Zoekresultaat: 21 artikelen

x
Jaar 2010 x
Artikel

Access_open Uniforme aanpak van de causaliteitsproblematiek via proportionele toerekening

Tijdschrift Vermogensrechtelijke Analyses, Aflevering 3 2010
Trefwoorden causaliteit, causaliteitsproblematiek
Auteurs Dr. B.C.J. van Velthoven
SamenvattingAuteursinformatie

    In Nederland wordt proportionele aansprakelijkheid toegepast in gevallen van onzekere causaliteit. Daarbij wordt de schade toegerekend aan de mogelijke causale factoren naar rato van ieders bijdrage aan de kans op schade. Door de preventieve werking van het aansprakelijkheidsrecht centraal te stellen en bij alle typen causaliteit de ex ante benadering met proportionele toerekening toe te passen, kan een uniforme aanpak van de causaliteitsproblematiek tot stand worden gebracht. In het artikel worden eerst de hoofdcategorieën van causaliteit besproken. Vervolgens wordt bezien tot welke resultaten proportionele toerekening leidt. Tot slot wordt de voorgestane benadering afgezet tegen de PETL en het DCFR.


Dr. B.C.J. van Velthoven
Dr. B.C.J. (Ben) van Velthoven is als universitair hoofddocent Rechtseconomie verbonden aan de Juridische Faculteit van de Universiteit Leiden.
Artikel

Uitleg van leverings- en vestigingsakten; een herbezinning waard?

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 11 2010
Trefwoorden objectieve uitleg, Haviltex, leveringsakte, vestigingsakte, wils-vertrouwensleer
Auteurs Mr. P. Memelink
SamenvattingAuteursinformatie

    In 2001 oordeelde de Hoge Raad dat bij onenigheid over de omvang van een overgedragen onroerende zaak of de vestiging van een beperkt recht, de notariële akte moet worden uitgelegd aan de hand van objectieve maatstaven. Op die wijze van uitleg is in de literatuur kritiek geuit, die de Hoge Raad vooralsnog geen aanleiding heeft gegeven om op zijn oordeel terug te komen. Twee zaken waarin de uitleg van een notariële leveringsakte aan de orde kwam, werden begin dit jaar afgedaan met art. 81 Wet RO. De ‘objectieve uitleg’ van een notariële vestigingsakte werd nogmaals bevestigd in een arrest van 22 oktober jongstleden. In dit artikel pleit de auteur voor herbezinning op de wijze van uitleg van notariële akten.


Mr. P. Memelink
Mr. P. Memelink is als universitair docent verbonden aan het Instituut voor Privaatrecht (afdeling civiel recht) van de Universiteit Leiden.
Boekbespreking

Het hoger beroep en het cassatieberoep in burgerlijke zaken in de Nederlandse Antillen en Aruba

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 4 2010
Trefwoorden hoger beroep, cassatieberoep, Nederlandse Antillen, Aruba
Auteurs Mr. A. Hammerstein
SamenvattingAuteursinformatie

    Bespreking van G.C.C. Lewin, Het hoger beroep en het cassatieberoep in burgerlijke zaken in de Nederlandse Antillen en Aruba (diss. Universiteit van de Nederlandse Antillen), 2010.


Mr. A. Hammerstein
Mr. A. Hammerstein is raadsheer bij de Hoge Raad der Nederlanden.
Artikel

Inzage in het onderzoeksverslag in enquêteprocedures

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 11 2010
Trefwoorden enquêterecht, inzage, onderzoeksverslag, bewijs, Fortis
Auteurs Mr. F.G.K. Overkleeft, LL.M.
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteur bespreekt het door de Ondernemingskamer gehanteerde beleid voor terinzagelegging van het onderzoeksverslag in enquêteprocedures. Aanleiding is een recent geschil over het inzagerecht in de Fortis-enquête. De auteur bespreekt deze casus mede tegen de achtergrond van het mogelijke gebruik van het onderzoeksverslag als bewijs in civielrechtelijke procedures.


Mr. F.G.K. Overkleeft, LL.M.
Mr. F.G.K. Overkleeft, LL.M. is werkzaam als advocaat bij NautaDutilh te Amsterdam en is tevens als docent-onderzoeker verbonden aan het Center for Company Law, Universiteit van Tilburg.

