Zoekresultaat: 75 artikelen

x
Jaar 2018 x
Trending Topics

Compliance als transactievoorwaarde bij banken

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 4 2018
Trefwoorden Witwassen, Financieel-economische criminaliteit, Systeembanken, Transactie, Compliancemanagement
Auteurs Prof. dr. mr. W. Huisman
SamenvattingAuteursinformatie

    De transactie met ING was een van de meest opvallende gebeurtenissen in de sfeer van het bijzonder strafrecht en de strijd tegen financieel-economische criminaliteit van het afgelopen jaar. Dit artikel bespreekt verschillende redenen waarom dit een belangrijke casus is. Naast de hoogte van het bedrag en de onderliggende criminaliteit, gaat dit artikel in op het strafrechtelijk aansprakelijk stellen van systeembanken en de te verwachten effectiviteit van verbetering van compliancemanagement als transactievoorwaarde.


Prof. dr. mr. W. Huisman
Prof. dr. mr. W. Huisman is hoogleraar criminologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

Luc Demeyere
Luc Demeyere is advocaat aan de Balie te Antwerpen, werkzaam bij Contrast, erkend bemiddelaar en redacteur van TMD.

Roger Ritzen
Roger Ritzen is advocaat aan de Balie te Breda-Middelburg (Nederland) en EU-Advocaat aan de Balie te Antwerpen. Tevens erkend bemiddelaar, erkend door de Federale Bemiddelingscommissie (België) en redacteur van TMD.
Recent

Agenda

Tijdschrift Advocatenblad, Aflevering 10 2018
Auteurs Kees Pijnappels

Kees Pijnappels

    If a religious organisation relies on an exception to the principle of equal treatment to draft rules that differ according to the religion of the employees, this must be subject to judicial review and will be acceptable only if the religion or belief constitutes a genuine and legitimate occupational requirement, justified by the ethos of the organisation concerned and the application of the exception is proportionate. If there are contrary provisions in national law, these must be disapplied.

    According to German law, every employee is entitled to paid annual leave. The amount of pay is generally calculated based on the current salary (known as the “principle of loss of pay”) but a reduction of working hours during the year does not lead to a reduction of entitlement to holiday pay for previously acquired holiday entitlements. If the entitlement was already acquired before the reduction of working time (which can happen because in Germany holiday entitlement is acquired at the beginning of the calendar year), pay during leave will be based on the salary agreed between the employer and employee when the holiday entitlement was acquired and thus, based on the ‘old’ salary.


Nina Stephan
Nina-Stephan is an attorney-at-law at Luther Rechtsanwaltsgesellschaft mbH in Essen, www.luther-lawfirm.com.

Paul Schreiner
Paul Schreiner is an attorney-at-law and partner with Luther Rechtsanwaltsgesellschaft mbH in Essen, www.luther-lawfirm.com.

    The Czech Supreme Court has ruled that the concept of good moral conduct must be taken into account when assessing whether an employee has breached his or her non-compete obligation and thus whether it is fair to demand that the employee pay a contractual penalty for the breach. The Court annulled the penalty.


Anna Diblíková
Anna Diblíková is an attorney at Noerr in Prague, www.noerr.com.

    A provision of Dutch law, according to which employees who lose their jobs upon retirement are excluded from the right to statutory severance compensation, is not in breach of the Framework Directive.


Peter C. Vas Nunes
Peter Vas Nunes is Of Counsel at BarentsKrans N.V., The Hague, the Netherlands.
Landmark Rulings

ECJ 6 November 2018, joined cases C-569/16 (Bauer) and C-570/16 (Willmeroth), Paid leave

Stadt Wuppertal – v – Maria Elisabeth Bauer and Volker Willmeroth – v – Martina Broßonn, German case

Tijdschrift European Employment Law Cases, Aflevering 4 2018
Trefwoorden Paid leave
Samenvatting

    Heirs of a deceased worker are entitled to an allowance in lieu of untaken paid annual leave. Based on the EU Charter of Fundamental Rights, this applies between individuals as well.

