Zoekresultaat: 14 artikelen

x
Jaar 2013 x

    Sinds de invoering van het Burgerlijk Wetboek in 1838 heeft men herhaaldelijk getracht de gronden voor echtscheiding te verruimen. Hoewel deze gronden uiteindelijk pas verruimd werden in 1971, werd de tot die tijd bestaande situatie, waarbij echtscheiding slechts op vier gronden mogelijk was en echtscheiding met wederzijds goedvinden verboden was, als onwenselijk beschouwd. Dit gevoelen werd nog sterker na het arrest van de Hoge Raad uit 1883, de zogenaamde 'Groote Leugen'. Teneinde een einde te maken aan deze 'Groote Leugen' en in een poging het Nederlandse echtscheidingsrecht meer in lijn te brengen met het Duitse recht, heeft de Nederlandse secretaris-generaal voor Justitie, J.J. Schrieke, tussen 1942 en 1944 twee wijzigingsvoorstellen voorgelegd aan de Duitse autoriteiten welke destijds Nederland bezet hielden. Dit artikel analyseert beide wijzigingsvoorstellen en probeert een antwoord te geven op de vraag in hoeverre deze voorstellen het resultaat waren van een mogelijke invloed van het Nationaal Socialisme.
    ---
    Since the introduction of the Civil Code in 1838 one has repeatedly tried to extend the grounds for divorce. Although the grounds for divorce were not extended before 1971, the then existing situation, with only four grounds for divorce and a prohibition of divorce with mutual consent, was considered undesirable This sentiment became even stronger after the judgment of the Dutch Supreme Court of 1883, which became known as the 'Big Lie'. In order to stop this 'Big Lie' and in an attempt to bring Dutch divorce law more in line with German divorce law, the Dutch secretary-general of Justice, J.J. Schrieke, has presented the German authorities, which then occupied the Netherlands, with two draft revisions between 1942 and 1944. This article analyses both drafts and tries to answer the question to what extent these drafts were the result of a possible influence of National Socialism. This article is a summary of a part of the most important conclusions of the dissertation of the author, titled: 'National Socialist Family Law. The influence of National Socialism on marriage and divorce law in Germany and the Netherlands' defended at Maastricht University on 8 November 2012. A commercial edition of the dissertation is forthcoming.


Dr. Mariken Lenaerts LL.M., Ph.D.
Mariken Lenaerts obtained her doctorate at Maastricht University.
Jurisprudentie

Verplichte vervroegde pensionering van piloten: leeftijdsdiscriminatie?

HR 13 juli 2012, JAR 2012/209, NJ 2012, 396 (werknemers/KLM en VNV)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 3 2013
Trefwoorden vervroegd pensioenontslag, leeftijdsdiscriminatie, objectieve rechtvaardigingsgronden, legitiem doel, proportionaliteit, motivering
Auteurs T. Jaspers
SamenvattingAuteursinformatie

    Verplicht vervroegd pensioen is een fenomeen dat weliswaar steeds minder voorkomt, maar voor sommige beroepen nog vrij normaal is. Bij luchtvaartmaatschappijen zoals de KLM, maar daar niet alleen, geldt nog steeds een regeling dat piloten ruim voor de AOW-leeftijd, variërend van 56 tot 60 jaar, met pensioen (moeten) gaan. Er geldt een automatisch pensioenontslag. In 2012 heeft de Hoge Raad zich opnieuw moeten buigen over wat door piloten als leeftijdsdiscriminatie wordt aangemerkt. In 2006 had de Hoge Raad dat ook al eens gedaan in soortgelijke zaken. In de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie vindt men inmiddels een uitgebreide jurisprudentie op verplicht pensioenontslag. In zijn recente arrest van 2012 volgt de Hoge Raad de lijn van de rechtspraak van het Europese Hof en komt tot de conclusie dat er weliswaar sprake is van ‘onderscheid naar leeftijd’, maar dat daarvoor een objectieve rechtvaardiging bestaat zoals door KLM en de vakbond van piloten was aangegeven. Deze uitspraak is niet alleen van belang voor deze KLM-piloten, maar gaat verder, omdat het verplichte of automatische pensioenontslag, niet alleen ‘vervroegd’ maar ook op latere leeftijd, zoals dat tegenwoordig vaker voorkomt, hier aan de orde is. In deze annotatie wordt de motivering van de Hoge Raad – en van het hof van Amsterdam in appèl – tegen het licht gehouden en geconfronteerd met de wijze waarop het Europese Hof en de hoogste gerechten in Duitsland en Frankrijk te werk gaan. Er kan gerede twijfel rijzen of de redeneringen in de Nederlandse rechtspraak wel even sound en houdbaar zijn als we in de rechtspraak van het Europese Hof en het Duitse Bundesarbeitsgericht aantreffen. De materie is weerbarstig, dat is wel duidelijk. Zij heeft vele facetten, niet in het minst uit een oogpunt van werkgelegenheidsbeleid, landelijk én lokaal of zelfs op het niveau van de onderneming. In deze annotatie worden de verschillende invalshoeken belicht om tot een oordeel te komen óf en zo ja onder welke voorwaarden een dergelijk onderscheid naar leeftijd gerechtvaardigd zou kunnen zijn en welke eisen gesteld zouden moeten worden aan de motivering ervan.


