Zoekresultaat: 29 artikelen

x
Jaar 2012 x
Artikel

Private rechtspraak: online én offline een realiteit

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 8 2012
Trefwoorden E-courts, alternative dispute resolution, online dispute resolution, eBay, Paypal
Auteurs C.N.J. de Vey Mestdagh en T. van Zuijlen
SamenvattingAuteursinformatie

    Private administration of justice is an online and offline reality. In this article the reality of online dispute resolution (ODR) is explored, using the example of eBay (60 million conflicts taken on each year). The issue of jurisdiction in online cases is clarified and an analysis is made of the causes of the propagation of ODR. Finally the new phenomenon of online dispute prevention (ODP) is examined. This leads to the conclusion that ODR started as an alternative form of dispute settlement, but more and more becomes a substitute for the public administration of justice.


C.N.J. de Vey Mestdagh
Dr. mr. Kees de Vey Mestdagh is hoofd van het Centrum voor Recht & ICT, Faculteit Rechtsgeleerdheid, Universiteit Groningen, www.rechtenict.nl, e-mail c.n.j.de.vey.mestdagh@rug.nl.

T. van Zuijlen
Tim van Zuijlen is student van de master Recht & ICT van het Centrum voor Recht & ICT.
Artikel

Aansprakelijkheidsbeperking van (markt)toezichthouders: de weg naar beter toezicht?

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 4 2012
Trefwoorden aansprakelijkheid, gatekeepers, preventie, rechtseconomie, toezichthouders
Auteurs Mr. drs. R.J. Dijkstra en Mr. dr. L.T. Visscher
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel onderzoeken wij met behulp van inzichten uit de rechtseconomie of beperking van de aansprakelijkheid van toezichthouders wegens falend toezicht wenselijk is. Omdat er redenen zijn om te vrezen dat onbeperkte aansprakelijkheid tot excessief toezicht leidt, betogen wij dat de aansprakelijkheid inderdaad beperkt moet worden. Deze beperking moet niet bestaan in een maximumbedrag waarvoor de toezichthouder aansprakelijk kan zijn, maar in een soepeler gedragsstandaard, zoals ‘opzet of grove schuld’.


Mr. drs. R.J. Dijkstra
Mr. drs. R.J. Dijkstra is werkzaam als parttime promovendus bij de Universiteit van Tilburg.

Mr. dr. L.T. Visscher
Mr. dr. L.T. Visscher is werkzaam als universitair hoofddocent bij het Rotterdam Institute of Law and Economics (RILE) van de Erasmus School of Law.

E. Dewitte
E. Dewitte is assistent aan het Instituut voor Goederenrecht, Katholieke Universiteit Leuven, Kulak.

V. Sagaert
V. Sagaert is hoogleraar aan de Katholieke Universiteit Leuven en Universiteit Antwerpen en directeur van het Instituut voor Goederenrecht van de Katholieke Universiteit Leuven.

    In its Betfair judgment, the Court of Justice ruled that the exclusive license system with respect to games of chance under Dutch law breaches Article 49 of the EC, now: Article 56 of the TFEU, concerning the free movement of services, and in particular the principle of equal treatment and the obligation of transparency. This article addresses the lessons which can be drawn from this judgement and which Dutch legal concepts could be applied to this 'European' obligation of transparency. According to the judgement, this is not only the case for 'public contracts'and 'concessions', but also to licenses under public law. This article addresses the meaning of these legal concepts and discusses to what extent this 'European' obligation of transparency applies to the relevant Dutch legal concepts.


Annemarie Drahmann
Annemarie Drahmann is promovenda aan de afdeling staats- en bestuursrecht van de Universiteit Leiden en senior Professional Support Lawyer bij Stibbe.
Artikel

De flex-BV nader belicht, een overzicht van de belangrijkste wijzigingen en nieuwe mogelijkheden die de wet introduceert

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 11 2012
Trefwoorden flexibilisering, flex-BV, uitkeringstest, balanstest, artikel 2:216 BW
Auteurs Mr. N.V. Douma
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage bespreekt de auteur de nieuwe wetgeving inzake de flex-BV die per 1 oktober 2012 in werking is getreden.


Mr. N.V. Douma
Mr. N.V. Douma is advocaat bij Stibbe.
Praktijk

Kartels en concernverhoudingen: extra zorgplicht voor moeders?

