Zoekresultaat: 33 artikelen

x
Jaar 2014 x
Hoofdartikel

The Challenge of Empirical Method to Labour Law Theory and Practice

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 3 2014
Trefwoorden Empirical research, Shaping of labour law, Methodology
Auteurs Simon F. Deakin
SamenvattingAuteursinformatie

    The aim of the paper is to consider the significance for labour law theory and practice of empirical research into the operation and effects of this branch of law. It will be argued that empirical research has an important role to play in the methodology of labour law, even if it is ancillary, much of the time, to doctrinal approaches. Secondly, and relatedly, the paper will address the historical role of empirical research in the shaping of labour law as a field distinct from both private law and public law, and, in particular, as transcending the categories of property and contract that were inherited from the individualist private law of the nineteenth century. The third and last theme of the paper is that of the role of empirical research in addressing contemporary issues of labour law doctrine and policy.


Simon F. Deakin
Simon F. Deakin is prof. of law at the University of Cambridge.
Artikel

MiFID II, een complex product

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 9 2014
Trefwoorden MiFID II, MiFIR, beleggingsondernemingen, handelsplatformen
Auteurs Mr. drs. Erwin Schreuder
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 12 juni 2014 zijn de herziene Richtlijn voor Markten in Financiële Instrumenten (MiFID II) en de Verordening voor Markten in Financiële Instrumenten (MiFIR) gepubliceerd. MiFID II en MiFIR zijn de gezamenlijke opvolger van MiFID I. De regelgeving is relevant voor beleggingsondernemingen (zoals effectenbemiddelaars en vermogensbeheerders) en exploitanten van handelsplatformen voor financiële instrumenten. Vergeleken met MiFID I gelden er veel nieuwe regels, waaronder transparantievereisten bij beurshandel en nieuwe gedragsregels voor beleggingsondernemingen. Tevens worden voorheen ongereguleerde activiteiten onder toezicht geplaatst. De uitdaging voor marktpartijen om per uiterlijk januari 2017 te voldoen aan de nieuwe regels is groot, mede vanwege vele rule-based normen.
    Richtlijn 2014/65/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 betreffende markten voor financiële instrumenten en tot wijziging van Richtlijn 2002/92/EG en Richtlijn 2011/61/EU, Pb. EU 2014, L 173/34.


Mr. drs. Erwin Schreuder
Mr. drs. E.R. (Erwin) Schreuder is advocaat bij de Financial Markets and Services Group van Clifford Chance LLP (Amsterdam)
Artikel

The government’s roles in transnational forest governance

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 3 2014
Trefwoorden transnational governance, forest certification, legality verification, emerging economies, public-private interaction
Auteurs Liu Jing
SamenvattingAuteursinformatie

    Forest certification schemes and the legality regime are two main methods of transnational forest governance. A recent review of the literature has revealed that the government and forest certification are often intertwined. Based on that review, this contribution argues that governments play divergent roles in forest certification schemes in different aspects of the regulatory process: namely, agenda and standard setting, implementation, monitoring, and enforcement. In most FSC schemes, governments in developed countries play a less active role in most of these aspects than they do in context-based industry-dominated schemes. In the three emerging economies examined – Indonesia, Brazil, and China – the government sometimes plays a more active role in context-based, industry-dominated schemes than it does in developed countries. The rising legality regime might further strengthen the role of the government in forest governance in these emerging economies. Moreover, China may exemplify the fact that forest governance is entering a new phase, because the country not only exports to countries demanding legal verification, but also imports from countries where the risk of illegal logging is high. This illustrates that the role of governments in forest governance is constantly evolving.


Liu Jing
Liu Jing is a postdoctoral researcher in Erasmus University Rotterdam (the Netherlands). She is conducting research on ‘smart mixes in relation to transboundary environmental problems’, especially in the areas of forest, fishery, oil and climate change governance. Her research interests cover regulation and governance, environmental law as well as law and economics.

    This editorial offers an introduction to the current issue.


