Zoekresultaat: 25 artikelen

x
Jaar 2009 x
Artikel

Aantallen civiele rechtszaken in Nederland en elders

Een vergelijking in de tijd en in Europa

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 4 2009
Auteurs E. Niemeijer en C.M. Klein Haarhuis
SamenvattingAuteursinformatie

    Academic perceptions of litigation rates are dispersed: they vary from observations of a ‘litigation explosion’ to empirical accounts of ‘vanishing trials’. In this article the authors study whether civil trials are increasing or vanishing in the Netherlands. To find out, the authors studied trends in the number of civil cases in the Dutch courts. First, they observed developments in the filings as well as the dispositions of civil cases over the past 25 years, taking into account the trial-likeness of the procedures. Second, they put the Dutch figures - including other indicators of legal activity - in a European perspective. The findings show that the number of court cases in the Netherlands is on the rise. This does not automatically imply, however, that the Netherlands are a highly litigious society. ‘Light’ versions of trials are predominant, as is efficiency in the management of cases. Moreover, the number of lawyers and judges is rather small compared to other European countries.


E. Niemeijer
Prof. dr. mr. Bert Niemeijer is werkzaam bij de directie Algemene Justitiële Strategie van het ministerie van Justitie en is tevens als hoogleraar empirische rechtssociologie verbonden aan de Vrije Universiteit in Amsterdam.

C.M. Klein Haarhuis
Dr. Carolien Klein Haarhuis is als onderzoeker verbonden aan het WODC.


    Trust between people and institutions is essential for the functioning of society. In this paper the author distinguishes trust and confidence. Confidence is the optimism or pessimism of consumers and investors about the future, about the Dutch economy and about the financial situation of their own household. Consumer confidence declined sharply after 2007, with negative consequences for the sales of houses and cars. A low level of trust is threatening for the functioning of institutions and society. Determinants of trust are: competence, stability, integrity, benevolence, transparency, value congruency and reputation. The first four determinants are ‘dissatisfiers’, while the last three are ‘satisfiers’. Financial institutions have to meet the criteria on the first four determinants without a compensation by the last three determinants. The last three determinants offer options for additional profiling, positioning and differentiation. The recovery of confidence will happen sooner than the recovery of trust. Confidence is related to general economic developments. The recovery of trust is a slower process, because of the integrity of persons and institutions. People want to see ‘proofs’ of a changed behaviour before they trust persons and institutions again. This means that a prolonged trust crisis is to be expected, even when confidence is already optimistic.


W.F. van Raaij
Prof. dr. Fred van Raaij is als hoogleraar economische psychologie verbonden aan de Faculteit Sociale Wetenschappen van de Universiteit van Tilburg.
Artikel

Bezint eer ge begint: enige kritische kanttekeningen bij het Wetsvoorstel tot wijziging van de Successiewet 1956

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 4 2009
Trefwoorden successiewet, schenkbelasting, erfbelasting, bedrijfsopvolging, fictiebepaling, trust, afgezonderd particulier vermogen
Auteurs Mr. N.J. Schutte
SamenvattingAuteursinformatie

    In het momenteel aanhangige wetsvoorstel tot wijziging van de Successiewet 1956 wordt een aantal ingrijpende maatregelen voorgesteld. De tarieven worden voor sommige verkrijgers drastisch verlaagd, voor andere komen ze per saldo hoger uit. De gedeeltelijke vrijstelling van ondernemingsvermogen wordt verhoogd tot 90%, terwijl de voorwaarden worden aangepast. De koppeling met het ondernemingsbegrip uit de inkomstenbelasting wordt daarbij heel nadrukkelijk gelegd. De voorgestelde heffing over afgezonderde particuliere vermogens (trusts en dergelijke) kan voor de betrokkenen verstrekkende gevolgen hebben. In deze bijdrage staan twee hoofdpunten van het wetsvoorstel centraal: (1) bedrijfsopvolgingsfaciliteiten en (2) de aanpak van trustachtige rechtsfiguren door middel van de regeling voor het afgezonderd particulier vermogen.


Mr. N.J. Schutte
Mr. N.J. Schutte is (hoofd)docent belastingrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen en tevens verbonden aan Deloitte Belastingadviseurs.
Artikel

Faillissement verhuurder

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 12 2009
Trefwoorden faillissement verhuurder, wanprestatie, curator, huur(overeenkomst)
Auteurs Mr. M. el Gartit en mr. J.C.P. van den Hamer
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage bespreken de auteurs de vraag of in het licht van het faillissement van een verhuurder, de curator – naar aanleiding van het Nebula-arrest – gerechtigd is de huurder naar de verificatieprocedure door te verwijzen in de plaats van het gebruik van de zaak door de huurder te dulden.


