Zoekresultaat: 26 artikelen

x
Jaar 2010 x

John Blad
John Blad is hoofddocent strafrechtswetenschappen, verbonden aan de Erasmus Law School van de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Artikel

Ethiek en herstelrecht

Tijdschrift Tijdschrift voor Herstelrecht, Aflevering 4 2010
Trefwoorden restorative justice, ethics, moral praxis
Auteurs Bart Pattyn
SamenvattingAuteursinformatie

    Conceptions of what ethics are about inform the expectations one has when consulting ethicians. To illustrate this Pattyn shows how two different conceptions of ethics generate two opposite expectations. One could either consider ethics as a specific disciplinary domain that can evaluate and judge decisively about a certain phenomenon on the basis of fundamental criteria, or see ethics as the study of the ways in which a phenomenon – such as restorative justice – can appear as a morally accountable praxis in a specific cultural setting or ‘situated understanding’. Pattyn argues that only the second view makes sense and discusses several types of settings and understandings in relation to various types of judicial settlement. The conclusion following from the analysis is that the ambitions of restorative justice amount to an everyday moral strategy to heal the damaged cohesion of social groups after a transgression and to offer offender and victim alike the opportunity to rehabilitate.


Bart Pattyn
Bart Pattyn is als hoofddocent verbonden aan het Centrum voor Ethiek, Sociale en Politieke Filosofie (Overlegcentrum voor Ethiek) te Leuven.
Artikel

Herstelrecht en de maatschappelijke (re)integratie van de dader

Tijdschrift Tijdschrift voor Herstelrecht, Aflevering 4 2010
Trefwoorden restorative justice, social work, reintegration, structural problems
Auteurs Maria Bouverne-De Bie en Rudi Roose
SamenvattingAuteursinformatie

    Social (re-)integration is such a complex phenomenon that it is not possible to make a direct link between restorative justice and social reintegration of offenders. If one considers restorative justice, not in its utility for maintaining the law but as a praxis of social work, one could get the impression that restorative justice runs the risk of individualizing the social problem of crime by making offenders responsible and of losing sight of the structural dimensions causing or contributing to criminality. The same structural dimensions may appear to be a blockade for effective emancipation of offenders from their often marginal and powerless positions. Considered as a praxis of social work, restorative justice should be able to promote (the awareness of) accountability and the mutual exploration of the many roads that can lead to effective emancipation and reintegration.


Maria Bouverne-De Bie
Maria Bouverne-De Bie is als hoofddocent verbonden aan de vakgroep Sociale, Culturele en Vrijetijdsagogiek van de Universiteit van Gent.

Rudi Roose
Rudi Roose is als wetenschappelijk assistent verbonden aan de vakgroep Sociale, Culturele en Vrijetijdsagogiek van de Universiteit van Gent.
Artikel

Nut en onnut van morele beginselen en ‘hoge principes’

Een reactie op Bart Pattyn

Tijdschrift Tijdschrift voor Herstelrecht, Aflevering 4 2010
Trefwoorden restorative justice, ethics, moral praxis
Auteurs Bas van Stokkom
SamenvattingAuteursinformatie

    Van Stokkom endorses Pattyn’s criticism of principled ethics. It is more convincing to view ethics as a way to understand moral practices and moral experiences. For example, the ethical value of restorative justice practices resides in moral communication in which the participants strive for recognition. Nevertheless, Pattyn does not notice that moral justifications often rely on ethical principles. When we must make choices or introduce new policies, we often cannot escape justifications that fit in with ethical principles. Nevertheless, these principles may also paralyze or polarize discussions. In populist times – with its punitive rhetoric – it seems wise to keep public discussion at bay from ‘high restorative principles’ such as the ‘superfluity of punishment’ and concentrate on the narrative power of restorative justice practices.


Bas van Stokkom
Bas van Stokkom is als ethicus, socioloog en criminoloog verbonden aan de Vrije Universiteit Amsterdam en de Radboud Universiteit.

