Zoekresultaat: 24 artikelen

x
Jaar 2013 x

    Sinds de invoering van het Burgerlijk Wetboek in 1838 heeft men herhaaldelijk getracht de gronden voor echtscheiding te verruimen. Hoewel deze gronden uiteindelijk pas verruimd werden in 1971, werd de tot die tijd bestaande situatie, waarbij echtscheiding slechts op vier gronden mogelijk was en echtscheiding met wederzijds goedvinden verboden was, als onwenselijk beschouwd. Dit gevoelen werd nog sterker na het arrest van de Hoge Raad uit 1883, de zogenaamde 'Groote Leugen'. Teneinde een einde te maken aan deze 'Groote Leugen' en in een poging het Nederlandse echtscheidingsrecht meer in lijn te brengen met het Duitse recht, heeft de Nederlandse secretaris-generaal voor Justitie, J.J. Schrieke, tussen 1942 en 1944 twee wijzigingsvoorstellen voorgelegd aan de Duitse autoriteiten welke destijds Nederland bezet hielden. Dit artikel analyseert beide wijzigingsvoorstellen en probeert een antwoord te geven op de vraag in hoeverre deze voorstellen het resultaat waren van een mogelijke invloed van het Nationaal Socialisme.
    ---
    Since the introduction of the Civil Code in 1838 one has repeatedly tried to extend the grounds for divorce. Although the grounds for divorce were not extended before 1971, the then existing situation, with only four grounds for divorce and a prohibition of divorce with mutual consent, was considered undesirable This sentiment became even stronger after the judgment of the Dutch Supreme Court of 1883, which became known as the 'Big Lie'. In order to stop this 'Big Lie' and in an attempt to bring Dutch divorce law more in line with German divorce law, the Dutch secretary-general of Justice, J.J. Schrieke, has presented the German authorities, which then occupied the Netherlands, with two draft revisions between 1942 and 1944. This article analyses both drafts and tries to answer the question to what extent these drafts were the result of a possible influence of National Socialism. This article is a summary of a part of the most important conclusions of the dissertation of the author, titled: 'National Socialist Family Law. The influence of National Socialism on marriage and divorce law in Germany and the Netherlands' defended at Maastricht University on 8 November 2012. A commercial edition of the dissertation is forthcoming.


Dr. Mariken Lenaerts LL.M., Ph.D.
Mariken Lenaerts obtained her doctorate at Maastricht University.
Artikel

Perspectieven van de buiten- en binnenwacht: de institutionele opgave van de rechtspraak

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2013
Trefwoorden internal and external reputation of the courts, value identity of the judiciary, governance of the judiciary
Auteurs Suzan Verberk, Paul Frissen, Paul ´t Hart e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    It is important for the Dutch judiciary to monitor how society, professional partners and litigants perceive the administration of justice. Different polls and studies provide this information. However, up until 2012 little was known about the way top-level (public and private) decision makers and opinion leaders view the functioning of the courts. This prompted the Council for the Judiciary to commission a study on the external reputation of the administration of justice. The results of this study show that there is neither reason for serious concern nor reason for complacency. Criticism was voiced with regard to the operational capacity of the courts, most notably the case processing time and the lack of technical innovation. Also, it was concluded that the judiciary should take a more proactive stance concerning external communication.A couple of months after the study on the external reputation of the courts was completed, some justices of the Court of Appeal Leeuwarden conceived the so-called ‘Manifest’. Among other things, they criticized the caseload, which in their view threatens the independence of judges. Approximately 700 judges supported the Manifest. So lack of internal support rather than lack of external support seemed to pose a problem for the judiciary. What should the judiciary’s course of action be? Whereas the reputation study points to increasing the operational capacity of the courts, the supporters of the Manifest warn that too strong a focus on output would endanger the quality of justice. These contradictory factors demand reflection on the value identity of the judiciary. In our view this requires the Council for the Judiciary to focus less on management and more on governance. For judges this requires that they, through the development of professional standards, define and refine their view on ‘good administration of justice’.


Suzan Verberk
Suzan Verberk is als wetenschappelijk adviseur verbonden aan de Raad voor de rechtspraak en aldaar verantwoordelijk voor het onderzoeksprogramma. Het onderzoeksprogramma staat ten dienste van de vorming en de uitvoering van de strategie van de Raad en beoogt bij te dragen aan vernieuwing van de rechtspraak. Voorheen was zij werkzaam in zowel de beleidsgeoriënteerde als de wetenschappelijke onderzoekspraktijk. Van haar hand verscheen in 2011 Probleemoplossend strafrecht en het ideaal van responsieve rechtspraak (Sdu Uitgevers).