Peter Mascini
Peter Mascini is an associate professor of sociology at Erasmus University Rotterdam and he holds a chair in empirical legal studies at the same university. He serves as co-director of the research program Behavioral Approaches to Contract and Tort. His research focuses on the legitimization, implementation, and enforcement of different policy ideas. He often studies the tenability of assumptions underlying policy instruments.

Judith van Erp
Judith van Erp is an associate professor in Criminology at Erasmus School of Law and chair of its research program Monitoring Safety and Security. Her research focuses on monitoring and compliance of business. She co-chairs the Collaborative Research Network on Regulatory Governance at the Law and Society Association and the European Society of Criminology’s working group on Corporate and White Collar Crime.
Artikel

Voorstel IORP II-richtlijn: aanzet tot hervorming van het Nederlands pensioenstelsel

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 8 2014
Trefwoorden IORP-richtlijn, IORP II, pensioenfonds, pensioeninstelling, pensioenstelsel
Auteurs Mr. drs. Pascal Borsjé en Dr. Hans van Meerten
SamenvattingAuteursinformatie

    Het voorstel van de Europese Commissie van 27 maart 2014 tot herziening van de IORP-richtlijn (met betrekking tot instellingen voor bedrijfspensioenvoorzieningen) heeft consequenties voor het huidige Nederlandse pensioenstelsel. De Europese Commissie streeft naar een gelijk speelveld tussen pensioenfondsen en verzekeraars en heeft daarom in het voorstel gekeken naar de uitgangspunten voor verzekeraars onder Solvency II-richtlijn. Het voorstel beoogt onder meer de bescherming van transparante individuele pensioenrechten. Dit staat op gespannen voet met het principe van ‘solidariteit’ dat in het Nederlandse pensioenstelsel traditioneel als uitgangspunt wordt gehanteerd. De hervorming van het Nederlands pensioenstelsel lijkt daarom ook vanuit EU-rechtelijk perspectief noodzakelijk.
    Europese Commissie, Voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende de werkzaamheden van en het toezicht op instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening, Brussel, 27 maart 2014 COM(2014)167 final, 2014/0091 (COD)


Mr. drs. Pascal Borsjé
Mr. drs. P. (Pascal) Borsjé is advocaat bij Clifford Chance LLP te Amsterdam.

Dr. Hans van Meerten
Dr. H. (Hans) van Meerten is advocaat bij Clifford Chance LLP te Amsterdam.

Willem H. van Boom
Prof dr. Willem van Boom is a professor of law. As of August 2014, he holds tenure at Leiden Law School.
Article

Access_open Unexpected Circumstances arising from World War I and its Aftermath: ‘Open’ versus ‘Closed’ Legal Systems

Tijdschrift Erasmus Law Review, Aflevering 2 2014
Trefwoorden First World War, law of obligations, unforeseen circumstances, force majeure, frustration of contracts
Auteurs Janwillem Oosterhuis Ph.D.
SamenvattingAuteursinformatie

    European jurisdictions can be distinguished in ‘open’ and ‘closed’ legal systems in respect of their approach to unexpected circumstances occurring in contractual relations. In this article, it will be argued that this distinction can be related to the judiciary’s reaction in certain countries to the economic consequences of World War I. The first point to be highlighted will be the rather strict approach to unexpected circumstances in contract law that many jurisdictions had before the war – including England, France, Germany, and the Netherlands. Secondly, the judicial approach in England, France, Germany, and the Netherlands to unexpected circumstances arising from the war will be briefly analysed. It will appear that all of the aforementioned jurisdictions remained ‘closed’. Subsequently, the reaction of the judiciary in these jurisdictions to the economic circumstances in the aftermath of the war, (hyper)inflation in particular, will be analysed. Germany, which experienced hyperinflation in the immediate aftermath of the war, developed an ‘open’ system, using the doctrine of the Wegfall der Geschäftsgrundlage. In the Netherlands, this experience failed to have an impact: indeed, in judicial practice the Netherlands appears to have a ‘closed’ legal system nevertheless, save for an ‘exceptional’ remedy in the new Dutch Civil Code, Article 6:258 of the Burgerlijk Wetboek (1992). In conclusion, the hypothesis is put forward that generally only in jurisdictions that have experienced exceptional economic upheaval, such as the hyperinflation in the wake of World War I, ‘exceptional’ remedies addressing unexpected circumstances can have a lasting effect on the legal system.


