Zoekresultaat: 121 artikelen

x
Jaar 2011 x
Artikel

De herziening van het Altmark-pakket

Nieuwe regels voor staatssteun en diensten van algemeen economisch belang

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 6 2011
Trefwoorden staatssteun, diensten van algemeen economisch belang (DAEB), Altmark, compensatiebeginsel, artikel 106 lid 2 VWEU
Auteurs Prof. mr. Wolf Sauter
SamenvattingAuteursinformatie

    Het arrest Altmark uit 2003 betekende een doorbraak ten aanzien van de behandeling van diensten van algemeen economisch belang (DAEB) onder de staatssteunregels.1x HvJ EG 24 juli 2003, zaak C-280/00, Altmark Trans GmbH en Regierungspräsidium Magdeburg/Nahverkehrsgesellschaft Altmark GmbH, Jur. 2003, p. I-7747 annotatie F.B. Ronkes Agerbeek, M&M 2003/6, p. 213. Zie ook B.J. Drijber en N. Saanen-Siebenga, ‘Financiering van openbare diensten na Altmark’, NTER 2003/10, p. 253. De Commissie bouwde in 2005 voort op dit arrest met een aantal samenhangende maatregelen op grond van artikel 106 lid 3 TFEU die erop gericht waren een kader te stellen voor DAEB die niet aan alle Altmark-voorwaarden voldeden maar de minimis waren of om andere redenen in aanmerking kwamen voor een vrijstelling op basis van artikel 106 lid 2 VwEU.2x Beschikking van de Commissie 2005/842/EG van 28 november 2005 betreffende de toepassing van artikel 86, lid 2, van het EG-Verdrag op staatssteun in de vorm van compensatie voor de openbare dienst die aan bepaalde met het beheer van diensten van algemeen economisch belang belaste ondernemingen wordt toegekend, Pb. EU 2005, L312/67; Communautaire kaderregeling inzake staatssteun in de vorm van compensatie voor de openbare dienst, Pb. EU 2005, C297/4. Zie E.W.F. Schotanus, ‘Voordeel versus compensatie’, M&M 2005/7, p. 200; L. Hancher en S.J.H. Evans, ‘Altmark als katalysator: het Commissiepaklket met alle antwoorden rond staatssteun en diensten van algemeen economisch belang?’, NTER 2006/7, p. 153. Dit kader wordt hier het Altmark-pakket genoemd.3x Onder verwijzing naar de (destijds) verantwoordelijke Europees Commissaris spreekt de Commissie zelf wel van het (oude) ‘Monti/Kroes-pakket’ en van het (toekomstige) ‘Almunia-pakket’. Op grond van de tussentijds opgedane ervaring en een uitgebreide consultatie heeft de Commissie in september 2011 voorstellen gedaan voor de herziening van het Altmark-pakket met de bedoeling de nieuwe maatregelen nog in 2011 of januari 2012 vast te stellen. In deze bijdrage worden eerst kort het Altmark-arrest en het huidige Altmark-pakket besproken om vervolgens uitgebreider in te gaan op de nieuwe voorstellen. De nadruk ligt daarbij op de verschillen met de huidige situatie.

Noten

  • * Dit artikel is geschreven op persoonlijke titel, met dank aan Hans Vedder, Rein Halbersma en Michiel Veersma voor hun commentaar.
  • 1 HvJ EG 24 juli 2003, zaak C-280/00, Altmark Trans GmbH en Regierungspräsidium Magdeburg/Nahverkehrsgesellschaft Altmark GmbH, Jur. 2003, p. I-7747 annotatie F.B. Ronkes Agerbeek, M&M 2003/6, p. 213. Zie ook B.J. Drijber en N. Saanen-Siebenga, ‘Financiering van openbare diensten na Altmark’, NTER 2003/10, p. 253.

  • 2 Beschikking van de Commissie 2005/842/EG van 28 november 2005 betreffende de toepassing van artikel 86, lid 2, van het EG-Verdrag op staatssteun in de vorm van compensatie voor de openbare dienst die aan bepaalde met het beheer van diensten van algemeen economisch belang belaste ondernemingen wordt toegekend, Pb. EU 2005, L312/67; Communautaire kaderregeling inzake staatssteun in de vorm van compensatie voor de openbare dienst, Pb. EU 2005, C297/4. Zie E.W.F. Schotanus, ‘Voordeel versus compensatie’, M&M 2005/7, p. 200; L. Hancher en S.J.H. Evans, ‘Altmark als katalysator: het Commissiepaklket met alle antwoorden rond staatssteun en diensten van algemeen economisch belang?’, NTER 2006/7, p. 153.

