Zoekresultaat: 28 artikelen

x
Jaar 2018 x
Kroniek rechtspraak

Kroniek Rechtspraak Tuchtrecht

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 6 2018
Trefwoorden Tuchtrecht, tuchtmaatregelen, ouderlijk gezag, hoofdbehandelaarschap
Auteurs mr. C.A. Bol en mr. W.R. Kastelein
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze achtste kroniek Rechtspraak Tuchtrecht die in TvGR wordt gepubliceerd, worden in grote lijnen dezelfde onderwerpen behandeld als in de vorige kroniek. Het gaat dan om uitspraken over ontvankelijkheid en aanverwante procesrechtelijke onderwerpen, vraagstukken rond ouderlijk gezag, hoofdbehandelaarschap en regievoering, bevoegdheid en bekwaamheid, beroepsgeheim en dossiervoering, rapporten en verklaringen, alsmede de (zwaarte van) de door tuchtcolleges opgelegde tuchtmaatregelen.


mr. C.A. Bol
Caressa Bol is promovenda gezondheidsrecht, Faculteit der Rechtsgeleerdheid, Radboud Universiteit Nijmegen en docent/onderzoeker gezondheidsrecht, Erasmus School of Health Policy & Management, Erasmus Universiteit Rotterdam.

mr. W.R. Kastelein
Willemien Kastelein is advocaat/compagnon bij Nysingh advocaten-notarissen te Utrecht en hoofdredacteur van dit tijdschrift.
Artikel

Derde evaluatie van de WMO: hoelang kan de wet nog mee?

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 6 2018
Trefwoorden Wet medisch-wetenschappelijk onderzoek met mensen, informed consent, CCMO, METC, proefpersonenverzekering
Auteurs mr. dr. M.C. Ploem, mr. N.O.M. Woestenburg, prof. dr. S. van de Vathorst e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    Besproken wordt allereerst het algemene functioneren van de WMO, daarna zoomt het artikel in op het functioneren van de wet ten aanzien van de in de derde evaluatie onderscheiden deelthema’s: de reikwijdte van de wet; het informed consent-vereiste; het functioneren van de toetsingscommissies (CCMO en METC’s); de proefpersonenverzekering en het toezicht op de naleving van de wet. Vervolgens wordt aangegeven welke aanbevelingen het meeste prioriteit hebben en wordt ingegaan op de toekomstbestendigheid van de WMO.


mr. dr. M.C. Ploem
Corrette Ploem en Johan Legemaate werken bij het Amsterdam UMC/locatie AMC, afdeling sociale geneeskunde en zijn lid van de redactie van dit tijdschrift.

mr. N.O.M. Woestenburg
Nicolette Woestenburg en Suzanne van de Vathorst werken bij Pro Facto resp. het Erasmus MC, vakgroep ethiek en filosofie.

prof. dr. S. van de Vathorst

prof. dr. mr. J.K.M. Gevers
Sjef Gevers is emeritus hoogleraar Gezondheidsrecht.

prof. mr. J. Legemaate
Artikel

Etnische diversiteit en onveiligheidsgevoelens in de buurt

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 6 2018
Trefwoorden fear of crime, ethnic diversity, neighborhoods, Herfindahl-Hirschman Index, geo-linguistic classification
Auteurs Iris Glas MSc en Dr. Roel Jennissen
SamenvattingAuteursinformatie

    Living in a multicultural environment may be accompanied with an increased fear of crime. Residents may become alienated in a very diverse environment and withdraw themselves in their own social world. This ‘hunkering down’ may ensue feelings of unsafety. However, social scientists have done hardly any research on whether citizens who live in a multicultural environment in Western Europe actually feel more unsafe. This study seeks to contribute to fill in this knowledge gap. The authors’ research reveals that residents are more likely to feel unsafe in neighborhoods with a high degree of ethnic diversity. The aforementioned correlation is the most noticeable in neighborhoods consisting of people on medium incomes.


