Zoekresultaat: 10 artikelen

x
Jaar 2016 x
Artikel

Versteviging van risicomanagement in het perspectief van de herziening van de Nederlandse Corporate Governance Code

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 10-11 2016
Trefwoorden risicomanagement, compliance, interne audit, corporate governance, herziening Code
Auteurs Mr. H. Koster
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel gaat de auteur in op de voorgestelde wijzigingen van de Nederlandse Corporate Governance Code op het terrein van risicomanagement. De auteur is positief over de voorgestelde wijzigingen. Wel zijn nog enkele verbeteringen mogelijk.


Mr. H. Koster
Mr. H. Koster is verbonden aan het Departement Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Utrecht.
Redactioneel

De discussie rondom discriminatie weggeveegd?

Tijdschrift PROCES, Aflevering 6 2016
Auteurs Maartje van der Woude
Auteursinformatie

Maartje van der Woude
Maartje van der Woude is hoogleraar Rechtssociologie aan het Van Vollenhoven Instituut. Tevens is zij als universitair hoofddocent Straf- en Strafprocesrecht verbonden aan het Instituut voor Strafrecht & Criminologie en is zij redactielid van PROCES.
Artikel

Rechercheren een vorm van street-level bureaucracy?

Een verkenning van de opsporingspraktijk naar georganiseerde misdaad

Tijdschrift PROCES, Aflevering 6 2016
Trefwoorden Street-level bureaucracy, Recherche, Georganiseerde misdaad
Auteurs Dr. Melvin Soudijn
SamenvattingAuteursinformatie

    Academic researchers in the Netherlands working on organized crime often make use of police files. This produces a lot of knowledge and helps building and testing theories about organized crime. However, it is also known that police files have their limitations. This article uses the concept of ‘street-level bureaucracy’ to explain some of these limitations. For instance, routines and biases can influence the way an investigation is conducted, i.e. avoiding or not following up certain lines of enquiry. Researchers who make use of case file analysis should therefore keep in mind the extent to which an investigation team functioned as a street-level bureaucracy.


Dr. Melvin Soudijn
Dr. Melvin R.J. Soudijn is senior onderzoeker bij de Landelijke Eenheid, Dienst Landelijke Informatievoorziening.
Artikel

Amerikaans rechtsrealisme en empirisch-juridisch onderzoek

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 6 2016
Trefwoorden American Legal Realism, Empirical Legal Studies, New Deal Policy, Research program, Lakatos
Auteurs Prof. dr. F.L. Leeuw
SamenvattingAuteursinformatie

    The American Legal Realism movement, which originated in the beginning of the twentieth century and was active until the Fifties, can be seen as one of the founders of current Empirical Legal Studies because of the importance it attached to social scientific knowledge on behavior of – for instance – judges and others involved in the judiciary. The author sketches several characteristics of Legal Realism at that time. Exploring their range of thought he also examines whether Legal Realism’s studies can be seen as a research program. The recent emergence of New Legal Realism in the US and elsewhere leads to the question what characterizes this (re)new(al) movement. Finally it is argued that American Legal Realism especially contributed to scientific progress by posing new questions, changing focus and by stressing the importance of empirical evidence.


Prof. dr. F.L. Leeuw
Prof. dr. Frans Leeuw is directeur van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum van het ministerie van Veiligheid en Justitie en daarnaast hoogleraar Recht, openbaar bestuur en sociaal-wetenschappelijk onderzoek aan de Universiteit Maastricht.

    This article examines the main assumptions and theoretical underpinnings of case study method in legal studies. It considers the importance of research design, including the crucial roles of the academic literature review, the research question and the use of rival theories to develop hypotheses and the practice of identifying the observable implications of those hypotheses. It considers the selection of data sources and modes of analysis to allow for valid analytical inferences to be drawn in respect of them. In doing so it considers, in brief, the importance of case study selection and variations such as single or multi case approaches. Finally it provides thoughts about the strengths and weaknesses associated with undertaking socio-legal and comparative legal research via a case study method, addressing frequent stumbling blocks encountered by legal researchers, as well as ways to militate them. It is written with those new to the method in mind.