  • 3 Onder verwijzing naar de (destijds) verantwoordelijke Europees Commissaris spreekt de Commissie zelf wel van het (oude) ‘Monti/Kroes-pakket’ en van het (toekomstige) ‘Almunia-pakket’.


Prof. mr. Wolf Sauter
Prof. mr. Wolf Sauter is werkzaam bij Tilburg University (TILEC) en bij de Nederlandse Zorgautoriteit.
Artikel

Een victimologisch perspectief op het internationale strafrecht

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 4 2011
Trefwoorden international crimes, victimology, (international) criminal justice, victims’ rights
Auteurs Dr. Antony Pemberton, Prof. mr. dr. Rianne Letschert, Dr. mr. Anne-Marie de Brouwer e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    This article develops a victimological perspective on international criminal justice, based on a review of the main victimological characteristics of international crimes. These include the complicity or active involvement of government agencies, the large numbers of victims and the peculiar position of international crime victims who, at the time the crimes are committed, are usually not viewed as victims by the perpetrators, but placed outside the moral sphere or even depicted as perpetrators rather than victims.Key elements of this perspective concern the external coherence of the criminal justice reaction - the interlinking of criminal justice with other reparative efforts - as well as its internal coherence - the extent to which the procedures of international criminal justice are aligned with what it realistically can and should achieve. With internal coherence in mind, the article examines the victimological findings relating to the main rights of victims in the criminal procedure (recognition/acknowledgement, information/participation and compensation/reparation) and subsequently analyzes how the specifics of international crimes moderate them.


Dr. Antony Pemberton
Dr. A. Pemberton is associate professor of victimology aan het International Victimology Institute Tilburg van Tilburg University, a.pemberton@uvt.nl.

Prof. mr. dr. Rianne Letschert
Prof. mr. dr. R.M. Letschert is professor of victimology and international law aan het International Victimology Institute Tilburg van Tilburg University, r.m.letschert@uvt.nl.

Dr. mr. Anne-Marie de Brouwer
Dr. mr. A.-M. de Brouwer is associate professor of international criminal law aan het Department of Criminal Law van Tilburg University, a.l.m.debrouwer@uvt.nl.

Mr. dr. Roelof Haveman
Mr. dr. R.H. Haveman is freelance Rule of Law Consultant, momenteel gestationeerd in Côte d’Ivoire, roelof.haveman@gmail.com.
Artikel

NMa en NZa: houd je bij je leest!

Een analyse van de mededingingsbevoegdheden van beide toezichthouders aan de hand van het Samenwerkingsprotocol NMa-NZa 2010

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 4 2011
Trefwoorden samenwerkingsprotocol, mededingingsbevoegdheden, NMa, NZa, samenwerkingsprotocol NMa-NZa 2010
Auteurs Mr. dr. E.M.H. Loozen
SamenvattingAuteursinformatie

    Eind 2010 zijn de NMa en de NZa een nieuw samenwerkingsprotocol overeengekomen. Hierin is vastgelegd hoe beide toezichthouders zullen omgaan met situaties waarin hun mededingingsbevoegdheden elkaar raken dan wel overlappen. Uit de kernafspraken blijkt dat beide toezichthouders weinig idee hebben als het gaat om de vraag hoe hun mededingingsbevoegdheden zich tot elkaar verhouden. In drie van de vier afspraken die gericht zijn op het voorkomen van dubbel toezicht is helemaal geen sprake van dubbel toezicht. De afspraken met betrekking tot de wijze waarop de NZa haar zienswijzen in concentratiezaken dient in te vullen zijn niet functioneel dan wel contraproductief.


