Zoekresultaat: 34 artikelen

x
Jaar 2010 x
Artikel

Legal privilege en het Akzo-arrest: slecht nieuws

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 10 2010
Trefwoorden advocaat in dienstbetrekking, legal privilege, Akzo-arrest, onafhankelijkheid
Auteurs Mr. P. Kuipers
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Europese Hof van Justitie heeft opnieuw beslist dat juridisch advies van de advocaat in dienstbetrekking niet geprivilegieerd is. Dit commentaar is zeer kritisch over de motivering van die beslissing.


Mr. P. Kuipers
Mr. P. Kuipers is bedrijfsjurist bij Unilever.
Artikel

Vertrouwen in toezicht

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 4 2010
Trefwoorden toezicht, vertrouwen, controle
Auteurs Dr. ir. F.E. Six
SamenvattingAuteursinformatie

    In het Nederlandse debat over de rol van vertrouwen in toezicht en handhaving heerst verwarring over het begrip vertrouwen. Dit artikel kijkt kritisch naar de argumenten en schept meer duidelijkheid over het begrip en de voor toezicht belangrijke relatie tussen vertrouwen en controle. Vertrouwen is onvermijdelijk aan de orde in toezichtrelaties en kan dus het beste expliciet in toezichttheorie geconceptualiseerd worden. De conceptualisatie van vertrouwen in de responsieve toezichttheorie van Braithwaite e.a. is echter aan herziening toe. Aan de hand van recente inzichten uit de vertrouwensliteratuur worden uitgangspunten en contouren van een mogelijke vertrouwensbenadering in toezicht geschetst.


Dr. ir. F.E. Six
Dr. ir. F.E. Six MBA is werkzaam aan de Vrije Universiteit, Afdeling Bestuurswetenschappen.

Mr. W.R. Kastelein
Discussie

Access_open Democracy, Constitutionalism and the Question of Authority

Tijdschrift Netherlands Journal of Legal Philosophy, Aflevering 3 2010
Trefwoorden international constitutionalism, democracy, international law, fragmentation, international politics
Auteurs Wouter G. Werner
SamenvattingAuteursinformatie

    This paper agrees with Walker on the existence of a tension between democracy and constitutionalism, but questions whether democracy and (international) constitutionalism necessarily depend on each other. While democracy needs constitutionalism on normative grounds, as an empirical matter it may also rest on alternative political structures. Moreover, it is questionable whether democracy is indeed the solution to the incompleteness of international constitutionalism. Traditional forms of democracy do not lend themselves well to transplantation to the international level and could even intensify some problems of international governance. Attempts to democratize international relations should be carried out prudentially, with due regard for possible counterproductive effects.


Wouter G. Werner
Wouter Werner is Professor of Public International Law at VU University, Amsterdam, the Netherlands.

    How can the social environment of a prison be accurately assessed? Why is it important to measure? How should the prison experience be represented in empirical research? How do we capture distinctions between prisons, which can be good or bad in so many different ways? There is considerable consensus about the inadequacy of narrow and selective performance measures, such as hours spent in purposeful activity or serious assaults, in representing prison quality. The difficulties are both methodological and conceptual. This paper will outline one attempt to address these questions in England and Wales. Based on a series of studies aimed at identifying and measuring aspects of prison life that ‘matter most’, prisoners describe stark differences in the moral and emotional climates of prisons serving apparently similar functions. The ‘differences that matter’ are in the domain of interpersonal relationships and treatment. A developmental programme of empirical research on the quality of life in prison suggests that (a) some prisons are more survivable than others and (b) important differences in identifiable aspects of prison quality exist and may be related to outcomes. These findings have implications for our understanding of the meaning of terms like ‘inhuman and degrading’ treatment as well as for our uses and expectations of the prison.


Alison Liebling
Alison Liebling is hoogleraar Criminology & Criminal Justice aan de Universiteit van Cambridge en is directeur van het Prison Research Centre.
Artikel

Een verliezer is geen winnaar

De naleving van civiele rechtspraak, 15 jaar na Van Koppen en Malsch

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2010
Trefwoorden courts, civil justice, enforcement of judgments, procedural justice
Auteurs Roland Eshuis
SamenvattingAuteursinformatie

