Zoekresultaat: 68 artikelen

x
Jaar 2015 x
Artikel

Rechtseenheid binnen het Koninkrijk: kiezen tussen drie kwaden

Het is niet zo democratisch of het werkt niet

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2015
Trefwoorden consensusrijkswetgeving, concordantie, eenvormigheid, democratische legitimatie
Auteurs Mr. H.R. Schouten en Mr. C.C. van Niel
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt besproken op welke manieren binnen het Koninkrijk der Nederlanden eenheid kan worden bevorderd tussen de rechtsordes van de vier landen (Nederland, Aruba, Curaçao, Sint Maarten). De eerste vorm die wordt besproken, zijn onderlinge regelingen, met name consensusrijkswetgeving. Onderwerpen die in beginsel door de landen zelf worden geregeld, worden in dit geval door de landen gezamenlijk geregeld in rijkswetgeving. De tweede vorm is eenvormigheid, waarbij via een speciaal vastgestelde procedure wordt bevorderd dat wetgeving van de landen naar de letter hetzelfde is. De derde vorm is concordantie. Ook hier is van belang dat wetgeving van de landen zo veel mogelijk hetzelfde luidt, maar in tegenstelling tot eenvormigheid hoeft wetgeving hier niet naar de letter hetzelfde te luiden. De auteurs betogen dat deze vormen van rechtseenheid ofwel niet effectief zijn, ofwel dat vragen kunnen worden gesteld bij de betrokkenheid van de respectievelijke parlementen, met name die van de Caribische landen. Dit laatste aspect blijft volgens de auteurs in het artikel van Stip en Zijlstra in deze aflevering van RegelMaat onderbelicht, waar zij het hebben over rechtseenheid tussen rechtsordes. Tevens wordt in de bijdrage een verband gelegd tussen de ingewikkelde procedures voor de totstandkoming van consensusrijkswetgeving, eenvormige landsverordeningen en concordante wetgeving en het gebrek aan effectiviteit van deze instrumenten.


Mr. H.R. Schouten
Mr. H.R. Schouten was tot 1 juni 2014 wetgevingsjurist bij de directie Constitutionele Zaken en Wetgeving van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en is sinds die datum werkzaam bij het ministerie van Financiën. Zij was tot 1 februari 2015 redactiesecretaris van RegelMaat.

Mr. C.C. van Niel
Mr. C.C. van Niel is wetgevingsjurist bij de directie Constitutionele Zaken en Wetgeving van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en redactiesecretaris van RegelMaat.

    Deze bijdrage gaat over de verschillen tussen de enquêteprocedure als verzoekschriftprocedure en het kort geding als dagvaardingsprocedure. In beide procedures kunnen voorlopige ordemaatregelen worden verkregen, maar er bestaan belangrijke verschillen. Gedacht kan worden aan bijvoorbeeld het belang dat in de procedure centraal staat alsmede de rol die belanghebbenden spelen.


Mr. B. Kemp
Mr. B. Kemp is advocaat bij DVDW Advocaten te Den Haag, als universitair docent verbonden aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid, research fellow bij het Institute for Corporate Law, Governance and Innovation Policies (ICGI) van de Universiteit Maastricht.
Jurisprudentie

Verwerping beroep omkeringsregel

Hof Arnhem-Leeuwarden 31 maart 2015, ECLI:NL:GHARL:2015:2353

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 4 2015
Trefwoorden zorgplicht, risicoaansprakelijkheid, causaal verband, omkeringsregel
Auteurs Mr. M. Jongkind
SamenvattingAuteursinformatie

    Ouders stellen de camping aansprakelijk voor gehoorschade van hun zoon. Op 12 juni 2003 zou de zoon in het zwembad van de camping besmet zijn geraakt met de PA-bacterie. Daarna is geconstateerd dat een filter van het zwembad defect was. De ouders stellen dat de camping haar zorgplicht heeft geschonden, alsmede dat de camping risicoaansprakelijk is op grond van artikel 6:175, 6:174 of 6:173 BW. Met betrekking tot het causaal verband wordt een beroep gedaan op de omkeringsregel. Het gerechtshof oordeelt dat geen sprake is van risicoaansprakelijkheid ex artikel 6:175 BW. Het beroep op de omkeringsregel wordt verworpen.