Lisa Webley
Artikel

Het meten van effecten van de handhaving door de Belastingdienst

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 3 2016
Trefwoorden effectmeting, handhaving, toezicht, Belastingdienst, compliance
Auteurs Dr. Sjoerd Goslinga, Drs. Maarten Siglé en Prof. dr. mr. Lisette van der Hel
SamenvattingAuteursinformatie

    De maatschappij verwacht in toenemende mate dat toezichthouders de effecten van hun toezicht inzichtelijk maken. Dat geldt ook voor de Belastingdienst. Dit artikel bespreekt de theorie en de praktijk van effectmeting in het fiscale domein en levert zo een bijdrage aan de ontwikkeling van effectmeting van het (overheids)toezicht. Vastgesteld wordt dat in de praktijk een aantal uitdagingen het hoofd moet worden geboden wil de Belastingdienst daadwerkelijk tot een integrale effectmeting van het toezicht komen. Dit zijn: het expliciteren van de beleidstheorie, het vinden van de juiste determinanten van compliance, het meten van effecten van preventieve activiteiten, het opzetten van methodologisch verantwoord onderzoek en de organisatorische inbedding van effectmeting.


Dr. Sjoerd Goslinga
S. Goslinga is werkzaam bij de Belastingdienst en daarnaast als onderzoeker verbonden aan de Universiteit Leiden.

Drs. Maarten Siglé
M.A. Siglé is werkzaam bij de Belastingdienst en is daarnaast als PhD-student en docent verbonden aan de Nyenrode Business Universiteit.

Prof. dr. mr. Lisette van der Hel
E.C.J.M. van der Hel is werkzaam bij de Belastingdienst en daarnaast als hoogleraar effectiviteit van overheidstoezicht verbonden aan de Nyenrode Business Universiteit.
Discussie

Het episodisch geheugen en getuigenverhoor: wat moeten politieverhoorders hiervan weten?

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 3 2016
Trefwoorden Episodic memory, Interviewing witnesses, Quality interviews, Police practice
Auteurs Drs. Imke Rispens en Adri van Amelsvoort
SamenvattingAuteursinformatie

    Last year the article ‘Episodic memory and interviewing witnesses. What do police interviewers know about this topic?’ (Odinot, Boon & Wolters, 2015, TvC, 57(3), 279-299) was published in this journal. The article describes a study that explored the knowledge of police interviewers about episodic memory. The researchers concluded that police interviewers had insufficient knowledge of episodic memory and that this was related to the lack of psychological terms in the manual of the curriculum of police training. In this article we describe the lack of scientific consensus about episodic memory and the consequences of this for doing research with lists with theses about this subject. Differences between interviewing witnesses and suspects will be discussed. We also question whether it is necessary that police interviewers have thorough knowledge of episodic memory. More important is what knowledge does police need when doing interviews and how are these conducted? Some factors have a negative impact on the quality of those interviews, so we end up with some recommendations for improving the quality of interviews in police practice.


Drs. Imke Rispens
Drs. I.W. Rispens is recherchepsycholoog en als docent en gedragswetenschapper werkzaam bij de Politieacademie.

Adri van Amelsvoort
A.G. van Amelsvoort is freelance senior adviseur en docent. Hij was daarvoor hoofdinspecteur van politie in de functie van teamleider en kennismakelaar bij de Politieacademie. Hij is redacteur van de recherche-onderwerpen in de digitale kennisbank van Stapel & De Koning.
Artikel

Nudgen tegen versterking van het broeikaseffect

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 7-8 2016
Trefwoorden nudging, broeikaseffect, onrechtmatige daad, generieke zorgplicht, oneerlijke handelspraktijken
Auteurs Mr. Dr. M.F.M. van den Berg
SamenvattingAuteursinformatie

    Een nudge laat zich vertalen als een duwtje in de gewenste richting. Goed gebruik van nudging kan bijdragen aan vermindering van de versterking van het broeikaseffect. Naast enthousiasme over de potentie van nudging, bestaat echter ook debat over de juridische en ethische aspecten van dit fenomeen onder meer in relatie tot manipulatie en onrechtmatige daad. In dit artikel worden de mogelijkheden en grenzen van nudging met betrekking tot het broeikaseffect uiteengezet.