    Hoewel diverse grondrechten al sinds jaar en dag worden ingeroepen in Europese mededingingsprocedures, komen op deze grondrechten gebaseerde verweren nog iets minder voor in Nederlandse mededingingszaken. In deze bijdrage, die wegens haar omvang geen uitputtend overzicht vormt, zal nader worden ingegaan op een aantal grondrechtelijke leerstukken die in dat kader met name relevant lijken.


Mr. H.M.H. Speyart
Mr. H.M.H. Speyart is advocaat bij NautaDutilh N.V. te Amsterdam.
Artikel

Forensisch-medische expertise voor slachtoffers van huiselijk geweld

Hoe werken politie en forensische artsen samen?

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 4 2010
Trefwoorden huiselijk geweld, forensische geneeskunde, medische verklaringen, letselverklaring
Auteurs Tina Dorn, Manon Ceelen, Olga Boeij e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    In the Netherlands, police can request a physical examination of victims of domestic violence. These examinations can be either carried out by the physician who has treated the victim, or, alternatively, by a forensic physician. From a medico-legal point of view, an examination by a forensic physician has several advantages, as forensic physicians are independent and trained in examining victims of violence and reporting to the police. The aim of the current study was to (1) describe the structure of forensic services for victims of domestic violence in the Netherlands, (2) establish with whom the police request physical examinations of victims (forensic physician vs. physicians who have treated the victim), (3) explore the underlying reasons for the choice made and (4) elaborate how the current cooperation of police and forensic physicians can be improved in favour of victims of domestic violence. For this purpose, interviews were carried out with police professionals and forensic physicians throughout the country. The results demonstrated that victims can access forensic services almost exclusively on referral by the police. Furthermore, the police in most cases request physical examinations from physicians who have treated the victim and not from forensic physicians. Reasons for referring victims to treating physicians instead of forensic physicians are costs and lack of information on forensic services. Reports provided by treating physicians are criticized by the police for being illegible, incomprehensible, and lacking information on aspects which are of importance for the legal procedure. In short, the legal position of victims could be strengthened by requesting physical examinations from forensic physicians instead from treating physicians. A major obstacle to change is a lack of funding. Furthermore, forensic services for victims of domestic violence in the Netherlands could be improved if victims could access forensic services without referral of the police.


Tina Dorn
Dr. Tina Dorn is onderzoeker, afdeling Epidemiologie, Documentatie en Gezondheidsbevordering, GGD Amsterdam. Contactadres: GGD Amsterdam, afd. EDG, Postbus 2200, 1000 CE Amsterdam. Tel. 020-5555911. E-mail: tdorn@ggd.amsterdam.nl.

Manon Ceelen
Dr. Manon Ceelen is onderzoeker, afdeling Epidemiologie, Documentatie en Gezondheidsbevordering, GGD Amsterdam.

Olga Boeij
Dr. Olga Boeij is onderzoeker, afdeling Epidemiologie, Documentatie en Gezondheidsbevordering, GGD Amsterdam.

Kees Das
Dr. Kees Das is hoofd afdeling Forensische Geneeskunde, GGD Amsterdam.

Mariëtte Christophe
Mariëtte Christophe is programmaleider, Landelijk Programmabureau Huiselijk Geweld en de Politietaak.
Artikel

Vertrouwen in toezicht

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 4 2010
Trefwoorden toezicht, vertrouwen, controle
Auteurs Dr. ir. F.E. Six
SamenvattingAuteursinformatie

    In het Nederlandse debat over de rol van vertrouwen in toezicht en handhaving heerst verwarring over het begrip vertrouwen. Dit artikel kijkt kritisch naar de argumenten en schept meer duidelijkheid over het begrip en de voor toezicht belangrijke relatie tussen vertrouwen en controle. Vertrouwen is onvermijdelijk aan de orde in toezichtrelaties en kan dus het beste expliciet in toezichttheorie geconceptualiseerd worden. De conceptualisatie van vertrouwen in de responsieve toezichttheorie van Braithwaite e.a. is echter aan herziening toe. Aan de hand van recente inzichten uit de vertrouwensliteratuur worden uitgangspunten en contouren van een mogelijke vertrouwensbenadering in toezicht geschetst.


