Zoekresultaat: 23 artikelen

x
Jaar 2011 x
Artikel

Over moeders en dochters

Het weerlegbaar vermoeden in de praktijk

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 6 2011
Trefwoorden kartel, aansprakelijkheid moederonderneming, weerlegbaar vermoeden, beslissende invloed, motiveringsgebreken
Auteurs Mr. F. Muller en Dr. mr. S. Verschuur
SamenvattingAuteursinformatie


Mr. F. Muller
Mr. Frans Muller is advocaat bij Clifford Chance in Amsterdam.

Dr. mr. S. Verschuur
Dr. mr. S. Verschuur is advocaat bij Clifford Chance in Amsterdam.
Artikel

Als vluchtelingen (mogelijk) daders zijn

1F-uitsluiting van de asielprocedure en vervolging van internationale misdrijven

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 4 2011
Trefwoorden international crimes, asylum, exclusion, 1F, formal residence ban
Auteurs Dr. mr. Joris van Wijk
SamenvattingAuteursinformatie

    The Netherlands pursues an active policy of excluding and prosecuting potential perpetrators of international crimes. In recent years hundreds of people have been excluded from taking part in the asylum procedure. Bringing cases to court, however, has proven to be very difficult in practice. Most excluded persons reside illegally in the Netherlands or elsewhere in Europe. A good overview of the grounds upon which persons have been excluded and with what types of crimes they are associated is currently lacking. The Netherlands – actually the international community as a whole – still struggles with a number of legal and ethical issues. International law, for example, does not provide an adequate solution for some convicted excluded asylum seekers after their release.


Dr. mr. Joris van Wijk
Dr. J. van Wijk is universitair docent criminologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam, j.van.wijk@vu.nl.
Artikel

Fusie zorgverzekeraars Achmea en De Friesland

Hoezo functioneel concentratietoezicht?

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 5 2011
Trefwoorden zorgverzekeringsmarkt, zorgstelsel, functioneel concentratietoezicht, Achmea/De Friesland, Nma
Auteurs Mr. dr. E.M.H. Loozen, Prof. dr. F.T. Schut en Dr. M. Varkevisser
SamenvattingAuteursinformatie

    In de zorgsector is een belangrijke rol weggelegd voor concurrentie tussen verzekeraars. Het is daarom van groot belang dat fusies op de zorgverzekeringsmarkt niet tot een significante belemmering van de daadwerkelijke mededinging leiden. In dit artikel wordt uiteengezet dat – uitgaande van een functioneel concentratietoezicht – de NMa niet alleen bij een verbod, maar ook bij een goedkeuring naar economische maatstaven aannemelijk moet maken dat een fusie niet tot een significante belemmering van de daadwerkelijke mededinging zal leiden. In het besluit inzake de fusie van Achmea en De Friesland heeft de NMa dit onvoldoende gedaan.


Mr. dr. E.M.H. Loozen
Mr. dr. E.M.H. Loozen is verbonden aan het instituut Beleid & Management Gezondheidszorg (iBMG) van de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Prof. dr. F.T. Schut
Prof. dr. F.T. Schut is verbonden aan het instituut Beleid & Management Gezondheidszorg (iBMG) van de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Dr. M. Varkevisser
Dr. M. Varkevisser is verbonden aan het instituut Beleid & Management Gezondheidszorg (iBMG) van de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Artikel

Afgewogen vrijheid

Over randvoorwaarden voor de Europese vestigingsvrijheid van grote winkelbedrijven

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 9 2011
Trefwoorden vrijheid van vestiging, grote winkelbedrijven, economische overwegingen, bewijs en procesvoering, lex silencio negativo, niet-nakoming
Auteurs Mr. dr. H.J. van Harten
SamenvattingAuteursinformatie

    Een lidstaat mag de vestiging van grote winkelbedrijven niet afhankelijk stellen van economische overwegingen zoals het effect van de vestiging op de bestaande handel of het marktaandeel van de betrokken onderneming. Dit blijkt uit het arrest Commissie/Spanje waarin het reguleringskader voor de vestiging van grote winkelbedrijven in Catalonië in het licht van de vestigingsvrijheid wordt geplaatst. Het arrest toont een genuanceerde, afgewogen beoordeling van vestigingsregulering. Het zwaartepunt ligt bij de evenredigheidstoetsing. De uitspraak illustreert het praktische belang van bewijs en procesvoering daarin.


Mr. dr. H.J. van Harten
Mr. dr. H.J. van Harten is als universitair docent verbonden aan het Europa Instituut, Universiteit Utrecht.

