Zoekresultaat: 15 artikelen

Jaar 2012 x

Immigratie, (des)integratie?

Over het immigratiedebat in Nederland en de Verenigde Staten

Tijdschrift PROCES, Aflevering 6 2012
Trefwoorden Crimmigration, immigration debate, election debate, Arizona
Auteurs LLM. Michiel Glas, Rolf van Wegberg MSc. en BSc. Marten Zoetbrood

    The attitude towards ‘the immigrant’ is changing. Where they used to be seen as a necessity, they are now looked upon with distrust. A consequence of this new attitude is the ‘merging’ of immigration law policy and criminal law. Examples of this in the Netherlands are a law proposal to criminalize illegal stay and a mandatory quorum of illegals that have to be deported each year. In our research we have compared the ‘crimmigration’ discourse in both Arizona and the Netherlands.
    Arizona’s law SB1070 has been the main legal focus in the research. The enactment of the law has been cause of many protests. The public’s fear was focused mainly on civil rights violations; the legal discussion was focused on the federalism issue, brought to Courts by the Obama administration. However, with the Supreme Court handing down its landmark decision in Arizona vs. United States, the legal focus will shift towards the civil rights spectrum.
    In the most recent elections in the Netherlands, the immigration question seems to have been pushed to the background. However, it remains a vital issue when placed in the context of ‘Euro-skepticism’, which has played a major role , as much of the immigration policy making is done by the supra national European legislator.
    We have seen that in the American context the federal government has been a ‘mitigating factor’ in the crimmigration debate to counterbalance draconian immigration policy. We hope that despite recent Euro-skepticism the EU will have a similar mitigating effect.

LLM. Michiel Glas
Michiel Glas LLM. studeerde Rechtsgeleerdheid, specialisatie Straf- en Strafprocesrecht, aan de Universiteit Leiden en is thans advocaat te Gouda.

Rolf van Wegberg MSc.
Rolf van Wegberg MSc. studeerde Criminologie, specialisatie Veiligheidsbeleid & Rechtshandhaving, aan de Universiteit Leiden. Nu werkt hij als onderzoeker/docent aan het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van de Universiteit Leiden en is tevens redactiesecretaris van PROCES.

BSc. Marten Zoetbrood
Marten Zoetbrood BSc. studeert Criminologie, specialisatie Veiligheidsbeleid & Rechtshandhaving, aan de Universiteit Leiden.

Dossier Arbeid & Recht december 2012

Tijdschrift Dossier Arbeid & Recht, Aflevering 12 2012
Auteurs Prof. mr. C.J. Loonstra en Mr. B. Hoogendijk

Prof. mr. C.J. Loonstra

Mr. B. Hoogendijk

Virtuele ontmoetingsruimtes voor cybercriminelen

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 4 2012
Trefwoorden offender convergence settings, cyber crime, phishing, carding
Auteurs Dr. Melvin Soudijn en Eileen Monsma MSc

    Felson introduced the concept of offender convergence settings in his articles on situational crime prevention. He refers to physical locations where criminals get together to relax, share information, fence stolen goods, plot new crimes, etc. Such places come in the form of restaurants and cafes that are in the hands of the ‘underworld’, but may equally well consist of deserted schoolyards where unruly adolescents gather. According to Felson, such settings facilitate the committing of crimes and enable the creation of structure and continuity in criminal networks.
    In this article the authors argue that virtual meeting places also exist that can be labeled as offender convergence settings. To demonstrate this, a case study regarding a so-called ‘carding’ forum is used. Carding is a term from the world of cybercrime and refers to the set of techniques by which personal financial information is acquired, traded and abused by criminals. Through a qualitative and a quantitative analysis of the carding forum, the possibilities for cyber criminals to come into contact with each other, co-offending, and the durability of the criminal network is analyzed.

Dr. Melvin Soudijn
Dr. M.R.J. Soudijn is senior onderzoeker bij de KLPD.

Eileen Monsma MSc
E. Monsma, MSc. is senior adviseur Team High Tech Crime bij de KLPD.