Mr. M. Jongkind
Mr. M. Jongkind is advocaat bij Van Traa Advocaten te Rotterdam.
Jurisprudentie

Perikelen rondom artikel 4:25 lid 4 BW

Rb. Zeeland-West-Brabant 9 juli 2014, ECLI:NL:RBZWB:2014:5502 en Hof ’s-Hertogenbosch 4 december 2014, ECLI:NL:GHSHE:2014:5130

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 6 2015
Trefwoorden wettelijke verdeling, wilsrecht, stiefkind, uitlegging, vruchtgebruik
Auteurs Prof. mr. W. Breemhaar
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage worden de complicaties besproken waartoe een beschikking van de kantonrechter in de Rechtbank Zeeland-West-Brabant omtrent de toepassing van artikel 4:25 lid 4 BW aanleiding geeft.


Prof. mr. W. Breemhaar
Prof. mr. W. Breemhaar is senior raadsheer in het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden en bijzonder hoogleraar Bijzondere onderwerpen Notarieel recht aan de Universiteit van Amsterdam.
Artikel

Het voorontwerp van de implementatiewet richtlijn privaatrechtelijke handhaving mededingingsrecht

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 12 2015
Trefwoorden privaatrechtelijke handhaving, Europees mededingingsrecht, schadevergoeding, inbreuk op het mededingingsrecht
Auteurs Mr. dr. E.J. Zippro
SamenvattingAuteursinformatie

    Het voorontwerp van de implementatiewet richtlijn privaatrechtelijke handhaving mededingingsrecht is ter consultatie gepubliceerd. Het voorontwerp strekt tot omzetting van de richtlijn privaatrechtelijke handhaving mededingingsrecht. In deze bijdrage bespreekt de auteur aan de hand van het voorontwerp de voorgestelde wijzigingen in het BW en Rv.


Mr. dr. E.J. Zippro
Mr. dr. E.J. Zippro is advocaat bij ZIPPRO & MEIJER Advocaten te Amsterdam.
Artikel

Invordering dwangsommen

Tijdschrift StAB, Aflevering 4 2015
Auteurs Peter Cup

Peter Cup
Artikel

Ontbinding of opzegging van de huurovereenkomst wegens wanbetaling

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 4 2015
Trefwoorden Huurovereenkomst, Huur woonruimte, Beëindiging wegens huurachterstand, Drie maanden
Auteurs Mr. W.J. Noordhuizen
SamenvattingAuteursinformatie

    In deel 12 van de Studiereeks Nederlands-Antilliaans en Arubaans Recht (SNAAR), over het Nederlands-Caribisch huurrecht, werd opgemerkt dat een huurachterstand van ten minste drie maanden, waarbij op korte termijn geen concreet zicht bestaat op volledige afbetaling van het openstaande bedrag, doorgaans voldoende is om de huur te beëindigen. Een dergelijke vooropstelling komt men in de rechtspraak wel tegen. In de praktijk kan het door de verschillende procedures die aan ontruiming voorafgaan (doorgaans) meer dan drie maanden duren voordat de verhuurder weer over de woonruimte kan beschikken. Tijdens het wetgevingsproces zijn daarover in Sint Maarten vragen gesteld. Waar komt die driemaandentermijn vandaan? En is die (nog) wel gerechtvaardigd?


Mr. W.J. Noordhuizen
Mr. W.J. Noordhuizen is lid van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie en als zodanig werkzaam bij het Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba. Het artikel is op persoonlijke titel geschreven.
Jurisprudentie

Executieveilingen

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 5 2015
Trefwoorden Executieveilingen, Criminal charge, Eén enkele voortdurende inbreuk, Merkbaarheid, Artikel 6 Mw
Auteurs Marco Slotboom en Caroline Schell
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 18 december 2014 oordeelde de Rechtbank Rotterdam over de gegrondheid en hoogte van de boetes opgelegd door ACM aan handelaren op executieveilingen. Deze handelaren hadden zich naar de mening van ACM in de periode 2000-2009 schuldig gemaakt aan overtredingen van het kartelverbod van artikel 6 lid 1 Mw. Volgens de rechtbank beschikte ACM over voldoende bewijs om de gedragingen te kunnen kwalificeren als één enkele inbreuk en de handelaren voor die enkele inbreuk aansprakelijk te houden. De rechtbank achtte een verlaging van de opgelegde boetes met 10 procent passend door de financiële gevolgen voor de handelaren van de ACM-besluiten.


