Zoekresultaat: 8 artikelen

x
Jaar 2017 x
Article

Access_open The Questionable Legitimacy of the OECD/G20 BEPS Project

Tijdschrift Erasmus Law Review, Aflevering 2 2017
Trefwoorden base erosion and profit shifting, OECD, G20, legitimacy, international tax reform
Auteurs Sissie Fung
SamenvattingAuteursinformatie

    The global financial crisis of 2008 and the following public uproar over offshore tax evasion and corporate aggressive tax planning scandals gave rise to unprecedented international cooperation on tax information exchange and coordination on corporate tax reforms. At the behest of the G20, the OECD developed a comprehensive package of ‘consensus-based’ policy reform measures aimed to curb base erosion and profit shifting (BEPS) by multinationals and to restore fairness and coherence to the international tax system. The legitimacy of the OECD/G20 BEPS Project, however, has been widely challenged. This paper explores the validity of the legitimacy concerns raised by the various stakeholders regarding the OECD/G20 BEPS Project.


Sissie Fung
Ph.D. Candidate at the Erasmus University Rotterdam and independent tax policy consultant to international organisations, including the Asian Development Bank.
Praktijk

Wat gebeurt er op de gang? Een kwalitatief empirisch onderzoek naar schikkingsonderhandelingen tijdens civielrechtelijke procedures

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 3 2017
Trefwoorden Settlement negotiations, Distributive negotiations, Qualitative empirical research, Biases, Heuristics
Auteurs Mr. Lucas Lieverse
SamenvattingAuteursinformatie

    There is little known on settlement negotiations during civil lawsuits in the Netherlands. Settlement negotiations take place during a (suspension of the) public court hearing. The public hearing takes place in the majority of the civil lawsuits in the Netherlands. The qualitative empirical research I am carrying out, intents to give insight in these settlement negotiations and questions what lawyers actually do during these negotiations. The research intents to contribute to the effectiveness of settlement negotiations in the sense that (i) the number of settlements increases and of compulsory settlements decreases, (ii) the perceived fairness of procedure and outcome in settled cases increases, and (iii) the number of resolved underlying conflicts increases.
    I expect to find that most settlement negotiations can be qualified as distributive negotiations (as opposed to integrative negotiations). Furthermore, based on a literature review on biases and heuristics I hypothesized that settlement could be more effective than they actually are. The paper touches on the methodology and on both hypotheses.


Mr. Lucas Lieverse
Lucas Lieverse is docent en onderzoeker bij Zuyd Hogeschool en voor zijn PhD-onderzoek als buitenpromovendus verbonden aan het Montaigne Centrum voor Rechtspleging en Conflictoplossing van de Universiteit Utrecht. Hij heeft als gewezen advocaat ervaring met en is geïnteresseerd in civiel (proces)recht en (juridische) conflictoplossing, waarbij hij inzichten uit verschillende disciplines verbindt.

    This paper discusses three approaches that can be helpful in the area of comparative rights jurisprudence, oriented in reference to three different kinds of studies that are possible in that area. To a large extent the methods for a comparative legal research depend on the research question and the goal of the researcher. First, a comparative law study may focus on the sociocultural context that led to the elaboration of differences or similarities in the protection of rights. Second, a comparative law approach can be a normative enterprise. It can focus on engaging in a philosophical analysis enlightened by the differences or similarities in the regulation of rights, in order to propose concrete solutions for the regulation of a right. Third, a comparative law approach can combine both elements of the two previously mentioned approaches. The paper discusses the challenges that the researcher faces in her attempt to use these methodologies and how these challenges can be overcome. The law as a normative discipline has its own constraints of justifiability. If what motivates a comparative law study is the search for principles of justice the researcher needs to persuade that her methodological approach serves her aim.


Ioanna Tourkochoriti
School of Law, NUI Galway, Ireland.