Iris Glas MSc
I. Glas MSc is PhD-kandidaat aan de Erasmus School of Social and Behavioural Sciences van de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Dr. Roel Jennissen
Dr. R. Jennissen is als senior wetenschappelijk medewerker verbonden aan de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid.
Artikel

Access_open Het schadefonds Van Vollenhoven

Hoe om te gaan met gedupeerden van acute overheidsmaatregelen ten behoeve van de gezondheid of veiligheid

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 12 2018
Trefwoorden schadefonds, schadevergoeding, nadeelcompensatie, insolventie, onrechtmatige overheidsdaad
Auteurs Mr. C.N.J. Kortmann
SamenvattingAuteursinformatie

    Omwille van de veiligheid moet de overheid soms ingrijpende maatregelen nemen, zoals recent de schorsing van de Stint als toegelaten voertuig op de weg. Van Vollenhoven vindt dat goed, maar er zou volgens hem wel een fonds moeten zijn voor de gedupeerden van zo’n maatregel. Het is niet moeilijk dit voorstel te bekritiseren, maar bij nadere beschouwing kan zo’n fonds, mits goed opgezet, best meerwaarde hebben.


Mr. C.N.J. Kortmann
Mr. C.N.J. Kortmann is advocaat bij Stibbe te Amsterdam en is tevens verbonden aan de Universiteit Utrecht.
Artikel

De geschatte waarde van het preventieprogramma Brandveilig Leven op basis van de contingente waarderingsmethode (CV – Contingent Valuation)

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 3 2018
Trefwoorden willingness-to-pay, contingent valuation, impact assessment, community fire safety
Auteurs David Bornebroek, Ron de Wit, Marc van Buiten e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    The Dutch Regional Fire Services collectively aim at preventing fire, casualties and damage. The main activity is informing citizens about fire risks and the appropriate measures they can take. From both a political and social perspective, it is valuable to know what the return of the Community Fire Safety program is. One way to chart the return of the program is a comparison of the cost of, and society’s willingness-to-pay for, the program. To estimate this willingness-to-pay, this article applies the contingent valuation method to a national representative sample of 806 Dutch citizens. The results show that willingness-to-pay of an average Dutch household is estimated to be between € 25.00 and € 35.67 per year provided the Community Fire Safety program improves the fire safety by 10%. At the national level, this amounts to 200 – 270 million euro annually. This value is seven to ten times more than the approximate costs of the current Community Fire Safety program.


David Bornebroek
David Bornebroek is manager/directeur van Twente Safety Campus en Teamleider (Brand) Veilig Leven en projectleider Risk Factory bij Brandweer Twente.

Ron de Wit
Ron de Wit is plaatsvervangend commandant van de Brandweer Twente.

Marc van Buiten
Marc van Buiten is universitair docent aan de faculteit Engeneering Technology aan de Universiteit Twente.

Ira Helsloot
Ira Helsloot is hoogleraar Besturen van Veiligheid aan de Radboud Universiteit.

Jasper de Bie
Jasper de Bie is als beleidsadviseur verbonden aan het ministerie van Justitie en Veiligheid.
Artikel

Access_open Het hoger beroep inzake het schietincident in Alphen aan den Rijn: hoe gerechtigheid zegevierde, en de geest in de fles bleef

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 3 2018
Trefwoorden secundaire aansprakelijkheid, Alphen aan den Rijn, schietpartij, relativiteit, zorgplicht
Auteurs Mr. K.L. Maes
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 27 maart 2018 is de politie door het Gerechtshof Den Haag aansprakelijk gehouden voor de door de slachtoffers en nabestaanden geleden letsel- en overlijdensschade vanwege het ten onrechte verstrekken van de wapenvergunning aan Tristan van der V., nadat deze aansprakelijkheid eerder op relativiteitsgronden strandde bij de Rechtbank Den Haag. In het onderhavige artikel worden beide uitspraken besproken en de afwijkende oordelen tegen elkaar afgezet. De kritieken waarmee met name het vonnis is ontvangen, geven bovendien aanleiding om de daarmee verweven secundaire aansprakelijkheidsproblematiek nader onder de loep te nemen. Want waarom hield de rechtbank de aansprakelijkheidsdeur zo krampachtig dicht, en zet het hof deze desondanks (meer) open?


