Zoekresultaat: 12 artikelen

x
Jaar 2015 x

Rein Wesseling
Prof. mr. R. Wesseling is advocaat bij Stibbe en hoogleraar Competition and Regulation Law aan de Universiteit van Amsterdam.

Anna Gerbrandy
Prof. mr. A. Gerbrandy is hoogleraar mededingingsrecht aan de Universiteit Utrecht.
Praktijk

De accountant: immer een belangrijke poortwachter

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 4 2015
Trefwoorden accountant, poortwachter, vertrouwensman, maatschappelijk verkeer, reputatie
Auteurs Prof. dr. mr. M. Pheijffer en Prof. dr. R.J.M. Jeurissen
SamenvattingAuteursinformatie

    De accountant is een belangrijke actor in het maatschappelijk verkeer: hij voegt vertrouwen toe aan de financiële verantwoording van ondernemingen en andere organisaties. De auteurs gaan in hun bijdrage met name in op wat onder het ‘publiek belang’ en de ‘poortwachtersfunctie’ van de accountant dient te worden verstaan. De auteurs betogen dat naast de controlerende taak van de accountant, diens signalerende en waarschuwende rol van betekenis is. Indien de accountant die rol goed weet te vervullen, levert hij maatschappelijk bezien toegevoegde waarde. Die kan worden versterkt door de implementatie van de door de werkgroep Toekomst accountantsberoep voorgestelde maatregelen, 53 in getal.


Prof. dr. mr. M. Pheijffer
Prof. dr. mr. M. Pheijffer RA is hoogleraar Accountancy aan Nyenrode Business Universiteit en hoogleraar Forensische Accountancy aan de Universiteit Leiden.

Prof. dr. R.J.M. Jeurissen
Prof. dr. R.J.M. Jeurissen is hoogleraar Bedrijfsethiek aan Nyenrode Business Universiteit.
Discussie

De verleiding en de verantwoordelijkheid

De rol van ondernemers in het bestrijden van georganiseerde criminaliteit

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 4 2015
Auteurs Jorrit de Jong en Sanderijn Cels
Auteursinformatie

Jorrit de Jong
Dr. Jorrit de Jong is als onderzoeker en docent verbonden aan Harvard University’s John F. Kennedy School of Government. Hij is o.a. Academic Director van het Innovations in Government Program.

Sanderijn Cels
Dr. Sanderijn Cels is als onderzoeker en docent verbonden aan Harvard University’s John F. Kennedy School of Government. Zij is o.a. Fellow bij het Carr Center for Human Rights Policy.
Artikel

De vernieuwende aanpak van de kantorenleegstand door de provincie Utrecht.

Een aanpak die onder de Omgevingswet niet meer op vergelijkbare wijze mogelijk is, tenzij alsnog de reikwijdte van het projectbesluit wordt verbreed!

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 3 2015
Trefwoorden inpassingsplan, planreductie, projectbesluit, TSK, voorzienbaarheid
Auteurs Mr. dr. H.J. (Henk) de Vries
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel gaat de auteur in op de stappen 3 en 4 van de Utrechtse aanpak van kantorenleegstand. Centraal daarbij staat de rol van de provinciale instrumenten (de structuurvisie en het inpassingsplan) en de wijze waarop door de provincie geprobeerd wordt het risico op te honoreren planschadeclaims zo veel mogelijk te beperken. Aan de in vergelijking hiermee optredende nadelen wanneer zou zijn gekozen voor het vaststellen van algemene regels wordt eveneens aandacht besteed. Daarbij komen ook zaken als taakverwaarlozing en interbestuurlijk toezicht aan de orde.


Mr. dr. H.J. (Henk) de Vries
Mr. dr. H.J. (Henk) de Vries is beleidsadviseur is en betrokken bij de kantorenaanpak. Het artikel is op persoonlijke titel geschreven, wat niet wegneemt dat het een duidelijk pleidooi bevat voor een bepaalde oplossingsrichting. De auteur is lid van de redactie.
Artikel

MVO-gedragscodes, contracten en aansprakelijkheid: van goede bedoelingen naar het beperken van aansprakelijkheidsrisico’s

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 3 2015
Trefwoorden Maatschappelijk verantwoord ondernemen, Gedragscodes, Aansprakelijkheid, Handelsketens, Multinationals
Auteurs Dr. A.L. Vytopil
Auteursinformatie

Dr. A.L. Vytopil
Dr. A.L. Vytopil is als universitair docent werkzaam bij het Molengraaff Instituut van de Universiteit Utrecht en is redactiesecretaris van Contracteren. Zij promoveerde in 2015 op een proefschrift over dit onderwerp.