Dr. ir. F.E. Six
Dr. ir. F.E. Six MBA is werkzaam aan de Vrije Universiteit, Afdeling Bestuurswetenschappen.
Artikel

Zorgplichten in het concern

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 4 2010
Trefwoorden Concern, zorgplichten, moedermaatschappij, concernholding, maatschappelijk verantwoord ondernemen, MVO
Auteurs Prof. J.B. Huizink
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt onderzocht in hoeverre het begrip zorgplicht een rol speelt of zou kunnen spelen in concernverhoudingen, binnen groepen van vennootschappen. Daarbij wordt er in het bijzonder ingegaan op de moedermaatschappij of concernholding. In dit kader komen onder meer de volgende vragen aan bod: welk belang wordt er met zorgplicht gediend? Op welke wijze dient de moedermaatschappij de zorgplichten te vervullen? Wat zijn de gevolgen van schending van de zorgplicht? En hoe dient het fenomeen zorgplicht tegen de achtergrond van de daarmee beoogde doelen, als deze al expliciet gemaakt kunnen worden, te worden beoordeeld?


Prof. J.B. Huizink
Prof. J.B. Huizink is hoogleraar ondernemingsrecht aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

M. Schuilenburg
Mr. drs. Marc Schuilenburg is als docent criminologie verbonden aan de Faculteit Rechten van de Vrije Universiteit in Amsterdam.

E.A. van Zoonen
Prof. dr. Liesbet van Zoonen is als hoogleraar Communication and Media Studies verbonden aan de Loughborough University in Engeland.

F. Guadeloupe
Dr. Francio Guadeloupe is als docent en onderzoeker verbonden aan de afdeling Culturele Antropologie en Ontwikkelingstudies van de Radboud Universiteit in Nijmegen en de afdeling Culturele Antropologie van de Universiteit van Amsterdam.

Jacques Claessen
Jacques Claessen is universitair docent straf(proces)recht aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Maastricht.
Artikel

Wettelijke bepalingen voor herstelgerichte afdoeningen

Niet te weinig, niet te veel

Tijdschrift Tijdschrift voor Herstelrecht, Aflevering 3 2010
Trefwoorden bemiddelingsdiensten, wetgeving, preventie, strafproces
Auteurs Martin Wright
SamenvattingAuteursinformatie

    Legislation affects restorative justice in four ways: existing legislation may allow it, new laws may enable it, laws may limit it, or restorative justice may be the norm. Examples from different countries are given and specific questions about the relationship of restorative justice to the criminal justice system discussed. It is suggested that, broadly speaking, safeguards should be legislated and practice regulated by an independent body. It is concluded that restorative practices, have the potential to transform society’s response to harmful behaviour.


Martin Wright
Martin Wright is senior onderzoeker aan De Montfort Universiteit in Leicester, Engeland.
Artikel

Ontwikkelingsgericht bemiddelen

Conflicten als bron van groei

Tijdschrift Nederlands-Vlaams tijdschrift voor mediation en conflictmanagement, Aflevering 3 2010
Trefwoorden developmental mediation, retaining, adding, creating
Auteurs Diana Evers
SamenvattingAuteursinformatie

    The author discusses the potential of developmental mediation. In developmental mediation the focus of the mediator is on retaining, adding and creating.


Diana Evers
Diana Evers is werkzaam bij het Mediation Instituut Vlaanderen.
Artikel

Overlast op het plein

Over de architectuur van de openbare ruimte

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 5 2010
Auteurs N. Boonstra en M. Ham
SamenvattingAuteursinformatie

    Public spaces are often seen by policy makers en researches as places that are essential for a social cohesive society. In daily life public spaces tend to be jungles where citizens rather stay away. Research in Rotterdam shows that much people indeed do not feel at home on ‘their’ squares. This situation can be improved by another view on the fysical construction of public spaces and squares in particular. Places where you can only play soccer are often confiscated by one group. For instance benches can make a place more attractive for different groups.