Mr. K.L. Maes
Mr. K.L. Maes is advocaat bij Van Benthem & Keulen te Utrecht en als buitenpromovenda verbonden aan het Utrecht Centre for Accountability and Liability Law (UCALL) van de Universiteit Utrecht. Zij werkt aan een proefschrift over de zorgplicht van secundaire, private partijen jegens bezoekers van openbare ruimten.
Artikel

De ‘non-human (f)actor’ in cybercrime

Cybercriminele netwerken beschouwd vanuit het ‘cyborg crime’-perspectief

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 5 2018
Trefwoorden cyborg crime, cybercrime, cybercriminal networks, botnet, actor-network theory
Auteurs Dr. Wytske van der Wagen en Frank Bernaards LLM
SamenvattingAuteursinformatie

    Botnets, banking malware and other high-tech crimes are increasingly analyzed by criminological scholars. Their distributed and automated nature poses however various theoretical challenges. This article presents an alternative approach, denoted as the ‘cyborg crime’ perspective, which adopts a more hybrid view of networks and also assigns an active role to technology. The value of this approach is demonstrated by reflecting on findings from earlier empirical work that analyzes conversations between cybercriminals involved in botnets and related activities. The research shows that technological nodes can take an important position in the organizational structure of cybercriminal networks and do not merely have a functional role. Viewing technology as an actor within a criminal network might offer new criminological insights in both the composition of these networks and how to disrupt them.


Dr. Wytske van der Wagen
Dr. W. van der Wagen is als universitair docent verbonden aan de Erasmus School of Law (sectie Criminologie). In juni 2018 promoveerde zij aan de Rijkuniversiteit Groningen op het proefschrift From cybercrime to cyborg crime: An exploration of high-tech cybercrime, offenders and victims through the lens of actor-network theory.

Frank Bernaards LLM
F. Bernaards LLM is werkzaam als operationeel specialist bij Team High Tech Crime van de Dienst Landelijke Recherche.
Artikel

Access_open Onzekere risico’s en de verdeling van generieke causaliteitsonzekerheden vanuit twee paradigma’s

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 7-8 2018
Trefwoorden causaliteitsonzekerheid, onzekere risico’s, voorzorgverplichting, macro-effecten, risicoregulering
Auteurs Mr. dr. E.R. de Jong
SamenvattingAuteursinformatie

    Bij aansprakelijkheid en onzekere risico’s draait het om de verdeling van wetenschappelijke onzekerheden. In dit artikel wordt besproken dat vanuit een correctief paradigma men focust op de verdeling van onzekerheden tussen de procespartijen, terwijl het reguleringsparadigma de nadruk legt op de verdeling van onzekerheden over de maatschappij. Toepassing van beide paradigma’s leidt tot verschillende uitkomsten, onder meer in het kader van de onrechtmatigheid en het CSQN-verband.


Mr. dr. E.R. de Jong
Mr. dr. E.R. de Jong is als Universitair Hoofddocent verbonden aan het Utrecht Centre for Accountability and Liability Law (Ucall) en het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht van de Universiteit Utrecht.
Artikel

Access_open De redelijke grond: rechtsfeit of rechtsgrond?

