Zoekresultaat: 63 artikelen

x
Jaar 2010 x
Artikel

Ontslagrecht in het Koninkrijk der Nederlanden (2)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 3 2010
Trefwoorden ontslagrecht, concordantiebeginsel, Antillen, Aruba, arbeidsrecht, Koninkrijk der Nederlanden, doorwerking, Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden
Auteurs Mr. F.M. Dekker
SamenvattingAuteursinformatie

    Volgens artikel 39 van het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden zijn de wetgevers van de verschillende Koninkrijkslanden verplicht een aantal belangrijke rechtsgebieden ‘zoveel mogelijk’ op overeenkomstige wijze te regelen. In een tweetal artikelen onderzoekt de auteur in hoeverre zij met betrekking tot het ontslagrecht aan deze zogenoemde concordantieverplichting voldoen. Volgens de auteur houdt artikel 39 Statuut namelijk in dat een verschil in wetgeving tussen de drie Koninkrijkslanden slechts geoorloofd is indien daar een behoorlijke rechtvaardigingsgrond voor kan worden aangewezen. In dit tweede deel ligt de focus allereerst op gevolgen van de recente staatkundige hervormingen binnen het Koninkrijk voor het vigerende ontslagrecht. Conclusie hiervan is dat de materiële gevolgen voor het ontslagrecht zeer beperkt zijn. Met dit als uitgangspunt worden vervolgens de opzegbepalingen uit het BW, de rechterlijke ontbinding en het einde van rechtswege in de verschillende koninkrijkslanden met elkaar vergeleken. Uit deze vergelijking blijkt dat er tussen de verschillende landen een hoop ongerechtvaardigde verschillen bestaan. Deze verschillen lijken zich evenwel voornamelijk voor te doen op technisch-juridische gebieden. Bij het uitvaardigen van nieuwe wetgeving houden de wetgevers dus onvoldoende rekening met het concordantiebeginsel. De rechters uit het Koninkrijk kan men in dezen daarentegen weinig kwalijk nemen. Daar waar hun een zekere beoordelingsruimte wordt gelaten, bestaat er immers een grote mate aan concordantie. Door middel van concorderende interpretatie worden de open normen in de verschillende landen namelijk op dezelfde wijze ingevuld. Hierbij moet er echter wel voor worden gewaakt dat er een te grote mate van concordantie wordt bereikt. De rechter mag de verschillen in cultuur en gewoontes tussen de Koninkrijkslanden niet uit het oog verliezen.


Mr. F.M. Dekker
Mr. F.M. Dekker is externe promovendus aan de Rijksuniversiteit Groningen en advocaat(-stagiair) bij BarentsKrans N.V. te Den Haag.
Discussie

Europees contractenrecht: an expensive and time-consuming solution looking for a problem

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 4 2010
Trefwoorden Groenboek, Europees contractenrecht, consumenten, bedrijven
Auteurs Prof. mr. R.P.J.L. Tjittes en Mr. R. Meijer
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze ‘Impressie’ bespreken Tjittes en Meijer kort het nut en de noodzaak van een Europees contractenrecht. Zij gaan daartoe eerst in op de doelstellingen van een Europees contractenrecht. Immers, bij de beoordeling van nut en noodzaak moet worden bezien of de doelstellingen worden bereikt. Daarna bespreken zij kort de opties die de Europese Commissie voor ogen staan bij de invulling van een Europees contractenrecht. Vervolgens bespreken zij de behoefte van consumenten en bedrijven aan een Europees contractenrecht als optioneel rechtssysteem naast het nationale recht, om ten slotte in de laatste paragraaf tot een paar slotopmerkingen te komen.


Prof. mr. R.P.J.L. Tjittes
Prof. mr. R.P.J.L. Tjittes is werkzaam als advocaat bij Allen & Overy LLP, hoogleraar Privaatrecht aan de VU en raadsheer-plv. bij het Gerechtshof Arnhem.

Mr. R. Meijer
Mr. R. Meijer is werkzaam als advocaat bij Allen & Overy LLP.
Diversen

Boilerplate-clausules: Ketelbinkie in Contractenland?