    The Austrian Supreme Court has held that the employer must notify the Employment Service (AMS) when it is contemplating collective redundancies, even if they are carried by mutual agreement. The duty of notification is triggered if the employer proposes a mutual termination agreement to a relevant number of employees, provided the offer is binding and can be accepted by the employees within 30 days. If the employer fails to notify the AMS, any subsequent redundancies (or mutual terminations of employment occurring on the employer’s initiative) are void, even if effected after 30 days.


Andreas Tinhofer
Andreas Tinhofer is a partner at MOSATI Rechtsanwälte, www.mosati.at.

    In a recent decision, the Labour Court awarded an employee € 7,500 for working in excess of 48 hours a week, contrary to working time legislation. The complainant allegedly regularly checked and responded to emails outside of business hours, occasionally after midnight. The Labour Court reiterated it is the employer’s responsibility to ensure that employees are not permitted to work beyond the statutory maximum period and that if an employer is aware that an employee is working excessive hours, must take steps to curtail this.


Lucy O’Neill
Lucy O’Neill is an attorney-at-law at Mason Hayes & Curran in Dublin, Ireland.
Artikel

Clementie aanvragen of de afspraak voortzetten, wat te doen met het oog op schadeclaims?

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 6 2018
Trefwoorden karteldeelname, clementieaanvraag, publieke en private kartelhandhaving, schadeclaims, vignettenanalyse
Auteurs Nicole Rosenboom en Daan in ’t Veld
SamenvattingAuteursinformatie

    Karteldeelnemers lopen zowel het risico op een publieke boete als op een schadeclaim van één of meer afnemers. Door middel van een succesvolle clementieaanvraag kan een boete geheel of gedeeltelijk worden vermeden. De vraag is of de dreiging van civiele schadeprocedures ten koste gaat van de aantrekkelijkheid om clementie aan te vragen. Dit artikel beschrijft de resultaten van een empirische analyse naar de verschillende factoren van publieke en private kartelhandhaving en hun effect op de kans dat een onderneming clementie aanvraagt. De analyse betreft een vignettenanalyse op basis van een enquête onder Nederlandse bedrijven en Nederlandse mededingingsjuristen.


Nicole Rosenboom
N. Rosenboom MSc is senior consultant bij Oxera Amsterdam. Dit artikel is op persoonlijke titel geschreven.

Daan in ’t Veld
Dr. D. in ’t Veld is onderzoeker bij SEO Economisch Onderzoek. Dit artikel is op persoonlijke titel geschreven.
Annotatie

Goldman Sachs/Europese Commissie. Private equity in het vizier van mededingingsautoriteiten

Gerecht 12 juli 2018, zaak T-419/14, ECLI:EU:T:2018:445

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 6 2018
Trefwoorden private equity, investeerder, toerekening, aansprakelijkheid, bewijsvermoeden
Auteurs Robin Struijlaart en Mark Brabers
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 12 juli 2018 heeft het Gerecht een beroep van Goldman Sachs tegen een boetebesluit van de Commissie verworpen. Dit arrest maakt (nogmaals) duidelijk dat private equity-investeerders een reële kans lopen om aansprakelijk te worden gesteld voor kartelgedrag van hun portfolio-ondernemingen. De toets die de Commissie en het Gerecht uitvoeren, komt er in essentie op neer dat volstaat dat de moederonderneming zeggenschap heeft in de zin van het concentratietoezicht en dat er bewijs is dat zij die zeggenschap aantoonbaar heeft uitgeoefend. Veel investeerders zullen aan die beide criteria voldoen en bevinden zich dus in de gevarenzone.


Robin Struijlaart
Mr. R.A Struijlaart is werkzaam als advocaat bij de praktijkgroep Mededinging en Overheid van Loyens & Loeff N.V. te Amsterdam.