    Met de inwerkingtreding van de AIFMD in de Nederlandse regelgeving is het toezichtregime voor beheerders van beleggingsinstellingen ingrijpend veranderd. Nu het stof rond de eerste implementatieperikelen is neergedaald, kan een tussenbalans worden opgemaakt van de gevolgen van de AIFMD voor de Nederlandse fondsenpraktijk. Dit artikel behandelt ten eerste de vraag welke entiteiten onder de reikwijdte van de AIFMD vallen, en welke daarvan uitgezonderd zijn. Vervolgens wordt ingegaan op de regimes die voor Nederlandse beheerders gelden, met name het ‘lichte’ registratieregime van art. 2:66a Wft, het ‘volledige’ vergunningsregime van art. 2:65 Wft en het grandfathering-regime. Tot slot worden de regimes behandeld die gelden voor buitenlandse beheerders van beleggingsinstellingen die in Nederland actief (willen) zijn door Nederlandse beleggingsinstellingen te beheren of door beleggingsinstellingen aan Nederlandse beleggers aan te bieden.


R.J. Boogaard
Mr. R.J. Boogaard is advocaat bij Loyens & Loeff.

Mr. Jan de Boer
Mr. J. de Boer is lid van het Gemeenschappelijk Hof.
Article

Access_open Draagmoederschap naar Belgisch en Nederlands recht

Tijdschrift Family & Law, mei 2015
Auteurs Dr. Liesbet Pluym Ph.D.
Samenvatting

    Zowel in België als in Nederland komt draagmoederschap voor. Deze bijdrage heeft tot doel om de houding van de twee buurlanden ten aanzien van dit controversiële fenomeen te onderzoeken en te vergelijken.
    De wensouders en draagmoeders ervaren meerdere juridische obstakels. Zo blijkt in beide landen de draagmoederschapsovereenkomst niet geldig en evenmin afdwingbaar te zijn. Hoewel in Nederland de mogelijkheid bestaat om het ouderlijk gezag over te dragen van draagmoeder naar wensouders, is het ook daar, net zoals in België, allesbehalve evident om de band tussen kind en wensouders juridisch te verwezenlijken. Noch de oorspronkelijke, noch de adoptieve afstamming is aan het fenomeen aangepast. Vooral voor Nederland is dit vreemd aangezien de Nederlandse wetgeving uitdrukkelijk bepaalt onder welke voorwaarden medisch begeleid draagmoederschap toegelaten is. De wet schept met andere woorden een gezondheidsrechtelijk kader, maar regelt niet de gevolgen van het draagmoederschap. In België is er daarentegen geen enkele wetgeving betreffende draagmoederschap. Dit betekent dat de onaangepaste wetgeving betreffende medisch begeleide voortplanting van toepassing is op draagmoederschap. Over deze toepassing en de gevolgen ervan bestaat evenwel onduidelijkheid. Commercialisering van draagmoederschap leidt ook tot problemen. In Nederland is professionele bemiddeling en het openbaar maken van vraag en aanbod met betrekking tot draagmoederschap strafbaar gesteld. Daarnaast kunnen de omstandigheden van een zaak waarin het kind als het ware verkocht wordt aan de wensouders zowel in België als in Nederland leiden tot andere misdrijven. Gelet op dit alles begeven sommige wensouders zich naar het buitenland om daar beroep te doen op draagmoederschap. Wensen zij terug te keren met het kind naar het land van herkomst, dan leidt dit in beide buurlanden tot internationaalprivaatrechtelijke problemen.
    Door het gebrek aan een algemeen wettelijk kader, is het draagmoederschapsproces in beide landen vaak een calvarietocht. Dit leidt tot rechtsonzekerheid. Oproepen tot een wettelijk ingrijpen bleven tot nu toe echter onbeantwoord.
    Surrogacy is practiced in Belgium and the Netherlands. The aim of this contribution is to compare the many legal aspects of the phenomenon. In both countries legal problems surround surrogacy: the surrogacy contract is unenforceable; it is difficult for the intended parents to become the legal parents; commercial surrogacy can result in criminal sanctions and cross-border surrogacy leads to limping legal relations. The main differences between the two legal systems are that in Belgium there is no regulation at all, while in the Netherlands, professional mediation and advertising in surrogacy are explicitly forbidden and Dutch law provides a limited health law regulation. In both countries scholars have pressed the need for legal change.