Mr. dr. E.M.H. Loozen
Mr. dr. E.M.H. Loozen is verbonden aan het instituut Beleid & Management Gezondheidszorg (iBMG) van de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Redactioneel

Dé toezichthouder bestaat niet

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 4 2011
Auteurs Prof. dr. M. Lückerath-Rovers
Auteursinformatie

Prof. dr. M. Lückerath-Rovers
Prof. dr. M. Lückerath-Rovers is hoogleraar Corporate Governance aan het Nyenrode Corporate Governance Instituut.
Artikel

Normontwikkeling door Thematisch Toezicht

De invloed van risicogebaseerde responsiviteit op normontwikkeling

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 4 2011
Trefwoorden toezicht, normontwikkeling, risico’s, responsiviteit, Inspectie voor de Gezondheidszorg
Auteurs Drs. F.C.J. Neefjes, Prof. dr. R. Bal en Prof. dr. P.B.M. Robben
SamenvattingAuteursinformatie

    Responsiviteit van toezichthouders wordt veelal beschreven in procedurele zin dan wel in de zin van rekening houden met de nalevingsbereidheid van ondertoezichtstaanden. In dit artikel introduceren wij een derde vorm van responsiviteit, gericht op het type risico dat centraal staat in het toezicht. In dit artikel wordt de invloed van risicogebaseerde responsiviteit op normontwikkeling door ondertoezichtstaanden onderzocht. Het kwalitatief onderzoek bestaat uit een analyse van twee Thematisch Toezichtsprojecten van de Inspectie voor de Gezondheidszorg en laat een samenhang zien tussen de mate van responsiviteit en het type risico dat centraal staat in het Thematisch Toezicht. Naarmate er een betere match is tussen de aard van de interacties die de inspectie aangaat met het veld enerzijds en de aard van de risico’s die centraal staan in het toezicht, blijkt het toezicht door te werken in normontwikkeling. Hoewel wordt gepleit voor het gebruik van het concept van risicogebaseerde responsiviteit in het toezicht, is nader onderzoek nodig naar de werkingsmechanismen en de effecten daarvan.


Drs. F.C.J. Neefjes
Drs. F.C.J. Neefjes is inspecteur bij de Inspectie voor de Gezondheidszorg, Amsterdam.

Prof. dr. R. Bal
Prof. dr. R. Bal is hoogleraar bij het instituut Beleid & Management Gezondheidszorg van de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Prof. dr. P.B.M. Robben
Prof. dr. P.B.M. Robben is werkzaam bij de Afdeling Onderzoek en Innovatie, Inspectie voor de Gezondheidszorg en hoogleraar bij het instituut Beleid & Management Gezondheidszorg van de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Artikel

Tien jaar veiligheidsonderzoek in het Tijdschrift voor Veiligheid

Weerspiegeling van een vakgebied in ontwikkeling

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 4 2011
Trefwoorden safety research, security research, multidisciplinary research, Journal of Safety Studies
Auteurs Wouter Stol
SamenvattingAuteursinformatie

    From its beginning in 2002, the Dutch Journal of Safety Studies (JSS) has wanted to be a platform for Dutch and Belgian academic articles about all facets of safety and security. Furthermore the journal wants to be a platform for multidisciplinary articles in which safety and security issues are studied from different and complementary perspectives or academic fields.This article provides a content analysis of all 129 JSS-articles. The analysis shows that the focus of JSS is on matters of social safety (and less on the more ‘technical’ safety issues) and on the organization of safety (functioning of organizations or networks and/or the effectiveness of measures) and less on safety as such. Over the years, a few changes have taken place. (1) In the field of social safety the focus has shifted somewhat from ‘the organization of safety’ towards safety as such. (2) Although the proportion of articles from Belgium is small (5,4%), it has increased over the years. (3) Authors from Dutch universities of applied sciences have published no more than 4 articles (3,1%), the first one of which appeared in Volume 6. After some years, these authors discovered the JSS as a platform for their work.JSS covers a wide range of subjects in the field of safety and how it can be organized. Although most articles stem from criminology and/or public management, JSS contains articles from different academic fields such as criminology, communication, law, psychology, engineering, public management, medical science, etc. However, in one and the same article one does not often find a combination of really different academic perspectives, such as engineering and psychology or informatics and criminology. If the JSS aims to be a truly multidisciplinary journal, it should contain more articles of this kind over the next ten years.


