Zoekresultaat: 36 artikelen

x
Jaar 2012 x
Artikel

Vreemdelingenbewaring in crimmigratieperspectief

Over de rol van strafrechtelijke antecedenten en het ultimum-remediumbeginsel voor de maatregel van bewaring in de rechtspraktijk

Tijdschrift PROCES, Aflevering 6 2012
Trefwoorden immigration detention, legal practice, crimmigration, ultimum remedium
Auteurs LLB. Jo-Anne Nijland
SamenvattingAuteursinformatie

    The judge has a very important task in reviewing cases of immigration-related detention and guaranteeing the alien’s safeguards. This study examines the legal practice of reviewing detention orders from the theoretical perspective of crimmigration. Analyses of cases and interviews with judges show that the alien’s criminal background is not important for the review of grounds, but still of significance in the balancing of interests. In addition, the data reveal a protective gap in the reviewing mechanisms for aliens arrested on the basis of identification requirements. Moreover, the ultimum remedium principle proves to be a hollow notion, but the responsibility for its erosion lies largely outside the judicial practice.


LLB. Jo-Anne Nijland
Jo-Anne Nijland LLB. is student Legal Research aan de Universiteit Utrecht.
Artikel

Bemiddeling en conflicthantering in Vlaamse echtscheidingsovereenkomsten

Een empirisch-juridische analyse

Tijdschrift Nederlands-Vlaams tijdschrift voor mediation en conflictmanagement, Aflevering 4 2012
Trefwoorden divorce agreements, mediation arrangements, content analysis, empirical-legal study
Auteurs Ruben Hemelsoen PhD
SamenvattingAuteursinformatie

    In this empirical-legal study, the mediation arrangements concluded in the context of a divorce by mutual consent are studied by using the social scientific method of content analysis. Within a representative sample of Flemish divorce agreements, these clauses are both quantitatively and qualitatively analyzed. The quantitative results show that the number of mediation arrangements and ADR clauses in the dataset are rather low. The qualitative content analysis reveals that most mediation provisions can be improved. Ultimately, this contribution contains suggestions to improve the terminology and stipulation of the investigated clauses.


Ruben Hemelsoen PhD
Ruben Hemelsoen is vrijwillig postdoctoraal onderzoeker verbonden aan de Vakgroep Burgerlijk Recht van de Universiteit Gent. Ruben.Hemelsoen@ugent.be.

    In its Betfair judgment, the Court of Justice ruled that the exclusive license system with respect to games of chance under Dutch law breaches Article 49 of the EC, now: Article 56 of the TFEU, concerning the free movement of services, and in particular the principle of equal treatment and the obligation of transparency. This article addresses the lessons which can be drawn from this judgement and which Dutch legal concepts could be applied to this 'European' obligation of transparency. According to the judgement, this is not only the case for 'public contracts'and 'concessions', but also to licenses under public law. This article addresses the meaning of these legal concepts and discusses to what extent this 'European' obligation of transparency applies to the relevant Dutch legal concepts.


Annemarie Drahmann
Annemarie Drahmann is promovenda aan de afdeling staats- en bestuursrecht van de Universiteit Leiden en senior Professional Support Lawyer bij Stibbe.
Column

Privacy van patiënten is onvoldoende gewaarborgd bij de doorstart van het EPD

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 8 2012
Trefwoorden beroepsgeheim, doorstartmodel, elektronisch patiëntendossier, patiëntenrechten, privacy
Auteurs Mr. dr. W.I. Koelewijn
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt onderzocht wat de verwerping van het wetsvoorstel ‘Kaderwet EPD’ en de privaatrechtelijke doorstart van het elektronisch patiëntendossier betekent voor de rechtspositie van patiënten. Bij de doorstart worden op grote schaal privacygevoelige patiëntengegevens verwerkt zonder formeel-wettelijke grondslag en zonder dat is voorzien in aanvullende patiëntenrechten. De doorbreking van het medisch beroepsgeheim en de verwerkingsgrondslag van patiëntgegevens worden daarmee volledig gebaseerd op de uitdrukkelijke toestemming van de betrokken patiënten. De auteur plaatst diverse kritische kanttekeningen bij deze juridische constructie en komt tot de conclusie dat de rechtspositie van patiënten bij de doorstart van het EPD onvoldoende is gewaarborgd.