Janwillem Oosterhuis Ph.D.
Janwillem Oosterhuis is Assistant Professor in Methods and Foundations of Law at the Maastricht University Faculty of Law.
Casus

Governance en bescherming van banken

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 3 2014
Trefwoorden banken, publiek belang, publiek aandeelhouderschap, privatisering, Interventiewet, overheidsinvloed, vijandige overnames, beschermingsconstructies, certificering
Auteurs Prof. mr. D.F.M.M. Zaman, Mr. G.M. Portier en Mr. dr. J. Nijland
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage bespreken de auteurs de vraag welke publiek- en privaatrechtelijke mogelijkheden er bestaan om op permanente wijze een bank (of andere financiële instelling) te beschermen tegen beleid dat niet gericht is op het publieke belang. Daarbij worden mogelijke publiek- en privaatrechtelijke instrumenten vergeleken en geplaatst in een nationaal- en Europeesrechtelijk kader. Aangezien publiekrechtelijke instrumenten uit hoofde van de Interventiewet slechts onder bepaalde voorwaarden inzetbaar zijn (dreigende insolventie van de onderneming of instabiliteit van het financieel stelsel) en traditionele beschermingsconstructies slechts kunnen worden ingezet ter voorkoming van vijandige overnames, zien de auteurs mogelijkheden voor het gebruik van aanvullende privaatrechtelijke instrumenten ter stimulering van beleid van banken gericht op het publieke belang.


Prof. mr. D.F.M.M. Zaman
Prof. mr. D.F.M.M. Zaman is notaris te Rotterdam, (bijzonder) hoogleraar Notarieel ondernemingsrecht aan de Universiteit Utrecht en (gewoon) hoogleraar Notarieel ondernemingsrecht aan de Universiteit Leiden.

Mr. G.M. Portier
Mr. G.M. Portier is notaris te Amsterdam.

Mr. dr. J. Nijland
Mr. dr. J. Nijland is universitair docent aan de Universiteit Leiden.
Praktijk

Gedrag in het prudentieel toezicht

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 3 2014
Trefwoorden prudentieel toezicht, gedrag en cultuur, governance, Wet op het financieel toezicht
Auteurs Dr. A.E.H.M. Wijngaards en Mr. M.A.A. Khan
SamenvattingAuteursinformatie

    Het toezicht op gedrag is een onderdeel van het nieuwe, vooruitblikkende toezicht dat DNB sinds de financiële crisis heeft ingericht. Dit artikel bespreekt de rol van het toezicht op gedrag in het prudentieel toezicht van DNB, en de manier waarop DNB hier invulling aan geeft. Ook wordt de juridische basis voor het toezicht op gedrag in nationale en internationale wet- en regelgeving uitgewerkt. Het artikel besluit met een bespreking van de belangrijkste uitdagingen en toekomstige ontwikkelingen voor het toezicht op gedrag.


Dr. A.E.H.M. Wijngaards
Dr. A.E.H.M. Wijngaards is beleidsadviseur governance bij DNB.

Mr. M.A.A. Khan
Mr. M.A.A. Khan is voormalig afdelingshoofd governance & accounting bij DNB, en is thans werkzaam als financial expert bij het IMF.
Praktijk

De wenselijkheid van beheerst beloningsbeleid in de financiële sector

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 3 2014
Trefwoorden beheerst beloningsbeleid, bonusplafond, beloningen, financiële ondernemingen
Auteurs Mr. drs. A.M. Helstone
SamenvattingAuteursinformatie

    In de afgelopen zes jaar heeft de regulering van variabele beloning bij financiële ondernemingen na de val van Lehman Brothers niet stilgestaan. In dit verband wordt er met name in Nederland een niet-aflatende strijd voor beheerst beloningsbeleid in de financiële sector gevoerd. Deze bijdrage richt zich op de belangrijkste initiatieven voor regulering van beloningen bij financiële ondernemingen van de afgelopen zes jaar. Hierbij wordt ook stilgestaan bij de recente voornemens van de Nederlandse wetgever om een bonusplafond van 20% te introduceren voor alle medewerkers die werkzaam zijn in de financiële sector. Daarbij wordt ook ingegaan op de vraag in hoeverre het wenselijk is dat deze nieuwe regels naast de bestaande regels zullen worden geïntroduceerd.


