Zoekresultaat: 8 artikelen

x
Jaar 2015 x

    Beleidsregels. Hardheidsclausule.

Artikel

De 3 uit 6-voorwaarde voor export van Nederlandse studiefinanciering door niet-actieve EU-burgers

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 8 2015
Trefwoorden Europees burgerschap, studiefinanciering, Export van studiefinanciering, 3 uit 6-voorwaarde
Auteurs Mr. R.H. van Ooik
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Hof van Justitie had al beslist dat Nederland door een woonplaatsvereiste voor te schrijven, de zogenoemde 3 uit 6-voorwaarde, voor migrerende werknemers en hun gezinsleden om Nederlandse financiering voor buiten Nederland gevolgd hoger onderwijs te kunnen verkrijgen, zijn verplichtingen krachtens artikel 45 VWEU en artikel 7 lid 2 van Verordening (EEG) nr. 1612/68 betreffende het vrije verkeer van werknemers niet was nagekomen. In de hier besproken uitspraak Martens is het de vraag of deze 3 uit 6-voorwaarde ook voor economisch niet-actieve EU-burgers verboden is, vanwege strijd met de bepalingen over het Europees Burgerschap (art. 20 en 21 VWEU).
    HvJ 25 februari 2015, zaak C-359/13, B. Martens/Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,


Mr. R.H. van Ooik
Mr. R.H. (Ronald) van Ooik is als Universitair hoofddocent Europees recht verbonden aan de Universiteit van Amsterdam.
Artikel

Inburgeringseisen en het Unierecht

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 8 2015
Trefwoorden inburgeringsvoorwaarden, bestuurlijke boete, effectieve werking, Richtlijn langdurig ingezetenen, Richtlijn gezinshereniging
Auteurs Mr. A. Woltjer
SamenvattingAuteursinformatie

    In een tweetal arresten heeft het Hof van Justitie uitspraak gedaan over de vraag of de in Nederland gehanteerde inburgeringseis verenigbaar is met het Unierecht, met name de Richtlijn langdurig ingezeten derdelanders en de Richtlijn gezinshereniging.
    HvJ 4 juni 2015, zaak C-579/13, P en S, ECLI:EU:C:2015:369
    HvJ 9 juli 2015, zaak C-153/14, K en A, ECLI:EU:C:2015:453


Mr. A. Woltjer
Mr. A. (Aleidus) Woltjer is werkzaam als wetgevingsjurist bij de directie advisering van de Raad van State.

    In deze kroniek worden de belangrijkste uitspraken behandeld die met betrekking tot de Zorgverzekeringswet en de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten zijn gedaan in de periode van 1 april 2013 t/m 1 januari 2015. Met betrekking tot de Zorgverzekeringswet worden in hoofdzaak de inhoud van de zorgverzekering en de zorgverzekeraars besproken. Wat betreft de AWBZ komen de kring der verzekerden en de aanspraken aan bod. Daarnaast wordt aandacht besteed aan uitspraken over de zorginkoop en over de afbakening tussen de Zorgverzekeringwet en de AWBZ.


Mr. H.M. den Herder
Hedwig den Herder is als advocaat werkzaam bij Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn N.V. te Den Haag.

mr. C. van Balen
Chris van Balen is als advocaat werkzaam bij LEXSIGMA Healthcare te Amsterdam.
Artikel

Praktijkervaring met een cao-commissie

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 1 2015
Trefwoorden ABN AMRO, afwijking cao, Ontslagcommissie, Geschillenregeling, sociaal plan
Auteurs Mr. A.H. Van Empel en Mr. R. Hansma
Auteursinformatie

Mr. A.H. Van Empel
Mr. A.H. van Empel is legal manager Arbeidszaken bij ABN AMRO.

Mr. R. Hansma
Mr. R. Hansma is werkzaam bij de Universiteit Leiden.
Artikel

Digitalisering van de civiele procedure: gevolgen voor de procespraktijk

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 1 2015
Trefwoorden digitaal procederen, kostenbesparing, termijnen, vereenvoudigde indiening processtukken, verzending en ontvangst
Auteurs Mr. H.W. Wefers Bettink
SamenvattingAuteursinformatie

    Het wetsontwerp Vereenvoudiging en digitalisering van het procesrecht, dat op 20 oktober 2014 bij de Tweede Kamer is ingediend, introduceert onder meer een nieuwe basisprocedure in eerste instantie voor het civiele recht en maakt digitalisering van de procedure mogelijk. (Kamerstukken II 2014/15, 34059, 2 (wetsvoorstel) en 3 (MvT). Het wetsvoorstel bevat ook bepalingen om volledig digitaal procederen in het bestuursrecht mogelijk te maken. Deze blijven in deze bijdrage buiten beschouwing.) In 2013 is een voorontwerp als consultatiedocument gepubliceerd. Blijkens de memorie van toelichting heeft de consultatie geleid tot een groot aantal aanpassingen zonder dat overigens het wezen van de voorstellen is aangetast. In deze bijdrage wordt ingegaan op enkele gevolgen van de voorgestelde digitalisering van de civiele procedure voor de procespraktijk.


Mr. H.W. Wefers Bettink
Mr. H.W. Wefers Bettink is advocaat bij Houthoff Buruma te Amsterdam.
Jurisprudentie

Burgerlijk procesrecht van het Caribische deel van het Koninkrijk

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 1 2015
Trefwoorden procesrecht, Caribisch deel van het Koninkrijk
Auteurs Mr. dr. G.C.C. Lewin en Mr. dr. H.J. van Kooten
Auteursinformatie

Mr. dr. G.C.C. Lewin

Mr. dr. H.J. van Kooten
Beide auteurs zijn lid van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
Artikel

Inburgeringsvoorwaarden en Europees recht: the end of the Wib as we know it?

Een analyse van de mogelijke gevolgen van de relevante bepalingen van Europees recht voor de Nederlandse Wet inburgering in het buitenland

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 1 2015
Trefwoorden inburgering, Gezinsherenigingsrichtlijn, derdelanders, evenredigheid
Auteurs Mr. dr. R. van Oers
SamenvattingAuteursinformatie

    In het arrest Dogan beantwoordt het Hof van Justitie de eerste van twee prejudiciële vragen van het Verwaltungsgericht Berlin over de Duitse inburgeringseis in het buitenland. Het Hof van Justitie beantwoordt de tweede, subsidiaire vraag over de verenigbaarheid van de Duitse eis met Richtlijn 2003/86/EG inzake het recht op gezinshereniging (hierna: de Gezinsherenigingsrichtlijn) niet. Onlangs legde de Afdeling het Hof van Justitie prejudiciële vragen voor over de verenigbaarheid van de Nederlandse Wet inburgering in het buitenland (Wib) met deze richtlijn. Volgens de auteur valt uit het arrest Dogan, alsmede uit andere jurisprudentie van het Hof van Justitie en uit standpunten van de Europese Commissie, af te leiden dat het aannemelijk is dat het Hof van Justitie de Wib op punten strijdig zal achten met de Gezinsherenigingsrichtlijn.
    HvJ 10 juli 2014, zaak C-138/13, Dogan/Bundesrepublik Deutschland, ECLI: EU: C:2014:2066


Mr. dr. R. van Oers
Mr. dr. R. (Ricky) van Oers is werkzaam als opleidingsmanager bij het Centrum voor Postacademisch Juridisch Onderwijs (CPO) van de Radboud Universiteit. De auteur is Kees Groenendijk, Tineke Strik en de redacteuren van NtEr zeer erkentelijk voor het commentaar op een eerdere versie van deze bijdrage.
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.