Mr. dr. W.I. Koelewijn
Wouter Koelewijn is universitair docent gezondheidsrecht aan de Universiteit van Amsterdam en advocaat bij Van der Feltz advocaten in Den Haag.
Artikel

Wettelijke vormgeving van de regiefunctie betreffende kwaliteit van zorg; zijn we op de goede weg?

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 8 2012
Trefwoorden Kwaliteitsinstituut, Kwaliteitswet zorginstellingen, professionele standaard, richtlijnen, Zorginstituut Nederland
Auteurs Prof. mr. J.K.M. Gevers en mr. dr. M.C. Ploem
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt het wetsvoorstel besproken dat strekt tot wettelijke vormgeving van de regiefunctie betreffende de kwaliteit van zorg (Kamerstukken II 33 243). Het voorstel om die rol neer te leggen bij een centraal orgaan – het Kwaliteitsinstituut (onderdeel van het Zorginstituut Nederland) – verdient ondersteuning, maar bij de wijze waarop aan de regiefunctie wordt vormgegeven, zijn nogal wat kanttekeningen te plaatsen. Die betreffen naast uitvoeringsaspecten onder meer het opgerekte begrip professionele standaard en de te grote rol van anderen dan professionals bij de totstandkoming en erkenning daarvan.


Prof. mr. J.K.M. Gevers
Sjef Gevers is emeritus hoogleraar gezondheidsrecht, AMC/UvA.

mr. dr. M.C. Ploem
Corrette Ploem is onderzoeker/docent gezondheidsrecht bij het AMC.
Jurisprudentie

2012/38 Gerechtshof ’s-Hertogenbosch 19 juni 2012

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 7 2012
Trefwoorden Artikel 13 Zvw, de hoogte van de vergoeding voor niet-gecontracteerde zorg mag niet strijdig zijn met het recht op vrije artsenkeuze
Samenvatting

    Artikel 13 Zvw; de hoogte van de vergoeding voor niet-gecontracteerde zorg mag niet strijdig zijn met het recht op vrije artsenkeuze

Artikel

Wetsvoorstel voorwaarden voor winstuitkering aanbieders medisch-specialistische zorg

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 7 2012
Trefwoorden medisch-specialistische zorg, Wet cliëntenrechten zorg, winstoogmerk, winstuitkering, zorgaanbieders
Auteurs Mr. dr. E. Plomp
SamenvattingAuteursinformatie

    Na jarenlange debatten over dit onderwerp heeft de Minister van VWS op 9 februari 2012 een wetsvoorstel ingediend dat winstuitkering door aanbieders van medisch-specialistische zorg onder voorwaarden mogelijk maakt. In dit artikel worden enkele kritische kanttekeningen geplaatst bij de gestelde voorwaarden en wordt uiteengezet welke aspecten nadere regulering behoeven. Geconcludeerd wordt dat met name de normatieve aspecten van winstuitkering en de publieke belangen die het wetsvoorstel beoogt te dienen verder zouden moeten worden uitgewerkt en dat een meer gedifferentieerde regeling de voorkeur zou verdienen.


Mr. dr. E. Plomp
Emke Plomp is arts, farmaceut en jurist en gepromoveerd aan de Universiteit van Amsterdam op het proefschrift Winst in de zorg. Juridische aspecten van winstuitkering door zorginstellingen, Den Haag: Sdu Uitgevers 2011 (hierna: Plomp 2011).
Jurisprudentie

2012/36 Rechtbank Zwolle-Lelystad 2 mei 2012

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 7 2012
Trefwoorden Vordering tot vernietiging bindend advies, bindend advies naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid aanvaardbaar, wel vergoeding van gestelde schade
Samenvatting

    Vordering tot vernietiging bindend advies; bindend advies naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid aanvaardbaar; wel vergoeding van gestelde schade

Artikel

Mededingingsbeleid en publieke belangen: een economisch perspectief

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 4 2012
Trefwoorden Mededingingsrecht, Publieke belangen, Uitzonderingsgronden, Maatschappelijk verantwoord concurreren, Marktwerking
Auteurs Dr. Paul de Bijl en dr. Theon van Dijk
SamenvattingAuteursinformatie

