Zoekresultaat: 21 artikelen

x
Jaar 2011 x
Artikel

De veranderende rol van nationale parlementen in de Europese Unie

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2011
Trefwoorden nationale parlementen, Europese verdragen, gescheiden bestuurslagen, Economische en Monetaire Unie
Auteurs Drs. Th.J.A.M. de Bruijn
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt een historische schets gegeven van de positie die nationale parlementen hebben ingenomen in de opeenvolgende Europese verdragen, van het Verdrag van Rome (1957) tot en met dat van Lissabon (2009). Daarbij wordt duidelijk hoe groot de weerstand was en is tegen een rechtstreekse invloed van de nationale parlementen op het Europese besluitvormingsproces en welke institutionele principes aan dat verzet ten grondslag liggen. Recent hebben de pogingen van de Europese Unie (en in het bijzonder die van de landen van de eurozone) om grip te krijgen op de schuldencrisis geleid tot een discussie over de vraag of de steeds grotere bemoeienis vanuit Brussel met het begrotingsbeleid van de lidstaten de fundamentele bevoegdheden van de nationale parlementen niet uitholt. Mede in dat verband oppert de auteur ten slotte enkele ideeën voor een versterkte rol van de nationale parlementen bij de verdere vormgeving van de Economische en Monetaire Unie.


Drs. Th.J.A.M. de Bruijn
Drs. Th.J.A.M. de Bruijn is Staatsraad bij de Afdeling advisering van de Raad van State. t.debruijn@raadvanstate.nl
Artikel

De nieuwe Europese financiële toezichthouders

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 4 2011
Trefwoorden Europese toezichtautoriteiten, macroprudentieel toezicht, financiële stabiliteit
Auteurs Prof. dr. J.A. Bikker, Drs. J. Brinkhoff en Drs. A.A.T. Wesseling
SamenvattingAuteursinformatie

    Tijdens de kredietcrisis kwam duidelijk aan het licht dat het bestaande systeem van financieel toezicht in Europa verbetering behoefde. Het Europees stelsel van financieel toezicht dat in 2011 in werking is getreden, betekent meer samenwerking tussen nationale toezichthouders, onder meer door de oprichting van colleges of supervisors, een gedeeltelijke overheveling van toezichtbevoegdheden naar de nieuw opgerichte Europese toezichtautoriteiten en meer aandacht voor instellingsoverschrijdende ontwikkelingen die implicaties kunnen hebben voor de gehele sector, waarbij de nieuwe Europese risk board waarschuwingen kan afgeven aan competente autoriteiten. Deze bijdrage bespreekt de achtergronden van de vormgeving van de nieuwe Europese toezichtstructuur, gaat nader in op de taken en bevoegdheden van de nieuwe Europese toezichtorganisaties en bespreekt wat de uitdagingen voor en de kanttekeningen bij dit nieuwe model zijn. De bijdrage sluit af met een beschouwing van enkele andere beleidsinitiatieven in reactie op de crisis.


Prof. dr. J.A. Bikker
Prof. dr. J.A. Bikker is senior onderzoeker bij De Nederlandsche Bank en hoogleraar aan de Utrecht School of Economics van de Universiteit Utrecht.

Drs. J. Brinkhoff
Drs. J. Brinkhoff is beleidsmedewerker bij De Nederlandsche Bank.

Drs. A.A.T. Wesseling
Drs. A.A.T. Wesseling is senior beleidsmedewerker bij De Nederlandsche Bank.
Artikel

Pompen of verzuipen?