Dr. Liesbet Pluym Ph.D.
Artikel

Maatschappelijk verantwoord ondernemen in Nederland

Hoe vrijwillig/verplicht* is dat? (* doorhalen wat niet van toepassing is)

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 1 2015
Trefwoorden Maatschappelijk verantwoord ondernenmen, Duurzaamheid, Verplichting
Auteurs mr. H.J. Zwalve-Erades
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel bespreekt de auteur de juridische status van MVO in Nederland aan de hand van de volgende twee vragen: in hoeverre wordt het Nederlandse bedrijfsleven (dat wil zeggen: ondernemingen waarvan de hoofdvestiging statutair in Nederland is gevestigd) door middel van wet- en regelgeving gedwongen tot (bepaalde aspecten van) MVO en zo er al sprake is van een wettelijke verplichting, wie draagt in dat geval zorg voor de handhaving van deze regels?


mr. H.J. Zwalve-Erades
Mr. H.J. (Jeanine) Zwalve-Erades is werkzaam bij Royal HaskoningDHV als senior legal consultant op het gebied van duurzaamheid en omgevingsrecht.
Artikel

Zandwinning, zandsuppletie en de kaderrichtlijn Mariene Strategie

Over de juridische betekenis van de KMS en de mogelijkheid Nederland te beschermen in verband met klimaatadaptatie door zandwinning en zandsuppleties voor de kust

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 1 2015
Trefwoorden Zandwinning, Mariene, Strategie, Noordzee
Auteurs R.A.F. Vermolen
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel gaat de auteur in op de vraag wat de juridische betekenis van de kaderrichtlijn mariene strategie (KMS) is voor de mogelijkheid om Nederland te beschermen in verband met klimaatadaptatie door zandwinning en zandsuppleties voor de kust. Hierbij zal eerst aandacht worden besteed aan de vraag wat onder zandwinning en zandsuppleties dient te worden verstaan, welke (mogelijke) effecten zij hebben op het mariene milieu en hoe deze activiteiten wettelijk zijn gereguleerd. Vervolgens zal worden ingegaan op de inhoud van de KMS en haar betekenis voor de mogelijkheden tot zandwinning en zandsuppleties ten behoeve van kustverdediging door Nederland.


R.A.F. Vermolen
R.A.F. (Raf) Vermolen is een (honoursprogramma) masterstudent Staats- en bestuursrecht aan de Universiteit Utrecht.
Artikel

Het waarborgen van duurzaamheid in de Omgevingswet

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 1 2015
Trefwoorden Duurzaamheid, Omgevingswet, Monitoring, Evaluatie, Participatie
Auteurs S. van ’t Foort BBA LLM (hons) en J. Kevelam LLB
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel bespreken de auteurs hoe duurzaamheidsbelangen in het wetsvoorstel zijn gewaarborgd om te komen tot één ‘Omgevingswet’, aan de hand van een viertal criteria, te weten: (i) hoe duurzaamheid is opgenomen in de Omgevingswet en is uitgewerkt in concrete doelen; (ii) hoe integratie en coördinatie wordt bewerkstelligd; (iii) hoe monitoring en evaluatie in het wetsvoorstel worden vormgegeven; en (iv) hoe het publiek bij de besluitvorming wordt betrokken (participatie). Auteurs concluderen dat het wetsvoorstel veel mogelijkheden biedt om duurzaamheidsbelangen te waarborgen, maar dat van een daadwerkelijke waarborging (nog) geen sprake is.


S. van ’t Foort BBA LLM (hons)
S. (Sander) van ’t Foort is als junior onderzoeker verbonden aan de Nyenrode Business University.

J. Kevelam LLB
J. (Julian) Kevelam is masterstudent Staats- en bestuursrecht (track Omgevingsrecht) aan de Universiteit Utrecht.
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.