Zoekresultaat: 51 artikelen

x
Jaar 2012 x

Prof. mr. G.A. Biezeveld
Prof. mr. G.A. Biezeveld is bijzonder hoogleraar milieurecht aan de Rijksuniversiteit Groningen en coördinerend milieuofficier van justitie bij het Functioneel Parket van het Openbaar Ministerie. Tevens is hij redactielid van Tijdschrift voor Toezicht.
Diversen

Compliance in de gezondheidszorg

Het ontbreken van afstemming tussen extern en intern toezicht, een eenvoudig te genezen kinderziekte

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 4 2012
Trefwoorden transparantie toezicht gezondheidszorg, compliance gezondheidszorg, compliance toezicht ontbreekt, compliance ActiZ, compliance NVZ]
Auteurs Drs. J.H. Colijn
SamenvattingAuteursinformatie

    Door externe druk is er in toenemende mate een roep om transparantie in bestuur en toezicht in de gezondheidszorg. Dit leidt tot aandacht voor en aanscherping van de governance. Zowel interne als de externe toezichthouders IGZ, NZa en NMA streven naar verbetering van de interne controle, twee brancheverenigingen in de zorg – ActiZ en NVZ – hebben het begrip compliance in de gezondheidszorg geïntroduceerd. Echter, de invoering van compliance voor de zorg lijkt door toezichthouders en brancheverenigingen niet te zijn afgestemd. Hierdoor is er een risico dat zowel interne als externe toezichthouders niet exact weten waar de zorginstelling nu eindelijk aan moet voldoen. Bovengeschetst probleem dient zo spoedig mogelijk opgelost te worden.


Drs. J.H. Colijn
Drs. J.H. Colijn is toezichthouder van een zorginstelling en doet onderzoek naar compliance in de gezondheidszorg.
Artikel

Aansprakelijkheidsbeperking van (markt)toezichthouders: de weg naar beter toezicht?

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 4 2012
Trefwoorden aansprakelijkheid, gatekeepers, preventie, rechtseconomie, toezichthouders
Auteurs Mr. drs. R.J. Dijkstra en Mr. dr. L.T. Visscher
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel onderzoeken wij met behulp van inzichten uit de rechtseconomie of beperking van de aansprakelijkheid van toezichthouders wegens falend toezicht wenselijk is. Omdat er redenen zijn om te vrezen dat onbeperkte aansprakelijkheid tot excessief toezicht leidt, betogen wij dat de aansprakelijkheid inderdaad beperkt moet worden. Deze beperking moet niet bestaan in een maximumbedrag waarvoor de toezichthouder aansprakelijk kan zijn, maar in een soepeler gedragsstandaard, zoals ‘opzet of grove schuld’.


Mr. drs. R.J. Dijkstra
Mr. drs. R.J. Dijkstra is werkzaam als parttime promovendus bij de Universiteit van Tilburg.

Mr. dr. L.T. Visscher
Mr. dr. L.T. Visscher is werkzaam als universitair hoofddocent bij het Rotterdam Institute of Law and Economics (RILE) van de Erasmus School of Law.
Artikel

Marktconforme regulering binnen het nieuwe instrumentarium van de Omgevingswet?

Een rechtseconomische beschouwing van het Europese handelssysteem in broeikasgasemissierechten

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 4 2012
Trefwoorden rechtseconomie, broeikasemissierecht, ETS
Auteurs Dr. J. van Zeben
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage biedt een rechtseconomische beschouwing van het Europese emissiehandelssysteem voor broeikasgassen. Daarbij wordt aandacht besteed aan de ontwikkeling van de bevoegdhedenverdeling tussen Europa en de lidstaten, de wijze waarop de bevoegdhedenverdeling functioneert en worden aanbevelingen gedaan voor de toekomstige verdeling van bevoegdheden.