Bestuurder in de gevarenzone: ken uw getallen

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 4 2011
Trefwoorden insolventie, reorganisatie, bestuur, onbehoorlijke taakvervulling
Auteurs Mw. mr. A.P.G. Gielen en Mr. C. Bijl
SamenvattingAuteursinformatie

    ‘Pompen of verzuipen? Bestuurder in de gevarenzone: ken uw getallen’ is een bewerking van een paper van de auteurs geschreven ten behoeve van de Insolad-cursus ‘Financiële economie voor curatoren’. Onderzocht is of bedrijfseconomische indicatoren handvatten kunnen bieden voor het te voeren beleid van noodlijdende ondernemingen. De auteurs concluderen dat bestuurders zich onvoldoende bewust zijn van het nut van het besturen van de onderneming aan de hand van actuele managementinformatie, die hen in staat kan stellen feitelijke insolventie te voorkomen en tijdig te reorganiseren. Bepleit wordt een wettelijk systeem waarbij de bestuurder door periodieke registraties wordt gedwongen elementaire managementinformatie beschikbaar te hebben, bij gebreke waarvan bij faillissement een wettelijk vermoeden van onbehoorlijke taakvervulling ontstaat.


Mw. mr. A.P.G. Gielen
Mw. mr. A.P.G. Gielen is advocaat bij Vlaskamp Advocaten B.V. te Amersfoort.

Mr. C. Bijl
Mr. C. Bijl is advocaat bij Van Zeijl Bijl Aartsen Advocaten te Harderwijk.
Artikel

Corporate Governance, de financiële crisis en het subsidiariteitsbeginsel

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 4 2011
Trefwoorden Corporate Governance, EU Groenboek, Green Paper Financial Institutions, Green Paper Corporate Governance, financiële instellingen
Auteurs Prof. mr. W.J. Oostwouder
SamenvattingAuteursinformatie

    Bij de onderzoeken naar de oorzaken van de financiële crisis werd ook de rol van Corporate Governance onder de loep genomen. Dit is aanleiding geweest voor de publicatie door de Europese Commissie van twee Groenboeken over respectievelijk Corporate Governance bij financiële instellingen en beloningsbeleid en de Europese Corporate Governance-structuur. Hierbij worden impliciet veel voorstellen voor nieuwe Corporate Governance-regels gedaan. In deze bijdrage wordt een aantal van deze voorstellen getoetst aan het subsidiariteitsbeginsel en het proportionaliteitsbeginsel die in art. 5 leden 3 en 4 TEU zijn vastgelegd en in de literatuur zijn uitgewerkt. Hierbij wordt ook bekeken of regulering van Corporate Governance-onderwerpen op EU-niveau ingaat tegen nationale voorkeuren in de vennootschappelijke regelgeving en dit gerechtvaardigd wordt door de noodzaak tot ingrijpen door de EU. Geconcludeerd wordt dat bij ‘gewone’ vennootschappen terughoudendheid moet worden betracht bij het invoeren van inhoudelijke aanvullende Corporate Governance-regels. Bij financiële instellingen is regulering op EU-niveau gewenst omdat aannemelijk is dat een falende Corporate Governance bij deze instellingen heeft bijgedragen aan de financiële crisis en een bedreiging vormt voor het Europese financiële systeem.


Prof. mr. W.J. Oostwouder
Prof. mr. W.J. Oostwouder is hoogleraar Bedrijfsfinancieel recht bij de Universiteit Utrecht en redacteur van dit tijdschrift.

Tobias Arnoldussen
Tobias Arnoldussen is a PhD candidate at the department of Sociology of Law of Erasmus University Rotterdam and he teaches courses in philosophy at the Dutch ‘Instituut voor Filosofie’. He also participates in the Erasmus Centre for Law and Society and the Research School Safety & Security in Society, (OMV).
Artikel

Access_open Transnational Fundamental Rights: Horizontal Effect?