Mr. M. el Gartit
Mr. M. el Gartit is werkzaam als advocaat bij Loyens & Loeff.

mr. J.C.P. van den Hamer
Mr. J.C.P. van den Hamer is werkzaam als advocaat bij Loyens & Loeff te Amsterdam.
Artikel

Fraternalisme en trouw aan het gegeven woord

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 4 2009
Trefwoorden schadevoorkomingsplicht, partijautonomie, fraternalisme
Auteurs Prof. mr. A.L.M. Keirse
SamenvattingAuteursinformatie

    Keirse stelt dat er aanleiding is om niet langer – zoals in de klassieke benadering geschiedt – de gehoudenheid om rekening te houden met andermans belangen als uitzondering te beschouwen op de werkelijke kern van het contractenrecht – die men in de partijautonomie zou moeten zoeken –, maar andersom deze gehoudenheid als kern van het contractenrecht te betitelen. Partijen die in onderhandeling treden over het sluiten van een overeenkomst komen tot elkaar te staan in een bijzondere door de redelijkheid en billijkheid beheerste maatschappelijke rechtsverhouding. Dit brengt mee dat partijen niet alleen uitvoering dienen te geven aan de verbintenissen die zij met zoveel woorden op zich nemen, maar ook dat zij in ruimere zin over en weer gehouden zijn om eventuele schade te voorkomen. Keirse noemt deze plicht de schadevoorkomingsplicht en stelt dat die begint in de precontractuele fase en doorloopt tijdens de overeenkomst en daarna.


Prof. mr. A.L.M. Keirse
Prof. mr. A.L.M. Keirse is hoogleraar burgerlijk recht aan het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht van de Universiteit Utrecht en raadsheer bij het Hof Arnhem.
Artikel

Beschikkingsonbevoegdheid, zaaksgevolg en relatieve nietigheid als mogelijke rechtsgevolgen van beslag

Blijven wij na HR 5 september 2008, NJ 2009, 154 (Forward/Huber) en HR 20 februari 2009, NJ 2009, 376 (Ontvanger/mr. De Jong q.q.) gevangen in het denkkader van het burgerlijk recht?

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 4 2009
Trefwoorden beschikkingsonbevoegdheid, zaaksgevolg, relatieve nietigheid, rechtsgevolg beslag
Auteurs Mr. D.J. van der Kwaak
SamenvattingAuteursinformatie

    Over de vraag wat het rechtsgevolg van een beslag inhoudt, zijn de afgelopen decennia veel opvattingen naar voren gebracht. In twee recente arresten (HR 5 september 2008, NJ 2009, 154 en HR 20 februari 2009, NJ 2009, 376) lijkt de Hoge Raad uitdrukkelijk afstand te nemen van de opvatting dat beslag tot (relatieve) beschikkingsonbevoegdheid leidt. Maar hoe is het rechtsgevolg van een beslag dan wel te begrijpen? Met name wordt bezien of sprake is van zaaksgevolg of van relatieve nietigheid, waarbij aandacht wordt besteed aan de verhouding tussen het burgerlijk recht en het burgerlijk procesrecht.


Mr. D.J. van der Kwaak
Mr. D.J. van der Kwaak is raadsheer in het Hof Amsterdam.
Jurisprudentie

Rechterlijke macht

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 4 2009
Trefwoorden rechterlijke macht, uniforme rechtstoepassing, Wet RO
Auteurs Mr. drs. G. de Groot
SamenvattingAuteursinformatie

    In 2003 verscheen in dit tijdschrift een kroniek getiteld ‘Rechterlijke macht’. Die draad wordt hier opgepakt. Gezien de periode die sindsdien is verstreken, kan in deze kroniek slechts een gering deel van de ontwikkelingen in de organisatie van de civiele rechtspraak sinds 2003 aan de orde komen. De aandacht zal in het bijzonder uitgaan naar de uniforme rechtstoepassing en naar de voorziene wijzigingen in de organisatie van de civiele rechtspraak in eerste aanleg.