    This article compares two studies on the compliance with judicial decisions and friendly settlements in Dutch civil court procedures. A new study (Eshuis 2009) finds a higher rate of compliance, which can largely be attributed to the selection of cases. The older study (Van Koppen & Malsch 1991) included a high number of default judgments, which are associated with a low level of compliance, while friendly settlements – associated with a high level of compliance – were excluded. The new study finds full compliance rates of 31% for default judgments, 74% for judgments in defended cases and 85% for friendly settlements. The high compliance with friendly settlements suggests these settlements are ‘better’ outcomes; however, the difference in compliance can well be explained by selection effects. Interviews reveal that many friendly settlements are not the harmonious solutions one might expect.
    The new study finds no solid relation between compliance and procedural or distributive justice. In two relevant ways the conditions in the ‘real life’ judicial procedure are different from those in experimental research in which such relations are found. First, a large part of the non-compliance is caused by an inability of parties to comply. These participants may find the procedure and outcome fully ‘just’, but still won’t comply. Second, for those who can comply, there is no free choice on whether to comply or not. There are quite effective means of enforcement for such cases. So, those who can comply will, even if the procedure and its outcome are experienced as fully ‘unjust’.
    The first part of the title of the article is a comment on Van Koppen and Malsch’s earlier research. They concluded that winning in court often was a Pyrrhic victory, and the loser would win after all. In the interviews however, few of those who do not comply were found to fit the image of a ‘winner’. The sad conclusion is that in judicial procedures winners and losers do not come in the same numbers; after all, it produces far more losers than winners.


Roland Eshuis
Roland Eshuis verricht, als onderzoeker bij het WODC, empirisch onderzoek naar (civiele) rechtspraak en rechtspleging. Hij promoveerde in 2007 op onderzoek naar interventies ter versnelling van gerechtelijke procedures (Het recht in betere tijden, 2007). Vorig jaar verscheen De daad bij het woord (2009), een onderzoek naar de naleving van civiele rechtspraak. Recent publiceerde hij, met collega’s van de Raad voor de rechtspraak en het CBS, de eerste editie van Rechtspleging Civiel en Bestuur (2010), waarin statistische gegevens over civiele en bestuursrechtspraak zijn gebundeld.
Artikel

Een beloningscode voor de financiële sector

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 3 2010
Trefwoorden beloningsbeleid financiële sector, corporate governance,, Code Banken, financiële onderneming
Auteurs Mr. C. de Groot
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage heeft betrekking op het beloningsbeleid in de financiële sector. Allereerst wordt ingegaan op toegenomen aandacht voor de beloningen in de financiële sector en op de opbouw en reikwijdte van de verschillende initiatieven. Vervolgens worden de verschillende initiatieven op het gebied van het beloningsbeleid in de financiële sector met elkaar vergeleken. Die vergelijking mondt uit in een (model) beloningscode die weergeeft wat goede corporate governance op het gebied van het beloningsbeleid zou kunnen zijn. Deze (model) beloningscode zouden financiële instellingen of financiële ondernemingen kunnen gebruiken als leidraad bij het vaststellen en uitvoeren van hun beloningsbeleid. Deze bijdrage wordt afgesloten met enkele afsluitende opmerkingen.


Mr. C. de Groot
Mr. C. de Groot is universitair hoofddocent ondernemingsrecht aan de Universiteit Leiden.
Artikel

Naar de beurs anno 2010

Een overzicht van een beursgang en recente ontwikkelingen

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 3 2010
Trefwoorden beursgang, rulebooks Euronext, Initial Public Offering (IPO), prospectus
Auteurs Mw. Mr. S.N. Demper en Mr. M.T.G. Schoonewille
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel wordt het proces van een beursgang geschetst met daarbij aandacht voor de noteringsaanvraag bij Euronext Amsterdam. In dit kader wordt ingegaan op diverse onderwerpen die betrekking hebben op de beursgang, waaronder de emissiestructuur, de underwriting agreement, prijsbepaling en de post-IPO fase. Hiernaast wordt stilgestaan bij twee gesignaleerde actualiteiten op het gebied van kapitaalmarkten en de beursgang, te weten (1) het fenomeen dual listing via de fast path-procedure en (2) het nieuwe project ‘Fast Track to Liquidity: IPO Roadmap to the Netherlands’ van het Holland Financial Centre.


Mw. Mr. S.N. Demper
Mw. mr. S.N. Demper is als junior docent/onderzoeker verbonden aan het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht van de Universiteit Utrecht.