Tijdschrift Netherlands Journal of Legal Philosophy, Aflevering 3 2011
Trefwoorden fundamental rights, societal constitutionalism, inclusionary and exclusionary effects, anonymous matrix
Auteurs Gunther Teubner
SamenvattingAuteursinformatie

    Violations of human rights by transnational corporations and by other ‘private’ global actors raise problems that signal the limits of the traditional doctrine of ‘horizontal effects’. To overcome them, constitutional law doctrine needs to be complemented by perspectives from legal theory and sociology of law. This allows new answers to the following questions: What is the validity basis of human rights in transnational ‘private’ regimes – extraterritorial effect, colère public or external pressures on autonomous law making in global regimes? Do they result in protective duties of the states or in direct human rights obligations of private transnational actors? What does it mean to generalise state-directed human rights and to respecify them for different social spheres? Are societal human rights limited to ‘negative’ rights or is institutional imagination capable of developing ‘positive’ rights – rights of inclusion and participation in various social fields? Are societal human rights directed exclusively against corporate actors or can they be extended to counteract structural violence of anonymous social processes? Can such broadened perspectives of human rights be re-translated into the practice of public interest litigation?


Gunther Teubner
Gunther Teubner is Professor of Private Law and Legal Sociology and Principal Investigator of the Excellence Cluster ‘The Formation of Normative Orders’ at the Goethe-University, Frankfurt/Main. He is also Professor at the International University College, Torino, Italy.
Discussie

Access_open Against the ‘Pestilential Gods’

Teubner on Human Rights

Tijdschrift Netherlands Journal of Legal Philosophy, Aflevering 3 2011
Trefwoorden semiosphera, paranomia, Drittwirkung, matrix argument
Auteurs Pasquale Femia
SamenvattingAuteursinformatie

    Examining the function of human rights in the semiosphere requires a strategy of differentiation: the dissolution of politics into political moments (politics, it is argued, is not a system, but a form of discourse); the distinction between discourse and communication; the concept of systemic paranomic functionings. Paranomia is a situation generated by the pathological closure of discourses, in which knowledge of valid and observed norms obscures power. Fundamental rights are the movement of communication, claims about redistributing powers, directed against paranomic functionings. Rethinking the debate about the third party effect implies that validity and coherence must be differentiated for the development of the ‘matrix argument’.


Pasquale Femia
Pasquale Femia is Professor of Private Law at the Faculty of Political Studies of the University of Naples II, Italy.
Artikel

Access_open Approaching Law through Conflicts

Tijdschrift Law and Method, 2011
Trefwoorden Latour, modernity of law, legal procedure, proof, qualification of facts
Auteurs Niels van Dijk
SamenvattingAuteursinformatie

    In this article the author presents Latour’s negative analysis of modernity and his positive ethnographical studies of the modes of existence of our modern world. I will discuss the merits and disadvantages of his specific approach on law – an institutional ethnography of the French Conseil d’Etat – within this framework. The analysis will be supplemented with the results of a conflict-based approach to a case study in patent law at a law firm.


Niels van Dijk
Niels van Dijk LL.M. is onderzoeker bij het Center for Law, Science, Technology & Society (LSTS) van de Vrije Universiteit Brussel.
Artikel

Enkele opmerkingen op hoofdlijnen bij het conceptwetsvoorstel ter implementatie van de AIFM-Richtlijn

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 10 2011
Trefwoorden AIFM-Richtlijn, beleggingsinstelling, beleggersbescherming, Wft
Auteurs Mr. F.G.K. Overkleeft, LL.M.
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteur bespreekt het onlangs gepubliceerde concept-wetsvoorstel ter implementatie van de AIFM-Richtlijn betreffende nieuwe regels voor beheerders van alternatieve beleggingsinstellingen. In het bijzonder richt deze bijdrage zich op enkele fundamentele vraagstukken en keuzes die de implementatie van de AIFM-Richtlijn in de Nederlandse wet- en regelgeving met zich meebrengt. Specifiek wordt hierbij ingegaan op de door het Ministerie van Financiën voorgestane reikwijdte van de Nederlandse regeling en op de betekenis van de implementatie van de richtlijn voor de aard en de strekking van het financieel toezichtrecht.