Paul Frissen
Paul Frissen is decaan en bestuursvoorzitter van de Nederlandse School voor Openbaar Bestuur, hoogleraar Bestuurskunde aan de Universiteit van Tilburg en lid van de Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling. Recente publicaties van zijn hand: Van goede bedoelingen, de dingen die nooit voorbijgaan (Van Gennep 2012, tweede druk 2013) en De fatale staat. Over de politiek noodzakelijke verzoening met tragiek (Van Gennep 2013, derde druk 2013).

Paul ´t Hart
Paul ’t Hart is hoogleraar Bestuurskunde aan de Universiteit Utrecht en co-decaan bij de Nederlandse School voor Openbaar Bestuur. Hij schrijft de laatste tien jaar veel over leiderschap in politiek, bestuur en publieke organisaties. Daarnaast verricht hij veel onderzoek naar politiek-bestuurlijk crisismanagement en politiek-ambtelijke verhoudingen. Actuele publicaties zijn Understanding Prime-Ministerial Performance: Comparative Perspectives (Oxford University Press 2013) en The Oxford Handbook of Political Leadership (Oxford University Press 2014).

Stijn Sieckelinck
Stijn Sieckelinck is als sociaal- en wijsgerig-pedagogisch onderzoeker en als docent verbonden aan de vakgroep Pedagogiek van de Universiteit Utrecht. Van zijn hand zijn de onderzoeksrapportages Onbevoegd Gezag. Hoe burgers zelf de gezagscrisis aanpakken en Idealen op drift. Laatstgenoemd boek is een pedagogische kijk op radicalisering van jongeren, waarvan een internationale versie op dit moment wordt ontwikkeld in samenwerking met Deense en Britse onderzoekspartijen.
Artikel

Vluchtelingen, humanitaire hulp en conflict: de Karen National Union in Birma

Tijdschrift PROCES, Aflevering 6 2013
Trefwoorden Burma, Karen, Conflict, Refugees, Humanitarian aid
Auteurs Jelmer Brouwer MSc en Dr. Joris van Wijk
SamenvattingAuteursinformatie

    In this article we describe how and why the Karen National Union (KNU) has profited from international refugee camps and humanitarian aid in Thailand after they had been largely defeated in Burma. By assuming leadership positions in the refugee and camp committees, they have been able to maintain their specific ideology in the camps. Because humanitarian aid to these refugee camps was much higher than to victims and organizations in Burma itself, international donors and NGOs have disproportionately supported the KNU.


Jelmer Brouwer MSc
Jelmer Brouwer MSc is promovendus Criminologie aan het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van de Universiteit Leiden.

Dr. Joris van Wijk
Dr. Joris van Wijk is universitair hoofddocent Criminologie aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Vrije Universiteit Amsterdam.
Artikel

Beate Sirota en de gelijkstelling van mannen en vrouwen in artikel 24 van de Japanse Grondwet in 1947

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 3 2013
Trefwoorden Japanese Constitution, Japanese Civil code, Women's rights, Beate Sirota
Auteurs Peter van den Berg
SamenvattingAuteursinformatie

    Beate Sirota has been described as the ‘heroine of Japanese women’s rights’, because she contributed considerably to the inclusion of a forceful provision on the rights of women in the new Constitution of Japan as a member of the Government Section of the Supreme Commander for the Allied Powers (SCAP), headed by General Douglas MacArthur. Her role was serendipitous, because at first the Americans were not planning such a thorough revision of the Meiji Constitution (1890). Sirota was not a constitutional scholar, let alone an expert on the rights of women. She was hired only because she had spent her youth in Japan and spoke Japanese fluently. But once she got involved in the drafting of a new Constitution, her intimate knowledge of the position of women in Japanese society proved very useful. She proposed elaborate and detailed provisions on women’s rights in order to counter the expected resistance. This strategy turned out to be successful. Although Sirota was not substantially involved in the implementation of article 24, she returned to the United States in 1947. Since its introduction the provision has been a firm anchor for proponents of the emancipation of women in Japan.