Mr. M.T.G. Schoonewille
Mr. M.T.G. Schoonewille is advocaat bij Loyens & Loeff N.V. te Londen.
Artikel

Verscherping van het toezicht op trustkantoren

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 3 2010
Trefwoorden trustkantoren, verscherping, toezicht, belastingontwijking, witwassen
Auteurs Mr. M.T. van der Wulp
SamenvattingAuteursinformatie

    Met de inwerkingtreding van de Wijzigingswet financiële markten 2010 wordt de ‘verscherping’ van het toezicht op trustkantoren ingeluid. Verkopers van rechtspersonen worden duidelijker onder het bereik van de Wet toezicht trustkantoren (Wtt) gebracht, terwijl kantoorverhuurbedrijven die uitsluitend domicilie verlenen (eventueel met ‘receptiewerkzaamheden’) worden uitgezonderd. Op beide punten constateerde DNB een handhavingslacune, die met deze reparatiewet wordt weggenomen. In het ter consultatie voorgelegde conceptwetsvoorstel Wijzigingswet financiële markten 2012, wordt voorts uitvoering gegeven aan de toezeggingen, gedaan in het Evaluatierapport Wtt (ministerie van Financiën, 2010), om door verscherping van het toezicht ook ‘virtuele trustkantoren’ onder het bereik van de Wtt te brengen.


Mr. M.T. van der Wulp
Mr. M.T. van der Wulp is promovendus aan de Sectie Strafrecht Erasmus Universiteit Rotterdam.

    Bespreking van oraties die op het gebied van toezicht plaatsvinden.


Drs. F.J.M. de Rijcke
Drs. F.J.M. de Rijcke is programmadirecteur van het programma e-Inspecties van de Inspectieraad.
Artikel

Afwegingskader bij het gebruik van zelfreguleringsinstrumenten

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 3 2010
Trefwoorden zelfregulering, wetgeving, afwegingskader, economisch perspectief
Auteurs Prof. dr. B.E. Baarsma
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel geeft beleidsmakers en ondernemers(organisaties) handvatten om te kunnen beoordelen of zelfregulering een haalbare en wenselijke optie is. Stel er is een probleem. Niet zo maar een probleem, maar een probleem waarbij een publiek belang in het geding is. Hoe kan dit probleem dan het best worden opgelost, met overheidsregulering (wetgeving) of met zelfregulering? En als zelfregulering een optie is, welk van de vele beschikbare instrumenten heeft dan de voorkeur? Wat zijn de risico’s en kansen van de verschillende soorten afspraken? Deze vragen kunnen worden beantwoord met het in dit artikel beschreven afwegingskader. Het kader is vanuit een economisch perspectief opgesteld.


Prof. dr. B.E. Baarsma
Prof. dr. B.E. Baarsma is algemeen directeur van SEO Economisch Onderzoek en bijzonder hoogleraar Marktwerking- en mededingingseconomie aan de Faculteit Economie en Bedrijfskunde van de UvA en tevens redactielid van Tijdschrift voor Toezicht.
Artikel

Hoe landelijke inspectiediensten omgaan met systeemtoezicht

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 3 2010
Trefwoorden systeemtoezicht, compliance management, metaregulation, zelfregulering, systeemgericht toezicht, toezicht
Auteurs Dr. ing. M.A. de Bree MBA
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel beschrijft wat inspectiediensten verstaan onder systeemtoezicht en hoe zij dit toepassen. Er blijken grote verschillen te zijn in zowel de gebruikte definities als in de praktische toepassing. De toezichthouder kan met behulp van systeemtoezicht, mits juist toegepast, ervoor zorgen dat grote bedrijven maatschappelijke belangen borgen in hun organisatie. De toezichthouder moet hierbij enerzijds niet te goedgelovig zijn en altijd fysieke controles blijven doen. Anderzijds moet hij ervoor waken niet overmatig te controleren waardoor de voordelen van systeemtoezicht weer teniet zouden worden gedaan. Systeemtoezicht en bestraffing verdragen elkaar slecht doordat bestraffing het leereffect negatief kan beïnvloeden.


Dr. ing. M.A. de Bree MBA
Dr. ing. M.A. de Bree MBA is directeur van Next Step Management B.V. en verbonden aan het Erasmus Instituut Toezicht & Compliance.
Artikel

De kartelhel

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 4 2010
Trefwoorden kartel, criminalisering van kartelovertredingen, eerste- en tweedegraads kartelovertredingen, antikartelcultuur
Auteurs Mr. R. Wesseling
SamenvattingAuteursinformatie

    Nederland stond lang bekend als het kartelparadijs van Europa. Die situatie is wezenlijk veranderd, mede door de introductie van de Mededingingswet en de oprichting van de NMa in 1998. Tot eind van de jaren negentig van de vorige eeuw kreeg de kartellist nog goedkeuring van de minister voor Economische zaken voor kartelovereenkomsten. Nu wil diezelfde minister dezelfde kartellist achter de tralies zetten. Het kan in de politiek, zoals bekend, snel gaan. Het is echter de vraag of burgers en ondernemingen zich met hetzelfde tempo kunnen aanpassen aan een zo radicale wijziging van een norm.