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 4 2010
Trefwoorden boilerplate, standaard, bepaling, clausule, entire agreement
Auteurs Mr. M. Uijen
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage legt Martijn Uijen uit wat boilerplate-clausules zijn, waar ze vandaan komen en hoe ze in de Nederlandse contractspraktijk kunnen worden gebruikt. Van twaalf veel voorkomende boilerplate-clausules wordt een voorbeeldtekst gegeven; de voorbeelden worden vervolgens stuk voor stuk geanalyseerd en afgezet tegen de bepalingen van het BW. Bij een contract naar Nederlands recht blijken boilerplate-clausules soms overbodig te zijn en soms onverwachte effecten te hebben. In heel wat gevallen moeten ze bovendien nog gericht worden toegesneden op de Nederlandse verbintenisrechtelijke context. Uijen schetst op welke manier dat het beste kan worden gedaan.


Mr. M. Uijen
Mr. M. Uijen is advocaat bij Höcker.
Praktijk

Bevoegdheid, vertegenwoordiging en informatieplicht: bakens worden verzet

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 4 2010
Trefwoorden EEX-Verordening, schijn van vertegenwoordigingsbevoegdheid, terhandstelling van algemene voorwaarden, dienstverlening
Auteurs Mr. T.H.M. van Wechem en Mr. drs. J.H.M. Spanjaard
SamenvattingAuteursinformatie

    Het HvJEU heeft in recente jurisprudentie duiding gegeven aan artikel 5 lid 1 sub b EEX-Vo over de plaats van levering bij koop en de plaats van dienstverlening. De Hoge Raad heeft een landmarkarrest gewezen over de schijn van vertegenwoordigingsbevoegdheid. Daarnaast is per 1 juli 2010 een nieuw artikel 6:234 BW van kracht geworden. De schrijvers bespreken deze arresten en nieuwe wetgeving en constateren dat de arresten en wetgeving niet alleen vragen beantwoorden, maar ook tot nieuwe vragen leiden.


Mr. T.H.M. van Wechem
Mr. T.H.M. van Wechem is wetenschappelijk adviseur bij Baker & McKenzie advocaten, notarissen en belastingadviseurs.

Mr. drs. J.H.M. Spanjaard
Mr. drs. J.H.M. Spanjaard is advocaat bij La Gro Advocaten te Alphen aan den Rijn.
Artikel

Collectieve preventieve rechterlijke toetsing van bedingen in algemene voorwaarden: een bruikbaar wapen

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 12 2010
Trefwoorden collectieve actie, algemene voorwaarden, belangenorganisatie, abstracte toets van algemene voorwaarden, ontvankelijkheid
Auteurs Prof. mr. B. Wessels
SamenvattingAuteursinformatie

    Een collectief actiemechanisme dat zich in het bijzonder richt tegen onredelijke algemene voorwaarden is geregeld in Afdeling 6.5.3 BW (Algemene voorwaarden), in het bijzonder in de art. 6:240-243 BW. De Afdeling geeft regels voor de mogelijkheid dat bedingen in algemene voorwaarden op vordering van belangenorganisaties, waaronder consumentenorganisaties door een bijzondere rechter onredelijk bezwarend worden verklaard. In deze bijdrage een overzicht van haar toepassing door exclusief bevoegde rechter, Hof Den Haag.


Prof. mr. B. Wessels
Prof. mr. B. Wessels is hoogleraar internationaal insolventierecht aan de Universiteit Leiden en redactielid van dit tijdschrift.
Artikel

Asset tracing

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 12 2010
Trefwoorden asset tracing, fraude, beslag, art. 843a Rv, Engels recht
Auteurs Mr. V.C.J. Brugge en Mr. H.J.Th. Biemond
SamenvattingAuteursinformatie

    Asset tracing is het proces van het achterhalen van gestolen of verduisterde vermogensbestanddelen of de financiële opbrengst daarvan. In deze bijdrage wordt ingegaan op de bestaande juridische middelen die een benadeelde in Nederland daarvoor tot zijn beschikking heeft en tegen welke problemen een benadeelde daarbij in de praktijk aanloopt. In dat verband zal tevens worden gekeken naar de meer ontwikkelde praktijk van asset tracing in Engeland, en welke mogelijke lessen daaruit getrokken kunnen worden. Tot slot zal worden stilgestaan bij de rol van de politie en het Openbaar Ministerie in het proces van asset tracing.