Mark Brabers
Mr. drs. M.C. Brabers is werkzaam als advocaat bij de praktijkgroep Mededinging en Overheid van Loyens & Loeff N.V. te Amsterdam.
Artikel

Het Nederlandse stelsel van rechtsbescherming tegen plannen en programma’s getoetst

Over het belang van het Verdrag van Aarhus en het Unierecht

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 4 2018
Trefwoorden omgevingsrecht, strategisch procederen, Aarhus, luchtkwaliteit, rechtsbescherming
Auteurs Mr. E.J.H. (Ernst) Plambeck
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage, die een weerslag biedt van de door Lorenzo Squintani gehouden presentatie tijdens de VMR-bijeenkomst op 31 mei 2018, staat de vraag centraal welke eisen het internationaal en Unierecht stellen aan rechtsbescherming tegen plannen en programma’s in het omgevingsrecht, en in hoeverre Nederland daaraan voldoet. Ter beantwoording van deze vraag wordt eerst het Verdrag van Aarhus en de implementatie daarvan in het Unierecht bekeken, waarbij ook de reikwijdte van het begrip ‘plannen en programma’s’ in het EU-milieurecht wordt geschetst. Daarna wordt ingegaan op de toetsing overeenkomstig het Unierecht en de (on)mogelijkheid van exceptieve toetsing. Dit wordt gevolgd door een analyse van het Nederlandse rechtssysteem, waarna geconcludeerd wordt dat dit rechtssysteem op onderdelen tekort lijkt te schieten, gelet op het internationaal en Unierecht.


Mr. E.J.H. (Ernst) Plambeck
Mr. E.J.H. Plambeck is adviseur bestuursrecht bij Koninklijke Metaalunie en daarnaast als promovendus verbonden aan het Utrecht Centre for Water, Oceans and Sustainability Law van de Universiteit Utrecht.
Kroniek

Ambtelijke en bestuurlijke corruptie in Nederland; waar staan we anno 2018?

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 4 2018
Trefwoorden Corruptie, Integriteit, Rechtshandhaving, Openbaar bestuur
Auteurs Prof. dr. Hans Nelen en Prof. dr. Emile Kolthoff
SamenvattingAuteursinformatie

    The most recent extensive study on political and administrative corruption in The Netherlands dates back to 2005 (Huberts & Nelen, 2005). Afterwards various studies have been conducted on related subthemes and areas. In this contribution, the state of affairs regarding political and administrative corruption – and the responses to them – in The Netherlands in 2018 is described, based on the results of these studies. Starting with an overview of the nature and severity of political and administrative corruption, the focus shifts to relevant developments in the control and prevention of corruption, partly addressing the causes of the phenomenon.


Prof. dr. Hans Nelen
Prof. dr. mr. J.M. Nelen is als hoogleraar criminologie verbonden aan de Universiteit Maastricht.

Prof. dr. Emile Kolthoff
Prof. dr. E.W. Kolthoff is als hoogleraar criminologie verbonden aan de Open Universiteit en als lector Veiligheid, openbare orde en recht aan de Avans Hogeschool in Den Bosch.
Artikel

Patronen in regelovertreding in de chemische industrie

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 4 2018
Trefwoorden corporate crime, compliance, longitudinal, life course, criminal career
Auteurs Dr. Marieke Kluin MSc., Prof. dr. mr. Arjan Blokland, Prof. mr. Wim Huisman e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    Unlike criminal career research into the criminal behavior of natural persons, longitudinal research into rule violations by corporations is still scant. The few available studies are mostly limited to US corporations, and suffer from either a small sample size or a short follow-up period, limiting the generalizability of their findings. The present study uses longitudinal data on rule violating behavior of 494 Dutch chemical corporations derived from yearly inspections (N=4.367) of the relevant safety and environmental agencies between 2006 and 2017. The study aims to gain insight in the patterning of rule violations by Dutch chemical corporations, and the extent to which these patterns are associated with sector and corporate characteristics. The results show that rule violation is common among Dutch chemical corporations. A small minority of chronically violating corporations however, is responsible for a disproportional share of all observed rule violations. Using group-based trajectory modelling (GBTM) we distinguish several longitudinal patterns of rule violations in our data. Available sector and corporation characteristics are only weakly associated with the patterns of rule violations identified.


Dr. Marieke Kluin MSc.
Dr. M.H.A. Kluin is als universitair docent Criminologie verbonden aan het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van de Universiteit Leiden.

Prof. dr. mr. Arjan Blokland
Prof. dr. mr. A.A.J. Blokland is als bijzonder hoogleraar Criminology & Criminal Justice verbonden aan het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van de Universiteit Leiden en als senior onderzoeker verbonden aan het NSCR.

