Zoekresultaat: 31 artikelen

x
Jaar 2010 x
Diversen

Nieuw toezicht op de advocatuur?

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 4 2010
Trefwoorden zelfregulering, systeemtoezicht, toezicht op advocaten, advocatuur, De Hoogd
Auteurs Mr. M. de Rijke
SamenvattingAuteursinformatie

    Met de totstandkoming van de Advocatenwet van 23 juni 1952 is de Nederlandse Orde van Advocaten (NOvA) ingesteld en is wettelijk geregeld dat het toezicht op de advocatuur wordt uitgeoefend door Raden van toezicht, de bestuurders van de plaatselijke orden van advocaten. De leden van de Raden van toezicht worden gekozen uit de leden van de orde. Dit systeem van zelfregulering staat ter discussie, sinds de Minister van Justitie in een brief aan de Tweede Kamer van 5 maart 2010 zijn visie heeft gegeven op de “in de toekomst wenselijke en mogelijke aanpassingen van de wettelijke regelingen van het toezicht op notarissen, advocaten en gerechtsdeurwaarders”. De visie behelst onder meer de introductie van een nieuwe toezichthouder die controle uitoefent op de naleving van wettelijke voorschriften door advocaten. Wat echter ontbreekt in deze visie is een overtuigende onderbouwing om op zoek te gaan naar een alternatief voor het bestaande systeem en daarmee een legitimatie om de keuze te laten vallen op het andere uiterste van het spectrum van toezichtstijlen. In dit essay plaatst de auteur het bestaande toezichtsysteem, de controle hierop en de visie van de Minister in het kader van het algemeen toezichtsrecht. Zij komt tot de conclusie dat een te wankele basis bestaat voor een drastische oversteek van intern naar extern toezicht.


Mr. M. de Rijke
Mr. M. de Rijke is advocaat en partner bij Bird & Bird LLP te Den Haag.
Discussie

Op weg naar een duurzame openbare ruimte

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 4 2010
Trefwoorden openbare ruimte, duurzaam, klimaatbestendig, wateroverlast, hittestress
Auteurs Mr. dr. P. Jong
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage vindt een verkenning plaats van de wenselijkheid, de praktijk en enige juridische aanknopingspunten van een duurzame(re) openbare ruimte. In dit verband wordt onder een ‘duurzame openbare ruimte’ verstaan: een openbare ruimte die in redelijke mate bestand is tegen extreme lokale klimaatinvloeden, met name wateroverlast en hittestress (droogte). Uit onderzoek van de VROM-Inspectie (2010) blijkt dat in bestemmingsplannen weinig over klimaatadaptatie is terug te vinden. De auteur constateert dat de gemeente kosten van verduurzaming van de openbare ruimte kan verhalen in het kader van de grondexploitatie. Daarnaast noemt hij een vijftal juridische aanknopingspunten om een gemeente aan te spreken op haar verantwoordelijkheid tot verduurzaming van de openbare ruimte.


Mr. dr. P. Jong
Mr. dr. P. (Pieter) Jong is onderzoeker bij het Centre for Law & Innovation van de TU Delft en secretaris van de CAW (Commissie van advies inzake de waterstaatswetgeving). Hij is betrokken bij het onderzoeksprogramma Klimaat voor Ruimte (IC12). Deze bijdrage is op persoonlijke titel geschreven.
Artikel

Wetgeving en de positie van de patiënt: instrument voor verandering of terugvaloptie?

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 3 2010
Trefwoorden impact of health law, evaluation of health law, patient empowerment, patient rights
Auteurs Roland Friele en Remco Coppen
SamenvattingAuteursinformatie

    Empirical research on the practice of ‘informed consent’ and the right of complaint of patients shows that these rights are important as guarantees for carefulness and legal certainty. However, at the same time these rights seem to have hardly any effect on the position of the patient in the daily interactions with doctors and other medical personnel. Rather, they seem to have led to a formalization of institutional relations with patients. At the same time, in practice especially hospitals seem to aim at an informal and varied way of dealing with these patient’s rights.


Roland Friele
Roland Friele is adjunct-directeur van het NIVEL (Nederlands instituut voor onderzoek van de gezondheidszorg) en bijzonder hoogleraar aan de Universiteit van Tilburg. Hij doet onderzoek naar de sociaalwetenschappelijke aspecten van wet- en regelgeving in de gezondheidszorg. Wetsevaluaties in de gezondheidszorg vormen de hoofdmoot.