Mr. Dr. M.F.M. van den Berg
Mr. dr. M.F.M. van den Berg is zelfstandig trainer en adviseur op juridisch en compliance-gebied. Daarnaast is zij als research fellow verbonden aan het Tilburg Institute for Private Law (TIP) van Tilburg University en redacteur van dit tijdschrift.
Artikel

Understanding judges’ choices of sentence types as interpretative work: An explorative study in a Dutch police court

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 1 2016
Trefwoorden Judicial decision-making, sentencing type, (ir)redeemability, whole case approach
Auteurs Peter Mascini, Irene van Oorschot PhD, Assistant professor Don Weenink e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    This article critically evaluates the prevailing factor-oriented (e.g. a priori defined legal and extralegal characteristics of defendants) approach in analyses of judicial decision-making. Rather than assuming such factors, we aim to demonstrate how Dutch judges engage in interpretative work to arrive at various sentence types. In their interpretative work, judges attempt to weigh and compare various legal and extralegal features of defendants. Importantly, they do so in the context of the case as a whole, which means that these features do not have independent or fixed meanings. Judges select and weigh information to create an image of defendants’ redeemability. However, extralegal concerns other than redeemability also inform judges’ decisions. We argue that studying the naturally occurring interpretative work of judges results in a better understanding of judicial decision-making than outcome-oriented studies, which view criminal cases as collections of independent legal and extralegal factors.


Peter Mascini
Peter Mascini holds a chair in Empirical Legal Studies at the Erasmus School of Law of the Erasmus University Rotterdam, where he is also associate professor of sociology at the Faculty of Social and Behavioural Sciences. His research focuses on the legitimization, implementation, and enforcement of laws and policies.

Irene van Oorschot PhD
Irene van Oorschot is a PhD candidate at the Faculty of the Social Sciences at the Erasmus University Rotterdam and will soon start as a postdoctoral researcher at the Anthropology Department of the University of Amsterdam. Drawing on actor network theory and feminist studies of knowledge, her research focuses on legal and scientific modes of truth-production.

Assistant professor Don Weenink
Don Weenink is assistant professor of Sociology at the Department of Sociology at the University of Amsterdam. He has published work on, among other subjects, ethnic inequalities in judicial sentencing.

Gratiëlla Schippers
Gratiëlla Schippers has studied Sociology at the Erasmus University Rotterdam. For her master thesis she has done research about the understanding of judges’ choices of sentence types.
Artikel

CRIME Lab: pleidooi voor een nieuwe en vernieuwende criminologie

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 1 2016
Trefwoorden virtual reality, decision making, crime, technology, 360° video
Auteurs Mr. dr. J.L. van Gelder
SamenvattingAuteursinformatie

    New technologies such as social media, smartphones, GPS, the internet, sensors, and virtual environments are quickly becoming an increasingly influential part of our daily lives. While very relevant, and often highly accessible and user-friendly, criminologists have been slow to capitalize on the research potential of these technologies. CRIME Lab is a research initiative that promotes the use of new technologies and innovative methods to do cutting-edge crime research. In this article, the author discusses three different CRIME Lab research projects that all make use of virtual reality (VR), which, it is argued, can become a highly useful research method for criminologists in the coming years. The author demonstrates how the use of VR in these projects allows for answering research questions that are hard to address using conventional methods.


Mr. dr. J.L. van Gelder
Mr. dr. Jean-Louis van Gelder is als onderzoeker verbonden aan het NSCR. Hij is initiator en coördinator van NSCR’s CRIMElab.
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.