Marco Slotboom
Mr. dr. M.M. Slotboom is advocaat bij VVGB te Brussel.

Caroline Schell
Mr. C. Schell is advocaat bij VVGB te Brussel.
Artikel

De regisserende zaaksrechter: de regierol van de rechter volgens KEI

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 4 2015
Trefwoorden zaaksrechter, KEI, regierol, casemanagement
Auteurs Prof. mr. J.D.A. den Tonkelaar
SamenvattingAuteursinformatie

    Wat wetsvoorstel 34059 bedoelt met de regierol van de rechter werkt door bij het opstellen van procesreglementen en het doordenken van werkprocessen zoals dat nu in het project KEI gebeurt. De opvatting over de regierol die het wetsvoorstel uitdraagt, plaatst de zaaksrechter, die zo vroeg als mogelijk is bij de behandeling van de zaak wordt betrokken, op de voorgrond. Dit eist een andere aanpak van zaken dan tot nu toe bij veel gerechten gebruikelijk is.


Prof. mr. J.D.A. den Tonkelaar
Prof. mr. J.D.A. den Tonkelaar is senior rechter inhoudelijk bij Rechtbank Gelderland en hoogleraar Rechtspraak aan de Radboud Universiteit Nijmegen.

Prof. mr. W.D.H. Asser
Prof. mr. W.D.H. Asser is hoogleraar burgerlijk procesrecht aan de Universiteit Leiden en oud-raadsheer in de Hoge Raad der Nederlanden.
Artikel

Internationaal procederen

Verslag van de voorjaarsvergadering 2015 van de Nederlandse Vereniging voor Procesrecht

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 4 2015
Auteurs Mr. J.J. Dammingh en Mr. L.M. van den Berg
Auteursinformatie

Mr. J.J. Dammingh
Mr. J.J. Dammingh is universitair hoofddocent burgerlijk (proces)recht aan de Radboud Universiteit Nijmegen.

Mr. L.M. van den Berg
Mr. L.M. van den Berg is senior juridisch medewerker in de Rechtbank Gelderland en tevens verbonden aan de sectie burgerlijk (proces)recht van de Radboud Universiteit Nijmegen.
Artikel

De positie van de aandeelhouder bij een gedwongen omzetting van schuld in aandelenkapitaal buiten insolventie

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 11 2015
Trefwoorden herstructurering, dwangakkoord, enquêteprocedure, debt for equity swap
Auteurs Mr. G.J.L. Bergervoet
SamenvattingAuteursinformatie

    Het omzetten van schuld in aandelenkapitaal, of een debt for equity swap, kan een manier zijn om een onderneming succesvol financieel te herstructureren. In deze bijdrage wordt ingegaan op de mogelijkheden voorschuldeisers om buiten insolventie de zittende aandeelhouder te dwingen medewerking te verlenen aan een omzetting van schuld in aandelenkapitaal.


Mr. G.J.L. Bergervoet
Mr. G.J.L. Bergervoet is advocaat bij Clifford Chance te Amsterdam en is daarnaast als fellow verbonden aan het Onderzoekcentrum voor Onderneming & Recht aan de Radboud Universiteit Nijmegen.

    Hoe zou het toch komen dat feitenrechters al zo vaak zijn teruggeroepen door de Hoge Raad omdat ze te streng zijn geweest bij de beoordeling of een schriftelijke mededeling van de schuldeiser kan worden aangemerkt als een stuitingsbrief in de zin van art. 3:317 BW? Die vraag staat in deze bijdrage centraal.


Mr. E.M. van Orsouw
Mr. E.M. van Orsouw is partner bij Kennedy Van der Laan te Amsterdam.
Artikel

Het procedurele mijnenveld van het ontslag op staande voet

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 4 2015
Trefwoorden Ontslag op staande voet, Wwz, Kort geding, Voorwaardelijke ontbinding, Samenloop
Auteurs Mr. dr. F.G. Laagland

Mr. dr. F.G. Laagland

Daan Asser
Prof. dr. W.D.H. Asser is hoogleraar burgerlijk procesrecht aan de Universiteit Leiden en oudraadsheer in de Hoge Raad.
Artikel

Kunnen twee sets algemene voorwaarden cumulatief van toepassing zijn?