Mr. R. Wesseling
Mr. R. Wesseling is werkzaam als advocaat bij Stibbe.
Diversen

De positionering van het overheidstoezicht: is een revitalisering van het discourse over toezicht gewenst?

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 2 2010
Trefwoorden overheidstoezicht, Nederlandse toezichtdiscourse, formele positie toezichthouder
Auteurs Prof. dr. ing. F.J.H. Mertens
SamenvattingAuteursinformatie

    Toezicht is voortdurend onderwerp van gesprek. Meestal in kritische zin. In Nederland kennen we verschillende soorten toezichthouders: autoriteiten, inspecties en andere toezichthoudende diensten. De beleidsvorming en ontwikkeling op het terrein van toezicht vond de laatste jaren in afzonderlijke vakjes plaats. In dit artikel wordt de kwestie aan de orde gesteld welke gemeenschappelijkheden er in te onderkennen zijn en of er andere verbindingen gemaakt zouden moeten worden. In de roep om te komen tot een kleinere overheid wordt het toezicht vooral kwantitatief benaderd en worden werkwijzen vanuit de wens om tot minder toezicht te komen gemakkelijk aangepast. Bepleit wordt dat er behoefte is de ‘missie’ van het toezicht te herbevestigen als ‘bescherming bevolking’ in een ingewikkelde samenleving met veel ‘afhankelijkheden’. Daar dient het vertrekpunt voor de ontwikkeling van het toezicht te liggen.


Prof. dr. ing. F.J.H. Mertens
Prof. dr. ing. F.J.H. Mertens is hoogleraar Toezicht bij TBM/TU Delft.

Wim Huisman
Wim Huisman is hoogleraar criminologie aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. E-mail: w.huisman@rechten.vu.nl.
Casus

Lima Declaration on Restorative Juvenile Justice

Declaratie en actiepunten wereldcongres jeugdherstelrecht, Lima, 4-7 november 2009

Tijdschrift Tijdschrift voor Herstelrecht, Aflevering 2 2010
Auteurs Annemieke Wolthuis
Auteursinformatie

Annemieke Wolthuis
Annemieke Wolthuis is onderzoeker aan de Open Universiteit en schrijft een proefschrift over jeugdherstelrecht en kinderrechten. Zij is tevens verbonden aan het Verwey-Jonker Instituut, waar zij bijdraagt aan maatschappelijk onderzoek, en redacteur van dit tijdschrift.
Artikel

Naar een ‘rights based’ jeugdherstelrecht

Tijdschrift Tijdschrift voor Herstelrecht, Aflevering 2 2010
Trefwoorden Kinderrechten, Internationale Verdrag inzake de Rechten van het Kind, Jeugdherstelrecht
Auteurs Annemieke Wolthuis
SamenvattingAuteursinformatie

    This contribution starts with an introduction of human rights, children’s rights and restorative justice. What are the links and differences between these concepts and how do they interrelate? An overview of human rights for children in international standards relevant to the discussion on juvenile justice, such as the UN Convention on the Rights of the Child and additional instruments, is given. It is examined how restorative justice fits in this framework.
    Human rights are one of the main pillars of our modern society. General juvenile justice principles such as diversion, the use of detention only as a measure of last resort and focusing on re-integration give a clear basis for restorative justice practice. Recent international and European conventions, guidelines and recommendations dealing with juvenile justice explicitly recommend the use of restorative justice. It is actually seen as the main priority focus of the reaction to youth criminality. The Committee on the Rights of the Child declared in General Comment 10 that the best interests of the child imply that the traditional aims of criminal justice – repression and retribution – should make room for rehabilitation and reintegration. Today’s focus on youth delinquency should be a restorative one. But how to implement rather broad notions such as restorative justice in individual cases and to make them fulfil internationally accepted human rights standards. With the model of Mitchell and Moore it is explored how children’s rights (mainly article 40 and the main principles of the CRC) and restorative justice are connected and how they can use each other. The need is stressed and some tools are given to work towards a ‘rights based restorative justice’.