Peter van den Berg
Peter A.J. van den Berg is als universitair hoofddocent verbonden aan de juridische faculteit van de Rijksuniversiteit Groningen (Vakgroep Algemene Rechtswetenschap en Rechtsgeschiedenis). Hij publiceert onder meer over constitutionele geschiedenis, geschiedenis van het staatsburgerschap en codificatiegeschiedenis. In 2007 verscheen van zijn hand The politics of European codification. A history of the unification of law in France, Prussia, the Austrian Monarchy and the Netherlands. Hij is een van de leiders van het door NWO als onderdeel van het programma ‘Omstreden Democratie’ gefinancierde project ‘Contested Constitutions’.

Prof. mr. W.D.H. Asser
Prof. mr. W.D.H. Asser is hoogleraar burgerlijk procesrecht aan de Universiteit Leiden en oud-raadsheer in de Hoge Raad der Nederlanden.
Artikel

Muziek, criminaliteit en cultuur

Tijdschrift Tijdschrift over Cultuur & Criminaliteit, Aflevering 3 2013
Trefwoorden Music, Crime, Culture, Criminology
Auteurs Tom Decorte en Dina Siegel
SamenvattingAuteursinformatie

    Various disciplines have a longstanding tradition of studying musical genres and the various functions of music, but few criminologists focus on music in their scientific work. This article discusses various relationships between music, crime and culture. We discuss the hypothesis of ‘criminogenic’ music genres, and countless examples of criminalisation of music. We point at the stilistic importance of music genres for subcultures and social movements, and we raise ethical aspects: music can also be used as an instrument of (symbolic) violence, as a punishment or even as torture. Finally, we discuss other functional uses of music: as a vehicle for human emotions, for therapeutic purposes, to influence the behavior of employees and consumers, to enhance feelings of public safety, and to prevent crime and nuisance.


Tom Decorte
Prof. dr. Tom Decorte is hoogleraar criminologie aan de Universiteit Gent. E-mail: Tom.Decorte@ugent.be.

Dina Siegel
Prof. dr. Dina Siegel is hoogleraar criminologie aan het Willem Pompe Instituut voor Strafrechtswetenschappen Universiteit Utrecht. E-mail: D.Siegel@uu.nl.
Artikel

Veiliger door de buurtwacht?

Over de veiligheidsbeleving van burgerparticipanten en het belang ervan voor lokaal veiligheidsbeleid

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 3 2013
Trefwoorden neighbourhood watch, citizen participation, fear of crime, safety perception, local safety policy
Auteurs Gwen van Eijk
SamenvattingAuteursinformatie

    This article examines the safety perception of citizen participants in neighbourhood watches. Two questions are central: to what extent is it correct to assume that participation increases feelings of safety, and what is the role of measuring safety perceptions in local safety policy? In-depth interviews with 21 participants in The Hague show that participation changes perceptions of safety both positively and negatively, which is related to contacts with other residents, the information they receive about safety and crime problems, and experienced effectiveness in solving problems. Participation seems to result rather in a more nuanced perception of safety. The article ends with a discussion on the value of a detailed insight into the perception of safety for local safety policies.


Gwen van Eijk
Dr. Gwen van Eijk is universitair docent Criminologie, Instituut voor Strafrecht en Criminologie, Faculteit der Rechtsgeleerdheid, Universiteit Leiden, Postbus 9520, 2300 RA Leiden E-mail: g.van.eijk@law.leidenuniv.nl
Artikel

Van stoornis naar neurocognitie in de behandeling van tbs-patiënten

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 4 2013
Trefwoorden disordered offenders, neurocognition, DSM-V, risk taxation, Good Lives Model
Auteurs K. von Borries, E. Bulten en Th. Rinne
SamenvattingAuteursinformatie

    Psychology, psychiatry, criminology and sociology provide scientific knowledge for the forensic psychiatry about disorders, the behaviour of offenders, offenses and the influence of the environment. In recent decades the What Works principles (risk, need, responsivity) became theoretical cornerstones of forensic psychiatry. However, additional theories have gained popularity: models addressing protective factors and the well-being of the delinquent. As in general psychiatry neurobiological research about the relationship between the brain and behaviour is influencing forensic psychiatry more and more. The translation of these results into regular assessment and treatment seems a matter of time. The development of a comprehensive neuropsychological test battery is an attempt to bridge the gap between this basic neurobiological-neurocognitive research and forensic psychiatric practice. This article describes the influence of the neurocognitive, neuropsychological knowledge in general and in particular the construction of this battery and its usefulness in daily practice. Whether this development is the beginning of a fundamental paradigm shift or an addition to the current approach, remains to be seen.