Remco Coppen
Remco Coppen is onderzoeker bij het NIVEL (Nederlands instituut voor onderzoek van de gezondheidszorg). Zijn onderzoek richt zich met name op sociaalwetenschappelijke aspecten van wet- en regelgeving. Hij is betrokken geweest bij verschillende wetsevaluaties, zoals de tweede en derde evaluatie van de Wet op de orgaandonatie, de tweede evaluatie van de Wet inzake bloedvoorziening, de evaluatie van de Wet marktordening gezondheidszorg en de Zorgverzekeringswet. In 2010 is hij gepromoveerd op een proefschrift over de effecten van de Wet op de orgaandonatie.

Prof. mr. J.G. Sijmons
Artikel

Steunmaatregelen voor ziekenhuizen en diensten van algemeen economisch belang: doelmatigheid niet vereist?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 9 2010
Trefwoorden Diensten van algemeen economisch belang, Altmark-criteria, Altmark-pakket, (Brussels) ziekenhuizen
Auteurs Prof. dr. L. Hancher en Prof. mr. W. Sauter
SamenvattingAuteursinformatie

    De Europese regels over staatssteun kunnen in het geding komen bij de financiering van openbaredienstverplichtingen zoals die bijvoorbeeld bestaan in de ziekenhuiszorg. Daarbij staat de ruimte die hiertoe aan de lidstaten wordt gelaten nog volop ter discussie, bijvoorbeeld ten aanzien van Protocol 26 van het Werkingsverdrag (Wv) betreffende de diensten van algemeen (economisch) belang. Het staatssteunregime van de EU voorziet sinds 2003 in een toets voor openbaredienstverplichtingen op basis van de voorwaarden gesteld in het Altmark-arrest.1x Beide auteurs zijn verbonden aan het Tilburg Law and Economics Centre (TILEC). Leigh Hancher is daarnaast werkzaam bij Allen & Overy en Wolf Sauter bij de Zorgautoriteit (NZa).
    HvJ EG 24 juli 2003, zaak C-280/00, Altmark Trans GmbH en Regierungspräsidium Magdeburg/Nahverkehrsgesellschaft Altmark GmbH (Altmark Trans), Jur. 2003, p. I-7747.
    Indien hieraan wordt voldaan, is geen sprake van steun maar van compensatie. Wordt aan deze toets niet voldaan dan kan vervolgens eventueel op basis van artikel 106 lid 2 Wv worden bepaald of sprake is van een dienst van algemeen economisch belang (DAEB) die verenigbaar is met de interne markt. Het kader dat hierbij wordt gehanteerd is het zogenoemde DAEB-pakket (ook wel: ‘Monti-pakket’) uit november 2005.2x Beschikking 2005/842/EG van de Commissie van 28 november 2005 betreffende de toepassing van artikel 86, lid 2, van het EG-Verdrag op staatssteun in de vorm van compensatie voor de openbare dienst die aan bepaalde met het beheer van diensten van algemeen economisch belang belaste ondernemingen wordt toegekend, Pb. EG 2005, L 312/0067; Communautaire kaderregeling inzake staatssteun in de vorm van compensatie voor de openbare dienst, Pb. EU 2005, C 297/4. De beschikking trad op 19 december 2005 in werking, de kaderregeling op de datum van publicatie (29 november 2005). Het belangrijkste verschil tussen de twee toetsen zit in de wijze waarop wordt omgegaan met het doelmatigheidsvereiste. De hier te bespreken beschikking van de Europese Commissie illustreert bovenstaand punt.

Noten

  • 1 Beide auteurs zijn verbonden aan het Tilburg Law and Economics Centre (TILEC). Leigh Hancher is daarnaast werkzaam bij Allen & Overy en Wolf Sauter bij de Zorgautoriteit (NZa).
    HvJ EG 24 juli 2003, zaak C-280/00, Altmark Trans GmbH en Regierungspräsidium Magdeburg/Nahverkehrsgesellschaft Altmark GmbH (Altmark Trans), Jur. 2003, p. I-7747.