Prof. mr. Wim Huisman
Prof. mr. W. Huisman is als hoogleraar criminologie verbonden aan de afdeling Strafrecht & Criminologie van de Vrije Universiteit Amsterdam.

Dr. Marlijn Peeters
Dr. M.P. Peeters is als universitair docent Criminologie verbonden aan het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van de Universiteit Leiden.

Ellen Wiering MSc
E. Wiering, MSc is als junior onderzoeker verbonden aan het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van de Universiteit Leiden.

Steven Jaspers MSc
S.J. Jaspers, MSc studeerde criminologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Artikel

Genderdiversiteit en organisatiecriminaliteit: een systematische literatuurreview

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 4 2018
Trefwoorden gender, white-collar crime, old boys network, board diversity, corporate crime
Auteurs Dr. Marieke Kluin MSc. en Mr. Lucy de Ruiter BSc.
SamenvattingAuteursinformatie

    Women are less likely to commit criminal acts than men. This gender gap appears to be particularly pronounced in white-collar crime. This systematic literature review examines existing theories, such as the situational hypothesis and the ‘gendered theory of focal concerns’ and evaluates to what extent they find support in empiricism. The results seem to offer the most support to the ‘gendered theory of focal concerns’. This nourishes the hypothesis that with an increase of women at positions in the upper tiers of the company ladder a decrease in the prevalence of white-collar crime can be expected. However, it is also possible that the explanation of corporate crime does not lie in a lack of femininity, but in a lack of gender diversity. Furthermore, limited access to informal criminal networks, the ‘old boys networks’, seems to play an important role in the gender gap of white-collar crime.


Dr. Marieke Kluin MSc.
Dr. M.H.A. Kluin is als universitair docent Criminologie verbonden aan het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van de Universiteit Leiden.

Mr. Lucy de Ruiter BSc.
L.M. de Ruiter heeft rechten en criminologie gestudeerd aan de Universiteit Leiden.
Redactioneel

Organisatiecriminaliteit en de aanpak ervan in de Lage Landen

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 4 2018
Trefwoorden Organisatiecriminaliteit, Witteboordencriminaliteit, Handhaving, ING-affaire
Auteurs Dr. Karin Van Wingerde, Prof. dr. Antoinette Verhage en Dr. Lieselot Bisschop
SamenvattingAuteursinformatie

    In this introductory article we will discuss some of the recent developments in corporate crime research in the Netherlands and Belgium since 2008. In doing so, we will answer the following three questions: (1) What are the most important developments in the way research on corporate crime has been carried out? (2) What are key themes in corporate crime research? (3) What are the most important blind spots in research into corporate crime? We will conclude with some avenues for future research on corporate crime and its enforcement.


Dr. Karin Van Wingerde
Dr. C.G. van Wingerde is universitair docent bij de sectie criminologie aan Erasmus School of Law van de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Prof. dr. Antoinette Verhage
Prof. dr. A.H.S. Verhage is docent bij de vakgroep Criminologie, Strafrecht en Sociaal Recht van de Faculteit Rechtsgeleerdheid (Universiteit Gent) en verbonden aan het Institute for International Research on Criminal Policy (IRCP) van de Universiteit Gent.

Dr. Lieselot Bisschop
Dr. L.C.J. Bisschop is universitair docent bij de sectie criminologie aan Erasmus School of Law van de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Artikel

Verdergaan met de sociale-werkingsbenadering

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2018
Trefwoorden Effectiveness of law, social working approach, semi-autonomous social fields, smoking bans, impact assessments
Auteurs Heleen Weyers
SamenvattingAuteursinformatie

    John Griffiths’ social working approach of legislation tries to estimate the direct effects of laws which prescribe certain behavior. The basic idea of the approach is that rule-guided behavior (direct effect) is influenced by the different groups citizens belong to. Griffiths refers to these groups using the concept coined by Sally Moore (1971) ‘semi-autonomous social fields’. Although Griffiths never formulated hypotheses regarding the relation between SASFs and direct effects, the article explores two of them: If the relevant SASFs accept the new norm, direct effects will occur; and if the relevant SASFs are not ‘though’ (and don’t accept the new norm) direct effects will occur. These two hypotheses are related to the results of smoking bans in bars in the Netherlands. The acceptance of the smoking bans in bars is low. The thoughness of the SASFs in bars and their organization differ in time and so did the compliance with the smoking bans. Because this article is not based on research that depart from the hypotheses, further research based on the hypotheses is needed to draw firm conclusions. The article is rounded up with a plea to use Griffiths approach in impact assessments of legislation.