Mr. P.E. de Kort
Mr. P.E. de Kort is lid van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
Artikel

Interface tussen het aanbestedingsrecht en het mededingingsrecht: van hetzelfde laken een pak

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 4 2011
Trefwoorden uitsluiting, aanbesteding, mededingingsrechtelijke overtreding, functionele toerekening, bewijsvoering
Auteurs Mr. M. Hengevelt
SamenvattingAuteursinformatie

    Mededingingsrechtelijke overtredingen worden meegenomen bij de beoordeling van een onderneming die zich kandidaat stelt voor het uitvoeren van een overheidsopdracht. Gevolg van zo’n overtreding kan zijn dat de aanbestedende dienst in kwestie besluit over te gaan tot uitsluiting van die onderneming. Dit vindt plaats op het raakvlak van het aanbestedingsrecht en het mededingingsrecht. In deze bijdrage wordt een koppeling gemaakt tussen deze twee rechtsgebieden ten aanzien van twee actuele onderwerpen: functionele toerekening en bewijsvoering. Conclusie is dat bij aanbestedingsrechtelijke uitsluiting wegens schending van de mededingingsregels aansluiting moet worden gezocht bij het mededingingsrecht.


Mr. M. Hengevelt
Mr. M. Hengevelt is docent Europees recht aan de Radboud Universiteit Nijmegen.
Artikel

Rechtsbescherming tegen een ondeugdelijke ontslagvergunning bezien in het licht van artikel 6 EVRM

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 2 2011
Trefwoorden ontslagrecht, arbeidsprocesrecht, artikel 6 BBA, artikel 6 EVRM, misbruik van bevoegdheid
Auteurs Mr. D.M.A. Bij de Vaate
SamenvattingAuteursinformatie

    In de literatuur wordt aangenomen dat de werknemer die meent dat de voor de opzegging van zijn arbeidsovereenkomst afgegeven ontslagvergunning ondeugdelijk is, twee vorderingen ten dienste staan: een vordering uit onrechtmatige daad jegens het UWV en een kennelijk onredelijk ontslagprocedure tegen de werkgever. Er zijn echter voor de werknemer ook andere gerechtelijke procedures denkbaar. Allereerst kan met een beroep op het Holtrop/Smith-arrest van de Hoge Raad uit 2001 worden betoogd dat het mogelijk is om de ondeugdelijkheid van de aan de werkgever verleende ontslagvergunning aan te vechten door de nietigheid daarvan in te roepen. Ten tweede lijkt het op grond van het Van Hooff Elektra-arrest onder omstandigheden mogelijk een beroep te doen op de nietigheid van de opzegging wegens misbruik van bevoegdheid wanneer de werkgever gebruikmaakt van een ondeugdelijke ontslagvergunning. Deze twee ‘nieuwe’ procedures zijn in het kader van artikel 6 EVRM zeer gewenst. Zij voldoen, in tegenstelling tot de onrechtmatige daadsactie jegens het UWV en de kennelijk onredelijk ontslagprocedure, zowel qua toetsingsbevoegdheid als gewenste uitkomst aan de vereisten van artikel 6 EVRM, zodat deze procedures in staat zijn het gebrek dat op dit punt kleeft aan artikel 6 BBA te helen.


Mr. D.M.A. Bij de Vaate
Mr. D.M.A. Bij de Vaate is als docent sociaal recht verbonden aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

    In this article, I will plead two 'new' proceedings against an inferior permission to terminate employment: (1) an appeal to the nullity of the permission to terminate employment and (2) an appeal to the nullity of the withdrawal. These procedures offer the employee an adequate remedy in the light of article 6 ECHR, in contrast with the claims for unfair dismissal (in Dutch: kennelijk onredelijk ontslag) and wrongful government act.


mr. Vivian mrs. Bij de Vaate
Artikel

Mogelijkheden van bewijsvergaring; recente ontwikkelingen

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 2 2011
Trefwoorden art. 21 Rv, art. 22 Rv, art. 162 Rv, art. 843a Rv, art. 3:15j BW
Auteurs Mr. G.J.R. Kalsbeek en Mr. P.N. Malanczuk
SamenvattingAuteursinformatie

    Gelijk hebben en gelijk krijgen zijn twee verschillende dingen. Bewijs is in dat verband van groot belang. Om een goede inschatting te kunnen maken van een rechtspositie en eventuele proceskansen is het belangrijk het beschikbare bewijs in kaart te brengen. In de praktijk is een ontwikkeling waar te nemen waarbij de mogelijkheden om bewijs te vergaren steeds ruimer worden toegepast. In deze bijdrage behandelen de auteurs de verschillende mogelijkheden om bewijs te vergaren die van belang zijn voor de ondernemingsrechtspraktijk, zowel tijdens als voorafgaand aan een procedure. In dit kader wordt aandacht besteed aan de eigen bevoegdheid van de rechter om informatie te verzoeken (art. 22 Rv), het voorlopig getuigenverhoor, de openlegging van boeken en bescheiden (art. 162 Rv), de vordering tot openlegging van de administratie (art. 3:15j BW) en de vordering tot inzage of afgifte van bescheiden (art. 843a Rv) alsmede het conceptwetsvoorstel op dat punt.