Wouter Stol
Prof. dr. W.Ph. (Wouter) Stol is lector Cybersafety aan de NHL Hogeschool en de Politieacademie en bijzonder hoogleraar Politiestudies aan de Open Universiteit. E-mail: wstol@planet.nl
Artikel

Regulering in een hybride veiligheidszorg

Over de bewaking van een publiek goed in een deels geprivatiseerd bestel

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 4 2011
Trefwoorden regulation, security, privatization, public good, self-regulation
Auteurs Jan Terpstra
SamenvattingAuteursinformatie

    This paper deals with the question of how a partly privatized security sector could be regulated. A central aim of this regulation should be the control of security as a public good. Three models of regulation are analyzed. The current practice of this regulation in the Netherlands shows a serious lack of effectiveness. One of our main conclusions is that neither the state nor the private sector is able to enforce this regulation on their own. However, it is assumed that the state should have a central and integrated regulatory role in this field, with more attention paid to the practical implementation of it, with the power and will to sanction private agencies if necessary. In addition managers of private security companies should adopt a role as public managers with a public moral duty. Regulation of security is faced with a double problematic, not only the horizontal fragmentation of the field, but also the vertical fragmentation, often resulting in a serious gap between managers and those in the field, both in the public and the private sector. This implies that the regulation should not only rest on the state and on self-regulation by the sector at management level, but also on the promotion of a practical ethic for security workers to steer and regulate their daily work.


Jan Terpstra
Prof. dr. ir. J.B. (Jan) Terpstra is werkzaam bij het Criminologisch Instituut, Faculteit der Rechtsgeleerdheid, Radboud Universiteit, Nijmegen. E-mail: j.terpstra@jur.ru.nl
Artikel

Jazzy structures

Een slotbeschouwing over de toekomst van veiligheid

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 4 2011
Auteurs Hans Boutellier
SamenvattingAuteursinformatie

    The author provides a discussion of the articles in this issue of the Tijdschrift voor Veiligheid (Journal on Security) on the occasion of its tenth anniversary. He notes that there is an increasing hybridising, subjectification and fragmentation in the security area. The increasing interweaving of security politics seems to apply least to a common approach in ‘social security and physical safety issues’ (crime control and disaster and crisis management), while exactly this was aimed for in so-called integral security politics. According to the author that is the case because of ‘the moral pin’, which plays a dominant role in crime, but not in safety issues. The entanglement of forms of security identified by the author has a normative basis – it comes from the social order of an increasingly complex society. For the future an ever greater responsibilisation can be expected, in which the perception of security becomes even more important than it is now already. Not a big orchestrated security policy, but jazzy structures will then determine the prospects.


Hans Boutellier
Prof. dr. J.C.J. (Hans) Boutellier is algemeen directeur van het Verwey-Jonker Instituut en hoogleraar Veiligheid & Burgerschap aan de Vrije Universiteit Amsterdam, Faculteit der Sociale Wetenschappen, Afdeling Bestuurswetenschappen, De Boelelaan 1081, 1081 HV Amsterdam. E-mail: j.c.j.boutellier@vu.nl


Prof. mr. L.J.J. Rogier
Prof. mr. L.J.J. Rogier is als hoogleraar Staats- en Bestuursrecht verbonden aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en als bijzonder hoogleraar Staats- en bestuursrecht verbonden aan de Universiteit van de Nederlandse Antillen.
Artikel

Staatssteun in de zorgsector

Een trage ontwikkeling naar een gelijk speelveld voor zorginstellingen?

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 5 2011
Trefwoorden staatssteun, zorgsector, Wmg, marktwerking, gezondheidszorg
Auteurs Mr. Y.A. Maasdam en Mr. P.A.M. Broers
SamenvattingAuteursinformatie

    De Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg) vormt het sluitstuk van een reeks wetten die gezamenlijk het nieuwe zorgstelsel in Nederland vormgeven. Samen met het wetgevingspakket omtrent de modernisering van de AWBZ vormen zij de wettelijke basis voor de introductie van marktwerking in de zorg in Nederland. Met de introductie van marktwerking komen ook de staatssteunregels in beeld. Omdat de (meeste) activiteiten van zorginstellingen kwalificeren als economische activiteiten, zijn de staatssteunregels in beginsel van toepassing op steunverlening door de overheid aan die zorginstellingen. In dit artikel wordt een overzicht gegeven van de belangrijkste ontwikkelingen, de beschikkingspraktijk en de jurisprudentie op Europees en nationaal niveau wat betreft steunverlening in de zorgsector.


Mr. Y.A. Maasdam
Mr. Y.A. Maasdam is advocaat bij Maasdam Mededingingsadvocaten in Rijswijk.