Heleen Weyers
Heleen Weyers studeerde filosofie en geschiedenis en startte in 1995 haar promotietraject bij John Griffiths. Dat resulteerde in het boek Euthanasie: het proces van rechtsverandering (2002) en een aanstelling als universitair docent bij de Vakgroep Rechtstheorie van de Rijksuniversiteit Groningen. Samen met John (en anderen) schreef/redigeerde ze Euthanasia and Law in the Netherlands (1998) en Euthanasia and Law in Europe (2008) en verzorgde ze de vierde editie van het leerboek De sociale werking van recht. Een kennismaking met de rechtssociologie en rechtsantropologie (2005). Zij heeft zich sedert 2002 niet alleen beziggehouden met de totstandkoming van wetgeving, maar ook met de relatie tussen de totstandkoming en de effectiviteit van rechtsregels.
Artikel

Access_open ‘God’s Friend, the Whole World’s Enemy’

Reconsidering the role of piracy in the development of universal jurisdiction.

Tijdschrift Netherlands Journal of Legal Philosophy, Aflevering 2 2018
Trefwoorden Cicero, Augustine, Bartolus, piracy, universal jurisdiction
Auteurs Louis Sicking
SamenvattingAuteursinformatie

    Piracy holds a special place within the field of international law because of the universal jurisdiction that applies. This article reconsiders the role of piracy in the development of universal jurisdiction. While usually a connection is established between Cicero’s ‘enemy of all’ and modern conceptions of pirates, it is argued that ‘enemy of the human species’ or ‘enemy of humanity’ is a medieval creation, used by Bartolus, which must be understood in the wake of the Renaissance of the twelfth century and the increased interest for the study of Roman Law. The criminalization of the pirate in the late Middle Ages must be understood not only as a consequence of royal power claiming a monopoly of violence at sea. Both the Italian city-states and the Hanse may have preceded royal power in criminalizing pirates. All the while, political motives in doing so were never absent.


Louis Sicking
Louis Sicking is Aemilius Papinianus Professor of History of Public International Law at Vrije Universiteit Amsterdam and lecturer in medieval and early modern history at Universiteit Leiden.
Artikel

The effective public enforcement of cartels: perceptions on the functioning of the objection procedure and the reality

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 3 2018
Trefwoorden Dispute resolution, Objection procedure, Cartel enforcement, Administrative law, Stakeholder interviews
Auteurs Mr. Annalies Outhuijse LLM
SamenvattingAuteursinformatie

    Companies fined for infringing the cartel prohibition are denied access to the courts until the competition authority has reviewed its fining decision in the objection procedure. Several stakeholders have been negative about the functioning of this objection procedure in case of cartel fines, including because of its limited ability to resolve disputes and the cost and length of the procedure. In light of the discussions on the effectiveness of this objection procedure, this article analyses the ability of the cartel objection procedure to resolve disputes on basis of an analysis of the decisions on objection, as well as interviews with the parties involved in the objection procedure and a study of relevant literature. Previous studies have shown that the success of the objection procedure, regarding dispute resolution, depends on the nature of the dispute, the reason that the objection is made and the organisation of the procedure. Reviewing the data which was gathered through the interviews and case analysis with the knowledge of these factors influencing the success of the objection procedure, the article concludes that these previously carried out studies can explain the limited ability of the cartel objection procedure to resolve disputes.


Mr. Annalies Outhuijse LLM
Annalies Outhuijse is PhD fellow at the Department of Administrative Law at the University of Groningen.
Toont 1 - 20 van 75 gevonden teksten
« 1 3 4
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.