Mr. G.J.R. Kalsbeek
Mr. G.J.R. Kalsbeek is advocaat bij NautaDutilh te Rotterdam.

Mr. P.N. Malanczuk
Mr. P.N. Malanczuk is advocaat bij NautaDutilh te Rotterdam.
Artikel

De strafrechtelijke bescherming van jongeren tegen seksuele contactlegging

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 2 2011
Trefwoorden teenagers, sexual activities, legal protection, criminal law, discourse analysis
Auteurs Juul Gooren
SamenvattingAuteursinformatie

    Teenagers between twelve and eighteen years of age are protected by Dutch criminal law against sexual encounters that can be described as ‘voluntarily’. If teenagers are approached without force or approach a person themselves autonomously they are thus protected against such contact, but they could have played a sexual active role nevertheless. How do the alleged offenders in these criminal cases make contact and how are the punishable interactions possible considering the facilitative role of the victim? This paper will deal with the way the officials of the police and justice departments value sexual contacts with youngsters in a diverse range of settings. The crucial question is how the professionals dealing with the protection of youngsters and at the same time safeguarding the legal rights of offenders come to their juridical deliberation.


Juul Gooren
Mr. drs. Juul Gooren is docent/onderzoeker aan de Haagse Hogeschool, Academie voor Bestuur, Recht en Veiligheid, opleiding Integrale Veiligheid. E-mail: j.c.w.gooren@hhs.nl.
Artikel

Commerciële conflicten managen – enkele schema’s

Tijdschrift Nederlands-Vlaams tijdschrift voor mediation en conflictmanagement, Aflevering 2 2011
Trefwoorden court proceedings, comparison, dispute resolution clause, changes of success
Auteurs Luc Demeyere
SamenvattingAuteursinformatie

    When a lawyer has his/her intake meeting with a client and ponders whether the case is to be taken to court or whether it is appropriate for mediation, different parameters have to be considered.
    Mr. Green finds out that this photovoltaic installation does not produce the output initially guaranteed, and his lawyer will first have a look at the terms and conditions on guarantee and liability in the sales contract. The lawyer should consider time, cost, potential outcome and future relations between the parties, and compare these four parameters in a situation whereby proceedings in court are initiated with a situation whereby a mediation is started up. The assessment of each of these parameters in court proceedings and mediation is entirely different, and understanding these differences will assist in opting for court proceedings or mediation, or a combination of both. Reflexivity will be key.


Luc Demeyere
Luc Demeyere is advocaat bij De Balie te Antwerpen.
Redactioneel

Voorwoord

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 2 2011
Auteurs H.G. van de Bunt en E.R. Kleemans
Auteursinformatie

H.G. van de Bunt
Gastredacteur prof. dr. Henk van de Bunt is als hoogleraar criminologie verbonden aan de Erasmus School of Law van de Erasmus Universiteit in Rotterdam.

E.R. Kleemans
Gastredacteur prof. dr. Edward Kleemans is hoofd van de onderzoeksafdeling Criminaliteit, Rechtshandhaving en Sancties bij het WODC en hoogleraar zware criminaliteit en rechtshandhaving bij de Faculteit Rechtsgeleerdheid van de Vrije Universiteit te Amsterdam.
Praktijk

Van de wijzen en de gek, of de nieuwe kleren van de keizer?

Psychiatrische en psychologische rapportage in strafzaken

Tijdschrift PROCES, Aflevering 3 2011
Auteurs Dr. Ben Blansjaar
Auteursinformatie

Dr. Ben Blansjaar
Dr. B.A. Blansjaar is psychiater/psychotherapeut.
Artikel

De deelgeschilprocedure in de rechtspraktijk: goede start, spannende vlucht, behouden landing

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 2 2011
Trefwoorden deelgeschilregeling, ervaringen in de rechtspraktijk, proportionaliteitstoets, doorlooptijd
Auteurs Mr. drs. G. de Groot
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 1 juli 2010 is de Wet deelgeschilprocedure voor letsel- en overlijdensschade in werking getreden. In deze bijdrage wordt ingegaan op ervaringen met de toepassing van de wet in de rechtspraktijk. Aan de orde komen onder meer de rechterlijke bevoegdheid, de aanpak van de behandeling van het verzoek, de reikwijdte van het begrip deelgeschil en de toepassing van de zogenoemde proportionaliteitstoets.