  • 2 Beschikking 2005/842/EG van de Commissie van 28 november 2005 betreffende de toepassing van artikel 86, lid 2, van het EG-Verdrag op staatssteun in de vorm van compensatie voor de openbare dienst die aan bepaalde met het beheer van diensten van algemeen economisch belang belaste ondernemingen wordt toegekend, Pb. EG 2005, L 312/0067; Communautaire kaderregeling inzake staatssteun in de vorm van compensatie voor de openbare dienst, Pb. EU 2005, C 297/4. De beschikking trad op 19 december 2005 in werking, de kaderregeling op de datum van publicatie (29 november 2005).


Prof. dr. L. Hancher
Prof. dr. L. Hancher is verbonden aan het Tilburg Law and Economics Centre (TILEC) en is daarnaast werkzaam bij Allen & Overy.

Prof. mr. W. Sauter
Prof. mr. W. Sauter is verbonden aan het Tilburg Law and Economics Centre (TILEC) en is daarnaast werkzaam bij de Zorgautoriteit (NZa).
Artikel

Het Nederlandse voorstel voor implementatie van de gewijzigde Europese regels voor elektronische communicatie

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 8 2010
Trefwoorden elektronische communicatie, nieuwe Regelgevende Kader, NRF, New Regulatory Framework
Auteurs Mr. G.P. van Duijvenvoorde
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 26 november 2009 is het gewijzigde Europese kader voor elektronische communicatie in werking getreden. Met twee richtlijnen worden de richtlijnen die sinds 2002 het regelgevingskader vormden, gewijzigd om beter te zijn toegesneden op de technologische en marktontwikkelingen. Een voorbeeld van een technologische ontwikkeling is het snel toegenomen gebruik van mobiele data, als gevolg van bijvoorbeeld ‘internetten’ of films bekijken via de mobiele telefoon. Om tegemoet te komen aan deze ontwikkeling is nodig dat er voldoende frequentieruimte beschikbaar is, maar ook dat wordt gewaarborgd dat gebruikers zoveel mogelijk ongeacht de aard en omvang van hun gebruik internet kunnen (blijven) gebruiken (netneutraliteit). Daarnaast betrof een van de discussiepunten bij de voorbereiding van het gewijzigde Europese kader de bescherming van gebruikers bij het afsluiten van het gebruik van internet en is het in het definitieve Europese kader op dit punt tot een compromis gekomen. Naast de wijzigingen in de richtlijnen is ook met een verordening een nieuw orgaan van Europese regelgevers onder de naam BEREC opgericht om te adviseren aan de Commissie en de nationale toezichthouders.


Mr. G.P. van Duijvenvoorde
Mr. G.P. van Duijvenvoorde is als advocaat werkzaam bij KPN Telecom te Den Haag en is gastdocent bij de afdeling E-law@leiden van de Universiteit Leiden.
Artikel

De gezondheid van de zorgverzekering

Een evaluatie van de Zorgverzekeringswet

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 6 2010
Auteurs Mr. J.M. van der Most

Mr. J.M. van der Most
Artikel

Verscherping van het toezicht op trustkantoren

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 3 2010
Trefwoorden trustkantoren, verscherping, toezicht, belastingontwijking, witwassen
Auteurs Mr. M.T. van der Wulp
SamenvattingAuteursinformatie

    Met de inwerkingtreding van de Wijzigingswet financiële markten 2010 wordt de ‘verscherping’ van het toezicht op trustkantoren ingeluid. Verkopers van rechtspersonen worden duidelijker onder het bereik van de Wet toezicht trustkantoren (Wtt) gebracht, terwijl kantoorverhuurbedrijven die uitsluitend domicilie verlenen (eventueel met ‘receptiewerkzaamheden’) worden uitgezonderd. Op beide punten constateerde DNB een handhavingslacune, die met deze reparatiewet wordt weggenomen. In het ter consultatie voorgelegde conceptwetsvoorstel Wijzigingswet financiële markten 2012, wordt voorts uitvoering gegeven aan de toezeggingen, gedaan in het Evaluatierapport Wtt (ministerie van Financiën, 2010), om door verscherping van het toezicht ook ‘virtuele trustkantoren’ onder het bereik van de Wtt te brengen.


Mr. M.T. van der Wulp
Mr. M.T. van der Wulp is promovendus aan de Sectie Strafrecht Erasmus Universiteit Rotterdam.
Discussie en Column

De Zorgbrede Governancecode 2010 in vogelvlucht

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 5 2010
Auteurs Mr. Mark van der R.P.F.