Tijdschrift Tijdschrift voor Ontslagrecht, Aflevering 3 2018
Trefwoorden Redelijke grond Ontslaggrond, Rechtsfeit Rechtsgrond, Ontbindingsprocedure, Ambtshalve aanvulling, Wet arbeidsmarkt in balans (‘Wab’)
Auteurs mr. Marko Jovović en mr. Joren Wiewel
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 16 februari 2018 wees de Hoge Raad twee beschikkingen over de wijze waarop in ontbindingsprocedures (namelijk met toepassing van het bewijsrecht) moet worden vastgesteld of sprake is van een redelijke grond. De auteurs onderzoeken in deze bijdrage wat dit oordeel betekent voor de discussie over de vraag of redelijke gronden ambtshalve moeten worden toegepast. De auteurs analyseren de beschikkingen mede aan de hand van het onderscheid tussen ‘rechtsfeiten’ en ‘rechtsgronden’. Dit onderscheid is relevant omdat de rechter rechtsfeiten op grond van artikel 24 niet ambtshalve mag aanvullen en rechtsgronden binnen bepaalde grenzen wel.
    In tegenstelling tot de opsteller van de concept-memorie van toelichting bij de Wab concluderen de auteurs dat redelijke gronden rechtsfeiten zijn en niet dus door ambtshalve door de rechter mogen worden aangevuld.


mr. Marko Jovović
Advocaat

mr. Joren Wiewel
Advocaat
Artikel

Access_open Vernietiging van de overeenkomst bij een oneerlijke handelspraktijk; een hanteerbare sanctie?

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 3 2018
Trefwoorden oneerlijke handelspraktijk, vernietiging, misleidende omissie, ambtshalve toetsing, causaal verband
Auteurs Prof. mr. drs. C.M.D.S. Pavillon en Mr. dr. L.B.A. Tigelaar
SamenvattingAuteursinformatie

    Sinds juni 2014 kent de afdeling oneerlijke handelspraktijken een bijzondere vernietigingsgrond: art. 6:193j lid 3 BW. Deze bepaling is tot nu toe weinig toegepast, zo blijkt uit de gepubliceerde rechtspraak. In deze bijdrage wordt daarom onderzocht hoe hanteerbaar, in de zin van toegankelijk en gebruiksvriendelijk, de vernietigingsgrond uit art. 6:193j lid 3 BW eigenlijk is. Dit gebeurt door het analyseren van zes uitspraken. Uit het onderzoek blijkt dat de vernietigingsgrond toegankelijk en gebruiksvriendelijk is voor de consument mede dankzij de rol van de rechter. De rechter is namelijk degene die meestal het initiatief neemt tot toepassing van de sanctie.


Prof. mr. drs. C.M.D.S. Pavillon
Prof. mr. drs. C.M.D.S. Pavillon is hoogleraar privaatrecht, in het bijzonder consumentenrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Mr. dr. L.B.A. Tigelaar
Mr. dr. L.B.A Tigelaar is universitair docent verbintenissenrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Uit het veld

De algoritmische waakhond

Datagedreven mededingingstoezicht

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 2-3 2018
Trefwoorden algoritme, detectie, mededinging, datagedreven, toezicht
Auteurs Jan Sviták en Erik Brouwer
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel gaan wij in op de vraag hoe een mededingingsautoriteit datagedreven technieken kan inzetten om effectiever te worden. Machine learning is in de laatste jaren enorm populair geworden, levert vaak snel goede resultaten op en vormt de basis voor succes van vele e-commerce-bedrijven die (bijna) dagelijks machine learning-algoritmes toepassen om de optimale prijzen te bepalen van al hun producten, gegeven historische transacties die concurrenten aanbieden en gelet op de omvang van de eigen voorraad. Machine learning is echter alleen geschikt voor specifieke vraagstukken. Het verschil tussen causaliteit en voorspelkracht speelt daarbij een belangrijke rol. Vaak past een ‘ouderwetse’ statistische analyse beter bij de onderzoeksvraag over oorzaak en gevolg. Voorbeelden van nuttige toepassingen van machine learning-technieken zijn voorspellingsmodellen en verkennende data-analyse, die op nieuwe inzichten kan wijzen of bepaalde gebeurtenissen kan signaleren. Wij bespreken een simpel algoritme toegepast op detectie van veranderingen in prijsdata en laten zien hoe dit tijdrovende handmatige analyses kan vervangen. Een mededingingsautoriteit kan soortgelijke algoritmes als een belangrijke en noodzakelijke aanvulling gebruiken op de ‘ouderwetse’ maar eveneens nuttige statistische analyses voor o.a. opsporing van kartels. De methode is flexibel qua inzet in verschillende markten en toepassingen van diverse aannames over het gedrag van ondernemingen.