Mr. V.C.J. Brugge
Mr. V.C.J. Brugge is werkzaam als advocaat bij Allen & Overy LLP.

Mr. H.J.Th. Biemond
Mr. H.J.Th. Biemond is werkzaam als advocaat bij Allen & Overy LLP.

    On 21 May 2008 the European Directive on certain aspects of mediation in civil and commercial matters was adopted. The directive will have to be implemented in Dutch legislation before 21 May 2011. The objective of the Directive is to facilitate access to alternative dispute resolution and to promote the amicable settlement of disputes, by encouraging the use of mediation and by ensuring a balanced relationship between mediation and judicial proceedings (Article 1(1)). As a result of the arrival of the European Mediation Directive mediation the Netherlands will get a legal basis and thereby recognition. This article inter alia discusses the Mediation Directive from the NMI's perspective and discusses the articles from the Directive relevant to NMI step by step.


Esther Gathier
Mr. Esther Gathier is beleidsmedewerker bij het NMI.
Jurisprudentie

Rechterlijke macht

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 4 2010
Trefwoorden kroniek rechterlijke macht, uniforme rechtstoepassing, competentiegrenswijziging, versterking cassatierechtspraak, mediation
Auteurs Mr. drs. G. de Groot
SamenvattingAuteursinformatie

    In de Kroniek rechterlijke macht wordt ingegaan op actualiteiten rondom uniforme rechtstoepassing. Betoogd wordt onder meer dat de ontwikkeling van eventueel toekomstig rechterlijk beleid gebaat is bij een algemeen aanvaarde methode. Verder wordt in deze kroniek aandacht besteed aan de beoogde wijziging van de competentiegrens in kantonzaken, die onder meer gevolgen heeft voor de relatieve competentie in kantonzaken en voor de beschikbaarheid van het Roljournaal. Daarnaast komen lopende uitvoeringstrajecten ter versterking van de cassatierechtspraak aan de orde. Tot slot wordt ingegaan op de problematiek van het verschoningsrecht voor mediators in samenhang met de implementatie van de Mediationrichtlijn.


Mr. drs. G. de Groot
Mr. drs. G. de Groot is vice-president van de Rechtbank Amsterdam.
Artikel

Vormerkung en derdenbeslag op de koopsom

HR 8 oktober 2010, LJN BN1252 (Van den Berg/Bernhard)

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 11 2010
Trefwoorden Vormerkung,, art. 7:3 lid 3 sub f BW, derdenbeslag, beslag op koopsom, verkoop registergoed
Auteurs Mr. J. de Bie Leuveling Tjeenk
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit is het tweede arrest van de Hoge Raad over de Vormerkung van art. 7:3 BW. De Hoge Raad beslist dat de koper van een registergoed die de koop heeft laten inschrijven in de openbare registers alleen wordt beschermd in de gevallen die expliciet worden genoemd in het derde lid van art. 7:3 BW. Het geval van derdenbeslag onder de koper op de koopsom valt niet onder de limitatieve opsomming van dit derde lid. Dit betekent dat een koper die in weerwil van een onder hem gelegd derdenbeslag de volledige koopsom aan de notaris betaalt, ten tweede male moet betalen, nu aan de beslaglegger. De Hoge Raad lijkt en passant de mogelijkheid van derdenbeslag onder de koper op de koopsom te hebben aanvaard.