Mr. Mark van der R.P.F.
Artikel

Titel 10.15 BW – IPR zee-, binnenvaart- en luchtrecht: weinig nieuws

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 7-8 2010
Trefwoorden internationaal privaatrecht, zeerecht, binnenvaartrecht, luchtrecht, cognossement, goederenvervoer
Auteurs Prof. mr. M.H. Claringbould
SamenvattingAuteursinformatie

    Titel 10.15 BW is grotendeels een kopie van de Wet IPR zee- en binnenvaart (WIPRZ) uit 1993. Maar in 2009 zijn Rome I en Rome II in werking getreden; de grenslijn tussen deze ‘natte’ IPR-regeling en de verordeningen wordt scherper getrokken. Het zou mooi zijn als tijdens de parlementaire behandeling van Titel 10.15 BW alsnog aandacht wordt besteed aan enkele in deze bijdrage genoemde (detail)punten.


Prof. mr. M.H. Claringbould
Prof. mr. M.H. Claringbould is hoogleraar Zeerecht aan de Universiteit Leiden en advocaat te Rotterdam.
Artikel

Een nieuwe mededingingsbevoegdheid voor de NZa?

Artikel 45 Wmg over ingrijpen in de voorwaarden en de wijze van tot stand komen van overeenkomsten met betrekking tot zorg of tarieven

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 4 2010
Trefwoorden Wet marktordening gezondheidszorg, AMM-instrument, Contractuele voorwaarden, Europeesrechtelijke dimensie
Auteurs Mr. drs. J. Bijkerk en Prof. mr. W. Sauter
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel signaleren en bespreken wij een nieuwe ontwikkeling in het sectorspecifieke mededingingstoezicht op de zorg. Artikel 45 van de Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg) geeft de in 2006 opgerichte Zorgautoriteit (NZa) de bevoegdheid tot ingrijpen in de wijze van tot stand komen van overeenkomsten met betrekking tot zorg of tarieven en in de voorwaarden in die overeenkomsten met het oog op de inzichtelijkheid van zorgmarkten en/of de bevordering van de concurrentie. Tot voor kort heeft de NZa spaarzaam gebruikgemaakt van deze bevoegdheid. Onlangs heeft zij echter naast een uitgebreide toelichting op de mogelijkheden die dit instrument haar biedt een eveneens uitgebreid gemotiveerde nadere regel aangenomen die de toegang bevordert tot overeenkomsten betreffende elektronische netwerken met betrekking tot zorg. Dit is de aanleiding voor de huidige bespreking waarin naast de reikwijdte van artikel 45 Wmg ook de samenloop met de bevoegdheden van de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa) en de Europeesrechtelijke dimensie aan de orde zullen komen.


Mr. drs. J. Bijkerk
Mr. drs. José Bijkerk is werkzaam bij de NZa.

Prof. mr. W. Sauter
Prof. mr. Wolf Sauter is werkzaam bij de NZa en is tevens verbonden aan de Universiteit van Tilburg.

Mr. dr. M.C. Ploem
Artikel

Voor wie of wat is systeemtoezicht zinvol?

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 2 2010
Trefwoorden systeemtoezicht, interne borging, zelfregulerend vermogen, risicoanalyse
Auteurs Dr. M.E. Honingh en Dr J.K. Helderman
SamenvattingAuteursinformatie

    In de zoektocht naar meer doeltreffende en doelmatige arrangementen van overheidstoezicht, gooit ‘systeemtoezicht’ de laatste jaren hoge ogen. Binnen de rijksoverheid en Inspectieraad heeft zich in de afgelopen jaren in korte tijd een generieke beleidstheorie van systeemtoezicht ontwikkeld. Systeemtoezicht is gepresenteerd als ware het de Haarlemmerolie waarmee kwalen behorend bij overheidstoezicht zouden kunnen worden verholpen. Maar is het dat ook? In dit artikel betogen wij aan de hand van empirisch onderzoek in een zestal sectoren dat de beleidstheorie van systeemtoezicht zoals die zich ontwikkeld heeft vooral is gestoeld op verwachtingen in plaats van op empirie.


Dr. M.E. Honingh
Dr. M.E. Honingh is universitair docent bij de opleiding Bestuurskunde van de Radboud Universiteit Nijmegen.

Dr J.K. Helderman
Dr. J.K. Helderman is universitair docent bij de opleiding Bestuurskunde van de Radboud Universiteit Nijmegen.
Artikel

Maatschappelijk ondernemen en toezicht op publieke belangen in de zorg?