Mr. F.G.K. Overkleeft, LL.M.
Mr. F.G.K. Overkleeft, LL.M. is werkzaam als advocaat bij NautaDutilh te Amsterdam.
Casus

De zeven pijlers van corporate democracy

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 3 2011
Trefwoorden corporate democracy, corporate governance, aandeelhoudersvergadering, algemene vergadering van aandeelhouders (AVA), virtuele aandeelhoudersvergadering
Auteurs Mr. dr. A. van der Krans
SamenvattingAuteursinformatie

    De zeven pijlers van een goede corporate democracy zijn: recht van initiatief, spreekrecht, stemrecht, recht op inlichtingen, opkomst en representativiteit, ordehandhaving en cohesie tussen economisch belang en juridische zeggenschap. Hoewel er bij elke pijler nog (veel) te wensen blijft, hebben alle pijlers zich de afgelopen jaren positief ontwikkeld. In deze bijdrage wordt een weergave gegeven van de belangrijkste ontwikkelingen en hun impact op de zeven pijlers van corporate democracy. Hiernaast bespreekt de auteur twee nieuwe ontwikkelingen binnen de investment community die een gevaar vormen voor de corporate democracy: het volledig geautomatiseerd handelen en portfoliodiversificatie gedreven door de Modern Investment Theory en kostenbewustzijn. Ten slotte wordt ingegaan op de vraag hoe investeerders het beste kunnen omgaan met deze ontwikkelingen met het oog op verantwoorde waardecreatie, waarbij ondernemingen niet alleen op strategisch en financiële criteria beoordeeld worden, maar ook op criteria voor sociale en milieu-impact, goed ondernemingsbestuur en duurzaamheid.


Mr. dr. A. van der Krans
Mr. dr. A. van der Krans is Officer Responsible Investment & Active Ownership bij Mn Services te Den Haag.
Artikel

Systeem in het financiële toezicht

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 4 2011
Trefwoorden bankentoezicht, systeemtoezicht, risicogebaseerd toezicht, systeemrisico, stelselbreed toezicht, zelfregulering
Auteurs Prof. mr. dr. A.J.C. de Moor-van Vugt en Mr. drs. M.W. Wessel
SamenvattingAuteursinformatie

    Een van de lessen die algemeen getrokken wordt uit de huidige financiële crisis is dat wereldwijd te weinig aandacht besteed is aan risico-opbouw in het financiële stelsel als geheel. In dit artikel wordt verkend op welke wijze de Nederlandse wetgever en toezichthouders geconstateerde lacunes in regelgeving en praktijk aanvullen. Gekeken wordt met name hoe De Nederlandsche Bank (DNB) en de Autoriteit Financiële Markten (AFM) toezicht houden op de bedrijfsvoering van financiële instellingen (systeemtoezicht), welke accenten daarin zijn aangebracht als gevolg van de crisis, en hoe dit toezicht kan bijdragen aan het bewaken van het financiële stelsel als geheel (stelselbreed toezicht). De conclusie luidt dat voor herstel van vertrouwen in de financiële sector – fundament van systeemtoezicht – een eenvoudiger structuur van financiële instellingen, markten en producten noodzakelijk is.


Prof. mr. dr. A.J.C. de Moor-van Vugt
Prof. mr. dr. A.J.C. de Moor-van Vugt is hoogleraar Staats- en Bestuursrecht aan de Universiteit van Amsterdam. a.j.c.demoor-vanvugt@uva.nl

Mr. drs. M.W. Wessel
Mr. drs. M.W. Wessel is promovenda staats- en bestuursrecht aan de Universiteit van Amsterdam. m.w.wessel@uva.nl
Artikel

Het Europese toezicht op de financiële markten

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 4 2011
Trefwoorden Europese toezichthouders, nationale toezichthouders, financiële instellingen, markttoezicht, financiële markten
Auteurs Prof. mr. A.T. Ottow
SamenvattingAuteursinformatie