    Diverse commentatoren hebben recent geopperd dat de nieuwe Autoriteit Consument en Markt (ACM) meer rekening met de wisselwerking tussen mededinging en diverse publieke belangen (ook andere dan gerelateerd aan marktmacht) moet gaan houden. Publieke belangen anders dan gerelateerd aan marktmacht zijn echter al elders belegd: de mededingingsautoriteit hanteert de daaruit volgende wet- en regelgeving als randvoorwaarden. ‘Integraal’ mededingingsbeleid zou leiden tot intransparantie en reguleringsonzekerheid; het is niet verstandig die kant op te gaan. Sterker, beleidsmakers en politici kunnen bijdragen aan effectiever mededingingsbeleid door ‘overige’ publieke belangen scherp te articuleren.


Dr. Paul de Bijl
Dr. Paul de Bijl is hoofd van de sector Marktordening bij het Centraal Planbureau en extramural fellow van TILEC, Universiteit van Tilburg.

dr. Theon van Dijk
Dr. Theon van Dijk is werkzaam bij economisch adviesbureau Lexonomics.
Diversen

Sterke positie van de waterschappen is voor de toekomst van het Nederlandse waterbeheer van eminent belang

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 2 2012
Trefwoorden Schilthuispenning, Groothuijse, waterrecht, waterschap
Auteurs Mr. dr. F.A.G. Groothuijse
SamenvattingAuteursinformatie

    In de toespraak ter gelegenheid van de inontvangstneming van de Schilthuispenning gaat Frank Groothuijse in op de argumenten voor het behoud van de waterschappen als onafhankelijke bestuurslaag.


Mr. dr. F.A.G. Groothuijse
Mr. dr. F.A.G. (Frank) Groothuijse is onderzoeker/docent bij het Centrum voor Milieurecht (ACELS) aan de Universiteit van Amsterdam en redactielid van TO.
Artikel

Over het denken en voelen achter straf- en herstel(recht)

Tijdschrift Tijdschrift voor Herstelrecht, Aflevering 3 2012
Trefwoorden cognitive emotion theory, punishment, interconnectedness, (ir)rationality, mysticism
Auteurs Jacques Claessen
SamenvattingAuteursinformatie

    In this article attention is paid to the thoughts and feelings which underlie criminal law and restorative justice, as well as the question whether those thoughts and feelings have to be regarded as rational or irrational. For this purpose, the author has firstly examined the relationship between thinking and feeling from the perspective of the so-called cognitive emotion theory as put forth by the American philosopher Martha Nussbaum and the Dutch philosopher Mirjam van Reijen. In addition, this contribution also addresses the ideas of the Stoics, Spinoza and Schopenhauer, since the aforementioned theory goes back on the ideas of these philosophers. These philosophers depart from the view on man and world in which interconnectedness plays an important role – as the opposite of separateness. This view which reflects the mystic-religious perspective on man and world forms an important connecting thread in this article, as this turns out to have direct consequences for the idea about the (ir)rationality of certain thoughts and feelings, as well as for the (ir)rationality of criminal law and restorative justice. Special attention is paid to emotions that are relevant within the context of criminal law and restorative justice – which include anger, resentment, hatred, fear and compassion. After having explained – on the basis of the cognitive emotion theory – how thinking and feeling relate to each other and which thoughts and feelings – on the basis of the perspective of interconnectedness – have to be considered as (ir)rational, the article examines whether punishment is (ir)rational and whether the regular theories which legitimate punishment (i.e. retribution and prevention theories) are ‘rationalities of something irrational’. Furthermore, it is assessed whether the thoughts and feelings behind restorative justice are (ir)rational. The article concludes with a suggestion in which the main findings of this contribution are summarized, in order to stimulate discussion.