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 3 2010
Trefwoorden toezicht NZA, maatschappelijke onderneming, herdefiniëren publiek belang
Auteurs prof. mr. J.G. Sijmons
SamenvattingAuteursinformatie

    In de zorg ligt bij de NZa het toezicht op de publieke belangen. Deze toezichtfunctie staat ten onrechte onder druk. Evenmin als op de zorgverzekeringsmarkt – de ‘countervailing power’ van de zorgverleningmarkt – is voor het bewaken van publieke belangen de rechtsvorm van de ‘maatschappelijke onderneming’ nodig. In recente evaluaties van de Zorgverzekeringswet en de Wet marktordening gezondheidszorg kwam naar voren dat beide wetten nog niet de verwachtingen waarmaken, o.a. vanwege een beperkte regierol van de zorgverzekeraar, respectievelijk te weinig sturing en toezicht door de NZa richting marktwerking. Een gewijzigde, maar reeds in de wet besloten liggende taakopvatting voor minister van VWS en NZa zou de transitie over dit gevaarlijke dode punt kunnen heen tillen.


prof. mr. J.G. Sijmons
Prof. mr. J.G. Sijmons is bijzonder hoogleraar gezondheidsrecht aan de Universiteit Utrecht en advocaat te Zwolle. j.g.sijmons@nysingh.nl
Artikel

Naar een effectief toezicht op de woningcorporaties

Balanceren tussen staat en markt

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 3 2010
Trefwoorden woningcorporaties, toezicht, diensten van algemeen economisch belang, extern en intern toezicht, toezichthouder voor de corporatiesector
Auteurs mr. dr. S.A.C.M. Lavrijssen en D. Özmis
SamenvattingAuteursinformatie

    Woningbouwcorporaties zijn hybride organisaties die opereren op het snijvlak tussen staat en markt. Vanwege hun hybride status vallen zij tussen het wal en schip wat betreft toezicht en controle. Enerzijds vertoont het publiekrechtelijk toezicht door de minister van Wonen Wijken en Integratie en het Centraal Fonds voor de Volkshuisvesting hiaten. Anderzijds zijn de corporaties beperkt onderhevig aan de tucht van de markt. Woningcorporaties kampen momenteel met een slecht imago dat zij hebben gekregen doordat verschillende corporaties waren betrokken bij omstreden projecten. Ook is een beeld ontstaan dat de maatschappelijke prestaties van de corporaties inzake de realisatie en verhuur van sociale woningen ondermaats zijn. Inmiddels zijn vele rapporten verschenen over het functioneren van de woningcorporaties. Een rode draad in deze rapporten is, dat het publiekrechtelijk toezicht op de corporaties niet transparant en effectief is geregeld. Bovengenoemde ontwikkelingen en de imagoschade hebben de roep om een steviger extern publiekrechtelijk toezichtkader verhevigd, niet in de laatste plaats vanuit de sector zelf. Oud-minister van der Laan heeft inmiddels voorstellen gedaan tot aanscherping van het toezicht op de corporaties, inclusief de oprichting van een nieuwe toezichthouder voor de corporatiesector. Dit artikel beziet op kritische wijze of het voorstel van de oud-minister zal bijdragen aan een transparanter en effectiever toezicht op de woningcorporaties.


mr. dr. S.A.C.M. Lavrijssen
Mr. dr. S.A.C.M. Lavrijssen is universitair hoofddocent economisch publiekrecht bij het Europa Instituut van de Universiteit Utrecht. s.a.c.m.lavrijssen@uu.nl

D. Özmis
D. Özmis rondt momenteel de master Recht en onderneming af en is als student-assistent verbonden aan het Europa Instituut.
Jurisprudentie

Rechtsmiddel tegen voorschotbeslissing bij deskundigenonderzoek

HR 22 januari 2010, LJN BK1639 (man/vrouw)

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 2 2010
Trefwoorden voorschotbeslissing, deskundigenonderzoek, tussentijds rechtsmiddel
Auteurs Mr. drs. G. de Groot
Samenvatting