    Per 1 januari jl. heeft zich een ingrijpende verandering voorgedaan in het financiële toezichtlandschap. Per die datum zijn de Europese netwerken van nationale toezichthouders omgevormd tot zelfstandige, Europese toezichthouders (de European Financial Supervisors). Hoewel de nationale toezichthouders primair verantwoordelijk blijven voor het toezicht op de financiële instellingen volgens het home country-model, heeft zich een belangrijke verschuiving van enkele toezichttaken van nationaal niveau naar Europees niveau voorgedaan. Een duidelijke tendens naar meer Europeanisering en centralisering is zich aan het voltrekken. Deze trend doet zich niet alleen in de financiële sectoren voor, maar doet tevens opgeld in andere sectoren van het markttoezicht. In dit artikel zal deze nieuwe toezichtarchitectuur voor de financiële sectoren aan de orde komen en de bevoegdheidsverdeling tussen nationale en Europese toezichthouders worden geschetst.


Prof. mr. A.T. Ottow
Prof. mr. A.T. Ottow is hoogleraar economisch publiekrecht aan het Europa Instituut van de Universiteit Utrecht en geassocieerd lid van het college OPTA (Onafhankelijke Post en Telecommunicatie Autoriteit). a.t.ottow@uu.nl
Diversen

Interview met Alexander Italianer

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 4 2011
Auteurs Mr. H.H.P. Lugard en Mr. B.J. Drijber
SamenvattingAuteursinformatie


Mr. H.H.P. Lugard
Mr. H.H.P. Lugard is onder andere als Ass. Professor verbonden aan het Tilburg Law and Center (TILEC). Sinds 2004 is hij als NGA bij het ICN betrokken.

Mr. B.J. Drijber
Mr. B.J. Drijber is advocaat en partner bij Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn en tevens redactielid van M&M.
Artikel

The proof of the pudding…: het nieuwe EU-toezichtstelsel voor de financiële sector

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 6 2011
Trefwoorden toezicht, banken, verzekeringsmaatschappijen, effectenhandel, financiële sector
Auteurs Mr. J.C. van Haersolte
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 1 januari 2011 is in de Europese Unie het nieuwe toezichtstelsel voor de financiële sector in werking getreden. Het is een groot bouwwerk geworden met drie sectorale pilaren (EBA, EIOPA en ESMA). De ECB fungeert, in de gedaante van de ESRB, als entablement en de ondergrond wordt gevormd door de toezichthouders in de lidstaten. In dit artikel komen de belangrijkste verschillen met de reeds eerder in NTER besproken voorstellen van september 2009 aan de orde.– Verordening (EU) nr. 1092/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 betr. macroprudentieel toezicht van de Europese Unie en tot oprichting van een Europees Comité voor systeemrisico’s, Pb. EU 2010, L 331/1;– Verordening (EU) nr. 1093/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 tot oprichting van een Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Bankautoriteit), tot wijziging van Besluit nr. 716/2009/EG en tot intrekking van Besluit 2009/78/EG van de Commissie, Pb. EU 2010, L 331/12;– Verordening (EU) nr. 1094/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 tot oprichting van een Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen), tot wijziging van Besluit nr. 716/2009/EG en tot intrekking van Besluit 2009/79/EG van de Commissie, Pb. EU 2010, L 331/48;– Verordening (EU) nr. 1095/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 tot oprichting van een Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Autoriteit voor effecten en markten), tot wijziging van Besluit nr. 716/2009/EG en tot intrekking van Besluit 2009/77/EG van de Commissie, Pb. EU 2010, L 331/84;– Verordening (EU) Nr. 1096/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 17 november 2010 tot toewijzing aan de Europese Centrale Bank van specifieke taken betreffende de werking van het Europees Comité voor systeemrisico’s, Pb. EU 2010, L 331/162


Mr. J.C. van Haersolte
Mr. J.C. van Haersolte is jurist EU-recht, bureau Secretaris bij de Raad van State.
Boekbespreking

Rechtsordes, internationale ondernemingen en criminologie

Gedachten over Wim Huismans Business as usual?