Mr. J. de Bie Leuveling Tjeenk
Mr. J. de Bie Leuveling Tjeenk is als advocaat werkzaam bij De Brauw Blackstone Westbroek te Amsterdam.
Artikel

Letselschade en de patiëntenkaart: een bewijsrechtelijke beschouwing

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 4 2010
Trefwoorden patiëntenkaart, arbeidsvermogensschade, bewijslast, B./Olifiers, vergelijkingshypothese
Auteurs Mr. E.M. Deen
SamenvattingAuteursinformatie

    De regels van stelplicht en bewijslast, het arrest B.Olifiers waarin wordt geoordeeld dat de bewijslast van arbeidsvermogensschade bij de benadeelde ligt, de toepassing van de vergelijkingshypothese, de tegemoetkomingen van de benadeelde bij het leveren van bewijs en het feit dat ons medische verleden als gevolg van de dossierplicht van de arts is gedocumenteerd, moeten worden meegewogen in de patiëntenkaartdiscussie. Beschouwing van genoemde factoren leidt tot de conclusie dat het (eerst) de benadeelde zelf is die, wanneer geconfronteerd met de vraag inzage te geven in zijn patiëntenkaart, zijn belang bij het bewijzen van zijn arbeidsvermogensschadeclaim zou moeten afwegen tegen zijn belang bij privacy.


Mr. E.M. Deen
Mr. E.M. Deen is docent/onderzoeker privaatrecht aan de Vrije Universiteit te Amsterdam.
Boekbespreking

Door het poortje van de rechtbank

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 4 2010
Trefwoorden deskundigenadvies, civiele procedure
Auteurs Mr. F.J. Fernhout
SamenvattingAuteursinformatie

    Bespreking van G. de Groot, Het deskundigenadvies in de civiele procedure, Deventer: Kluwer 2008.


Mr. F.J. Fernhout
Mr. F.J. Fernhout is universitair hoofddocent burgerlijk procesrecht aan de Universiteit Maastricht.
Artikel

Privaatrechtelijke handhaving van het verbod om misbruik te maken van een economische machtspositie: excessieve prijsvoering in de Rotterdamse haven?

Hof Den Haag 1 juni 2010, LJN BM6398 (Havenbedrijf Rotterdam/de oliesector)

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 10 2010
Trefwoorden misbruik, economische machtspositie, excessieve prijzen, bewijslast, bewijsmogelijkheden
Auteurs Mr. dr. E.-J. Zippro
SamenvattingAuteursinformatie

    De privaatrechtelijke handhaving van het verbod om misbruik te maken van een economische machtspositie wegens het hanteren van excessieve prijzen is niet eenvoudig. In deze bijdrage wordt nader ingegaan op de bestaande bewijsmogelijkheden om in een civiele procedure aan te tonen dat misbruik wordt gemaakt van een economische machtspositie door het in rekening brengen van excessieve prijzen.


Mr. dr. E.-J. Zippro
Mr. dr. E.-J. Zippro is universitair docent burgerlijk recht aan de Universiteit Leiden en research fellow van de Leiden Law School.
Artikel

Wet bevolkingsonderzoek op gespannen voet met EU-recht

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7 2010
Trefwoorden vrijverkeersregime, gezondheidsdienst, e-commerce, genoomanalyse, Wet op het bevolkingsonderzoek
Auteurs Mr. R.E. van Hellemondt, Prof. mr. A.C. Hendriks en Prof. dr. M.H. Breuning
SamenvattingAuteursinformatie

    De Nederlandse overheid ziet met lede ogen aan dat consumenten via internet en zonder tussenkomst van medisch specialisten of andere deskundigen hun genenkaart laten ontcijferen. Dit onderzoek gebeurt door bedrijven die in andere landen zijn gevestigd, dan wel gebruik maken van de diensten van elders gevestigden. De consument krijgt aldus informatie over de kans op het krijgen van erfelijke aandoeningen. Deze onlineverkoop staat op gespannen voet met de Nederlandse wetgeving. Vandaar ook deze ‘buitenlandroute’,waarmee consumenten én bedrijven de Nederlandse regels betrekkelijk eenvoudig kunnen omzeilen. Deze bijdrage onderzoekt de ruimte van Nederland als EU-lidstaat om het aanbod van commerciële genoomanalyse te reguleren. De Nederlandse wetgeving wordt tegelijkertijd langs de Europese meetlat gelegd en blijkt niet EU-proof te zijn.