Mr. drs. G. de Groot
Mr. drs. G. de Groot is vice-president van de Rechtbank Amsterdam en onderzoeker aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Artikel

Schuldsanering: voorlopige voorzieningen in een bedreigende situatie

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 11 2009
Trefwoorden voorlopige voorziening, schuldsaneringsregeling, bedreigende situatie, belangenafweging, verzoekschrift Wsnp
Auteurs Prof. mr. B. Wessels
SamenvattingAuteursinformatie

    Bijdrage over het sedert 1 januari 2008 geldende art. 287b Fw, de mogelijkheid om voorafgaand aan de behandeling van het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling de rechtbank te verzoeken een voorlopige voorziening te geven indien er sprake is van een ‘bedreigende situatie’. De schrijver geeft aandacht aan het doel van de voorlopige voorziening ex art. 287b Fw, de vraag wat onder een ‘bedreigende situatie’ moet worden verstaan, de behandeling van het verzoekschrift en de belangenafweging die door de rechter wordt gemaakt, alsmede de positie van de schuldeiser jegens wie een dergelijke voorziening wordt verkregen.


Prof. mr. B. Wessels
Prof. mr. B. Wessels is hoogleraar internationaal insolventierecht aan de Universiteit Leiden.
Artikel

Art. 6:258 BW en de (on)mogelijkheden om onder een lopende huurovereenkomst c.q. exploitatieplicht uit te komen

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 9 2009
Trefwoorden huurovereenkomst, bedrijfsruimte, beëindiging, exploitatieplicht en onvoorziene omstandigheden
Auteurs Mr. P.K. Oosterling-van der Maarel
SamenvattingAuteursinformatie

    Zijn tegenvallende exploitatieresultaten als gevolg van de kredietcrisis een goede reden om met een beroep op onvoorziene omstandigheden een huurovereenkomst tussentijds te beëindigen of de overeenkomst zodanig te wijzigen dat de huurder niet aan een overeengekomen exploitatieplicht kan worden gehouden?


Mr. P.K. Oosterling-van der Maarel
Mr. P.K. Oosterling-van der Maarel is advocaat bij Houthoff Buruma N.V. te Amsterdam.
Artikel

Arbeid en ICMS: opbrengsten, weerstanden en intenties

Tijdschrift Nederlands-Vlaams tijdschrift voor mediation en conflictmanagement, Aflevering 3 2009
Trefwoorden ICMS, Integrated Conflict Management System, arbeidsconflicten
Auteurs Mr. dr. Rob Jagtenberg en Mr. dr. Annie de Roo
SamenvattingAuteursinformatie

    In their contribution ‘Employment and ICMS’, Rob Jagtenberg and Annie de Roo discuss the yields that an integrated conflict management system may bring to individual workers, to the company or organisation, and to society as a whole. Few organisations have adopted ICMS as yet. Therefore, the authors analyse the resistance against introduction of ICMS in some detail, especially resistance on the part of management, which likely will be decisive.Recent developments in the world economy and in politics however, may change the leverage in favour of introducing ICMS still, in the years to come.


Mr. dr. Rob Jagtenberg
Rob Jagtenberg verricht vergelijkend onderzoek naar mediation en conflictmanagement in Europa en was rapporteur-generaal bij de Raad van Europa over het onderwerp mediation.

Mr. dr. Annie de Roo
Annie de Roo is hoofdredacteur van TMD.
Jurisprudentie

De positie van de minderjarige erfgenaam, beheer van het vermogen van een erflater

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 4 2009
Trefwoorden minderjarige erfgenaam, beheer vermogen, Erflater
Auteurs Prof. mr. E.A.A. Luijten en Mw. prof. mr. W.R. Meijer
SamenvattingAuteursinformatie

    In de onderhavige procedure behandelen de auteurs een casus waarin een erfgenaam wilde ‘meeliften’ met de beneficiaire aanvaarding door een minderjarige erfgenaam.


Prof. mr. E.A.A. Luijten
Prof. mr. E.A.A. Luijten is emeritus hoogleraar aan de RU Nijmegen.

Mw. prof. mr. W.R. Meijer
Mw. prof. mr. Meijer is hoogleraar privaatrecht aan de OU Nederland te Heerlen.
Artikel

De verpanding van rekening-courantsaldi

De stand van zaken in tijden van recessie

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 7-8 2009
Trefwoorden pandrecht, rekening-courantsaldo, aard, openbaar, inning
Auteurs Mr. J.E. Drinkhill
SamenvattingAuteursinformatie

    Een behandeling van en een overzicht van de literatuur aangaande verschillende aspecten van het pandrecht op rekening-courantsaldi, waaronder de aard van dergelijke saldi, de vorm van verpanding – stil of openbaar – en de inningsbevoegdheid van het verpande saldo.