Jacques Claessen
Jacques Claessen (1980) is universitair docent straf(proces)recht aan de faculteit der rechtsgeleerdheid van de Universiteit Maastricht. In 2010 verscheen zijn dissertatie Misdaad en straf. Een herbezinning op het strafrecht vanuit mystiek perspectief (Nijmegen: Wolf Legal Publishers). Zijn interessegebieden zijn sanctierecht, herstelrecht en de strafrechtelijke positie van het slachtoffer. Claessen is redacteur van dit tijdschrift en van de Nieuwsbrief Strafrecht. Voorts is hij rechter-plaatsvervanger bij de Rechtbank Maastricht. Hij is winnaar van de Bianchi Herstelrechtprijs 2012.
Redactioneel

Voorwoord

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 5 2012
Auteurs Guus Meershoek en Marit Scheepmaker
Auteursinformatie

Guus Meershoek
Gastredacteur van dit themanummer dr. Guus Meershoek is als lector Politiegeschiedenis verbonden aan de Politieacademie te Apeldoorn. Hij is tevens universitair docent Maatschappelijke Veiligheidszorg aan de Universiteit Twente.

Marit Scheepmaker
Mr. drs. Marit Scheepmaker is hoofdredacteur van Justitiële verkenningen.
Artikel

De politierechter: na negentig jaar in het tij der verandering

Tijdschrift PROCES, Aflevering 4 2012
Trefwoorden politierechter, Openbaar Ministerie, rechterlijke macht
Auteurs Prof. dr. Arthur Hartmann
SamenvattingAuteursinformatie

    In 1922 werd in Nederland binnen de rechterlijke macht de interne competentieverdeling aangepast. De enkelvoudige kamer onder de naam ‘politierechter’ werd ingevoerd. In de eerste jaargang van het Maandblad voor Berechting en Reclassering van Volwassenen en Kinderen (MBR) werd deze ontwikkeling enthousiast ontvangen. Negentig jaar na dato blijkt de politerechter nog steeds een levend instituut te zijn. Dat neemt niet weg dat er wel veranderingen op til zijn. Zo wordt ter vergroting van doelmatigheid en slagvaardigheid van het strafrecht onder meer met snelrecht gewerkt en inmiddels wordt aan het Opnebaar Ministerie ook een zelfstandige sanctiebevoegdheid toegekend in de vorm van een strafbeschikking. De toekomst moet leren hoe dergelijke ontwikkelingen het functioneren van de politierechter binnen de strafrechtspleging zal gaan beïnvloeden.


Prof. dr. Arthur Hartmann
Prof. dr. Arthur Hartmann is bijzonder hoogleraar Bestuursstrafrecht aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Artikel

Verbod op winstuitkering door aanbieders van medisch-specialistische zorg op gespannen voet met Europees recht

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 6 2012
Trefwoorden winstoogmerk, winstuitkering, ziekenhuizen, gezondheidszorg, vrijheid van vestiging
Auteurs Mr. dr. E. Plomp
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 9 februari 2012 is bij de Tweede Kamer een wetsvoorstel ingediend, waarmee beoogd wordt winstuitkering door aanbieders van medisch-specialistische zorg (i.e., ziekenhuizen en zelfstandige behandelcentra (ZBC’s)) mogelijk te maken.1x Voorstel tot wijziging van de Wet cliëntenrechten zorg (Wcz) en enkele andere wetten om het mogelijk te maken dat aanbieders van medisch-specialistische zorg, mits zij aan een aantal voorwaarden voldoen, winst uitkeren, Kamerstukken II 2011/12, 33 168, nr. 2. Hoewel het wetsvoorstel door de val van het kabinet-Rutte inmiddels controversieel is verklaard,2x Zie Kamerstukken II 2011/12, 33 285, nr. 5, p. 8. verdient het nadere aandacht. In dit artikel zal worden betoogd dat een van de argumenten waarom winstuitkering door ziekenhuizen en ZBC’s zou moeten worden toegestaan is, dat het winstverbod voor deze instellingen in de Wet toelating zorginstellingen (WTZi) en het voorstel voor de Wet cliëntenrechten zorg (Wcz) op gespannen voet staat met het Europees recht.

Noten

  • * Met dank aan prof. mr. dr. W. Sauter voor zijn waardevolle commentaar op een eerdere versie van dit artikel.
  • 1 Voorstel tot wijziging van de Wet cliëntenrechten zorg (Wcz) en enkele andere wetten om het mogelijk te maken dat aanbieders van medisch-specialistische zorg, mits zij aan een aantal voorwaarden voldoen, winst uitkeren, Kamerstukken II 2011/12, 33 168, nr. 2.