Mr. R.E. van Hellemondt
Mr. R.E. van Hellemondt is als onderzoeker/docent gezondheidsrecht verbonden aan de afdeling Ethiek & Recht van het LUMC.

Prof. mr. A.C. Hendriks
Prof. mr. A.C. Hendriks is hoogleraar gezondheidsrecht aan de Universiteit Leiden/LUMC.

Prof. dr. M.H. Breuning
Prof. dr. M.H. Breuning is hoofd van de afdeling Klinische Genetica van het LUMC.
Artikel

Stuiting van de verjaring in en buiten rechte

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 9 2010
Trefwoorden verjaring, stuiting, voorlopige bewijslevering, voorlopig getuigenverhoor
Auteurs Mr. M.L. Tuil
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel staan de eisen die de Hoge Raad stelt aan de stuiting van de verjaring in en buiten rechte centraal. Daarbij wordt in het bijzonder ingegaan op de stuitingsproblematiek in het kader van onderhandelingen en stuiting van de verjaring door handelingen zoals het verzoek tot het houden van een voorlopig getuigenverhoor.


Mr. M.L. Tuil
Mr. M.L. Tuil is postdoc bij de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Artikel

Enkele aandachtspunten aangaande de omgang met IPR-regels en vreemd recht volgens het voorgestelde Boek 10 BW

Een nationale IPR-codificatie in een context van europeanisatie van het IPR

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 9 2010
Trefwoorden internationaal privaatrecht, buitenlands recht
Auteurs Prof. dr. V. Van Den Eeckhout
SamenvattingAuteursinformatie

    Het codificatieproces van het Nederlandse internationaal privaatrecht bevindt zich in de eindfase. In deze bijdrage neemt de auteur enkele bijzondere aspecten van omgang met IPR-regels en vreemd recht volgens het voorgestelde Boek 10 Burgerlijk Wetboek onder de loep, met name de ambtshalve toepassing van IPR-regels en vreemd recht, evenals de problematiek van het in te schakelen surrogaatrecht indien vreemd recht niet kenbaar is of strijdig blijkt met de openbare orde. De door de Nederlandse wetgever ter zake gemaakte keuzes worden blootgelegd en gesitueerd in een context van europeanisatie van het internationaal privaatrecht.


Prof. dr. V. Van Den Eeckhout
Prof. dr. V. Van Den Eeckhout is professor ‘Vergelijkend en Europees internationaal privaatrecht’ aan de Universiteit Antwerpen en universitair hoofddocent internationaal privaatrecht aan de Universiteit Leiden.
Praktijk

Conflicthantering binnen de wettelijke vertegenwoordiging

Tijdschrift Nederlands-Vlaams tijdschrift voor mediation en conflictmanagement, Aflevering 3 2010
Trefwoorden Drs. A. Leijssen is directeur van Leijssen Bewindvoeringen b.v.T. Tiebosch studeert rechten.Legal protection, Guardian, conflict management, strategic interaction
Auteurs drs. André Leijssen en Tineke Tiebosch
SamenvattingAuteursinformatie

    In this article the focus is on conflicts in the legal protection of incapable adults. First a short explanation is given of protection measurements in Dutch family law. Second is discussed in which cases judges appoint or should appoint professional guardians instead of a member of the family of the incapable adult. The central issue in this article is the role of the guardian as an ‘arbiter’ in conflicts. According to his task he cannot be independent, because his primary task is to care for the interests of the incapable person. This may bring him in conflict with other parties involved. Particularly the fact that the guardian himself can be a party in a conflict makes his position and role special. Therefore, some methods of possible strategic interaction from the perspective of the guardian are discussed.


drs. André Leijssen
André Leijssen is directeur van Leijssen Bewindvoeringen b.v.