Over het verschil tussen een alternatieve dubbele verwijzing (Visser/Avéro-regel) en een cumulatieve dubbele verwijzing (Haviltex-regel) naar aanleiding van ForFarmers/Doens

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 10 2015
Trefwoorden algemene voorwaarden, toepasselijkheid, alternatieve (dubbele) verwijzing, cumulatieve (dubbele) verwijzing, toepasselijkheid meerdere sets algemene voorwaarden
Auteurs Mr. S.M. Lankhaar en Mr. dr. E.-J. Zippro
SamenvattingAuteursinformatie

    In Visser/Avéro oordeelde de Hoge Raad dat in een geval waarin twee sets algemene voorwaarden alternatief van toepassing zijn verklaard (‘óf-óf’), geen van deze sets deel uitmaakt van de overeenkomst indien niet is aangegeven welke van de sets in het gegeven geval van toepassing zal zijn. In ForFarmers/Doens heeft de Hoge Raad de vraag beantwoord of de Visser/Avéro-regel ook van toepassing is bij een cumulatieve dubbele verwijzing (‘én-én’).


Mr. S.M. Lankhaar
Mr. S.M. Lankhaar is als stafjurist verbonden aan de Rechtbank Rotterdam, afdeling Privaatrecht (Haven en handel).

Mr. dr. E.-J. Zippro
Mr. dr. E.-J. Zippro is advocaat bij ZIPPRO & MEIJER Advocaten te Amsterdam.
Artikel

Consequenties van beslag bij complexgewijze overdracht van vastgoed

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 10 2015
Trefwoorden beslag, vastgoedtransactie, zorgplicht notaris, notary letter
Auteurs Mr. M.M.G.B. van Drunen
SamenvattingAuteursinformatie

    Bij vastgoedtransacties wordt regelmatig een groot aantal registergoederen overgedragen. Wat zijn de consequenties van een beslag op een deel van de registergoederen? De auteur betoogt dat de zorgplicht van de notaris vereist dat deze aandacht besteedt aan de mogelijkheid dat op een deel van de registergoederen beslag wordt gelegd.


Mr. M.M.G.B. van Drunen
Mr. M.M.G.B. van Drunen is kandidaat-notaris bij De Brauw Blackstone Westbroek en als universitair docent verbonden aan het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht, Universiteit Utrecht.

Mr. J. de Boer
Mr. J. de Boer is lid van het Gemeenschappelijk Hof.
Artikel

Zaaien en oogsten bij enquêteprocedures

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 1 2015
Trefwoorden onderzoeksverslag, Ondernemingskamer, Fortis, aansprakelijkheidsprocedures, enquêterecht
Auteurs Mr. F.G.K. Overkleeft
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteur gaat in deze bijdrage in op het onderzoeksverslag als sluitstuk van de eerste fase bij de Ondernemingskamer. Wie heeft recht op inzage? En wanneer is het toegestaan mededelingen uit het onderzoeksverslag aan derden te doen? De auteur komt tevens met aanbevelingen om een onredelijke informatieasymmetrie in opvolgende civiele aansprakelijkheidsprocedures te voorkomen.


Mr. F.G.K. Overkleeft
Mr. F.G.K. Overkleeft is advocaat bij NautaDutilh te Amsterdam.
Artikel

De rechterlijke lijdelijkheid in rook opgegaan? De ambtshalve toepassing van de consumentenkoopregels nader toegelicht

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 9 2015
Trefwoorden consumentenkoop, ambtshalve toetsing, gemengde overeenkomsten, klachtplicht, bewijsvermoeden
Auteurs Mr. dr. A.G.F. Ancery en Mr. dr. drs. C.M.D.S. Pavillon
SamenvattingAuteursinformatie

    Recent heeft het HvJ vragen over consumentenkoop beantwoord. Deze bijdrage bespreekt de rol van de rechter bij de kwalificatie van de overeenkomst en de vraag wie als consument wordt aangemerkt. Daarnaast wordt ingegaan op de stelplicht en bewijslast bij de klachtplicht en het bewijsvermoeden van art. 7:18 lid 2 BW.


Mr. dr. A.G.F. Ancery
Mr. dr. A.G.F. Ancery is gerechtsauditeur bij de Hoge Raad der Nederlanden, universitair docent privaatrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen en redacteur van dit tijdschrift.

Mr. dr. drs. C.M.D.S. Pavillon
Mr. dr. drs. C.M.D.S. Pavillon is universitair docent privaatrecht aan de Universiteit Leiden.
Toont 1 - 20 van 68 gevonden teksten
« 1 3 4
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.