Dr. J. van Zeben
Mevr. dr. J. (Josephine) van Zeben is onderzoeker Europees (milieu)recht en rechtseconomie bij het Amsterdam Center for Environmental Law and Sustainability van de Universiteit van Amsterdam.
Boekbespreking

Warnings and product liability

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2012
Auteurs Bert Niemeijer

Bert Niemeijer
Boekbespreking

Ensuring Corporate Misconduct

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2012
Auteurs Tetty Havinga

Tetty Havinga
Artikel

Medical liability: do doctors care?

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2012
Auteurs Ben C.J. van Velthoven en Peter W. van Wijck
SamenvattingAuteursinformatie

    Van Velthoven and Van Wijck review empirical studies on the effects of tort law in the medical sector. The data they present comes mainly from the US, because from the 1970’s US states have enacted a variety of reforms in their tort systems. This variation has provided very useful data to study preventive effects. The empirical evidence analysed shows that medical malpractice risk affects the behaviour of health care providers. It has a negative impact on the supply of services and it encourages extra diagnostic testing;yet if the additional tests and procedures have any value, it is only a marginal one. Furthermore it has been found that changes in the supply of services do not affect health adversely. This suggests that the physicians who are driven out of business have a below average quality of performance. The authors conclude that, at the margin, medical liability law may have some social benefits after all.


Ben C.J. van Velthoven
Ben van Velthoven is associate professor of law and economics at Leiden University. His research interests are: liability issues, civil litigation, and criminal law enforcement.

Peter W. van Wijck
Peter van Wijck is associate professor of law and economics at Leiden University and coordinator strategy development at the Dutch Ministry of Security and Justice. His research interests concern tort law, contract law, civil litigation, and crime.
Artikel

Non-pecuniary damages: financial incentive or symbol?

Comparing an economic and a sociological account of tort law

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2012
Auteurs Rob Schwitters
SamenvattingAuteursinformatie

    Schwitters focuses on the differences between economic and a sociological perspectives on non-pecuniary damages. By exposing the alternative perspectives on this issue, he illuminates some methodological differences between both disciplines. Although law and economics has had a positive influence on empirical research, he questions the merits of this perspective when analysing non-pecuniary damages. Law and economics regards non-pecuniary damages exclusively as a financial incentive to realise optimal deterrence and maximisation of welfare. Alternatively, in sociology of law there is also attention for the symbolic dimension of law in which rules are seen as normative standards of behaviour. Compensation is a way to bring the wrongdoer to recognise that he has done wrong and has to compensate the victim, and to show the victim that his rights are taken seriously. Through a sociological lens, the adoption of an exclusively economic model of human behaviour has to be questioned. To what extent human behaviour is really influenced by either financial incentives or by normative standards of behaviour is an open empirical question. Finally, he argues that the decision to base our institutions (such as law) on economic underpinnings is a decision which itself cannot be based on an economic procedure of aggregating individual preferences and maximising welfare.


Rob Schwitters
Rob Schwitters is associate professor (sociology of law) and member of the Paul Scholten Centre (University of Amsterdam). He publishes on tort law, responsibility and liability, the welfare state, compliance and methodological issues.
Praktijk

De case van het rookverbod in de horeca

Instrumentele en normatieve nalevingsmotieven van horecaondernemers

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 3 2012
Trefwoorden compliance, motivational postures, smoking ban
Auteurs Willem Bantema
SamenvattingAuteursinformatie

    Research on (self-reported) compliance has focused on instrumental explanations like deterrence and other rational choice based calculations. In my text, the focus will be on my operationalization of the normative explanation: motivational postures (an idea developed by Valerie Braithwaite). Motivational postures are clusters of compliance motivations in which the degree of agreement with the rules and the degree of agreement with the regulator have been integrated. Theoretically, there are five different postures. Motivational postures are applied in research in Australia to the contexts of taxing, nursing homes, safety and environmental regulation, but have never been applied to the context of a smoking ban. The motivational postures have been tested in a pilot study. First results of this study revealed that four of the five postures were based on valid and reliable measures. Finally, these motivational postures have a high explanatory value in the analysis on self-reported compliance, even when controlled for instrumental explanations.