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 4 2012
Trefwoorden kartelinbreuk, toerekening, boete, concernverhoudingen, mededingingsrecht
Auteurs Mr. S.G.J. Smallegange en mr. L.L. Bremmer
SamenvattingAuteursinformatie

    Een boete voor een kartelinbreuk van een dochteronderneming kan aan een moedermaatschappij worden toegerekend als zij een economische eenheid vormen en de moeder een beslissende invloed uitoefent. De Europese Commissie gaat hierbij uit van een weerlegbaar vermoeden als de moeder 100% van het kapitaal bezit, waarbij de moeder het bewijs moet aandragen dat zij geen beslissende invloed heeft gehad op de dochter. Hoe zit dat bij andere posities van moedermaatschappijen? Bij de beoordeling kijkt de Commissie naar de feiten en omstandigheden van het geval. Overlap in besturen, management en zelfs negatieve zeggenschap kunnen beslissende invloed creëren. De moeder doet er daarom goed aan – voordat zij wordt geconfronteerd met een overtreding – inzichtelijk te hebben of zij als een economische eenheid gezien wil worden.


Mr. S.G.J. Smallegange
Mr. S.G.J. Smallegange is als advocaat werkzaam bij de vakgroep Europees en Mededingingsrecht AKD te Brussel.

mr. L.L. Bremmer
Mr. L.L. Bremmer is als advocaat werkzaam bij de vakgroep Europees en Mededingingsrecht AKD te Brussel.
Boekbespreking

De handdruk van de onderwereld

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 4 2012
Auteurs Prof. dr. Tom Vander Beken

Prof. dr. Tom Vander Beken
Casus

De verlieslijdende onzakelijke debiteurenrisicolening: aftrekbaar?

Waarom sommige leningen fiscaal geen aftrekbaar verlies opleveren

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 3 2012
Trefwoorden ODR-lening, OR-lening, onzakelijke lening, lening met onzakelijke voorwaarden, TBS-lening
Auteurs Mr. H. Halma
SamenvattingAuteursinformatie

    Onduidelijk was hoe de lening die een zo hoog debiteurenrisico heeft dat geen rente vastgesteld kan worden, omdat een derde deze lening niet zou willen verstrekken, gekwalificeerd moest worden in de fiscale winst- of resultaatsfeer, als lening of als kapitaal. Kwalificatie als lening betekent dat een aftrekbaar afwaarderingsverlies mogelijk is, terwijl in de kapitaalsfeer deze mogelijkheid niet bestaat. De afschrijving op lening met een hoog debiteurenrisico die een aandeelhouder aan zijn bv verstrekt, was in geschil. Deze bijdrage noemt als eerste het verschil in behandeling tussen kapitaal en leningen. Daarna wordt ingegaan op de arresten die de Hoge Raad in de afgelopen maanden gewezen heeft. De uitvoerige uitleg en toelichting die de Hoge Raad gegeven heeft, passeren daarbij de revue. Een aantal minpunten van deze arresten wordt opgesomd. Ten slotte wordt vermeld hoe de niet-aftrekbare afwaarderingsverliezen op een andere plaats op een ander tijdstip mogelijk wel als aftrekbaar verlies kunnen worden genomen.


Mr. H. Halma
Mr. H. Halma is docent bij de vakgroep Belastingrecht aan de Rijkuniversiteit Groningen.

Mr. dr. W.C.T. Weterings
Mr. dr. W.C.T. Weterings is advocaat bij Dirkzwager Advocaten & Notarissen N.V., sectie Aansprakelijkheid, Schade en Verzekering, Universitair Docent aan de Universiteit van Tilburg, vakgroep Business Law en gastprofessor aan de Universiteit Antwerpen, vakgroep Burgerlijk Recht.
Casus

Pitfalls in de overnamepraktijk

Enige regelmatig voorkomende valkuilen in koopcontracten

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 3 2012
Auteurs Mr. P.P.J. Jongen en mr. M.J.E. van den Bergh
Auteursinformatie

Mr. P.P.J. Jongen
Mr. P.P.J.Jongen is advocaaat bij Höcker Advocaten.

mr. M.J.E. van den Bergh
Mr. M.J.E. van den Bergh is advocaaat bij Höcker Advocaten.

Sabien Hespel
Sabien Hespel is assistent-onderzoeker aan de Katholieke Universiteit Leuven en verbonden aan het Instituut voor Sociaal Recht en het Leuvens Instituut voor Criminologie.
Jurisprudentie

Overgang van onderneming in een triptiek: economische activiteiten, anciënniteit en cao’s

HvJ EU 6 september 2011, C-108/10, JAR 2011/262 (Ivana Scattolon/Ministerio dell’Instruzione, dell’Università e della Ricerca)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 2 2012
Trefwoorden overgang van onderneming, behoud senioriteit/anciënniteit, direct toepassen eigen cao na overgang
Auteurs Prof. dr. R.M. Beltzer en Mr. F. Koopman
SamenvattingAuteursinformatie