    Comparative methodology is an important and a widely used method in the legal literature. This method is important inter alia to search for alternative national rules and acquire a deeper understanding of a country’s law. According to a survey of over 500 Dutch legal scholars, 61 per cent conducts comparative research (in some form). However, the methodological application of comparative research generally leaves much to be desired. This is particularly true when it comes to case selection. This applies in particular to conceptual and dogmatic research questions, possibly also allowing causal explanations for differences between countries. This article suggests that the use of an interdisciplinary research design could be helpful, and Hofstede’s cultural-psychological dimensions can offer a solution to improve the methodology of selection criteria.


Dave van Toor
D.A.G. van Toor, PhD LLM BSc works as a researcher and lecturer in Criminal (Procedural) Law and Criminology at the Universität Bielefeld.
Artikel

Procederen of schikken?

The war puzzle

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 8-9 2017
Trefwoorden procederen, biases, mediation, decision analysis, kosten-batenanalyse
Auteurs Mr. R.J. Philips
SamenvattingAuteursinformatie

    Er wordt wereldwijd jaarlijks USD 150 miljard uitgegeven aan juridische procedures. In dit artikel onderzoekt de auteur waarom partijen er ondanks de hoge kosten voor kiezen zakelijke conflicten te beslechten door te procederen. Op basis van de uitkomsten bepleit hij aan de hand van een casus dat een meer kwantitatief financiële beoordeling van het nut van procederen veel procedures kan voorkomen.


Mr. R.J. Philips
Mr. R.J. Philips is medeoprichter en bestuurder van Redbreast, een procesfinancier in Amsterdam.
Artikel

Naar een duurzame cultuurverandering in de financiële sector?

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 7-8 2017
Trefwoorden eed, financiële sector, cultuur
Auteurs Mr. drs. C.C. Merkens RA en Mr. M.F.M. van den Berg
SamenvattingAuteursinformatie

    In de financiële sector is de eed of belofte, met daaraan gekoppeld tuchtrecht, ingevoerd om een cultuurverandering te bewerkstelligen. Zonder follow-up is de eed of belofte echter geen adequaat instrument, omdat het afleggen van de eed of belofte een eenmalig ‘impulsmoment’ is. Voor het realiseren van een cultuurverandering is meer nodig. De auteurs presenteren een model waarmee de eed of belofte binnen de financiële sector duurzaam effectief kan zijn.


Mr. drs. C.C. Merkens RA
Mr. drs. C.C. Merkens RA is managing consultant risk en compliance. Daarnaast is zij medevoorzitter van de kennistafel Cultuur & Gedrag bij de Vereniging voor Compliance Officers (VCO).

Mr. M.F.M. van den Berg
Mr. M.F.M. van den Berg is manager en trainer legal en compliance. Daarnaast is zij verbonden aan het Amsterdam Centre for Insurance Studies (ACIS) en redacteur van MvV.