Willem Bantema
Willem Bantema is in 2010 afgestudeerd als socioloog. Vanaf 1 januari 2011 is hij werkzaam als promovendus bij de vakgroep Rechtstheorie, Faculteit Rechtsgeleerdheid van de Rijksuniversiteit Groningen. Daar onderzoekt hij motieven van horecaondernemers bij het (niet) naleven van het rookverbod. Willem Bantema is gespecialiseerd in kwantitatief onderzoek.
Boekbespreking

Taalgrens als wetenschapsgrens

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 3 2012
Trefwoorden book review
Auteurs Erhard Blankenburg
SamenvattingAuteursinformatie

    In this feature authors review recently published books on subjects of interest to readers of Recht der Werkelijkheid.


Erhard Blankenburg
Erhard Blankenburg is emeritus hoogleraar rechtssociologie aan de Vrije Universiteit te Amsterdam.

Prof. mr. T.R. Ottervanger
Prof. mr. T.R. Ottervanger is advocaat bij Allen & Overy en hoogleraar Europees recht, in het bijzonder mededingingsrecht, aan de Universiteit Leiden.
Praktijk

Kartels en concernverhoudingen: extra zorgplicht voor moeders?

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 4 2012
Trefwoorden kartelinbreuk, toerekening, boete, concernverhoudingen, mededingingsrecht
Auteurs Mr. S.G.J. Smallegange en mr. L.L. Bremmer
SamenvattingAuteursinformatie

    Een boete voor een kartelinbreuk van een dochteronderneming kan aan een moedermaatschappij worden toegerekend als zij een economische eenheid vormen en de moeder een beslissende invloed uitoefent. De Europese Commissie gaat hierbij uit van een weerlegbaar vermoeden als de moeder 100% van het kapitaal bezit, waarbij de moeder het bewijs moet aandragen dat zij geen beslissende invloed heeft gehad op de dochter. Hoe zit dat bij andere posities van moedermaatschappijen? Bij de beoordeling kijkt de Commissie naar de feiten en omstandigheden van het geval. Overlap in besturen, management en zelfs negatieve zeggenschap kunnen beslissende invloed creëren. De moeder doet er daarom goed aan – voordat zij wordt geconfronteerd met een overtreding – inzichtelijk te hebben of zij als een economische eenheid gezien wil worden.


Mr. S.G.J. Smallegange
Mr. S.G.J. Smallegange is als advocaat werkzaam bij de vakgroep Europees en Mededingingsrecht AKD te Brussel.

mr. L.L. Bremmer
Mr. L.L. Bremmer is als advocaat werkzaam bij de vakgroep Europees en Mededingingsrecht AKD te Brussel.
Artikel

Met biografieën een beter begrip van witteboordencriminaliteit?

Tijdschrift Tijdschrift over Cultuur & Criminaliteit, Aflevering 3 2012
Trefwoorden white-collar crime, corporate crime, biographies, case studies
Auteurs Wim Huisman
SamenvattingAuteursinformatie

    The central question of this article is whether biographies can be a source for criminological research on white-collar crime and how they can contribute to the explanation of white-collar crime. To answer this question, 35 Dutch biographies were studied. Following the legal ambiguities of white-collar crime, not all of these biographies are about criminal offences. And following the dominant anthropomorphic approach to corporate crime, some of these are corporate biographies. Many biographies confirm current criminological explanations of the causation of white-collar crime. Yet, biographies also offer additional insights, for instance about the causal relevance of the private life of white-collar offenders.