    Het arrest Scattolon biedt minimaal drie interessante inzichten ten aanzien van overgang van onderneming. Ten eerste geeft het Hof van Justitie inzicht in de toepasselijkheid van Richtlijn 2001/23 op publieke ondernemingen. Ten tweede wordt de vraag beantwoord in hoeverre anciënniteit een voor overgang vatbaar recht is: de anciënniteit dient gekoppeld te zijn aan bij de vervreemder bestaande rechten. Opmerkelijk is dat het Hof tevens overwoog dat, indien anciënniteit op basis van deze regel niet zou overgaan, niettemin compensatie dient plaats te vinden indien de werknemer er anders substantieel op achteruit zou gaan. Ten slotte is hetgeen het Hof impliciet oordeelt over gebondenheid aan de overgekomen cao van groot belang voor de Nederlandse rechtspraktijk: het direct toepassen van de eigen cao na overgang van onderneming is mogelijk. Het Nederlandse recht is hier niet op berekend. Naar het oordeel van de auteurs ligt hier een taak voor de wetgever.


Prof. dr. R.M. Beltzer
Prof. dr. R.M. Beltzer is hoogleraar arbeid en onderneming aan de Universiteit van Amsterdam.

Mr. F. Koopman
Mw. mr. F. Koopman is advocaat arbeidsrecht bij Teekens Karstens.

Prof. mr. A.G. Castermans
Prof. mr. A.G. Castermans is hoogleraar burgerlijk recht aan de Universiteit Leiden.
Casus

De verpanding van lidmaatschappen van een coöperatie praktisch belicht

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 2 2012
Trefwoorden coöperatie, lidmaatschap, financiering, pandrecht, stemrecht
Auteurs Mr. N. Ouwerkerk en Mr. drs. A.G. de Neve
SamenvattingAuteursinformatie

    Als gevolg van het gebruik van coöperaties in concernverband wordt in toenemende mate door financiers verlangd dat ten behoeve van de financiers een pandrecht wordt gevestigd op de door de leden gehouden lidmaatschappen. In deze bijdrage wordt uiteengezet dat de tot op heden in de literatuur opgeworpen beperkingen niet aan een effectieve verpanding in de weg hoeven te staan. Bij gebrek aan wettelijk kader is maatwerk bij het opstellen van de statuten van de coöperatie en de akte van verpanding vereist. De auteurs beogen in deze bijdrage praktische handvatten te geven voor het redigeren van de statuten en de akte van verpanding.


Mr. N. Ouwerkerk
Mw. mr. N. Ouwerkerk is kandidaat-notaris bij Houthoff Buruma te Amsterdam.

Mr. drs. A.G. de Neve
Mr. drs. A.G. de Neve is advocaat-partner bij Houthoff Buruma te Rotterdam.
Jurisprudentie

Hof Amsterdam 13 december 2011, LJN BU8763

‘Quota pars litis’-financieringsovereenkomst; betrokkenheid advocaat

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 2 2012
Trefwoorden no cure, no pay, quota pars litis, nietigheid, dwaling, informatieplicht
Auteurs Prof. dr. W.H. van Boom
SamenvattingAuteursinformatie

    Advocaten mogen niet bij wege van ‘no cure, no pay’ een ‘quota pars litis’-vergoeding (QPL) bedingen. Maar wat als een derde-rechtspersoon dankzij bemiddeling door de advocaat als financier optreedt volgens een QPL-model, terwijl de benadeelde niet weet dat familieleden van de advocaat in het bestuur van die rechtspersoon zitting hebben? Het Hof Amsterdam beslist dat de afspraak overeind blijft en dat noch de rechtspersoon noch de advocaat schadeplichtig is. De zaak toont de noodzaak om te komen tot kwaliteitsregulering van QPL-financiering.


Prof. dr. W.H. van Boom
Prof. dr. W.H. van Boom is hoogleraar Privaatrecht aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en hoogleraar aan de Durham School of Law, Durham (Engeland).
Praktijk

Kroniek concentratiecontrole 2011

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 2 2012
Trefwoorden concentratiecontrole, kroniek, concentratie, concurrentie
Auteurs Mr. J.W. Fanoy en Mr. N.C. Stive
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze kroniek geeft een overzicht van de belangrijkste besluiten en informele zienswijzen van de Nederlandse Mededingingsautoriteit en de Nederlandse rechtspraak met betrekking tot concentratiecontrole. Ook zal nieuw beleid op dit gebied kort aan bod komen. Waar nodig hebben schrijvers kanttekeningen geplaatst bij de besluiten.


Mr. J.W. Fanoy
Mr. J.W. Fanoy is advocaat bij BarentsKrans in Den Haag.