H. Nelen
Prof. dr. Hans Nelen is als hoogleraar Criminologie verbonden aan de faculteit Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Maastricht.
Artikel

Privaatrechtelijke handhaving van het verbod om misbruik te maken van een economische machtspositie: excessieve prijsvoering in de Rotterdamse haven?

Hof Den Haag 1 juni 2010, LJN BM6398 (Havenbedrijf Rotterdam/de oliesector)

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 10 2010
Trefwoorden misbruik, economische machtspositie, excessieve prijzen, bewijslast, bewijsmogelijkheden
Auteurs Mr. dr. E.-J. Zippro
SamenvattingAuteursinformatie

    De privaatrechtelijke handhaving van het verbod om misbruik te maken van een economische machtspositie wegens het hanteren van excessieve prijzen is niet eenvoudig. In deze bijdrage wordt nader ingegaan op de bestaande bewijsmogelijkheden om in een civiele procedure aan te tonen dat misbruik wordt gemaakt van een economische machtspositie door het in rekening brengen van excessieve prijzen.


Mr. dr. E.-J. Zippro
Mr. dr. E.-J. Zippro is universitair docent burgerlijk recht aan de Universiteit Leiden en research fellow van de Leiden Law School.
Artikel

Eén enkele inbreuk: bezint eer ge begint

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 8 2010
Trefwoorden kartel, inbreuk, bewijslast, bewijsvoering
Auteurs Mr. R. Elkerbout LL.M
SamenvattingAuteursinformatie

    In de beschikkingspraktijk van de Europese Commissie (hierna: de Commissie) en de NMa wordt een kartel bijna standaard juridisch geduid als ‘één enkele inbreuk’ op het kartelverbod. Het gebruik van het begrip ‘één enkele inbreuk’ heeft vergaande consequenties voor de bewijsvoering en de rechten van de verdediging. In dit artikel wordt aandacht besteed aan de oorsprong, de uitgangspunten en de grenzen van het begrip ‘één enkele inbreuk’.


Mr. R. Elkerbout LL.M
Mr. R. Elkerbout LL.M is advocaat bij Stek te Amsterdam.

H. Nelen
Prof. dr. mr. Hans Nelen is als hoogleraar criminologie verbonden aan de faculteit der Rechtsgeleerdheid van Maastricht University.
Jurisprudentie

Arrest Gerecht ’s-Gravenhage: het Havenbedrijf/de oliesector

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 4 2010
Trefwoorden excessieve tarieven, civiele handhaving, bewijslast, informatievergaring, excessieve prijzen
Auteurs Dr. mr. M.M. Slotboom en Mr. drs. B.J.J. Haan
SamenvattingAuteursinformatie

    Het arrest van het Gerechtshof ’s-Gravenhage ‘het Havenbedrijf/de oliesector’ illustreert de ingewikkelde economische beoordeling van het mededingingsrecht in civiele zaken en met name in geval van vermeende excessieve prijzen. Het Hof bevestigt dat de bewijslast ook in civiele zaken betreffende misbruik van machtspositie wegens excessieve prijsvoering op de eiser rust. Om aan die bewijslast te kunnen beantwoorden zal de eiser informatie nodig hebben van de vermeende inbreukmaker op artikel 102 VWEU en/of 24 Mw. De mogelijkheid voor een eiser in een civiele procedure om met name informatie te verkrijgen over de relatie tussen prijzen en kosten van de gedaagde zijn evenwel zeer beperkt. Uit onderhavig arrest volgt in ieder geval dat een deskundigenonderzoek naar de kosten van de vermeende inbreukmaker pas kans van slagen heeft op het moment dat de eiser aannemelijk kan maken dat er daadwerkelijk sprake is van excessieve prijzen. De eisende partij in civiele zaken zal daardoor in een vicieuze cirkel terecht komen, waardoor civiele procedures inzake excessieve prijzen veelal zullen stranden.


Dr. mr. M.M. Slotboom
Dr. mr. M.M. Slotboom is advocaat bij Simmons & Simmons in Brussel.

Mr. drs. B.J.J. Haan
Mr. drs. B.J.J. Haan is werkzaam bij Simmons & Simmons.
Artikel

Een nieuwe mededingingsbevoegdheid voor de NZa?