Het internationaal recht en de gesloten jeugdzorg

Adviezen voor de praktijk

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 6 2012
Trefwoorden closed youth care, International Child Rights Convention, freedom of expression, standard of living, education
Auteurs S.J. Höfte, G.H.P. van der Helm en G.J.J.M. Stams

    During childhood, a child is entitled to receive special care and assistance. The child’s best interest should be a primary objective. The Dutch government has an obligation to guarantee the children rights. But do the closed youth care accommodations meet the requirements as stated in the International Child Rights Convention, as far as deprivation of liberty and treatment under coercion are concerned? The study concluded that some closed youth care institutions do not meet the requirements as stated in the above mentioned Convention. There is often no possibility of free expression, physical complaints may not be taken seriously, an adequate standard of living is not always provided and the level of education is often too low. Most of the minors indicate that they are bored during their stay in the accommodations. On this basis, limiting the fundamental rights of these youngsters is currently surrounded with inadequate guarantees.

S.J. Höfte
Mr. Susanne Höfte is jurist. Zij studeerde recent af aan de Radboud Universiteit Nijmegen met een scriptie over de gesloten jeugdzorg.

G.H.P. van der Helm
Dr. Peer van der Helm is werkzaam bij het lectoraat Jeugdzorg en Jeugdbeleid van de Hogeschool Leiden.

G.J.J.M. Stams
Prof. dr. Geert Jan Stams is hoogleraar Forensische Orthopedagogiek aan de Faculteit der Maatschappij- en Gedragswetenschappen van de Universiteit van Amsterdam.

Bijzondere opsporingsbevoegdheden in Curaçao

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 3 2012
Trefwoorden BOB, Wetboek van Strafvordering, opsporingsbevoegdheden, infiltratie, planmatig
Auteurs Mr. J.H.J. Verbaan en mr. R.J. Verbeek

    Op 3 april 2012 is de Landsverordening houdende wijziging van het Wetboek van Strafvordering (bijzondere opsporingsbevoegdheden en andere spoedeisende veranderingen) aangenomen door de Staten van Curaçao. In deze bijdrage bespreken de auteurs deze Landsverordening. De auteurs maken deel uit van het Antilliaanse projectteam van prof. Hans de Doelder van de Erasmus Universiteit en hebben in die hoedanigheid een bijdrage geleverd aan de totstandkoming van het nieuwe Wetboek van Strafrecht en de Landsverordening BOB. In het artikel wordt allereerst de noodzaak van de BOB-wetgeving besproken. De auteurs maken duidelijk waarom Curaçao niet langer zonder BOB-wetgeving kan. Vervolgens worden de algemene uitgangspunten van de Landsverordening besproken, waarbij aandacht wordt besteed aan de verschillen met de Nederlandse BOB-wet, de gevallen en gronden voor toepassing van de dwangmiddelen, de rol van de officier van justitie en de procureur-generaal en de overige algemene bepalingen uit de wet. Tot slot worden de verschillende bijzondere opsporingsbevoegdheden besproken, waarbij uitgebreid aandacht wordt besteed aan planmatige observatie, infiltratie en het opnemen en onderzoek van communicatie.

Mr. J.H.J. Verbaan
Mr. J.H.J. Verbaan is werkzaam als wetenschappelijk onderzoeker bij de sectie Strafrecht van de Erasmus Universiteit Rotterdam.

mr. R.J. Verbeek
Mr. R.J. Verbeek is werkzaam als wetenschappelijk onderzoeker bij de sectie Strafrecht van de Erasmus Universiteit Rotterdam. Beide auteurs maken in die hoedanigheid ook deel uit van het Antilliaanse projectteam van prof. De Doelder. Dit projectteam verleent bijstand bij de herziening van het Wetboek van Strafvordering en heeft tevens bijstand verleend bij de totstandkoming van het nieuwe Wetboek van Strafrecht.