Mr. J.E. Drinkhill
Mr. J.E. Drinkhill is advocaat bij Houthoff Buruma te Londen.
Praktijk

Kroniek Rechtspraak Mededingingszaken in 2008

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 4 2009
Trefwoorden mededinging, Nma, misbruik van machtspositie, gunjumping
Auteurs Mr. K. Defares, Mr. S. Goossens en Mr. J. Langer
SamenvattingAuteursinformatie

    Was er vóór 1998 een relatief beperkt aantal beoefenaren van het mededingingsrecht, destijds neergelegd in de Wet Economische mededinging, de laatste jaren voor de inwerkingtreding van de Mededingingswet aangevuld met een aantal generieke verboden, inmiddels heeft het Nederlandse mededingingsrecht zich ontwikkeld tot een volwassen en zelfstandige juridische discipline, die haar aantrekkingskracht op een groot aantal juristen heeft bewezen. In deze tien jaar heeft de rechtspraak over de Mededingingswet een ontwikkeling doorgemaakt en in belangrijke mate bijgedragen aan het tot volle wasdom komen van dit rechtsgebied. In die rechtspraakontwikkeling heeft de NMa een bepalende rol gespeeld.


Mr. K. Defares
Mr. K. Defares is advocaat bij Stek.

Mr. S. Goossens
Mr. S. Goossens is advocaat bij Stek.

Mr. J. Langer
Mr. J. Langer was vooorheen werkzaam als advocaat bij Stek en is nu werkzaam bij het ministerie van Buitenlandse Zaken. Deze bijdrage is geschreven op persoonlijke titel.
Artikel

Access_open Recht op een bankrekening?

Tijdschrift Vermogensrechtelijke Analyses, Aflevering 1 2009
Trefwoorden betaalrekening, banken, universele dienstverplichting, contractdwang
Auteurs Mw. mr I.S.J. Houben
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage worden verscheidene mogelijkheden voor de burger om te ageren tegen weigeringen om een betaalrekening te openen behandeld. Tevens wordt ingegaan op de beschikbaarheid van betaaldiensten als zodanig en de initiatieven die de Europese Commissie op dat terrein ontplooit.


Mw. mr I.S.J. Houben
Mw. mr. I.S.J. Houben is universitair hoofddocent burgerlijk recht, Universiteit Leiden.
Artikel

Access_open Over volledige harmonisatie en herinrichting van het BW

Knelpunten bij de omzetting van de (voorgestelde) richtlijn consumentenrechten

Tijdschrift Vermogensrechtelijke Analyses, Aflevering 1 2009
Trefwoorden consumentenrechten, omzetting richtlijn, volledige harmonisatie, codificatie
Auteurs Prof. mr. M.H. Wissink
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage behandelt twee knelpunten waartoe de implementatie van de Richtlijn consumentenovereenkomsten in het Nederlandse recht aanleiding zal geven. De voorgestelde volledige harmonisatie leidt tot de noodzaak nadere keuzes te maken over bepaalde regelingen in het BW die niet alleen B2C-transacties betreffen (zoals art. 6:234 en 7:23 BW). Moeten zij ook voor B2B- of C2C-contracten aan het lagere beschermingsniveau van de richtlijn worden aangepast? In de tweede plaats wordt besproken of de richtlijn, gezien haar opzet en systematiek, een andere wijze van omzetting in het Nederlandse recht vereist. Aanbevolen wordt dat de algemene informatieplichten, de overeenkomsten op afstand en de colportage in Afdeling 6.5.2A BW geregeld worden. De regels over algemene voorwaarden en consumentenkoop kunnen op hun huidige plaats blijven.


Prof. mr. M.H. Wissink
Prof. mr. M.H. Wissink is hoogleraar privaatrecht, Rijksuniversiteit Groningen.
Praktijk

Kroniek Mededingingswet 2008

Mededingingsafspraken, machtsposities en procedures

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 3 2009
Auteurs Mr. C.T. Dekker, Mr. E. Belhadj en Mr. A.M. Hoekstra-Borzymowska
SamenvattingAuteursinformatie