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 3 2011
Trefwoorden book review, international crimes, criminality by corporations
Auteurs Prof. dr. Nicholas Dorn
SamenvattingAuteursinformatie

    In this contribution the author reviews: Business as usual? Corporate involvement in international crimes, by Wim Huisman.


Prof. dr. Nicholas Dorn
Prof. dr. N. Dorn is professor International Safety and Governance aan de faculteit der rechtsgeleerdheid, sectie criminologie, van de Erasmus Universiteit Rotterdam, dorn@frg.eur.nl.

    Gold and silver coins were money for centuries. Since the early 17th century there was paper. The gold standard linked the value of the world reserve currencies, first the pound sterling and later the dollar, to gold. Both were ‘as good as gold’. In times of crisis, however, the link was broken. The coins dropped in value and gold rose, as the public continues to see gold as the ultimate money. To counteract this, Roosevelt even decided in 1933 and 1934 to nationalise and prohibit the gold held by the Americans. In 2011, amidst the biggest crisis since the Great Depression, we witness the next attack on gold. This time in the Netherlands, where the glass workers' pension fund (SPVG) was ordered by the Dutch central bank to sell the bulk of its gold assets. The DNB argued that gold is a commodity, but SPVG sees gold as a medium of exchange. What will be next?


E. Mecking
Drs. Eric Mecking studeerde geschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam en is publicist, spreker en financieel-economisch analist. Hij schreef Deflatie in aantocht. Het einde van een tijdperk - het begin van een gouden toekomst? (Mets & Mets, 2010, zevende druk). Tevens publiceerde hij Het drama van 1918. Over de Spaanse griep en de zoektocht naar virus en vaccin (Mets & Schilt, 2006). Momenteel legt hij samen met mr. Elmer Hogervorst de laatste hand aan een boek over geld, goud en zilver.

    This article discusses the role of gold in a modern economic system. It starts from the observation that the price of gold has exploded in recent years, due to an increase in economic and inflation uncertainty following the start of the credit crisis, and that some policymakers have argued for a new role of gold in the global monetary system. Following a bird's eye view of the role of gold in monetary history, we next discuss two economic concepts - the ‘trilemma’ and Triffin's dilemma - which in the past have limited gold's usefulness in monetary systems. We finally discuss gold's present role and argue that, while gold undeniably acts as a safe haven in times of crisis, any return to a global fixed exchange rate system based on gold would unduly limit countries' flexibility to adapt to economics shocks. Yet in financial markets, gold will probably continue to serve its purpose as ‘clotted fear’.


I.J.M. Arnold
Prof. dr. Ivo Arnold is als hoogleraar monetaire economie verbonden aan Nyenrode Business Universiteit en als hoogleraar economisch onderwijs en Vice Dean aan de Erasmus School of Economics, Erasmus Universiteit Rotterdam. E-mail: arnold@ese.eur.nl.
Artikel

The procedural role of courts in solving cross-border insolvency cases

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 2 2011
Trefwoorden grensoverschrijdende samenwerking tussen rechters, soft law, internationaal procesrecht, voorontwerp Insolventiewet, EU-Insolventieverordening
Auteurs Prof. mr. B. Wessels
SamenvattingAuteursinformatie

    Als onderdeel van lopend internationaal onderzoek wordt ingegaan op de instrumenten die rechters ten dienste staan voor het tot stand brengen en bevorderen van rechterlijke grensoverschrijdende samenwerking in internationale faillissementen. Wetgeving in onder meer de Verenigde Staten, Canada, het Verenigd Koninkrijk en Duitsland (ontwerp) biedt wettelijke steun voor deze samenwerking. De Nederlandse en Europese wetgever zouden moeten volgen, opdat grensoverschrijdende faillissementsafwikkeling effectief gecoördineerd kan worden.