Jan Sviták
Dhr. J. Sviták is econometrist bij het Economisch Bureau van de Autoriteit Consument en Markt en extern PhD student aan Tilburg University.

Erik Brouwer
Prof. Dr. E. Brouwer is clusterhoofd big data bij SEO Economisch Onderzoek en bijzondere hoogleraar mededinging en innovatie aan Tilburg University.

    In 2017, empirical research has been conducted at Ghent University regarding the attitude of Belgian lawyers on mediation in the current and future legal and social context. This article explains the background, goals and methodology of the research and unveils some of the results by sharing the first remarkable findings.


Tom Wijnant
Tom Wijnant is assistent en doctoraatsonderzoeker aan de UGent. Zijn onderzoek legt de nadruk op de optimalisering van bemiddeling in België, met een focus op de faciliterende rol van de advocatuur.
Artikel

De actualiteit en toekomst van de toepassing van whiplashjurisprudentie buiten whiplashzaken

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 2 2018
Trefwoorden whiplash, niet-whiplashzaken, causaal verband, elektrocutie, hondenbeet
Auteurs Mr. S. Boer en Mr. C. van der Roest
SamenvattingAuteursinformatie

    Steeds vaker wordt in niet-whiplashzaken een beroep gedaan op de zogenaamde whiplashjurisprudentie. Met een beroep op de redeneringen uit deze jurisprudentie wordt door benadeelden getracht om het bestaan van veelal substraatloze klachten en het (juridisch) causaal verband tussen deze klachten en beperkingen en het incident aan te tonen. Is toepassing van de whiplashjurisprudentie in niet-whiplashzaken gerechtvaardigd, of is daarmee het spreekwoordelijke hek van de dam? Door middel van een analyse van de whiplashjurisprudentie en recente jurisprudentie in niet-whiplashzaken komen de auteurs tot de conclusie dat een juiste toepassing van de zogenoemde causaliteitsregels uit de whiplashjurisprudentie in niet-whiplashzaken tot rechtvaardige uitkomsten leidt, mits men daarbij de hoofdregel en de beginselen van het bewijsrecht niet uit het oog verliest.


Mr. S. Boer
Mr. S. Boer is advocaat bij SAP Letselschade Advocaten.

Mr. C. van der Roest
Mr. C. van der Roest is advocaat bij SAP Letselschade Advocaten.
Artikel

Access_open Arbeidsvermogensschade van jonge kinderen

Naar een nieuwe wijze van schadeberekening vanuit het perspectief van gelijkebehandelingswetgeving

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 2 2018
Trefwoorden schadebegroting, arbeidsvermogensschade, kinderen, non-discriminatiebeginsel, alternatieven
Auteurs Mr. I. Karimi
SamenvattingAuteursinformatie

    Op grond van het huidige wettelijke systeem heeft de Nederlandse rechter de ruimte om bij de begroting van verlies van arbeidsvermogen van jonge kinderen te differentiëren naar al hun persoonlijke kenmerken. Daar waar het gaat om persoonlijke kenmerken op basis waarvan het verboden is om onderscheid te maken, levert dit een spanningsveld op met gelijkebehandelingswetgeving. In deze bijdrage worden alternatieve benaderingen verkend. Gekeken zal worden in hoeverre de Nederlandse alternatieven aansluiten bij de normen zoals neergelegd in de Grondwet en Europese regelgeving.