Mr. P.A.M. Broers
Mr. P.A.M. Broers is advocaat bij Maasdam Mededingingsadvocaten in Rijswijk.
Artikel

Fusie zorgverzekeraars Achmea en De Friesland

Hoezo functioneel concentratietoezicht?

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 5 2011
Trefwoorden zorgverzekeringsmarkt, zorgstelsel, functioneel concentratietoezicht, Achmea/De Friesland, Nma
Auteurs Mr. dr. E.M.H. Loozen, Prof. dr. F.T. Schut en Dr. M. Varkevisser
SamenvattingAuteursinformatie

    In de zorgsector is een belangrijke rol weggelegd voor concurrentie tussen verzekeraars. Het is daarom van groot belang dat fusies op de zorgverzekeringsmarkt niet tot een significante belemmering van de daadwerkelijke mededinging leiden. In dit artikel wordt uiteengezet dat – uitgaande van een functioneel concentratietoezicht – de NMa niet alleen bij een verbod, maar ook bij een goedkeuring naar economische maatstaven aannemelijk moet maken dat een fusie niet tot een significante belemmering van de daadwerkelijke mededinging zal leiden. In het besluit inzake de fusie van Achmea en De Friesland heeft de NMa dit onvoldoende gedaan.


Mr. dr. E.M.H. Loozen
Mr. dr. E.M.H. Loozen is verbonden aan het instituut Beleid & Management Gezondheidszorg (iBMG) van de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Prof. dr. F.T. Schut
Prof. dr. F.T. Schut is verbonden aan het instituut Beleid & Management Gezondheidszorg (iBMG) van de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Dr. M. Varkevisser
Dr. M. Varkevisser is verbonden aan het instituut Beleid & Management Gezondheidszorg (iBMG) van de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Jurisprudentie

2011/42 Voorzieningenrechter Rechtbank Leeuwarden 21 september 2011

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 8 2011
Trefwoorden non-actiefstelling huisarts, belangenverstrengeling, letselschadebureau, protocol, niet-onrechtmatig
Samenvatting

    Op non-actiefstelling huisarts in verband met schijn van belangenverstrengeling en gebrekkige verslaglegging; patiënten werden doorverwezen naar letselschadebureau partner: besluit tot op non-actiefstelling is in overeenstemming met het protocol en niet onrechtmatig.

    Opzegging zorgovereenkomst wegens gewichtige redenen; vertrouwensbreuk met de familie van een cliënt kan reden zijn tot opzegging van de zorgovereenkomst.

Column

De Nationale ombudsman en de zorg

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 8 2011
Trefwoorden Nationale ombudsman, grenzen, bevoegdheid tot klachtbehandeling
Auteurs Prof. mr. J.G. Sijmons
SamenvattingAuteursinformatie

    De Nationale ombudsman beweegt zich steeds meer op het terrein van de gezondheidszorg. Dat ligt in de rede, waar de overheid de zorg reguleert en daarop toezicht houdt. De vraag is of de ombudsman tevens klachten in behandeling moet nemen die over de inhoud van de individuele zorgverlening gaan, ook wanneer deze bijvoorbeeld wordt uitgevoerd door instellingen als universitair medische centra, die onder de overheid ressorteren. Bepleit wordt dat de bevoegdheden van de Nationale ombudsman zo ver niet reiken.


Prof. mr. J.G. Sijmons
Jaap Sijmons is advocaat bij Nysingh advocaten-notarissen NV en bijzonder hoogleraar gezondheidsrecht aan de Universiteit van Utrecht.
Artikel

Gunstbetoon en geneesmiddelen

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 8 2011
Trefwoorden financiële relaties artsen-industrie, geneesmiddelenreclame, gunstbetoon, zelfregulering
Auteurs Mr. M.E. de Bruin en prof. mr. M.D.B. Schutjens
SamenvattingAuteursinformatie

    In het kader van Europese en nationale wetgeving over geneesmiddelenreclame worden regels gesteld aan financiële relaties (gunstbetoon) tussen farmaceutische bedrijven en beroepsbeoefenaren, waaronder artsen. Deze wettelijke regels zijn in Nederland verder uitgewerkt in het kader van zelfregulering. In de CGR Gedragscode Geneesmiddelenreclame is bepaald onder welke voorwaarden het geven van geschenken, het bieden van gastvrijheid bij bijeenkomsten en betaling voor dienstverlening en sponsoring is toegestaan. Deze regels zijn in de loop der jaren verder aangescherpt. Ook is er veel jurisprudentie over dit onderwerp, met name vanuit de Codecommissie van de CGR. Dit artikel geeft een overzicht van de achtergronden en de meest actuele stand van zaken rond gunstbetoon in Nederland.