N. Boonstra
Drs. Nanne Boonstra is senior onderzoeker bij het Verwey-Jonker Instituut.

M. Ham
Drs. Marcel Ham is journalist en eindredacteur van Tijdschrift voor sociale vraagstukken. Samen met Hans Boutellier voerden Boonstra en Ham redactie over het boek Omstreden ruimte. Over de organisatie van spontaniteit en veiligheid (2009).
Artikel

Access_open Is de vrijheid van godsdienst in de moderne multiculturele samenleving nog een hanteerbaar recht?

Tijdschrift Netherlands Journal of Legal Philosophy, Aflevering 2 2010
Trefwoorden freedom of religion, human rights, human dignity, traditional religion, unequal treatment
Auteurs Koo van der Wal
SamenvattingAuteursinformatie

    There are two fundamental problems with regard to the freedom of religion. The first concerns the content and scope of the right; the second, a possible unequal treatment between population groups. The first problem can only be dealt with by a preliminary analysis of the religious phenomenon, which precedes a legal definition. It turns out that there is a range of different types of religion, with on the one hand traditional forms of religion which are narrowly interwoven with the culture in question (all kinds of ‘cultural’ practices possessing a religious dimension), and on the other forms of religion which loosen to a considerable extent the ties between culture and religion. Evidently, the former types of religion cause problems in modern society. An additional problem is that freedom of religion as a modern basic right rests on a view of human being – including the idea of the inherent dignity and autonomy of the human person – which is at odds with the symbolic universe of traditional religion. The conclusion of the article is that in the modern pluralist society freedom of religion is on its way to becoming, or already has become, an unmanageable right. So the problems arising around this right (including that of unequal treatment) can only be solved in a pragmatic, not really satisfactory way. In that context, modern humanitarian standards should be observed in the implementation of the right of freedom of religion because fundamental human rights are connected with a specific concept of humanity.


Koo van der Wal
Koo van der Wal is emeritus professor of Philosophy at the University of Amsterdam and the Erasmus University Rotterdam.
Artikel

Het Spector-arrest: het weerlegbare vermoeden in een strafrechtelijke en mensenrechtelijke context

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 6 2010
Trefwoorden Europees strafrecht, EVRM, harmonisatie, richtlijnconforme interpretatie, marktmisbruik
Auteurs Mr. J.M.W. Lindeman
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Spector-arrest, waarin prejudiciële vragen van de Belgische rechter worden beantwoord, heeft al heel wat Nederlandse pennen in beweging gebracht. Daar is alle reden toe, want de uitspraak bevat op meerdere fronten interessante materie. Centraal in de uitspraak staat de duiding van het in de richtlijn marktmisbruik opgenomen verbod op handel met voorwetenschap, dat in Nederland is geïmplementeerd in artikel 5:56 van de Wet op het financieel toezicht (Wft). De door het Hof van Justitie van de Europese gemeenschappen (hierna: Hof van Justitie) gekozen invulling van deze verbodsbepaling roept enkele vragen op over de inpassing in het Nederlandse (bestuurs)strafrecht. Daarnaast spelen vraagstukken over al dan niet beoogde volledige harmonisatie van de richtlijn, de doorwerking van het EVRM en richtlijnconforme interpretatie.


Mr. J.M.W. Lindeman
Mr. J.M.W. Lindeman is als universitair docent straf(proces)recht verbonden aan het Willem Pompe Instituut voor strafrechtswetenschappen van de Universiteit Utrecht.
Artikel

Voor wie of wat is systeemtoezicht zinvol?

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 2 2010
Trefwoorden systeemtoezicht, interne borging, zelfregulerend vermogen, risicoanalyse
Auteurs Dr. M.E. Honingh en Dr J.K. Helderman
SamenvattingAuteursinformatie

    In de zoektocht naar meer doeltreffende en doelmatige arrangementen van overheidstoezicht, gooit ‘systeemtoezicht’ de laatste jaren hoge ogen. Binnen de rijksoverheid en Inspectieraad heeft zich in de afgelopen jaren in korte tijd een generieke beleidstheorie van systeemtoezicht ontwikkeld. Systeemtoezicht is gepresenteerd als ware het de Haarlemmerolie waarmee kwalen behorend bij overheidstoezicht zouden kunnen worden verholpen. Maar is het dat ook? In dit artikel betogen wij aan de hand van empirisch onderzoek in een zestal sectoren dat de beleidstheorie van systeemtoezicht zoals die zich ontwikkeld heeft vooral is gestoeld op verwachtingen in plaats van op empirie.