Mr. I. Karimi
Mr. I. Karimi heeft in 2017 de master Privaatrecht afgerond aan de Universiteit Utrecht. Aansluitend aan haar afstuderen is ze als juridisch medewerker in dienst getreden bij Asselbergs & Klinkhamer Advocaten. Dit artikel is gebaseerd op de masterscriptie van de auteur. Hiervoor heeft zij drie scriptieprijzen mogen ontvangen, namelijk die van het Juridisch Bureau Letselschade en Gezondheidsrecht, van het Molengraaff Instituut en die van de Stichting Beer Impuls.
Jurisprudentie

Nieuw licht op de arbeidsrechtelijke omkeringsregel?

HR 6 april 2018, ECLI:NL:HR:2018:536

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 2 2018
Trefwoorden aansprakelijkheidsrecht, werkgeversaansprakelijkheid, asbest, arbeidsrechtelijke omkeringsregel
Auteurs Mr. Veneta Oskam
SamenvattingAuteursinformatie

    Bij beantwoording van de vraag of causaal verband aanwezig is tussen de asbestblootstelling en het ontstaan van mesothelioom, en of ter vaststelling hiervan de arbeidsrechtelijke omkeringsregel moet worden toegepast, is – overeenkomstig de arresten HR 7 juni 2013, ECLI:NL:HR:2013:BZ1717 (SVB/Van der Wege) en ECLI:HR:2013:BZ1721 (Lansink/Ritsma) – van belang dat het verband tussen de gezondheidsschade en de arbeidsomstandigheden niet te onzeker dan wel te onbepaald dient te zijn. De Hoge Raad bekrachtigt het oordeel van het hof dat de enkele blootstelling aan asbest onvoldoende is om toepassing te geven aan de omkeringsregel. De in de eerdergenoemde arresten vastgestelde regels gelden ook bij schade als gevolg van mesothelioom. Ook hier kan het causaal verband te onzeker of te onbepaald zijn wanneer de werknemer ook buiten de werkzaamheden aan asbest blootgesteld is geweest. Daarom komt, gelet op hetgeen in het algemeen bekend is omtrent de ziekte mesothelioom en haar oorzaak, betekenis toe aan (1) de duur en de intensiteit van de blootstelling bij deze werkgever, en in voorkomend geval (2) de duur en de intensiteit van andere blootstelling(en) aan asbest gedurende de latentieperiode en (3) de verhouding tussen (1) en (2).


Mr. Veneta Oskam
Mr. V. Oskam is werkzaam als advocaat bij V&A Advocaten te Rotterdam.
Artikel

Persoonlijkheidskenmerken van e-fraudeslachtoffers

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 1-2 2018
Trefwoorden Online fraud, Big Five personality traits, Phishing, online marketplace fraud, cybercrime prevention
Auteurs Jildau Borwell, Jurjen Jansen en Wouter Stol
SamenvattingAuteursinformatie

    With the digitization of society, perpetrators gained new tools to commit crimes. Online fraud, also referred to as e-fraud, is one of the most common types of cybercrime. The present study focusses on two types of e-fraud: phishing and online consumer fraud. Although e-fraud always contains a digital component, the human is the weakest link in such crimes. Perpetrators deceive their victims to acquire sensitive data or to conclude a fraudulent sale, which makes victims unwillingly participate in the offence. However, not every person adheres to such fraudulent schemes. This raises the question what makes some people comply with these schemes and thus become a victim of cybercrime, while others do not. In this study, the differences between personality traits of e-fraud victims and the Dutch population were investigated. Personality traits influence the way people process information and react to situations, which also applies when people are confronted with e-fraud. Data were collected through an online survey, in which 224 e-fraud victims participated. The outcomes of the survey were compared with norm groups representative for the Dutch population. E-fraud victims, compared to the Dutch population, scored higher on extraversion, altruism and conscientiousness, and lower on neuroticism. Based on the findings, recommendations have been made for the development of targeted preventive measures against e-fraud.


Jildau Borwell
Jildau Borwell is werkzaam bij de Dienst Regionale Informatieorganisatie (Analyse & Onderzoek), Nationale Politie, Eenheid Noord-Nederland, Groningen. Email: jildau.borwell@politie.nl.