K. von Borries
Drs. Katinka von Borries is verbonden aan de Pompestichting in Nijmegen.

E. Bulten
Dr. Erik Bulten is verbonden aan de Pompestichting in Nijmegen.

Th. Rinne
Dr. Thomas Rinne is werkzaam bij het Pieter Baan Centrum van het Nederlands Instituut voor Forensische Psychiatrie in Utrecht.
Jurisprudentie

Smartengeld zonder bewuste smart

Rb. Utrecht 6 februari 2013, LJN BZ0813

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 2 2013
Trefwoorden smartengeld, immateriële schadevergoeding, bewustelozen, coma, functies aansprakelijkheidsrecht
Auteurs Mr. B.I. Bethlehem
SamenvattingAuteursinformatie

    In het Coma-arrest bepaalde de Hoge Raad dat comateuze slachtoffers recht hebben op smartengeld. Er bleef echter onduidelijkheid bestaan over de vraag of dergelijke slachtoffers slechts vergoedbaar nadeel hebben geleden wanneer bij hen achteraf sprake is geweest van een zekere mate van bewustzijn (de ‘beperkte opvatting’), of dat zij levensvreugde derven ongeacht de vraag of zij zich ooit nog bewust zullen zijn van het feit dat zij in coma hebben gelegen (de ‘ruime opvatting’). De Rechtbank Utrecht toont zich in haar vonnis van 6 februari 2013 (LJN BZ0813) voorstander van de ruime opvatting door smartengeld toe te kennen aan een comateus slachtoffer dat zich niet (aantoonbaar) bewust is (geweest) van het feit dat hij in coma ligt. Deze uitspraak strookt niet met de functies die met het toekennen van smartengeld worden geacht te worden verwezenlijkt.


Mr. B.I. Bethlehem
Mr. B.I. Bethlehem is advocaat bij Houthoff Buruma.
Artikel

Onveiligheid als stedelijkheidsfobie

Angst en onmacht in de hygiënische stad

Tijdschrift Tijdschrift over Cultuur & Criminaliteit, Aflevering 2 2013
Trefwoorden disorder, perception of crime and disorder, urbanism, public familiarity
Auteurs Bas van Stokkom
SamenvattingAuteursinformatie

    This article suggests that fears and concerns about disorder and crime are connected with urbanophobia, i.e. a low willingness to identify with public space and a certain incapacity to recognize deviancy and give it a place in one’s mind map. For this reason many citizens may not develop public familiarity. At the same time it is argued that tackling urban disorder is often necessary but not for reasons that proponents of repression and zero tolerance think. Current crime and disorder policies bring forth many counterproductive results, including increased fear and powerlessness. It seems more reasonable to combat disorder to undo the ‘situational normality’ of persistent forms of anti-social behaviour. For many citizens this signals a restoration of expected peaceful interaction.


Bas van Stokkom
Dr. Bas van Stokkom is verbonden aan het Criminologisch Instituut van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Radboud Universiteit en aan de afdeling bestuurswetenschap & politicologie van de Faculteit der Sociale Wetenschappen van de Vrije Universiteit te Amsterdam. Email: b.a.m.van.stokkom@vu.nl

    In this feature authors review recently published books on subjects of interest to readers of Recht der Werkelijkheid.


Koen Van Aeken
Koen Van Aeken studeerde politieke en sociale wetenschappen en methodologie en promoveerde op een rechtssociologisch proefschrift aan de Universiteit Antwerpen. Sinds 2006 is hij verbonden aan de Tilburg Law School. Zijn onderwijs en onderzoek situeren zich op het terrein van de interdisciplinaire benadering van het recht, met bijzondere aandacht voor reguleringsvraagstukken.
Redactioneel

Blauw licht

Tijdschrift PROCES, Aflevering 3 2013
Auteurs Dr. Janine Janssen
Auteursinformatie

Dr. Janine Janssen
Dr. Janine Janssen is hoofd onderzoek van het Landelijk Expertise Centrum Eer Gerelateerd Geweld (LEC EGG) van de Nederlandse politie en daarnaast verbonden aan de vakgroep Strafrecht & Criminologie van de Vrije Universiteit te Amsterdam. Zij is tevens redactielid van PROCES.
Artikel