  • 2 Zie Kamerstukken II 2011/12, 33 285, nr. 5, p. 8.


Mr. dr. E. Plomp
Mr. dr. E. Plomp is arts, farmaceut en jurist en in december 2011 aan de Universiteit van Amsterdam gepromoveerd op het proefschrift Winst in de zorg. Juridische aspecten van winstuitkering door zorginstellingen, Den Haag: Sdu Uitgevers 2011 (hierna: Plomp 2011).
Diversen 2

Verslag jubileumvergadering Vereniging voor Gezondheidsrecht 2012

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 6 2012
Trefwoorden VGR, klinische genetica, kwaliteit van zorg, levenseinde, preventie
Auteurs Mr. J.M. Janson en mr. J.C. Smeur
SamenvattingAuteursinformatie

    Vanwege het 45-jarige bestaan van de Vereniging voor Gezondheidsrecht is in april 2012 een jubileumvergadering gehouden met de titel ‘Werk in uitvoering: de toekomst van het gezondheidsrecht’. Tijdens de vergadering gaf prof. dr. H. Nys een toelichting op de oratiebundel die ter gelegenheid van het jubileum is uitgegeven en sprak prof. dr. P. Schnabel de vijfde Henk Leenenlezing uit met de titel: ‘De maatschappelijke betekenis van het gezondheidsrecht’. Aansluitend waren vier parallelsessies georganiseerd over respectievelijk het begin van het leven, preventie en publieke gezondheid, juridische implicaties van klinische genetica en het einde van het leven. Tijdens het middaggedeelte spraken prof. dr. H.M. Dupuis, prof. dr. A.C. Nieuwenhuijzen-Kruseman en prof. dr. M. Trappenburg over de bijdrage van het gezondheidsrecht aan de (toekomstige) kwaliteit van zorg.


Mr. J.M. Janson
Josine Janson is werkzaam als inspecteur-jurist bij de Inspectie voor de Gezondheidszorg.

mr. J.C. Smeur
Judith Smeur is werkzaam als parketsecretaris bij het Expertisecentrum Medische Zaken van het openbaar ministerie.
Praktijk

Kroniek rechtspraak Wet marktordening gezondheidszorg

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 6 2012
Trefwoorden aanmerkelijke marktmacht, tarieven, Wet marktordening gezondheidszorg
Auteurs Prof. mr. J.G. Sijmons
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze kroniek bevat een overzicht van de jurisprudentie inzake de Wmg vanaf oktober 2010 tot mei 2012. De jurisprudentie betreft oudere geschillen over kortingen en maatregelen die uiteindelijk tot een beslissing kwamen, als ook voorlopige voorzieningen van maatregelen die hun schaduw vooruitwerpen. Naast tariefbeschikkingen worden ook enkele uitspraken besproken van de NZa in de rol van ‘marktmeester’.


Prof. mr. J.G. Sijmons
Jaap Sijmons is advocaat te Zwolle en bijzonder hoogleraar Gezondheidsrecht aan de Universiteit Utrecht.
Jurisprudentie

2012/30 Voorzieningenrechter Rechtbank Breda 16 mei 2012

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 6 2012
Trefwoorden Geldvordering, kort geding, toepasselijkheid polisvoorwaarde, tweedelijns GGZ
Samenvatting

    Geldvordering; kort geding; toepasselijkheid polisvoorwaarde; tweedelijns GGZ

Artikel

Versnelling van wetgeving

Over uiteenlopende ontwikkelingen en eigenwijze actoren

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 3 2012
Trefwoorden snelheid van wetgeving, wetgevingsproces, wetgevingsagenda, compacte overheid, efficiëntie
Auteurs Mr. J.F.L. Roording
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wil de auteur – voorlopig, want de ontwikkeling gaat verder – de balans opmaken: waar staat het Nederlandse wetgevingsproces qua tempo en efficiency? Achtereenvolgens passeren daarbij de revue: cijfermatige gegevens, reeds getroffen maatregelen, enkele parallelle (c.q. paradoxale) ontwikkelingen en de positie van de diverse wetgevingsactoren in het versnellingsdebat. Om te eindigen met de vraag: kan het nog sneller?