    Ongeveer 20% van de echtscheidingen loopt uit op een zogenaamde conflict- of vechtscheiding. Om deze complexe echtscheidingszaken effectief aan te pakken, dienen professionals in het veld te beschikken over wetenschappelijk onderbouwde kennis over werkzame interventies. Mediation wordt vaak beschouwd als dé oplossing voor conflictscheidingen. Wetenschappelijk onderzoek laat echter een beperkte effectiviteit zien van mediation bij conflictscheidingen. Dit heeft onder andere te maken met de hoge prevalentie (rond 40%) van huiselijk geweld in conflictscheidingsgezinnen.
    In dit onderzoek is de visie van Nederlandse professionals over conflictscheidingen onderzocht en vergeleken met de kennis uit de wetenschappelijke literatuur. Met behulp van een online vragenlijst testten we het kennisniveau van 863 professionals die werken met conflictscheidingsgezinnen. Dit waren advocaten, professionals uit de jeugdzorg/-bescherming, mediators en professionals uit de GGZ.
    Professionals behaalden een gemiddelde score van 6,5 correcte antwoorden op een totaal van 11, waarbij juridische professionals significant beter scoorden dan sociale professionals. Slechts 17% van de professionals wist dat in bijna de helft van de conflictscheidingen huiselijk geweld een rol speelt. 55% van de professionals adviseerde in een geval van een al 7 jaar durende conflictscheiding mediation als effectieve interventie. 46% van de respondenten overschatte de prevalentie van valse beschuldigingen van huiselijk geweld en kindermishandeling bij conflictscheidingen.
    In opleidingen voor Nederlandse juridische en sociale professionals die werken met conflictscheidingsgezinnen dient meer aandacht besteed te worden aan wetenschappelijke kennis, zodat professionals handelen op basis van kennis in plaats van persoonlijke opvattingen en mythen.
    ---
    High conflict divorces are among the 20% of divorce cases that continue to escalate over time. In order to help solve these complex divorce cases, it is important that professionals in the field possess evidence-based knowledge to provide effective interventions. One of these possible interventions is mediation, which is often seen as a panacea for high-conflict divorce (HCD) cases. However, scientific research has shown limited effectiveness of mediation in HCD cases. This is partially associated with the high prevalence (around 40%) of domestic violence in HCD.
    The present study examined professionals’ perspectives on high conflict-divorce cases and compared their views with the available scientific evidence. By means of a web-survey, we tested the knowledge of different professional groups (N = 863) who work with HCD families. The sample consisted of lawyers, child welfare/child protection professionals, mediators and mental health professionals.
    The results showed that professionals on average gave 6.5 correct responses out of 11 questions in total and that legal professionals scored significantly better than social professionals. Only 17% of the professionals were aware that in almost half of all high-conflict divorce cases domestic violence is a problem. For a high-conflict divorce case spanning 7 years, mediation was advised as an effective intervention by 55% of professionals. 46% of respondents overestimated the prevalence of false allegations of child abuse in HCD cases.
    More attention to scientific knowledge on HCD in the educational curricula for Dutch legal and social professionals is needed, in order to assure that their professional activities and decision making are based on scientific evidence instead of personal biases and myths.


Prof. dr. Corine de Ruiter
Prof. dr. Corine de Ruiter is a licensed clinical psychologist (BIG) in The Netherlands. She serves as professor of Forensic Psychology at Maastricht University. She also has a private practice. Her research focuses on the interface between psychopathology and crime. She has a special interest in the prevention of child abuse and intimate partner violence because they are both very common and often overlooked in practice.

Brigitte van Pol Msc
Brigitte van Pol studied Psychology and Law at Maastricht University. Her involvement in this research dates from her Master’s thesis on the role of mediation in high conflict divorce. The authors would like to thank the participants for their time and effort in completing our websurvey.
Artikel

De invloed van snelle analyseresultaten op de interpretatie van een plaats delict

Een experimentele studie

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 1-2 2017
Trefwoorden forensic science, crime scene investigation, mobile identification techniques, hypothesis formation, database matches
Auteurs Jaimy Meeuwissen MSc, MCI, Madeleine de Gruijter MSc en Prof. dr. Christianne de Poot
SamenvattingAuteursinformatie

    Mobile identification techniques will, in the near future, make it possible to rapidly analyze DNA and fingerprint traces during a crime scene investigation, compare them with reference samples, and use the results in the investigation. In this experimental study the influence of these rapid analysis results on the formation of hypotheses, and of database matches in these results on the interpretation of traces by Crime Scene Investigators (CSIs) in the Netherlands was studied. A group of CSIs (N=65) conducted a simulated crime scene investigation. The analysis results as well as the moment these were provided were manipulated. The results show that the analysis results influence the formation of hypotheses by CSIs, and that this influence is time-dependent. Judgments by CSIs regarding the importance of traces were shown not to be influenced by database matches.


Jaimy Meeuwissen MSc, MCI
J.A.C. Meeuwissen MSc, MCI is recherchekundige bij de Nationale Politie, eenheid Oost-Brabant, Forensische Opsporing.

Madeleine de Gruijter MSc
M. de Gruijter MSc is promovendus bij het Lectoraat Forensisch Onderzoek aan de Hogeschool van Amsterdam.

Prof. dr. Christianne de Poot
Prof. dr. C.J. de Poot is hoogleraar criminalistiek aan de Vrije Universiteit Amsterdam, lector Forensisch Onderzoek aan de Hogeschool van Amsterdam en de Politieacademie en senior onderzoeker bij het WODC.
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.