Jurjen Jansen
Jurjen Jansen is werkzaam bij de Faculteit cultuur- en rechtswetenschappen aan de Open Universiteit, Heerlen en bij het Lectoraat cybersafety, NHL Hogeschool en Politieacademie, Leeuwarden en Apeldoorn. Email: j.jansen@nhl.nl.

Wouter Stol
Wouter Stol is lector Cybersafety aan de NHL Stenden Hogeschool en de Politieacademie, en bijzonder hoogleraar Politiestudies aan de Open Universiteit. Email: wstol@planet.nl.
Artikel

Determinanten en motivaties voor intentie tot aangifte na slachtofferschap van cybercrime

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 1-2 2018
Trefwoorden Cybercriminaliteit, Slachtofferschap, Aangiftebereidheid, Politie
Auteurs Lisanne Jong, Rutger Leukfeldt en Steve van de Weijer
SamenvattingAuteursinformatie

    This study focusses on determinants of willingness to report cybercrime to the police or to other organizations and motivations for (not) reporting victimization. In this study, a questionnaire containing vignettes is used. Vignettes are semi-experimental designs in which hypothetical situations are presented and certain factors can be manipulated between and within respondents. Factors that are measured within the vignettes are the type and seriousness of the offence, the relationship between offender and victim and which possibilities for reporting the offence are available.
    It is shown that the type of offence is an important determinant for willingness to report the offence, which is highest for fraud, followed by hacking and malware. Likewise, willingness to report is higher for more serious offences than for less serious offences. These results are comparable to results on willingness to report traditional crimes.
    With regard to psychological determinants, results are not in line with previous results on willingness to report traditional crimes. For the relationship between offender and victim, mixed results are found. If the offender is an acquaintance of the victim, willingness to report to the police increases, but willingness to report to another organization decreases, compared to the offender being unfamiliar to the victim. Another surprising result is that no correlation is found between attitudes towards the police and willingness to report offences. Also unexpectedly, it is found that respondents who have previously reported crime and were unsatisfied about this experience, were more willing to report offences than respondents who never reported crimes before.
    Regarding motivations for willingness to report, it is found that, in general, motivations for reporting cybercrime are strongly comparable to motivations for reporting traditional crime, however, differences in motivations are found between the different types of cybercrime.


Lisanne Jong
Lisanne Jong is statistisch onderzoeker bij het Centraal Bureau voor de Statistiek. Email: lps.jong@cbs.nl.

Rutger Leukfeldt
Rutger Leukfeldt is postdoc onderzoeker bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving. Email: rleukfeldt@nscr.nl.

Steve van de Weijer
Steve van de Weijer is postdoc onderzoeker bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving. Email: svandeweijer@nscr.nl.
Artikel

Scheidslijnen tussen kansschade, proportionele aansprakelijkheid en de omkeringsregel

Enkele praktische opmerkingen over verschillen tussen deze drie leerstukken naar aanleiding van HR 27 oktober 2017, ECLI:NL:HR:2017:2786

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 6 2018
Trefwoorden aansprakelijkheid, bewijs, kansschade, beroepsfout, schade
Auteurs Mr. J. den Hoed
SamenvattingAuteursinformatie

    Het hier te bespreken arrest, waarin aan de orde was of een ziekenhuis aansprakelijk is voor schade als gevolg van een te laat uitgevoerde operatie, geeft aanleiding voor enkele gedachten over en praktische wenken voor de afbakening van kansschade, proportionele aansprakelijkheid en de omkeringsregel ten opzichte van elkaar. De drie figuren komen hier samen. Getracht wordt de grenzen nader in kaart te brengen.


Mr. J. den Hoed
Mr. J. den Hoed is cassatieadvocaat bij Köster Advocaten te Haarlem.
Toont 1 - 20 van 28 gevonden teksten
« 1
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.