Artikel 45 Wmg over ingrijpen in de voorwaarden en de wijze van tot stand komen van overeenkomsten met betrekking tot zorg of tarieven

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 4 2010
Trefwoorden Wet marktordening gezondheidszorg, AMM-instrument, Contractuele voorwaarden, Europeesrechtelijke dimensie
Auteurs Mr. drs. J. Bijkerk en Prof. mr. W. Sauter
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel signaleren en bespreken wij een nieuwe ontwikkeling in het sectorspecifieke mededingingstoezicht op de zorg. Artikel 45 van de Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg) geeft de in 2006 opgerichte Zorgautoriteit (NZa) de bevoegdheid tot ingrijpen in de wijze van tot stand komen van overeenkomsten met betrekking tot zorg of tarieven en in de voorwaarden in die overeenkomsten met het oog op de inzichtelijkheid van zorgmarkten en/of de bevordering van de concurrentie. Tot voor kort heeft de NZa spaarzaam gebruikgemaakt van deze bevoegdheid. Onlangs heeft zij echter naast een uitgebreide toelichting op de mogelijkheden die dit instrument haar biedt een eveneens uitgebreid gemotiveerde nadere regel aangenomen die de toegang bevordert tot overeenkomsten betreffende elektronische netwerken met betrekking tot zorg. Dit is de aanleiding voor de huidige bespreking waarin naast de reikwijdte van artikel 45 Wmg ook de samenloop met de bevoegdheden van de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa) en de Europeesrechtelijke dimensie aan de orde zullen komen.


Mr. drs. J. Bijkerk
Mr. drs. José Bijkerk is werkzaam bij de NZa.

Prof. mr. W. Sauter
Prof. mr. Wolf Sauter is werkzaam bij de NZa en is tevens verbonden aan de Universiteit van Tilburg.
Artikel

Vrouwen en witwassen: een logische combinatie met incoherente resultaten

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 2 2010
Trefwoorden vrouwen, georganiseerde misdaad, witwassen, 420bis
Auteurs Melvin Soudijn
SamenvattingAuteursinformatie

    A part in Dutch penal law defines money laundering as ‘any person who acquires an object, possesses it, hands it over or sells it or makes use of an object, knowing that the object originates – directly or indirectly – from an offense’. Under object is meant any goods and any property rights. With this in mind, the author argues that whoever knows that money (the object) is derived from crime, but spends the money anyway, is committing a money laundering offense. Taking the argument one step further, it is therefore a reasonable hypothesis that a large number of wives or girlfriends of criminals, have been prosecuted for money laundering. That is, if the women knew that the money they spent was obtained through crime. To test the hypothesis, 62 cases dealing with organized crime were selected and analyzed. These cases largely focus on male perpetrators of drug crimes, money laundering, human smuggling and human trafficking. It turns out that the women often knew their male friends or husbands were involved in crime. The women also profited of these crimes because they used their friends’ expensive cars, lived in large mansions and often went shopping for luxury items. Still, hardly anyone was prosecuted for money laundering offenses. Several explanations were found, ranging from pity of officers, an overload of work, absence of direct proof or simply male chauvinist bias. Only if the women were actively involved in other crimes, would they find themselves prosecuted with (among others) money laundering offenses.


Melvin Soudijn
Melvin Soudijn is als senior wetenschappelijk onderzoeker werkzaam bij de KLPD. E-mail: Melvin.Soudijn@klpd.politie.nl.
Artikel

De Wet deelgeschilprocedure voor letsel- en overlijdensschade: een nieuwe loot aan de processuele stam

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 2 2010
Trefwoorden letselschade, overlijdensschade, Wet deelgeschilprocedure, deelgeschilprocedure
Auteurs Prof. mr. C.J.M. Klaassen
SamenvattingAuteursinformatie