Tineke Tiebosch
Tineke Tiebosch studeert rechten.
Hoofdartikel

Ontslagrecht in het Koninkrijk der Nederlanden (1)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 2 2010
Trefwoorden ontslagrecht, concordantiebeginsel, Antillen, Aruba, arbeidsrecht, Koninkrijk der Nederlanden, doorwerking, Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden
Auteurs Mr. F.M. Dekker
SamenvattingAuteursinformatie

    Volgens artikel 39 van het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden zijn de wetgevers van de verschillende Koninkrijkslanden verplicht een aantal belangrijke rechtsgebieden ‘zoveel mogelijk’ op overeenkomstige wijze te regelen. In een tweetal artikelen onderzoekt de auteur in hoeverre zij met betrekking tot het ontslagrecht aan deze zogenaamde concordantieverplichting voldoen. In dit eerste deel van de tweeluik ligt de focus allereerst op het concordantiebeginsel. Volgens de auteur houdt artikel 39 Statuut in dat een verschil in wetgeving tussen de drie Koninkrijkslanden slechts geoorloofd is indien daar een behoorlijke rechtvaardigingsgrond voor kan worden aangewezen. Met dit als uitgangspunt worden vervolgens de drie regelingen inzake de preventieve ontslagtoetsing met elkaar vergeleken. Daaruit blijkt dat er tussen het Buitengewoon besluit arbeidsverhoudingen 1945 en de beide Landsverordeningen beëindiging arbeidsovereenkomsten een hoop ongerechtvaardigde verschillen bestaan. Ook tussen de landsverordeningen onderling bestaan de nodige verschillen. Geconcludeerd moet daarom worden dat de Koninkrijkswetgevers op dit terrein niet aan hun Statutaire concordantieverplichting voldoen.


Mr. F.M. Dekker
Mr. F.M. Dekker is externe promovendus aan de Rijksuniversiteit Groningen en advocaat(-stagiair) bij BarentsKrans N.V. te Den Haag
Jurisprudentie

Kennelijk onredelijk ontslag vanuit historisch perspectief verklaard

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 2 2010
Trefwoorden kennelijk onredelijk ontslag, schadevergoeding, vergoeding naar billijkheid, begroten, ex tunc, ontbinding, kantonrechtersformule, leeftijdsdiscriminatie
Auteurs Mr. D.J. Buijs
SamenvattingAuteursinformatie

    De arresten Van de Grijp/Stam en Rutten/Breed met betrekking tot kennelijk onredelijk ontslag hebben geleid tot commotie. Dat is begrijpelijk in het kader van de rechtsontwikkeling van het afgelopen decennium, maar wanneer de problematiek wordt geplaatst in het kader van de rechtsontwikkeling van de afgelopen eeuw, wordt het nieuwe onder de zon gevormd door de invoering van het nieuwe BW en de onbedoelde gevolgen daarvan voor de als bijzondere overeenkomst aangemerkte arbeidsovereenkomst. De arbeidsovereenkomst is minder bijzonder dan sommigen menen en de leer van de Hoge Raad met betrekking tot kennelijk onredelijk ontslag vergt weliswaar vaardigheden, maar de praktijk leert dat de rechter door de Hoge Raad niet voor een onmogelijke opgave wordt gesteld.


Mr. D.J. Buijs
Mr. D.J. Buijs is kantonrechter.
Artikel

Het IPR-vennootschapsrecht en Boek 10 BW: een nadere toelichting

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 7-8 2010
Trefwoorden internationaal privaatrecht, corporaties, vestigingsvrijheid, faillissement
Auteurs Mr. S.M. van den Braak
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel bespreekt de auteur het internationaal privaatrecht met betrekking tot corporaties. Daarbij gaat zij achtereenvolgens in op het toepasselijk recht, de verplaatsing van de statutaire zetel, de aansprakelijkheid in faillissement en de Wet op de formeel buitenlandse vennootschappen.


Mr. S.M. van den Braak
Mr. S.M. van den Braak is hoofddocent bij de sectie Handelsrecht en Notariaat, Molengraaff Instituut voor Privaatrecht, Universiteit Utrecht.
Toont 1 - 20 van 63 gevonden teksten
« 1 3 4
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.