Mr. drs. A.M. Helstone
Mr. drs. A.M. Helstone is advocaat en partner bij Stibbe te Amsterdam.
Praktijk

Regulering na Lehman

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 3 2014
Trefwoorden kredietcrisis, toezichtregels, wijzigingen, ontwikkelingen, trends
Auteurs Mr. drs. C. Riekerk
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel bevat een overzicht van relevante regelgeving die tot stand is gekomen naar aanleiding van (de lessen uit) het faillissement van Lehman Brothers. Het overzicht kent een onderverdeling in vier categorieën. Te weten ‘toezicht en systeem’, ‘soliditeit’, ‘transparantie’ en ‘integriteit en kwaliteit’. Op basis van het overzicht wordt een aantal trends gesignaleerd met betrekking tot de beschreven regelgeving.


Mr. drs. C. Riekerk
Mr. drs. C. Riekerk is advocaat bij Finnius advocaten te Amsterdam.
Casus

Financial Transaction Tax (FTT): de gevolgen van de extraterritoriale werking voor Nederlandse financiële instellingen

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 3 2014
Trefwoorden Financial Transaction Tax, financiële instellingen, extraterritoriale werking, belastingheffing financiële transacties, voorstel FTT-richtlijn
Auteurs Mr. R.P.C. Adema
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 14 februari 2013 heeft de Europese Commissie een herziene versie gepubliceerd van het voorstel voor een gemeenschappelijk systeem voor de heffing van FTT. Nederland doet hier vooralsnog niet aan mee. Desalniettemin kunnen Nederlandse financiële instellingen – en de spaarproducten en oudedagsvoorzieningen van deze instellingen – wel worden getroffen door de FTT. Dit komt door de territoriale werking van het voorstel. In deze bijdrage worden de gevolgen hiervan uiteengezet.


Mr. R.P.C. Adema
Mr. R.P.C. Adema is als universitair docent verbonden aan de Rijksuniversiteit Groningen. Verder is hij als fiscalist werkzaam bij Deloitte en maakt deel uit van Deloitte’s FSI Tax Group in Amsterdam. Zijn onderzoek richt zich met name op het internationaal en Europees recht.
Artikel

Cultuurspecifieke en civielrechtelijke invulling van de publiekrechtelijke zorgplicht van financiële dienstverleners

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 7-8 2014
Trefwoorden cultuur, zorgplicht financiële dienstverleners, uniformering publiek- en privaatrecht, Europese zorgplicht, client’s best interest rule
Auteurs Mr. dr. M.F.M. van den Berg
SamenvattingAuteursinformatie

    Europese ontwikkelingen hebben hun weerslag op het Nederlandse rechtsbestel. Enerzijds door een steeds duidelijkere samenloop van het civiele en publiekrechtelijke normenkader in het financiële recht. Anderzijds door meer sturing op cultuur. In dit kader worden in deze bijdrage onder meer de introductie van een Europese zorgplicht door middel van de Insurance Mediation Directive II en de conclusie van de A-G van het HvJ EU in de Nationale Nederlanden-zaak behandeld.


Mr. dr. M.F.M. van den Berg
Mr. dr. M.F.M. van den Berg is jurist bij Achmea en Research Fellow van Tilburg University.
Artikel

De Richtlijn woningkredietovereenkomsten: een Europese oplossing voor de crisis op de woningmarkt?