T. Jaspers
Prof. mr. A.P.C.M. Jaspers is emeritus hoogleraar Sociaal Recht aan de Universiteit Utrecht.
Artikel

Henry Stimson en het Neurenberg Tribunaal

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 3 2013
Trefwoorden Nuremberg Tribunal, international criminal law, Morgenthau plan, summary execution of war criminals
Auteurs Alex Jettinghoff
SamenvattingAuteursinformatie

    When the Allied victory over the Axis powers is becoming certain, American officials start making plans for the occupation of Germany. In the aftermath of the invasion in 1944, some of these plans are brought to the attention of the Secretary of the Treasury in Roosevelt’s war cabinet, Henry Morgenthau. These plans infuriate him, because he considers them too lenient on Germany, which in his opinion should be reduced to an agrarian economy after its Nazi leadership has been summarily executed. The President at first agrees with this line of action as do most of the members of his cabinet. The only one opposing these ideas is the Secretary of War, Henry Stimson, suggesting economic reconstruction and an international tribunal instead. His opposition seems in vain, when Roosevelt and Churchill publicly agree to this course of action towards Germany during a meeting in Quebec. But the ‘Morgenthau plan’ unravels when it is leaked to the press and it causes an uproar. Roosevelt fears for his re-election chances and hastily retreats. But he makes no decision on the issue and Stimson has to wait for his opportunity. It comes in the person of a new President: Harry Truman. He agrees to Stimson’s proposal for an international tribunal and this brings the United States on board of an allied majority for what is later to become the Nuremberg Tribunal.


Alex Jettinghoff
Alex Jettinghoff is als fellow verbonden aan het Instituut voor Rechtssociologie van de Rechtenfaculteit van Radboud Universiteit Nijmegen. Hij schreef recentelijk over het procederen van bedrijven, rechterlijke specialisatie en de wording van het Unified Patent System van de Europese Unie.
Artikel

Voor en na Mabo. Rechtsontwikkeling in Australië

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 3 2013
Trefwoorden Legal anthropology, legal culture, Australian indigenous people, Aboriginal law, High Court of Australia
Auteurs Agnes Schreiner
SamenvattingAuteursinformatie

    Important legal developments are often credited to court decisions. This contribution will firstly discuss the Australian High Court decision in the Mabo case as such. The legal implications of a decision are often emphasised, instead of the actual persons who started the case, as Dutch sociological research has shown. The article will secondly state that in the Mabo case the person Eddy Mabo and his Aboriginal companions were a lot more important. Not that one has to solely think of him and his clansmen as political activists who go to court to change the legal order. The analysis will show that Eddie Mabo c.s. represent a legal culture in its own right. That legal culture has a far much longer history than the two centuries of Anglo-Australian common law. Mabo came to the fore as someone who was entitled by Aboriginal law to bear witness of Aboriginal law. The fact that an Aboriginal actor as such is the pure actuality of law is hardly recognised by the Anglo-Australian legal culture.


Agnes Schreiner
Agnes Schreiner is als universitair docent werkzaam bij de Afdeling Algemene Rechtsleer, sectie Rechtssociologie, van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid, Universiteit van Amsterdam. Zij verzorgt onder meer het keuzevak Rechtsantropologie en het masterkeuzevak Anthropology of European Private Law. In 1990 promoveerde ze op Roem van het recht. Haar bijzondere belangstelling gaat uit naar recht & cultuur, recht & media, recht & ritueel, recht & semiotiek. Ze publiceerde onlangs eveneens over Australië: How Law Manifests Itself in Australian Aboriginal Art (2013).

Mr. M.J. Schaufeli
Mauricette Schaufeli is advocaat bij De Brauw Blackstone Westbroek N.V.

Mr. B. de Rijke
Bart de Rijke is advocaat bij De Brauw Blackstone Westbroek N.V.