    De Wet deelgeschilprocedure voor letsel- en overlijdensschade is een nieuw instrument in het kader van de afwikkeling van letsel- en overlijdensschade. Hoewel in de consultatieronde naar aanleiding van het voorontwerp door met name de Nederlandse Vereniging voor rechtspraak (NVvR) de nodige kritische kanttekeningen zijn geplaatst, is dit wetsvoorstel zonder noemenswaardige tegenwind het parlement gepasseerd. Het wetsvoorstel Deelgeschilprocedure voor letsel- en overlijdensschade is vlak voor het zomerreces 2008 bij de Tweede Kamer ingediend en een jaar later met algemene stemmen door deze Kamer aangenomen; het heeft vervolgens eind 2009 de instemming van Eerste Kamer verkregen en zal per 1 juli 2010 als wet in werking treden


Prof. mr. C.J.M. Klaassen
Prof. mr. C.J.M. Klaassen is hoogleraar burgerlijk recht en burgerlijk procesrecht aan de Radboud Universiteit Nijmegen.
Discussie

Bewijsrecht

Verslag van de najaarsvergadering van de Nederlandse Vereniging voor Procesrecht van 27 november 2009

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 2 2010
Trefwoorden stelplicht, art. 21 Rv, art. 111 lid 3 Rv, waarheidsplicht
Auteurs Mr. J.H. van Dam-Lely
SamenvattingAuteursinformatie

    Verslag van de discussie van de najaarsvergadering van de Vereniging van Procesrecht over het bewijsrecht aan de hand van drie inleidingen: Vindt in het civiele bewijsrecht een verschuiving plaats van bewijzen naar stellen? Hoe kan het bestuursrechtelijke bewijsrecht volwassen worden? Welke psychologische aspecten spelen een rol bij de bewijslevering?


Mr. J.H. van Dam-Lely
Mr. J.H. van Dam-Lely is wetenschappelijk docent privaatrecht aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Jurisprudentie

Verjaring

Hof Amsterdam 15 december 2009, LJN BL3708

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 2 2010
Trefwoorden verjaring, immateriële schadevergoeding, materiële schadervergoeding
Auteurs Mr. dr. J.L. Smeehuijzen
SamenvattingAuteursinformatie

    Appellante in het onderhavige appèl (hierna: weduwe) is gehuwd geweest met X (hierna: echtgenoot). De echtgenoot heeft van 1960 tot en met 1975 gewerkt bij een rechtsvoorganger van geïntimeerde (geïntimeerde hierna: B.V. X). In oktober en november 2005 is de echtgenoot opgenomen geweest in een ziekenhuis, waarbij mesothelioom is gediagnosticeerd. De weduwe stelt zich op het standpunt dat B.V. X als voormalig werkgever van de echtgenoot haar zorgverplichting als werkgever heeft geschonden door zonder passende veiligheidsmaatregelen de echtgenoot bloot te stellen aan asbest, waardoor de fatale asbestziekte mesothelioom is ontstaan. Bij brief van 4 januari 2006 heeft de gemachtigde van de weduwe namens de echtgenoot B.V. X aansprakelijk gesteld voor de door hem geleden schade. De echtgenoot is op 6 januari 2006 overleden. De verzekeraar van B.V. X heeft bij brieven van 6 juli en 28 september 2006 aansprakelijkheid afgewezen.


Mr. dr. J.L. Smeehuijzen
J.L. Smeehuijzen is universitair hoofddocent aan de VU en raadsheer-plaatsvervanger in het Gerechtshof Arnhem.
Artikel

Access_open ‘Wat is waarheid?’ De rol van deskundigen bij waarheidsvinding in de strafrechtspraak

Tijdschrift Netherlands Journal of Legal Philosophy, Aflevering 1 2010
Trefwoorden Legitimation durch Verfahren, criminal law, expert-witnesses, truth, reliability of evidence
Auteurs Anne Ruth Mackor
SamenvattingAuteursinformatie

    Huls has argued that the idea that judges are truth-finders is misleading. In the first part of the paper I put his claim to the test. Against Huls I argue that the aim of procedures in criminal lawsuits is not only to guarantee binding decisions but also to help to find the truth. In the second part of the paper I investigate the role expert-witnesses play in truth-finding. Cleiren and Loth have argued that experts fail to understand the differences between legal and scientific ways of truth-finding. It turns out that Cleiren does not offer an argument for her claim and that Loth’s claim fails too, since it confuses coherence as truth and coherence as epistemic justification. I conclude that legal scholars, rather than experts, fail to understand the nature of legal and scientific truth-finding.