Oriënteren moet je leren

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5 2014
Trefwoorden hypotheken, woningkredietovereenkomsten, ESIS, consumentenrecht
Auteurs Mr. drs. N.M. Giphart
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 4 februari 2014 is de Richtlijn woningkredietovereenkomsten vastgesteld. Deze richtlijn geeft een nieuw kader voor verschillende aspecten rondom het adviseren en het verstrekken van hypotheken en andere woningkredietovereenkomsten. Hoewel de hypotheekmarkt in Nederland al vrij gereguleerd is, zal de richtlijn op bepaalde onderdelen tot wijziging van de regels leiden. Een en ander hangt ook af van de keuzes die de wetgever op tal van onderwerpen zal moeten maken.In deze bijdrage zullen eerst enkele algemene onderwerpen uit de richtlijn aan de orde komen, zoals achtergrond, doelstelling en reikwijdte. Daarna komen inhoudelijke onderwerpen aan bod, waarbij wat langer zal worden stilgestaan bij onderwerpen die voor de praktijk de meeste gevolgen zullen hebben. Hierna volgt een korte conclusie waarbij gekeken wordt in hoeverre deze richtlijn bijdraagt aan het oplossen van de crisis op de woningmarkt in Nederland.Richtlijn 2014/17/EU van het Europees Parlement en de Raad van 4 februari 2014 inzake kredietovereenkomsten voor consumenten met betrekking tot voor bewoning bestemde onroerende goederen en tot wijziging van de Richtlijnen 2008/48/EG en 2013/36/EU en Verordening (EU) nr. 1093/2010, Pb. EU 2014, L 60.


Mr. drs. N.M. Giphart
Mr. drs. N.M. (Ninette) Giphart is bedrijfsjurist bij ABN AMRO Bank N.V. Dit artikel is op persoonlijke titel geschreven.
Artikel

Europese financiële toezichthouders als toonbeeld van evidence-based wetgeven in de EU?

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 3 2014
Trefwoorden Europese toezichthouders, impact assessments, evidence-based wetgeven, financiële markten, evaluatie
Auteurs Mr. T.J.A. van Golen
SamenvattingAuteursinformatie

    Na de kredietcrisis uit 2008 werden op Europees niveau nieuwe toezichthouders ingesteld die de supervisie over de financiële markten in betere banen moesten leiden. Zoals veel nieuwe regelgeving op Europees niveau ging er ook aan de oprichting een impact assessment vooraf waarbij verschillende beleidsopties vergeleken werden. Niettemin blijkt dat er nog allerlei problemen spelen bij de nieuwe toezichthouders waardoor de vraag opkomt hoe het staat met het evidence-based gehalte van deze politiek gevoelige financiële regelgeving. In deze bijdrage wordt gekeken naar de aanloop naar de wetgeving omtrent de toezichthouders en de evaluatie hiervan door de Europese Commissie en het Europees Parlement. Onduidelijk blijft waarom bepaalde beleidsopties beter worden beoordeeld dan andere mogelijkheden. Het verbeteren van het proces van ex ante en ex post evaluatie zou dan ook een belangrijke bijdrage aan het proces van evidence-based wetgeven kunnen bieden.


Mr. T.J.A. van Golen
Mr. T.J.A. van Golen, docent aan de Universiteit van Tilburg
Artikel

Onafhankelijkheid vs. Accountability: de casus van de nieuwe EU financiële toezichthouders

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 3 2014
Trefwoorden onafhankelijkheid, accountability, agentschappen, financieel toezicht, EU
Auteurs Dr. M. Scholten
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel analyseert de onafhankelijkheid en accountability van de nieuwe EU financiële agentschappen (EBA, EIOPA en ESMA). Het behandelt eerst de de jure institutionele, persoonlijke en financiële elementen van de onafhankelijkheids- en accountability arrangementen van de nieuwe agentschappen en laat zien dat zowel hun onafhankelijkheid als accountability versterkt is in vergelijking met die van hun voorgangers, de zogenoemde Lamfalussy-comités. Verder wordt een aantal punten met betrekking tot de de facto onafhankelijkheid en accountability van EU-agentschappen besproken. Het artikel sluit af met een aantal lessen die uit de EU-ervaring getrokken kunnen worden. Het biedt daarmee nuttige inzichten aan nationale wetgevers die zich met het ‘onafhankelijkheid vs. accountability’-dilemma geconfronteerd zien.