Wim Huisman
Prof. dr. Wim Huisman is hoogleraar bij de sectie criminologie van de Vrije Universiteit Amsterdam. E-mail: w.huisman@vu.nl.
Artikel

Cultuur van organisaties als aangrijpingspunt voor toezicht

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 3 2012
Trefwoorden toezicht, handhaving, regulering, organisatiecultuur, inspecteren
Auteurs Prof. dr. ing. F.J.H. Mertens
SamenvattingAuteursinformatie

    In het toezicht wordt getracht organisaties in hun feitelijk functioneren te beïnvloeden en te beheersen. Een van de aspecten van organisaties waar de belangstelling van de toezichthouders steeds meer naar uit gaat, is cultuur. Cultuur wordt dan gezien als de ‘driver’ achter het handelen van organisaties en in de wens om gevaren te voorkomen zoekt de toezichthouder naar aangrijpingspunten die tijdig zicht geven op waarschijnlijk gedrag en vooral ongewenst gedrag. In deze bijdrage bespreekt de auteur enkele problemen die aan de cultuurnotie als aangrijpingspunt van wettelijk toezicht verbonden zijn. Concluderend leidt het artikel tot het inzicht dat aan de cultuurnotie nog veel onduidelijk is en dat de hantering ervan in het toezicht dan ook meer vragen oproept dan dat er mee beantwoord kunnen worden.


Prof. dr. ing. F.J.H. Mertens
Prof. dr. ing. F.J.H. Mertens is lid van de Onderzoeksraad voor Veiligheid en was tot 1 september 2011 hoogleraar aan de Technische Universiteit Delft.
Artikel

De mediationmatrix

Ervaringen van forensische mediators

Tijdschrift Nederlands-Vlaams tijdschrift voor mediation en conflictmanagement, Aflevering 3 2012
Trefwoorden strategic coaching, divorce mediation, parent contracting, mediation matrix
Auteurs Maarten Kouwenhoven
SamenvattingAuteursinformatie

    A specialist needs an instrument to be effective. For a doctor it is his stethoscope, for a lawyer it is the law books, for a psychologist it is the psychological tests and for a mediator it is the mediation matrix. This article explains how to operate the mediation matrix, that is based upon the Transactional Analysis theory and cybernetics. It can be used as a route planner that helps the mediator to explain to his client what he is doing, how he does that and why he does that. This will reduce the client’s stress, improve his logical thinking and self management.
    The mediation matrix is an instrument to improve structure and transparency. In this way the mediator can support the expression of blocking emotions. By doing this, the mediator can support the positive emotions which will follow. The mediator is no longer a person with a bag of technics, but a professional with an integrated theory and useful technique.


Maarten Kouwenhoven
Maarten Kouwenhoven is klinisch psycholoog/psychotherapeut en managementconsultant. Hij is de auteur van het Handboek strategisch coachen (2007) en redacteur en mede-auteur van een standaardwerk Transactionele Analyse in Nederland (deel I, II en III). Hij is een van de oprichters en erelid van de NVTA (Nederlandse Vereniging voor Transactionele Analyse) en is werkzaam als directeur/docent van Kouwenhoven Opleidingen (www.kouwenhovenopleidingen.nl).

    Deze studie beoogt empirische inzichten te verschaffen in de socio-juridische context van Vlaamse echtscheidingsovereenkomsten. Meer specifiek: er is empirisch onderzoek verricht naar de determinanten van echtscheidingsakkoorden (ex ante context), alsook naar de effecten die deze regelingen sorteren (ex post context). Door toepassing van de sociaalwetenschappelijke methodologie binnen het familierecht voorziet deze empirische analyse in brede kwantitatieve gegevens die als basis kunnen dienen voor toekomstige beleidsmatige beslissingen. Daarnaast kunnen de empirische bevindingen bijdragen tot de optimalisatie van de redactie van echtscheidingsovereenkomsten.
    ---
    This research aims to provide empirical insights into the socio-legal context of mutual consent divorce agreements. More specifically, this empirical-legal study investigates the determinants of divorce arrangements (i.e. the ex ante context)  as well as the effects of these arrangements (i.e. the ex post context). By using statistical techniques of the social sciences (i.e. regression analysis), this empirical analysis provides in broad quantitative data that serve as a basis for future policy decisions. This article concludes that this empirical findings contribute to the optimization of divorce agreement drafting.