One size does not fit all

Maatwerk voor opsporingsonderzoeken in CSV-beschrijvingen

Tijdschrift PROCES, Aflevering 3 2013
Trefwoorden OCG-mapping, organized crime, qualitative research, Organizational Network Analysis
Auteurs Alexandra Jones
SamenvattingAuteursinformatie

    Current mapping of organized crime groups (OCG’s) serves two opposing needs simultaneously: firstly, researching OCG’s should be done as judiciously as possible, due to the consequential nature of ensuing police investigations. Secondly, police analysts experience severe constraints on their OCG-reports, because of the demand by police management for ‘objectified’ reports, describing crime groups as briefly as possible in terms which allow for comparison of groups. This drive towards streamlining OCG-mapping comes at a cost: not all groups fit into the prescribed formats. We need to re-think the way in which we map OCG’s so as to better support police investigations.


Alexandra Jones
Alexandra Jones is taalkundige en als strategisch analist werkzaam bij de politie, Bureau Regionale Informatie van de Eenheid Den Haag. alexandra.jones@haaglanden.politie.nl.
Artikel

De Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT): (in) werking

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 1 2013
Trefwoorden WNT, topfunctionaris, publieke en semipublieke sector, ontslagvergoeding, overgangsrecht
Auteurs Prof. mr. L.G. Verburg
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 1 januari 2013 trad de Wet normering bezoldigingen topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT) in werking. Deze bijdrage bevat een beschouwing over deze ‘unieke’ wet: het doel, de keuzes, de middelen, het overgangsrecht en natuurlijk de vraag of de WNT bestand is tegen lieden die het beloningsspel niet (ruiterlijk) willen meespelen. Een uitvoerige beschouwing over het belangrijke thema van de uitkering wegens de beëindiging van het dienstverband (de ontslagvergoeding) − inclusief het terrein van de op non-actiefstelling − laat zien dat de WNT allerminst waterdicht is. De WNT laat daarbij een belangrijk gebied onbelicht: de praktijk van het maken van afspraken over een afkoop van wachtgeld/bovenwettelijke WW-rechten. De auteur doet de suggestie dat het kabinet het (zoals eerder toegezegd) in de loop van 2013 te verwachten wetsontwerp tot aanpassing van de WNT aangrijpt om enige verduidelijking te bieden omtrent de wijze waarop de praktijk volgens de wetgever met een en ander moet omgaan.


Prof. mr. L.G. Verburg
Prof. mr. L.G. Verburg is hoogleraar arbeidsrecht aan de Radboud Universiteit Nijmegen.
Casus

Het Europees Parlement op de bres voor een ‘Europese Awb’

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 2 2013
Trefwoorden Europese Unie, bestuursprocesrecht, impact assessment, Europees Parlement, Europese Ombudsman
Auteurs Prof. dr. A.C.M. Meuwese
SamenvattingAuteursinformatie

    De bijdrage bespreekt de recente resolutie van het Europees Parlement met aanbevelingen aan de Commissie betreffende het bestuursprocesrecht van de Europese Unie. Deze resolutie betekent een nieuwe impuls voor de jarenlange, vanuit de wetenschap, non-gouvernementele organisaties, de Europese Ombudsman en het Europees Parlement zelf aangezwengelde, discussie over codificatie van regels voor goed bestuur op EU-niveau.


Prof. dr. A.C.M. Meuwese
Prof. dr. A.C.M. Meuwese is hoogleraar Europees en vergelijkend publiekrecht bij het departement Publiekrecht, Encyclopedie en Rechtsgeschiedenis van Tilburg Law School. anne.meuwese@uvt.nl
Discussie

Llewellyn en het rechtsrealisme

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 1 2013
Trefwoorden codificatie, interpretatie, rechtsrealisme
Auteurs Prof. dr. W.J. Witteveen
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Amerikaanse rechtsrealisme is een stroming die zich richt tegen opvattingen die het recht buiten de maatschappij plaatsen in een apart domein (positivisme) of boven de maatschappelijke orde (natuurrecht). Hierbinnen neemt Karl Llewellyn een centrale positie in. Op basis van sociaalwetenschappelijk onderzoek (inclusief veldwerk bij de Cheyenne-indianen) ontwerpt hij een theorie over ‘law jobs’ die de basis is voor projecten die tot een realistische rechtspraak en realistische wetgeving leiden. Daarbij is vooral het begrip ‘situation sense’ van belang; het blijkt te operationaliseren tot een werkwijze die in vijf stappen tot een oordeel of beslissing leidt.