Dr. M. Scholten
Dr. M. Scholten is postdoctoraal onderzoeker aan het Centrum voor Regulering en Handhaving in Europa en aan het Europa Instituut, Faculteit van Recht, Economie, Bestuur en Organisatie, Universiteit Utrecht.

    The economic analysis of (potential) disasters is an important method to determine the efficacy and efficiency of investments in disaster prevention and mitigation. The Dutch National Risk Assessment (NRA) provides an integrated, whole-of-government and all-hazard approach to Dutch national security. The strategy does not only intend to identify capacity gaps and define measures regarding individual threats and risks, but also to enhance capability planning and policy development concerning overall national security. The approach is multi-disciplinary and based upon scenarios which are evaluated and graded in terms of impact and likelihood according to a unified scoring method. Economic impact is one of the criteria in the NRA risk assessment methodology. This article provides a review of the (applied) scientific literature of the many economic tools and methods that have been used worldwide to estimate the (potential) impact of disasters and provides concrete applications at the micro and macro levels to Dutch cases and scenarios that were developed during the five annual cycles of the NRA's existence (2007-2011). We discuss pros and cons of applied methodologies.


Peter van Bergeijk
Peter van Bergeijk is hoogleraar Internationale economie en Macro-economie aan het International Institute of Social Studies van de Erasmus Universiteit.

Marcel Mennen
Marcel Mennen is algemeen secretaris van het Analistennetwerk Nationale Veiligheid en senior onderzoeker CBRN aan het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Centrum voor Veiligheid te Bilthoven.
Artikel

Kapitalistische banken als criminele ondernemingen: de casus Wall Street

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 3 2014
Trefwoorden finance crime, financial crisis, financial networks, white collar crime, Goldman Sachs
Auteurs D.O. Friedrichs
SamenvattingAuteursinformatie

    The central thesis of this article is that the structure of the present financial system, its culture, and its collective practices and policies are fundamentally criminal and criminogenic. The harms emanating from this financial system are exponentially greater than those emanating from the disadvantaged environments that generate a disproportionate percentage of conventional crime. Accordingly, on various levels, there is much at stake in more fully and directly recognizing and identifying many core policies and practices of the financial system for what they are: crimes on a very large scale.


D.O. Friedrichs
Prof. David O. Friedrichs is als distinguished professor verbonden aan het Department of Sociology, Criminal Justice & Criminology van de University of Scranton. Hij is tevens gasthoogleraar aan de School of Law van de University of Western Australia (Perth).
Wetenschap

De (bijzondere) zorgplicht van banken jegens ondernemers bij renteswaptransacties

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 2 2014
Trefwoorden Bijzondere zorgplicht, renteswaptransacties, renteswaps, verhouding publiekrechtelijke zorgplichten en privaatrechtelijke zorgplichten, reikwijdte bijzondere zorgplicht
Auteurs Mw. mr. V.Y.E. Caria
SamenvattingAuteursinformatie

    In twee recente uitspraken van de Rechtbank Oost-Brabant en het Hof Den Bosch stond de vraag centraal wat de reikwijdte van de zorgplicht van de banken is jegens ‘professionele’ cliënten met wie zij een renteswaptransactie zijn aangegaan. Zij hebben vastgesteld dat banken de bijzondere zorgplicht niet alleen jegens particulieren, maar ook jegens ondernemingen in acht dienen te nemen. In deze bijdrage wordt besproken hoe de bijzondere zorgplicht in deze uitspraken wordt toegepast. Ook het belang van de uitspraken voor de verhouding tussen publiekrechtelijke gedragsnormen en de civielrechtelijke bijzondere zorgplicht komt aan de orde. Het is volgens de auteur te betwijfelen of de bescherming van ondernemers wel past binnen de reikwijdte van de civielrechtelijke bijzondere zorgplicht.


Mw. mr. V.Y.E. Caria
Mw. mr. V.Y.E. Caria is als promovenda verbonden aan het Hazelhoff Centre for Financial Law, Universiteit Leiden.
Toont 1 - 20 van 33 gevonden teksten
« 1
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.