Anne Ruth Mackor
Anne Ruth Mackor is professor of professional ethics, in particular of the legal professions, at the Faculty of Law of Groningen, and Socrates professor of professional ethics at the Faculties of Philosophy and Theology of Groningen.
Artikel

Het maken van beroepsbeperkende afspraken door de Inspectie

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 01 2010
Auteurs Prof. mr. J. Legemaate, dr. ir. F.A.G. Hout, Mr. dr. B.J.M. Frederiks e.a.
Auteursinformatie

Prof. mr. J. Legemaate
Johan Legemaate is werkzaam bij de Sectie gezondheidsrecht, afdeling Sociale Geneeskunde, VU medisch Centrum te Amsterdam.

dr. ir. F.A.G. Hout
Erik Hout is werkzaam bij de Inspectie voor de Gezondheidszorg te Utrecht.

Mr. dr. B.J.M. Frederiks
Brenda Frederiks is werkzaam bij de Sectie gezondheidsrecht, afdeling Sociale Geneeskunde, VU medisch Centrum te Amsterdam.

Prof. dr. P.B.M. Robben
Paul Robben is werkzaam bij de Inspectie voor de Gezondheidszorg te Utrecht
Artikel

Veiligheidsbeleid: onderbouwd en effectief?

De meerwaarde van beleidstheorieën voor beleid en beleidsevaluatie

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 1 2010
Trefwoorden Veiligheidsprogramma, Beleidstheorie, Beleidsevaluatie, Evidence-based beleid
Auteurs Peter van der Knaap
SamenvattingAuteursinformatie

    How can the use of policy theories help to improve the development and evaluation of public policy. This question is central to this contribution. In order to answer this question, an overview is made of the development of the concept policy theory and its application in The Netherlands. More specifically, the relation between the rational approach of using policy theories and the quest for evidence-based policy is made. In addition, the possibilities and risks of theory-based evaluation ex post are explored. An important issue in both policy development and policy evaluation is the quality of policy information: which evidence counts? What quality criteria should be in place? On the basis of recent research by the Netherlands Court of Audit, an assessment is made of the actual quality of the ex ante evidence-based nature and the ex post effectiveness of safety policy in The Netherlands. The article presents conclusions and perspectives on how a more theoretical underpinning of policy programmes and a good use of theory-based evaluations may contribute to public policies that are not only effective, but that are also more open to policy-oriented learning.


Peter van der Knaap
Peter van der Knaap is directeur doelmatigheidsonderzoek bij de Algemene Rekenkamer. E-mail: Peter.vanderknaap@rekenkamer.nl.
Boekbespreking

Privaatrechtelijke handhaving van het mededingingsrecht

Proefschrift van mr. E.-J. Zippro

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 1 2010
Auteurs Mr. E.H. Pijnacker Hordijk
SamenvattingAuteursinformatie

    Proefschrift van mr. E.-J. Zippro, besproken door mr. E.H. Pijnacker Hordijk.


Mr. E.H. Pijnacker Hordijk
Mr. E.H. Pijnacker Hordijk is advocaat bij De Brauw Blackstone Westbroek N.V.
Artikel

Het zwijgrecht bij ondervraging van de onderneming

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 7-8 2010
Trefwoorden zwijgrecht, bestuursstrafrecht, verhoor, medewerkingsplicht, rechtspersoon
Auteurs Mr. S.M. Peek en Mr. J.H. Tonino
SamenvattingAuteursinformatie

    Een van de pijlers van de rechtsbescherming voor personen en rechtspersonen die geconfronteerd worden met een overheid die handhavend wil optreden, is het recht om te zwijgen. Deze bijdrage geeft een korte schets van de manier waarop een onderneming en de aan de onderneming gelieerde natuurlijke personen kunnen omgaan met het zwijgrecht, vanuit strafrechtelijk en bestuursrechtelijk perspectief.


Mr. S.M. Peek
Mr. S.M. Peek is werkzaam als advocaat bij Clifford Chance.

Mr. J.H. Tonino
Mr. J.H. Tonino is advocaat te Amsterdam en is als extern adviseur verbonden aan Clifford Chance.
Toont 1 - 20 van 21 gevonden teksten
« 1
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.