Mr. M.E. de Bruin
Mirjam de Bruin is als juridisch adviseur op het gebied van de gezondheidszorg werkzaam bij Schutjens De Bruin.

prof. mr. M.D.B. Schutjens
Marie-Hélène Schutjens is als juridisch adviseur op het gebied van de gezondheidszorg werkzaam bij Schutjens De Bruin en is tevens deeltijd hoogleraar farmaceutisch recht aan de UU.

    Klacht op grond van art. 7:450 BW; op basis van art. 7:465 lid 4 BW mag de hulpverlener de eigen beslissing niet langduriger boven die van een gezaghebbende ouder stellen dan strikt noodzakelijk is; toepasselijkheid art. 2 lid 3 sub c Wet Bopz.

Praktijk

Kroniek rechtspraak civiel recht

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 8 2011
Trefwoorden gebrekkige hulpzaak, integriteitschade, jurisprudentieoverzicht, onrechtmatige uitlatingen op internet, Wbp
Auteurs Mr. drs. M.J.J. de Ridder
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze kroniek worden in het kort de belangrijkste ontwikkelingen in de jurisprudentie in de jaren 2010 en 2011 besproken. Als nieuwe ontwikkelingen zijn onder meer te noemen beschikkingen in deelgeschillen en uitspraken op het gebied van de Wet bescherming persoonsgegevens. Er wordt onder meer ingegaan op uitspraken op het gebied van integriteitschade, de aansprakelijkheid van de hulpverlener door gebruikmaking van een gebrekkige hulpzaak, onrechtmatige uitlatingen over zorgverleners op internet en de causale toerekening, waarbij aan de orde is of deze al dan niet wordt doorbroken door het feit dat de patiënt zelf in de gelegenheid is de schade te voorkomen.


Mr. drs. M.J.J. de Ridder
Michel de Ridder is werkzaam als advocaat bij KBS Advocaten te Utrecht.

    Tarief in de zin van art. 1 sub k Wmg; opbrengstverrekening geen tarief; vaststelling opbrengstverrekening door NZa geen besluit.

Jurisprudentie

2011/44 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 26 juli 2011

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 8 2011
Trefwoorden tuchtrechtelijke verantwoordelijkheid, arts-assistenten, supervisor, behandelbeleid
Samenvatting

    Tuchtrechtelijke verantwoordelijkheid van opleider van arts-assistenten; het als supervisor ondertekenen van een brief houdt de aanvaarding van tuchtrechtelijke verantwoordelijkheid in; door ondertekening geeft de supervisor te kennen dat hij zich verenigt met de inhoud van de brief en dus met de daarin beschreven diagnose en het behandelbeleid.

Artikel

Mensen met een licht verstandelijke beperking in aanraking met politie en justitie

Tijdschrift PROCES, Aflevering 5 2011
Trefwoorden learning disability, police, interrogation
Auteurs Dr. Xavier Moonen, MSc Marjolein de Wit en MSc Marjolein Hoogeveen
SamenvattingAuteursinformatie

    There are many situations in which people with a learning disability encounter law enforcement. Early recognition of their learning disability by police and justice authorities is necessary to ensure an appropriate manner of communication and handling that takes into account their limitations and abilities. Yet, without special knowledge, it is not easy to recognize the learning disability, especially if the limitations of the disability are mild. Diagnosing a learning disability requires taking into account several aspects, and a simply determination of the IQ is definitely insufficient. This article deals with the specific characteristics of people with a learning disability in their contacts with the police and the justice system. Furthermore recommendations are given as to how to interrogate them in a respectful and correct way.


Dr. Xavier Moonen
Dr. Xavier Moonen is docent en onderzoeker op het gebied van mensen met een (licht) verstandelijke beperking aan de Universiteit van Amsterdam.

MSc Marjolein de Wit
Marjolein de Wit MSc is als orthopedagoog werkzaam bij Pameijer in Rotterdam, een organisatie voor mensen met een (licht) verstandelijke beperking.

MSc Marjolein Hoogeveen
Marjolein Hoogeveen MSc is criminologe.
Toont 1 - 20 van 121 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6 7
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.