    In het verslagjaar nam de NMa in het kader van de handhaving van de artikelen 6 en 24 Mededingingswet (Mw) zes besluiten, waarbij in totaal 9 miljoen euro aan boetes werd opgelegd. In drie zaken werd geen rapport opgemaakt, maar werd een ander instrument gebruikt om een einde te maken aan een overtreding. Welke instrumenten dat zijn geweest, is niet geheel duidelijk, afgezien van het – voor het eerst – inzetten van het toezeggingsbesluit in één zaak. In een achttal zaken is een onderzoek naar de mogelijke overtredingen van genoemde artikelen stopgezet, omdat er onvoldoende bewijs voor een overtreding was.Opvallend dit jaar is het relatief grote aantal besluiten dat de NMa op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (WOB) heeft moeten nemen. Op deze besluiten wordt hieronder ook kort ingegaan, voor zover ze van specifiek belang zijn voor de mededingingspraktijk.Dit jaar worden voor het eerst in deze kroniek naast de besluiten van de NMa over de toepassing van de Mededingingswet (met uitzondering van die in het kader van het concentratietoezicht) ook de uitspraken van de Rechtbank Rotterdam en het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBB) over deze besluiten besproken. De Rechtbank Rotterdam deed in het verslagjaar uitspraak in 25 zaken in de bouwsector die bij de NMa de versnelde procedure hadden doorlopen. Alleen de opvallende punten uit deze uitspraken worden in deze kroniek besproken.


Mr. C.T. Dekker
Mr. C.T. Dekker is advocaat bij Nysingh.

Mr. E. Belhadj
Mr. E. Belhadj is advocaat bij Nysingh.

Mr. A.M. Hoekstra-Borzymowska
Mr. A.M. Hoekstra-Borzymowska is advocaat bij Nysingh.
Artikel

De civielrechtelijke kwalificatie van een financial leaseovereenkomst met koopoptie

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 5 2009
Trefwoorden lease, huurkoop, onbenoemde overeenkomsten, kwalificatie, Draft Common Frame of Reference
Auteurs Mr. I.S.J. Houben
SamenvattingAuteursinformatie

    Kwalificatie van een financial leaseovereenkomst blijkt onverminderd moeilijk te zijn. In deze bijdrage wordt vooral ingegaan op recente ontwikkelingen wat betreft de mogelijke kwalificatie van een financial leaseovereenkomst als huurkoop.


Mr. I.S.J. Houben
Mr. I.S.J. Houben is universitair hoofddocent aan de Universiteit Leiden.
Artikel

HR 14 november 2008, C06/345HR, LJN BF0407 (Van Dalfsen/gemeente Kampen)

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 5 2009
Trefwoorden dwaling, non-conformiteit, koop, verhouding mededelingsplicht en onderzoeksplicht
Auteurs Mr. J.W.M.K. Meijer
SamenvattingAuteursinformatie

    Bij dwaling is de bekende regel – kort gezegd – dat een schending van de mededelingsplicht in beginsel niet kan worden gepareerd door te stellen dat de wederpartij diens onderzoeksplicht heeft geschonden. In dit arrest past de Hoge Raad deze regel ook toe op een geval van non-conformiteit. Schrijver besteedt in deze bijdrage aandacht aan de vraag of het nalaten bepaalde feiten mede te delen aan de koper in de gegeven omstandigheden onverschoonbaar is.


Mr. J.W.M.K. Meijer
Mr. J.W.M.K. Meijer is advocaat bij De Brauw Blackstone Westbroek te Amsterdam.
Jurisprudentie

Ondersteuning van ouders: schenking, voldoening aan een natuurlijke verbintenis, of iets anders?

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 2 2009
Trefwoorden natuurlijke verbintenis, schenking, onderhoudsverplichting kinderen-ouders
Auteurs Prof. mr. B.E. Reinhartz
SamenvattingAuteursinformatie

    Naar aanleiding van (fiscale) uitspraken van Rb. Haarlem 29 januari 2009, LJN BH1793, en Hof Arnhem 14 mei 2008, LJN BH2376, worden enkele beschouwingen gewijd aan de vraag hoe men de ondersteuning van zijn ouders door middel van het ter beschikking stellen van woonruimte kan kwalificeren: als schenking of als de voldoening aan een natuurlijke verbintenis. In deze bijdrage ligt de focus op de civielrechtelijke kwalificatie van deze bijzondere vormen om de ouders te ondersteunen: in de zaak van Rechtbank Haarlem de overdracht door de zoon van zijn helft van het appartement waarin zijn moeder woont; in de zaak van Hof Arnhem het laten wonen van de ouders tegen een zeer lage huurprijs in het huis van de zoon.


Prof. mr. B.E. Reinhartz
Prof. mr. B.E. Reinhartz is hoogleraar aan de UvA; b.e.reinhartz@uva.nl.
Toont 1 - 20 van 25 gevonden teksten
« 1
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.