Dr. Ruben Hemelsoen
Ruben Hemelsoen has a doctorate in law, and master’s degrees in law and psychology. He is currently head of student affairs at University College Ghent. Alongside this, the author works as a voluntary researcher at the civil law department of the Faculty of Law of Ghent University.

    Soft law is a necessity in modern public administration. On the verge of public bodies that execute administrative tasks various forms of soft law are applied. This article explores the many shapes of soft law in a continental European context. This results in the identification of a series of variables that are relevant for the legal effects of soft law. The article further focuses on the way policy rules, as a special form of soft law, are treated in the Dutch legislation.


Ph.D. Albertjan Tollenaar
University of Groningen Assistant Professor Department of Administrative Law and Public Administration
Artikel

Toetsing in het wetgevingsproces versterkt

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 4 2012
Trefwoorden constitutionele toetsing, grondrechten
Auteurs Prof. mr. R.J.B. Schutgens
SamenvattingAuteursinformatie

    Naar aanleiding van de adviezen van de Nationale conventie en de Staatscommissie Grondwet en naar aanleiding van het (nog aanhangige) voorstel-Halsema wordt in deze bijdrage de constitutionele toetsing door de wetgever opnieuw aan een beschouwing onderworpen. Daarbij is vooral aandacht voor de toetsing aan de grondrechten. Er komen verschillende manieren aan bod om de toetsing tijdens de wetsprocedure te versterken: verbeteringen in de wetgevingsadvisering door de Raad van State; de instelling van een algemene Kamercommissie voor grondrechten en constitutionele toetsing naar Brits voorbeeld; een kritischere en onafhankelijke rol voor de Kamers ten opzichte van de regering; het vaststellen van een toetsingskader waarin regering, Staten-Generaal en Raad van State gezamenlijk vastleggen aan welke materiële normen zij (nader) toetsen bij toetsing aan de Grondwet. Tot slot wordt betoogd dat de rechter de kwaliteit van de toetsing in de wetsprocedure kan bevorderen door bij zijn toetsing aan de verdragsgrondrechten de toetsing door de wetgever kritisch te beoordelen.


Prof. mr. R.J.B. Schutgens
Prof. mr. R.J.B. Schutgens is hoogleraar Algemene rechtswetenschap aan de Radboud Universiteit Nijmegen. r.schutgens@jur.ru.nl
Casus

Hoge Raad is duur

Over het verwijzen naar normalisatienormen in wetgeving

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 4 2012
Trefwoorden normalisatie, openbaarheid, auteursrecht, handelsbelemmeringen
Auteurs Prof. dr. R.A.J. van Gestel
SamenvattingAuteursinformatie

    De Hoge Raad heeft een knoop doorgehakt in de lang slepende kwestie m.b.t. het verwijzen in wetgeving naar normalisatienormen. Door verwijzing worden die normen zelf geen algemeen verbindende voorschriften en vervalt ook niet het auteursrecht. De vraag is echter of daarmee het probleem van de gebrekkige toegankelijkheid van NEN-normen waarnaar in wetgeving wordt verwezen is opgelost. Heeft de Hoge Raad bovendien wel voldoende aandacht geschonken aan de Europese dimensie van deze problematiek?


Prof. dr. R.A.J. van Gestel
Prof. dr. R.A.J. van Gestel is hoogleraar Theorie en Methode van wetgeving aan de Universiteit van Tilburg en redacteur van RegelMaat. r.a.j.vangestel@uvt.nl
Toont 1 - 20 van 51 gevonden teksten
« 1 3
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.