    In deze verdelingszaak gaat het erom of met een rechtsmiddel kan worden opgekomen tegen de beslissing over de begroting van het voorschot voor een deskundigenonderzoek, een kwestie die ook relevant is voor de behandeling van letselschadezaken. Eerst een korte schets van de zaak. De vrouw dagvaardt de man in 1997 voor de Rechtbank Den Haag. Zij vordert onder meer dat de rechtbank een deskundige zal benoemen om de waarde vast te stellen van aandelen van de man in een besloten vennootschap en de man zal veroordelen tot betaling aan haar van de helft van de waarde van de aandelen. De rechtbank wijst de vorderingen af. Het Hof Den Haag bekrachtigt het vonnis van de rechtbank. De Hoge Raad vindt dat het oordeel van het hof over de uitleg van de huwelijkse voorwaarden van een onjuiste rechtsopvatting getuigt (HR 28 november 2003, LJN AK3697). Na verwijzing wijst het Hof Amsterdam twee tussenarresten en benoemt bij een volgend tussenarrest drie deskundigen, onder meer met het oog op de waardering van de aandelen. Het hof bepaalt dat de man een voorschot voor het deskundigenonderzoek van € 45.000 dient te deponeren. De man stelt tegen deze drie tussenarresten (het tweede) cassatieberoep in. De Hoge Raad oordeelt onder meer dat tegen de voorschotbeslissing niet met een tussentijds rechtsmiddel kan worden opgekomen en verklaart de man niet-ontvankelijk in het beroep.


Mr. drs. G. de Groot
Artikel

De ontwikkeling van herstelrechtelijke praktijken in Noord-Ierland

Tijdschrift Tijdschrift voor Herstelrecht, Aflevering 2 2010
Trefwoorden Noord-Ierland, Jeugdsanctiesysteem, Preventie, Jeugdrecht
Auteurs Martin McAnallen
SamenvattingAuteursinformatie

    This article provides a perspective on the development of restorative justice practice in Northern Ireland. The island of Ireland has a standing history as to the use of restorative justice. In fact, the earliest restorative form of law dates from 2000 BCE, the so-called Brehon Laws. To date, Northern Ireland features as a divided society; over the past 35 years intercommunity conflict brought devastation and heartbreak to the health of the community. Nevertheless, initial soundings were heard as to how the practice of restorative justice might be re-introduced to Northern Ireland. Already in 1989, the Probation Board indicated its intention of piloting a Victim Offender Mediation Programme. From that time, serious attempts were undertaken to implement restorative justice within the North-Irish society. Initiatives were undertaken by Republican as well as Loyalist communities, both being eager to move away from violent community based justice. Special attention was given towards juvenile crime. In 2000 this interest in restorative justice led to a commitment from the North-Irish authorities to put restorative justice matters at the heart of the criminal justice system for young offenders. As a result, in the Justice (Northern Ireland) Act 2002 the Youth Conference Service was initiated. Between 2003 and the present, Youth Conference Orders or Plans have been the most common disposals for adjudicated offenders up to eighteen years of age. The focus is on the parties resolving how the young person can make amends to the victim and what can be done to prevent further offending. All Agencies linked into the Youth Justice system recognize the special needs of young people. Recent figures show the numbers of young people going into youth custody in Northern Ireland have decreased due to the use of restorative justice models.


Martin McAnallen
Martin McAnallen is ruim 35 jaar actief geweest in het reguliere strafrecht in Noord-Ierland. Sinds halverwege de jaren tachtig was hij nauw betrokken bij de ontwikkeling van de mediationpraktijk in Noord-Ierland en herstelrecht. In 1992 vervulde Martin een actieve rol bij de oprichting van wat nu heet Mediation Northern Ireland. Zijn speciale aandacht ligt bij slachtoffer-daderbemiddeling en in het bijzonder Family Group Conferencing met jonge daders. Hij is een ervaren trainer en publiceert in diverse tijdschriften.

Mr. dr. L.A.P. Arends
Luuk Arends werkt als advocaat bij de sectie gezondheidsrecht van Dirkzwager advocaten & notarissen.

Mr. dr. B.J.M. Frederiks
Brenda Frederiks is universitair docent gezondheidsrecht VUMC/EMGO+.

Prof. mr. J. Legemaate
Johan Legemaate is hoogleraar gezondheidsrecht VU/VUMC/EMGO+.

Mr. dr. K. Blankman
Kees Blankman is universitair docent familie- en gezondheidsrecht VU.

dr. C.M.P.M. Hertogh
Cees Hertogh is hoogleraar ethiek van de zorg VUMC/ EMGO+.
Toont 1 - 20 van 31 gevonden teksten
« 1
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.