Mr. drs. G. de Groot
Mr. drs. G. de Groot is vicepresident in de Rechtbank Amsterdam en als onderzoeker aan de Vrije Universiteit Amsterdam verbonden aan het Interfacultair samenwerkingsverband Gezondheid en Recht (IGER) van VU en VU medisch centrum en de Projectgroep medische deskundigen in de rechtspleging.

Roland Eshuis
Roland Eshuis verricht, als onderzoeker bij het WODC, empirisch onderzoek naar (civiele) rechtspraak en rechtspleging. Hij promoveerde in 2007 op onderzoek naar interventies ter versnelling van gerechtelijke procedures (Het recht in betere tijden). In 2009 verscheen De daad bij het woord, een onderzoek naar de naleving van civiele rechtspraak. Recent publiceerde hij, met collega’s van de Raad voor de rechtspraak en het CBS, de tweede editie van Rechtspleging civiel en bestuur (2010), waarin statistische gegevens over civiele en bestuursrechtspraak zijn gebundeld. Momenteel verricht Eshuis onderzoeken naar de kwaliteit van juridische dienstverlening, de verhoging van de competentiegrens voor civiele procedures en het aansprakelijk stellen van bestuurders.
Jurisprudentie

CBb oordeelt dat NMa onderzoek in zaak mobiele operators deels overnieuw moet doen

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 1 2011
Trefwoorden oafg, informatie-uitwisseling, anic-bewijsvermoeden
Auteurs Mr. L.E.J. Korsten
SamenvattingAuteursinformatie

    In de langslepende zaak van de mobiele operators heeft het CBb, na de prejudiciële uitspraak van het Hof van Justitie in de zaak T-Mobile Netherlands (zaak C-08/8), geoordeeld dat de NMa haar onderzoek deels overnieuw moet doen. De rechtbank was reeds in beroep tot deze conclusie gekomen. Dit oordeel is nu in hoger beroep door het CBb bevestigd. De NMa zal derhalve alsnog het door de mobiele operators gevoerde verweer moeten beoordelen dat het causaal verband tussen de door het CBb vastgestelde onderlinge afstemming en het daarop volgende marktgedrag van de mobiele operators ontbreekt.


Mr. L.E.J. Korsten
Mr. L.E.J. Korsten is advocaat bij DLA Piper Nederland N.V.
Jurisprudentie

AstraZeneca/Commissie

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 1 2011
Trefwoorden AstraZeneca, misbruik, regelgeving, geneesmiddelensector, toolbox
Auteurs Mr. P.P.J. van Ginneken
SamenvattingAuteursinformatie

    GvEA 1 juli 2010, zaak T-321/05, AstraZeneca AB e.a./Commissie, n.n.g. Misbruik van regelgeving in de geneesmiddelensector.
    In de uitspraak van het Gerecht van 1 juli 2010 spreekt het Gerecht zich voor de eerste keer uit over misbruik van regelgeving in de geneesmiddelensector. In deze uitspraak beoordeelt het Gerecht de verhouding tussen enerzijds het mededingingsrecht en anderzijds het octrooirecht en de geneesmiddelenregulering. Het Gerecht bevestigt dat het kunstmatig verlengen van de octrooirechtelijke en regulatoire bescherming van een geneesmiddel misbruik van machtspositie oplevert. De uitspraak van het Gerecht is een overwinning voor de Commissie, die graag de toolbox van de octrooihoudende geneesmiddelenproducenten wil aanpakken.


Mr. P.P.J. van Ginneken
Mr. P.P.J. van Ginneken is advocaat bij Brinkhof in Amsterdam.

    When a lawyer has his/her intake meeting with a client and ponders whether the case is to be taken to court or whether it is appropriate for mediation, different parameters have to be considered.
    Mr Green finds out that this photovoltaic installation does not produce the output initially guaranteed, and his lawyer will first have a look at the terms and conditions on guarantee and liability in the sales contract. The lawyer should consider time, cost, potential outcome and future relations between the parties, and compare these four parameters in a situation whereby proceedings in court are initiated with a situation whereby a mediation is started up. The assessment of each of these parameters in court proceedings and mediation is entirely different, and understanding these differences will assist in opting for court proceedings or mediation, or a combination of both. Reflexivity will be key.


Luc Demeyere
Luc Demeyere is advocaat bij De balie te Antwerpen.
Toont 1 - 20 van 23 gevonden teksten
« 1
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.