    In this article I will explore the concept of transgression within the realm of rock music using the biography of Lou Reed, known for such songs as ‘Walk on the Wild Side’ and ’I’m Waiting for the Man’. I discuss Lou Reed’s social transgressions as a reaction to and resistance toward institutions of social control such as family, media and the music industry, which stigmatized him as an outsider. This study, which is based on secondary material, such as biographies, interviews and songs, shows how Lou Reed transgressed social norms with respect to drugs, sex, and gender.


Thaddeus Müller
Dr. Thaddeus Müller is verbonden aan de sectie criminologie van de Erasmus Universiteit Rotterdam. E-mail: Muller@law.eur.nl.

Mr. dr. R.H. de Bock
Praktijk

Inzage in het medisch dossier en het beroepsgeheim

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 3 2013
Trefwoorden wilsbekwaamheid, medisch dossier, medisch beroepsgeheim, HR 20 april 2001, NJ 2001, 600, wetsvoorstel Wet cliëntenrechten zorg
Auteurs Mr. L.A.G.M. van der Geld
SamenvattingAuteursinformatie

    Als de wilsbekwaamheid van erflater ten tijde van het maken van het testament wordt betwist, komt de vraag op of in verband met de bewijsvoering daarvan inzage mogelijk is in het medisch dossier van erflater. Het medisch beroepsgeheim geldt ook na overlijden van een patiënt, maar kan onder voorwaarden worden doorbroken. In deze bijdrage wordt daar een korte verkenning naar gedaan.


Mr. L.A.G.M. van der Geld
Mr. L.A.G.M. van der Geld is juridisch directeur van Netwerk Notarissen, kandidaat-notaris en docent aan het Centrum voor Notarieel Recht van de Radboud Universiteit Nijmegen.
Artikel

Legitimiteit via procedurele rechtvaardigheid: kunnen herstelrechtelijke praktijken de maatschappelijke legitimiteit van het strafrecht verhogen?

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 2 2013
Trefwoorden procedural justice, legitimacy,, restorative justice, mediation,, perceptions of fairness
Auteurs Vicky De Mesmaecker
SamenvattingAuteursinformatie

    Contemporary scholarly literature is full of references to the crisis of the criminal justice system. The general public seems to increasingly lose confidence in the criminal justice system and its actors. In this article we look into the potential manners in which restorative justice practices can enhance the legitimacy of the criminal justice system. Our analysis is based on the observation that by actively engaging victims and defendants in the resolution of their conflict, restorative practices seem to accommodate a necessary condition of procedural fairness. Since research on procedural justice and legitimacy in turn suggests that the legitimacy of the criminal justice system is based largely upon its perceived procedural fairness, we investigate whether participation in restorative practices improves perceptions of the legitimacy of the criminal justice system. To that end we describe the results of a qualitative study on the experiences of victims and defendants who participated in victim-offender mediation in Belgium. Relating their experiences to the antecedents of procedural justice as described in the literature, we find that restorative practices in different ways enhance perceptions of procedural fairness. Yet these perceptions do not necessarily reflect on the criminal justice system. Our analysis suggests that the degree to which the perceptions of procedural fairness resulting from participation in a restorative practice influence an individual’s perceptions of the legitimacy of the criminal justice system depends on whether the restorative practice is seen as an integral part of the criminal proceedings. We found, for example, that this is more likely to be the case if the judge at trial formally acknowledges the parties’ participation in mediation. We conclude that more research on the degree to which people perceive the restorative practice to be a part of the criminal proceedings is needed in order to further flesh out this issue.


Vicky De Mesmaecker
Dr. Vicky De Mesmaecker is vrijwillig wetenschappelijk medewerker aan het Leuvens Instituut voor Criminologie (LINC, KULeuven) en Visiting Researcher aan Yale Law School. Email: vicky.demesmaecker@law.kuleuven.be

    In this feature authors review recently published books on subjects of interest to readers of Recht der Werkelijkheid.


Koen Van Aeken
Koen Van Aeken studeerde politieke en sociale wetenschappen en methodologie en promoveerde op een rechtssociologisch proefschrift aan de Universiteit Antwerpen. Sinds 2006 is hij verbonden aan de Tilburg Law School. Zijn onderwijs en onderzoek situeren zich op het terrein van de interdisciplinaire benadering van het recht, met bijzondere aandacht voor reguleringsvraagstukken.
Artikel

De Pardonregeling: risico’s van regularisatieprogramma’s en de in Nederland gehanteerde oplossingen

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 1 2013
Trefwoorden asylum, regularisation programme, residence permit, return migration
Auteurs Monika Smit, Moira Galloway en Vina Wijkhuijs
SamenvattingAuteursinformatie

    The 2007 Dutch Pardon Regulation, a regularisation programme to settle the legacy of the old immigration law, was meant to deal with backlogs in the settling of asylum procedures. According to the literature there are several risks attached to such regularisation programmes. The parties involved in the implementation of the Dutch Pardon Regulation managed to evade most of these risks, partly because of their great efforts and close cooperation. The results of the Regulation were according to plan with respect to the number of asylum seekers who received a permit in the context of the regulation and their housing. In two respects the Regulation did not have the desired result: temporary shelter in municipalities decreased but was not ended, and it proved difficult to carry through the return of people who were ineligible for the regularisation programme.