Mr. N.C. Stive
Mr. N.C. Stive is advocaat bij BarentsKrans in Den Haag.
Artikel

De overeenkomst tot het verlenen van beleggingsadvies

Een gereguleerde contractuele verhouding

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 5 2012
Trefwoorden overeenkomst, opdracht, advies, beleggingsadvies, financieel toezicht, MiFID
Auteurs Mr. B. Bierens
SamenvattingAuteursinformatie

    De contractuele verhouding tussen een beleggingsonderneming en haar cliënt heeft een hybride karakter: verbintenisrechtelijk van aard, maar nader ingevuld door het financiële toezichtsrecht waaraan de beleggingsonderneming is onderworpen. Aan de hand van de overeenkomst tot het verlenen van beleggingsadvies belicht deze bijdrage een rechtsverhouding op het snijvlak van het BW en de Wft.


Mr. B. Bierens
Mr. B. Bierens is jurist bij Rabobank Nederland en als fellow verbonden aan het Instituut voor Financieel Recht (IFR), onderdeel van het Onderzoekcentrum Onderneming & Recht (OO&R) van de Radboud Universiteit Nijmegen.
Artikel

Gunstbetoon en medische hulpmiddelen

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 4 2012
Trefwoorden Gedragscode Medische Hulpmiddelen, gunstbetoon, medische hulpmiddelen, zelfregulering, reclame
Auteurs Mr. M.E. de Bruin en prof. mr. M.D.B. Schutjens
SamenvattingAuteursinformatie

    De wetgeving voor medische hulpmiddelen bevat – in tegenstelling tot de wetgeving voor geneesmiddelen – nauwelijks bepalingen over reclame en in het geheel geen bepalingen over financiële relaties (gunstbetoon) tussen leveranciers van hulpmiddelen en zorgprofessionals, waaronder artsen. Met ingang van 1 januari 2012 is de Gedragscode Medische Hulpmiddelen in werking getreden. Deze gedragscode bindt de leden van zes koepelorganisaties van fabrikanten/leveranciers van medische hulpmiddelen en stelt onder meer voorwaarden aan het geven van geschenken, financiële ondersteuning bij (deelname aan) bijeenkomsten, betaling voor dienstverlening en sponsoring. De Gedragscode gaat uit van wederkerigheid (wat leveranciers niet mogen aanbieden, mogen zorgprofessionals ook niet aannemen). Zorgprofessionals zullen formeel echter pas aan de Gedragscode gebonden zijn indien zij deze ook als zodanig hebben onderschreven.


Mr. M.E. de Bruin
Mirjam de Bruin is als juridisch adviseur op het gebied van de gezondheidszorg werkzaam bij Schutjens De Bruin.

prof. mr. M.D.B. Schutjens
Marie-Hélène Schutjens is als juridisch adviseur op het gebied van de gezondheidszorg werkzaam bij Schutjens De Bruin. Marie-Hélène Schutjens is tevens deeltijd hoogleraar farmaceutisch recht aan de UU.
Artikel

Jeugdzonde, eeuwig zonde?

Een onderzoek naar de beoordelingswijze van Verklaring Omtrent het Gedrag-aanvragen van jongeren

Tijdschrift PROCES, Aflevering 2 2012
Trefwoorden juvenile ex-offenders, collateral sentencing, conduct certificate, legitimacy
Auteurs Elina Kurtovic
SamenvattingAuteursinformatie

    This study aims to examine the practice of the decision making on conduct certificate requests of juvenile ex-offenders, as there has not been done any empirical research on this topic so far. 57 cases are studied in order to answer the question whether the decision making meets the legal and penological justifications for collateral sentencing. Conclusion is the decisions are not proportional as to the seriousness of the risks which are aimed to be prevented and the relation between the past convictions and the desired job. Moreover, the requests are being individually assessed, yet more weight should be attached to the age, interests and positive developments of juvenile ex-offenders. Only then, the decisions can be regarded legitimate and proportional and do hinder juvenile ex-offenders’ successful reintegration into society.


Elina Kurtovic
Elina Kurtovic is advocaat te Amsterdam.
Artikel

De beoordeling van een VOG-aanvraag

Tijdschrift PROCES, Aflevering 2 2012
Trefwoorden declaration of good conduct, integrity, screening, moral policy
Auteurs Mr. drs. Roy Wildemors
SamenvattingAuteursinformatie

    In this article, Roy Wildemors explains how the Central Organisation for Certificates of Good Conduct decides on an application for a certificate of good conduct (CGC). First, it is determined whether the applicant has a criminal record that is relevant to the purpose for which the CGC has been applied for. If he does not have one, the CGC will be granted. If he has, specific personal circumstances will be taken into account, e.g. the number of antecedents, his age and the time that has passed since his last antecedent. Finally, his interests will be balanced against those of society.


Mr. drs. Roy Wildemors
Mr. drs. Roy Wildemors is medewerker Juridische Zaken en Uitvoeringsbeleid bij de Dienst Justis.
Toont 1 - 20 van 29 gevonden teksten
« 1
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.