Mr. J.F.L. Roording
Mr. J.F.L. Roording is coördinerend raadadviseur bij de sector Wetgevingskwaliteitsbeleid van het ministerie van Veiligheid en Justitie en is betrokken bij het in de inleiding genoemde project van de ICCW. j.f.l.roording@minvenj.nl
Casus

Enkele AFM-boetebesluiten ter zake van overkreditering langs de lat van het bepaalbaarheidsgebod

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 2 2012
Trefwoorden AFM, bepaalbaarheidsgebod, bestuurlijke boete, boetebesluit, overkreditering
Auteurs Mr. C.F.J. van Tuyll
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage staat de vraag centraal of de AFM, als deze tot beboeting overgaat, de door haar voorgestane invulling van het financiële voorschrift vooraf voldoende kenbaar maakt aan de markt. Deze verplichting vloeit voort uit het bepaalbaarheidsgebod dat via de band van art. 7 EVRM van toepassing is op bestuurlijke boetes. De auteur onderzoekt aan de hand van diverse boetebesluiten die de AFM in 2010-2011 wegens overkreditering aan kredietverstrekkers als Rabobank, ING, DSB en ELQ Hypotheken N.V. heeft opgelegd of de AFM de door haar voorgestane invulling van bepaling ter zake van overkreditering vooraf voldoende helder kenbaar heeft gemaakt aan de markt. Na het wettelijk kader van het overkrediteringsvoorschrift te hebben geschetst, gaat de auteur in op de algemene gedachte achter de open norm. Voorts worden de diverse boetebesluiten van de AFM die aan de geselecteerde kredietverstrekkers zijn opgelegd, besproken en beoordeeld. Bij de beoordeling of de AFM zich wel voldoende rekenschap heeft gegeven van het bepaalbaarheidsgebod staat centraal of de boeteoplegging voor ondertoezichtstaanden in voldoende mate te voorzien was, in het licht van eerder door de AFM gegeven interpretaties ten aanzien van het voorschrift.


Mr. C.F.J. van Tuyll
Mr. C.F.J. van Tuyll is advocaat bij Loyens & Loeff te Amsterdam.
Diversen

Beoordeling effectiviteit ‘Nieuwe Stijl’

Een praktijkperspectief op het beoordelen van de effectiviteit van een toezichthouder

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 2 2012
Trefwoorden toezichthouder, effectiviteit, toezicht, beoordeling
Auteurs Ir. B.P.A. van Mil, Ir. A.E. Dijkzeul en Ir. M. Noordink
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt een praktijkperspectief gegeven op de beoordeling van de effectiviteit van toezichthouders. Uit evaluaties van markttoezichthouders en rijksinspecties is naar voren gekomen dat het bepalen van de effectiviteit van een toezichthouder niet stopt bij het ‘tellen en turven’ van de input, throughput, output en outcome en het vervolgens leggen van causale verbanden daartussen. Immers, die verbanden zijn niet eenduidig en de evaluator die dat impliceert, doet onvoldoende recht aan de complexiteit van de werkelijkheid. Het gaat erom of een toezichthouder intelligente afwegingen maakt ten aanzien van een aantal lastige vraagstukken rond effectiviteit en deze kan expliciteren. In deze bijdrage wordt aangegeven wat die lastige vraagstukken zijn en wat vervolgens de vijf belangrijke invalshoeken zijn om te beoordelen of de desbetreffende toezichthouder daar doeltreffend en doelmatig mee omgaat.


Ir. B.P.A. van Mil
Ir. B.P.A. van Mil is managing partner bij Kwink Groep en was onlangs onder meer projecteider van de evaluatie van de NMa.

Ir. A.E. Dijkzeul
Ir. A.E. Dijkzeul is managing partner bij Kwink Groep.

Ir. M. Noordink
Ir. M. Noordink is managing partner bij Kwink Groep.
Toont 1 - 20 van 36 gevonden teksten
« 1
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.