large member-based broadcasting associations. Merger talks are now high on the agenda in Hilversum. Apart from the large member-based broadcasters a small amount of airtime is given to several broadcast organizations that represent the main religious or spiritual communities (catholic, protestant, jewish, buddhist, humanist, hindu, islamic). They are also involved in the merger talks. This article clarifies their present position in the Dutch broadcasting system under the Media Act. It is argued that they should integrate to form one, internally pluralist, task-based broadcaster for ‘higher things’, especially in order to stimulate religious encounters and dialogue.


Peter de Goede
Dr. P.J.M. de Goede is senior wetenschappelijk medewerker bij de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid in Den Haag. goede@wrr.nl.
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.