Dr. M.E. Honingh
Dr. M.E. Honingh is universitair docent bij de opleiding Bestuurskunde van de Radboud Universiteit Nijmegen.

Dr J.K. Helderman
Dr. J.K. Helderman is universitair docent bij de opleiding Bestuurskunde van de Radboud Universiteit Nijmegen.
Artikel

De marginverplichting bij handel in aandelenopties

Van Haanstra/Rabobank naar Nabbe/Staalbankiers

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 6 2010
Trefwoorden aandelenopties, zorgplicht, marginverplichting, zelfregulering
Auteurs Mr. B.T.M. van der Wiel
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage vormt de bakermat van de bijzondere zorgplicht, de marginverplichting bij handel in aandelenopties door particulieren, voorwerp van onderzoek. Juist ook voor de ontwikkelingen buiten het terrein van de handel in aandelenopties zijn de op dit terrein ontwikkelde gedachten nog steeds zeer invloedrijk. Bovendien is dit terrein ook zelf nog steeds in ontwikkeling. Geschetst worden de geschiedenis en het wezen van de handel in opties, de zelfregulering van de optiehandel en de rechtspraak over de marginverplichting.


Mr. B.T.M. van der Wiel
Mr. B.T.M. van der Wiel is advocaat bij Houthoff Buruma te Den Haag. Hij treedt regelmatig op voor financiële ondernemingen.
Artikel

De deelgeschilprocedure voor letsel- en overlijdensschade: nieuwe verantwoordelijkheden voor de rechter én voor partijen

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 2 2010
Trefwoorden Wet deelgeschilprocedure voor letsel- en overlijdensschade, deelgeschil, proportionaliteitstoets, forumshopping
Auteurs Prof. mr. A.J. Akkermans en Mevrouw mr. drs. G. de Groot
SamenvattingAuteursinformatie

    De Wet deelgeschilprocedure voor letsel- en overlijdensschade is een feit. De deelgeschilregeling wordt ingevoegd in het Boek 3 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering als een nieuwe titel 17, die de artikelen 1019w-1019cc Rv bevat. De inwerkingtreding ervan is voorzien voor 1 juli 2010. Zoals de lezers van TVP bekend zal zijn, beoogt de Wet deelgeschilprocedure het buitengerechtelijke traject bij de afhandeling van letsel- en overlijdensschade te verbeteren. De kerngedachte achter de regeling is dat partijen beter in staat zullen zijn om de buitengerechtelijke afwikkeling van de zaak tot een goed einde te brengen, wanneer zij op eenvoudige en snelle wijze de rechter kunnen vragen de knoop door te hakken over een vraag waar zij zelf maar niet uit kunnen komen. ‘From here to there and back again’ is dus het motto: van de onderhandelingstafel naar de rechter en dan weer terug, en dan hopelijk met een vlot bereikte vaststellingsovereenkomst als eindresultaat.


Prof. mr. A.J. Akkermans
Prof. mr. A.J. Akkermans is hoogleraar privaatrecht aan de Vrije Universiteit Amsterdam en is verbonden aan het Interfacultair samenwerkingsverband Gezondheid en Recht (IGER) van VU en VU medisch centrum en lid van de Projectgroep medische deskundigen in de rechtspleging.

Mevrouw mr. drs. G. de Groot
Mevrouw mr. drs. G. de Groot is vicepresident van de Rechtbank Amsterdam en senioronderzoeker aan de VU en is verbonden aan het Interfacultair samenwerkingsverband Gezondheid en Recht (IGER) van VU en VU medisch centrum en lid van de Projectgroep medische deskundigen in de rechtspleging.
Toont 1 - 20 van 26 gevonden teksten
« 1
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.