Monika Smit
Monika Smit is hoofd van de onderzoeksafdeling Rechtsbestel, Wetgeving en Internationale en vreemdelingenaangelegenheden (RWI) van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) van het ministerie van Veiligheid en Justitie.

Moira Galloway
Moira Galloway is freelance onderzoeker, zij is werkzaam geweest bij het WODC.

Vina Wijkhuijs
Vina Wijkhuijs is momenteel als senior onderzoeker verbonden aan het lectoraat Crisisbeheersing van het Instituut Fysieke Veiligheid/Politieacademie. Zij is eveneens werkzaam geweest bij het WODC.

    Voor een partij die een schadeclaim boven het hoofd heeft hangen, kan het van strategisch belang zijn een negatieve verklaring voor recht te vorderen. De eiser van een dergelijke vordering kan in geval van een grensoverschrijdend geschil op basis van de EEX-Verordening ‘shoppen’ tussen bevoegde Europese gerechten. Nadat de vordering is ingesteld bij een bevoegde rechter, kan de eiser er in beginsel van uitgaan dat een later door de wederpartij aangezochte rechter zich onbevoegd verklaart. Indien een negatieve declaratoire vordering is toegewezen, dient deze uitspraak in beginsel in alle lidstaten te worden erkend.


Mr. J.S. Kooij
Mr. J.S. Kooij is advocaat bij NautaDutilh te Amsterdam.
Artikel

Ik zie, ik zie, wat jij niet ziet

Het gebruik van paragnosten door de Nederlandse politie

Tijdschrift PROCES, Aflevering 3 2013
Trefwoorden Paragnosten, Opsporing, Politie, Regelgeving
Auteurs Priscilla van Hal MSc en Drs. Jasper van der Kemp
SamenvattingAuteursinformatie

    In many police investigations, a psychic turns up to help the investigation with his ‘extraordinary knowledge’ of the crime and the crime scene. Little is known about how the Dutch police deals with psychics and their information. We conducted research into this phenomenon through interviews with experts, a review of the legal literature and an online questionnaire for police practitioners. Although a guideline by the public prosecutor’s office states that psychics are not to be consulted without permission, most police practitioners are not aware of this guideline. At the moment, little is known about the actual use of information of psychics in police investigations.


Priscilla van Hal MSc
Priscilla van Hal MSc is afgestudeerd criminoloog en werkzoekend.

Drs. Jasper van der Kemp
Drs. Jasper van der Kemp is universitair docent Criminologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Artikel

Het nieuwe CEPANI Mediatiereglement van 2013

Tijdschrift Nederlands-Vlaams tijdschrift voor mediation en conflictmanagement, Aflevering 1 2013
Trefwoorden CEPANI, CEPINA, arbitration rules, domain names
Auteurs Herman Verbist en Luc Demeyere
SamenvattingAuteursinformatie

    On 1 January 2013 the new Mediation Rules of CEPANI (the Belgian Center for Arbitration and Mediation) entered into force. The 2013 CEPANI Mediation Rules replace the 2005 version of the CEPANI Mediation Rules and also the 2010 version of the CEPANI ICT (Information and Communication Technology) Mediation Rules. The 2013 Rules contain provisions on the introduction of the mediation, the appointment of the mediator, the mediation protocol to be established at the beginning of the mediation process, the conduct of the mediation, the confidentiality, the end of the mediation and its costs. The authors comment on these various provisions of the CEPANI Mediation Rules and explain thereby also the relevant provisions of the Belgian Mediation Law contained in Chapter VII of the Belgian Judicial Code.


Herman Verbist
Herman Verbist is advocaat aan de Balie te Gent en te Brussel, werkzaam bij Everest Advocaten, gastdocent aan de Universiteit Gent, erkend bemiddelaar en redacteur van dit tijdschrift.

Luc Demeyere
Luc Demeyere is advocaat aan de Balie te Antwerpen, werkzaam bij Contrast, erkend bemiddelaar en redacteur van dit tijdschrift.
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.