Prof. dr. W.J. Witteveen
Prof. dr. W.J. Witteveen is hoogleraar rechtstheorie en retorica aan de Universiteit van Tilburg. w.j.witteveen@uvt.nl

Mr. M.M. den Boer
Mr. M.M. den Boer is directeur Wetgeving en Juridische Zaken van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en redacteur van RegelMaat. mm.d.boer@minvws.nl
Artikel

Strafrecht en Verlichting

Over het karakter van een waarlijk verlicht strafrechtssysteem

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 1 2013
Trefwoorden criminal law system, Enlightenment, legal theory, retribution, risk assessment
Auteurs J.A.A.C. Claessen
SamenvattingAuteursinformatie

    This article examines the influence of the Enlightenment on the development of our criminal law system, using a legal theory perspective. On the basis of the dialectical character of this movement and the enlightened view on mankind, it is postulated that a true enlightened criminal law system is one in which there is both room for retribution, free will and responsibility as well as for prevention, causal determinism and risk. Furthermore, it is put forth that the daily practice of the criminal law has by now moved too far into the direction of prevention, causal determinism and risk, due to the ‘scientification’ and the simultaneous demoralisation of criminal law. As a result of these developments, it is out of the question to talk of a balanced and, consequently, of a truly enlightened criminal law system. Within the framework of the ‘scientification’ of the criminal law system, additional attention is devoted to the recent topic of neuroscience.


J.A.A.C. Claessen
Mr. dr. Jacques Claessen is als universitair docent straf(proces)recht verbonden aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Maastricht. Hij is tevens rechter-plaatsvervanger bij de Rechtbank Limburg.
Artikel

Wilsvrijheid en strafrechtelijke verantwoordelijkheid

Een rondgang langs fysicalisme, connectionisme en belichaamde cognitie

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 1 2013
Trefwoorden free will, criminal responsibility, fysicalism, connectionism, embodied cognition
Auteurs F. de Jong
SamenvattingAuteursinformatie

    In this article, the author defends two propositions related to the concepts of free will and criminal responsibility. Free will is defined as the capability of distancing oneself from one’s immediate surroundings and reflect on impulses. The first proposition is that it is a mistake to suppose – as do many neuroscientists adhering to objectivist theories on the human mind – that the concept of free will refers to a postulated natural phenomenon, the existence of which could, in principle, be established or falsified. Instead, the concept of free will constitutes a practice; it is a human artefact that is part and parcel of the differing means by which mankind structures intersubjective life. The second proposition is that the criminal law legitimately presupposes that persons normally act out of free will and that they, consequently, are morally responsible and accountable for the wrongful actions they perform. The author claims that his arguments for both propositions are supported by insights from the neuroscientific fields of connectionism and embodied cognition.


F. de Jong
Mr. dr. Ferry de Jong is als universitair docent strafrecht verbonden aan het Willem Pompe Instituut van de Universiteit Utrecht. E-mail: f.dejong1@uu.nl.
Artikel

De psychiater en toerekeningsvatbaarheid

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 1 2013
Trefwoorden forensic psychiatrists, criminal responsibility, administration of criminal justice, legal insanity, legal insanity standard
Auteurs G. Meynen
SamenvattingAuteursinformatie

    Currently, there is a vivid debate in the Netherlands about the possible non-existence of free will and its implications for criminal law, in particular for the concept of ‘criminal responsibility’. Especially forensic psychiatrists who advise the court on a defendant’s legal insanity feel uneasiness because of this discussion on free will. In this contribution the author suggests to reconsider the current practice in the Netherlands in which psychiatrists explicitly advise the court on legal insanity and to consider the option to leave the judgment on legal insanity entirely to the judge. Meanwhile, of course, psychiatrists will have to inform the judge about the defendant’s mental condition at the time of the crime and its influence on the defendant’s behaviour. If needed, in order to optimize communication between the medical domain (psychiatrist) and the legal domain (judge), a legal insanity standard could be developed and introduced.


G. Meynen
Prof. dr. Gerben Meynen is als bijzonder hoogleraar forensische psychiatrie verbonden aan de Universiteit van Tilburg.
Toont 1 - 20 van 24 gevonden teksten
« 1
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.