Annemieke Wolthuis
Annemieke Wolthuis is onderzoeker aan de Open Universiteit en schrijft een proefschrift over jeugdherstelrecht en kinderrechten. Zij is tevens verbonden aan het Verwey-Jonker Instituut, waar zij bijdraagt aan maatschappelijk onderzoek, en redacteur van dit tijdschrift.
Artikel

De nieuwe groepsvrijstelling verticale beperkingen – een bescheiden stap vooruit

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 3 2010
Trefwoorden groepsvrijstelling verticale beperkingen, wijzigingsvoorstel, Verordening (EU) nr. 330/2010
Auteurs Mr. H.H.P. Lugard en Dr. T. van Dijk
SamenvattingAuteursinformatie

    In het novembernummer van 2009 van dit tijdschrift bespraken wij de voorstellen tot wijziging van Verordening (EG) nr. 2790/ 1999 en de daarbij behorende richtsnoeren die de Commissie in juli 2009 bekend maakte. Inmiddels heeft de Commissie op 20 april van dit jaar de definitieve tekst van de nieuwe verordening, Verordening (EU) nr. 330/2010, alsmede de aangepaste richtsnoeren, vastgesteld. De nieuwe regeling treedt op 1 juni 2010 in werking en zal tot 31 mei 2022 van kracht blijven. Voor overeenkomsten die ingevolge Verordening (EG) nr. 2790/1999 op 31 mei 2010 vrijgesteld zijn van het verbod van artikel 101, eerste lid, van het Verdrag betreffende de Europese Unie, maar niet in overeenstemming zijn met de voorwaarden van de nieuwe verordening, geldt een overgangstermijn van een jaar.In deze bijdrage staan wij summier stil bij de belangrijkste wijzigingen ten opzichte van de Commissievoorstellen van juli 2009. Voor een uitgebreidere bespreking van de aanpassingen van de verordening en richtsnoeren verwijzen wij de lezer graag naar onze eerdere bijdrage.


Mr. H.H.P. Lugard
Mr. H.H.P. Lugard is werkzaam als advocaat en bedrijfsjurist bij Royal Philips Electronics.

Dr. T. van Dijk
Dr. T. van Dijk is werkzaam bij Lexonomics.
Artikel

De nieuwe Europese Reclasseringsregels: goed dat ze er zijn, maar weinig relevant voor Nederland

Tijdschrift PROCES, Aflevering 3 2010
Trefwoorden Probation Rules, reclassering, herstelbemiddeling, tbs
Auteurs Gerard de Jonge
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 20 januari jongstleden heeft het Comité van Ministers van de Raad van Europa de Recommendation on the Council of Europe Probation Rules aanvaard. Daarmee zijn de aanbevelingen van die Raad op het terrein van de tenuitvoerlegging van strafrechtelijke sancties vrijwel compleet. Vrijwel, want wat er bijvoorbeeld nog aan de lijst ontbreekt, is een aanbeveling met betrekking tot de bejegening van gedetineerden met een geestelijke stoornis, de groep die bij ons in een Forensisch Psychiatrisch Centrum (FPC) of in een Penitentiair Psychiatrisch Centrum (PPC) terechtkomt. In dit artikel wordt de inhoud van de nieuwe aanbeveling beschreven. Daarbij wordt een inschatting gemaakt van het belang van deze nieuwe regels voor de taak en werkwijze van de Nederlandse reclassering en dat belang lijkt niet erg groot te zijn.


Gerard de Jonge
Gerard de Jonge is als bijzonder hoogleraar Detentierecht verbonden aan de Universiteit Maastricht.
Artikel

Schuivende panelen, corporate compliance als broeders hoeder?

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 2 2010
Trefwoorden zorgplicht, piramidefonds, bijzondere zorgplicht ten opzichte van derden, niet-gereguleerde beleggingsinstellingen, Banken
Auteurs Mr. E.P. van Banning
SamenvattingAuteursinformatie

    In de afgelopen jaren zijn enkele omvangrijke financiële fraudes aan het licht gekomen rondom niet-gereguleerde beleggingsinstellingen die bij particuliere beleggers miljoenen euro’s hebben opgehaald. Tegelijkertijd zien wij de ontwikkeling dat banken in toenemende mate aansprakelijk gesteld worden vanuit een tekortkoming in de zorgplicht ten aanzien van de beleggers in dit soort instellingen. In dit artikel wordt aan de hand van een literatuur- en praktijkonderzoek getracht antwoord te geven op de vraag of er een verschuiving heeft plaatsgevonden van toezicht van de AFM op de niet-gereguleerde beleggingsinstellingen naar zorgplicht van banken ten opzichte van derdenbeleggers in niet-gereguleerde beleggingsinstellingen die klant bij hun zijn (‘schuivende panelen’). Op basis van de bevindingen uit het onderzoek doet de auteur tevens enkele suggesties voor banken om de risico’s bij het accepteren van een niet-gereguleerde beleggingsinstelling als klant zo beperkt mogelijk te houden.


Mr. E.P. van Banning
Mr. E.P. van Banning is werkzaam als senior compliance officer bij een financiële instelling op het gebied van cliënt acceptance and anti-money laundering.
Toont 1 - 20 van 34 gevonden teksten
« 1
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.