Prof. mr. B. Wessels
Prof. mr. B. Wessels is independent legal counsel, Dordrecht and Professor of International Insolvency Law at Leiden Law School.
Artikel

‘Supplier codes of conduct’ en mensenrechten in een keten van contracten

Over enige vermogensrechtelijke implicaties van gedragscodes met betrekking tot mensenrechten en milieu in contractuele relaties

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 1 2011
Trefwoorden gedragscode, mensenrechten, ketenaansprakelijkheid, zelfregulering, transnationaal privaatrecht
Auteurs Mr. M.-J. van der Heijden
SamenvattingAuteursinformatie

    Tegen de achtergrond van ernstige mensenrechtenschendingen van toeleveranciers in ontwikkelingslanden en sterk groeiende economieën, zoals China en India, stellen steeds meer ondernemingen supplier codes of conduct agreements (gedragsregels voor hun leveranciers in overeenkomsten) op als zelfregulerende mechanismen die mensenrechtenschendingen zouden moeten tegengaan in een internationale context waarin ondernemingen niet door de internationale gemeenschap of gastlanden aansprakelijk gehouden worden. De achtergrond van het opstellen van de codes en daarmee de relevantie van het onderwerp worden kort in de inleiding besproken. Vervolgens wordt aangegeven wat de inhoud van deze gedragscodes is en hoe de verschillende codes zich tot elkaar verhouden in een context van een proliferatie van gedragscodes. Ondanks de diversiteit van codes is een proces van standaardisering zichtbaar, zodat enige algemene opmerkingen mogelijk zijn. Daarna wordt de vraag behandeld wat de juridische impact van de codes kan zijn, enerzijds door hun effect op de relatie tussen de contractspartijen en op de positie van werknemers in ontwikkelingslanden aan de hand van verschillende situatieschetsen te toetsen, en anderzijds door de status van de codes onder Nederlands recht te beoordelen. Afsluitend volgt een aantal slotopmerkingen over mogelijke (toekomstige) implicaties en hoe supplier codes of conduct agreements passen in ontwikkelingen van transnationaal privaatrecht, constitutionalisering van privaatrecht, zelfregulering, en aansprakelijkheid in een web van relaties.


Mr. M.-J. van der Heijden
Mr. M.-J. van der Heijden is werkzaam aan het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht, Universiteit Utrecht.
Artikel

Gewone beroepen en georganiseerde criminaliteit

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 2 2011
Trefwoorden organized crime, occupations, opportunity, concealment
Auteurs Henk van de Bunt, Krista Huisman en Karin van Wingerde
SamenvattingAuteursinformatie

    There is a large – and still growing – body of criminological literature on the relationship between crime and work. However, the exact nature of that relationship often remains diffuse. In this article we explored the relationships between organized crime and work. Based on analysis of the forty most recent cases of the Organized Crime Monitor we distinguished between two types of relations connecting organized crime and work. First, crimes can be based in the occupation of the offender when the occupation provides concrete opportunities to offend or facilitates the crimes of others. Secondly, the occupation of the offender can also be used as a shield concealing the illegal behavior or identity of the offender.


Henk van de Bunt
Prof. dr. H.G. van de Bunt is hoogleraar criminologie aan de faculteit der rechtsgeleerdheid van de Erasmus Universiteit Rotterdam, vandebunt@frg.eur.nl.

Krista Huisman
Drs. K. Huisman is wetenschappelijk onderzoeker, sectie criminologie aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Erasmus Universiteit Rotterdam, k.huisman@frg.eur.nl.

Karin van Wingerde
Drs. C.G. van Wingerde is wetenschappelijk onderzoeker, sectie criminologie aan de faculteit der rechtsgeleerdheid van de Erasmus Universiteit Rotterdam, vanwingerde@frg.eur.nl.
Toont 1 - 20 van 21 gevonden teksten
« 1
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.