Het arrest Achughbabian en de strafbaarstelling van illegaal verblijf

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 6 2012
Trefwoorden Achughbabian, Terugkeerrichtlijn, Richtlijn 2008/115/EG, artikel 197 Sr, ongewenstverklaring
Auteurs Mr. dr. M.H.A. Strik

    De EU-Terugkeerrichtlijn heeft het detineren en verwijderen van illegaal verblijvende derdelanders aan voorschriften gebonden en onder het toezicht van het Hof van Justitie gebracht. In Nederland is illegaal verblijf sindsdien verdergaand strafbaar gesteld. Hoe verhoudt deze nationale ontwikkeling zich tot de richtlijn? Staat de richtlijn strafbaarstelling toe en zo ja, op welke voorwaarden? Het arrest Achughbabian geeft hierop het begin van een antwoord.

Mr. dr. M.H.A. Strik
Mr. dr. M.H.A. Strik is Universitair docent migratierecht, Centrum voor Migratierecht, Radboud Universiteit Nijmegen en lid van de Eerste Kamer der Staten-Generaal.

    This publication discusses all aspects of causal connection between damages and unlawful governmental decisions.

Laura Di Bella
: Laura Di Bella is als PhD. fellow verbonden aan de afdeling Staats- en bestuursrecht van de Universiteit Leiden. Zij doet onderzoek naar de bijzondere positie van de overheid in het onrechtmatigedaadsrecht.

De sociale rol van het geheim: inleiding

Tijdschrift Tijdschrift over Cultuur & Criminaliteit, Aflevering 2 2012
Trefwoorden disclosure, research of secrecy, cultural criminology, meaning
Auteurs Dina Siegel

    In cultural criminology, we talk about crimes as secrets and secrets as crimes. There is a close relationship between criminality and secrecy. The unravelling of secrets can help us discover the meaning criminals attach to their actions and contacts. Secrets have always been a topical issue, as they are strongly embedded in our social world. Secrecy used to be functional in times of war and under dictatorships as a symbol of political and/or religious protest. Today, however, secrecy is most often associated with illegality and criminality. It is not easy to study secrets and secrecy, and for this reason criminological research requires specific, mainly ethnographic, research methods.

Dina Siegel
Prof. dr. Dina Siegel is hoogleraar criminologie aan het Willem Pompe Instituut voor Strafrechtswetenschappen, Universiteit Utrecht. E-mail: d.siegel@uu.nl

Burgerschap en inburgering

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 1 2012
Trefwoorden citizenship, republicanism, communitarianism, naturalization policy
Auteurs Roland Pierik

    Citizenship is a notoriously complex and an essentially contested concept which has been defined in many different ways. The only stable element in all these definitions seems to be that citizenship is primarily described in terms of the relationship between the political community and the citizen. This article aims to explain why citizenship is such a contested concept by showing that it is embedded in three very different normative traditions: the liberal conception of citizenship as a (legal) status, the republican conception of citizenship as an activity and the communitarian conception of citizenship as identity. Each approach emphasizes an important element of citizenship, but none of the three is comprehensive enough to provide a complete picture of what citizenship implies in contemporary constitutional democracies. At the same time they cannot simply be merged because they come from different normative traditions among themselves at odds with each other.This article starts by illustrating the three conceptions of citizenship on the basis of the underlying theoretical models: liberalism, republicanism and communitarianism. Section 3 discusses two mutual tensions between different conceptions of citizenship: first between the liberal and republican conception and then between the liberal and republican conception on the one hand and the communitarian conception on the other. In Section 4, this conceptual analysis is used to analyze a policy terrain that is explicitly embedded in the idea of citizenship, namely the integration of immigrants through naturalization policy. Section 5 concludes.

Roland Pierik
Roland Pierik is universitair hoofddocent rechtstheorie aan de Universiteit van Amsterdam. Hij werkt op het gebied van hedendaagse liberale politieke theorie, toegepast op discussies van de multiculturele samenleving, integratiebeleid en internationale rechtvaardigheid. In 2010 is een door hem geredigeerde bundel over het kosmopolitisme en internationaal recht gepubliceerd door Cambridge University Press. Recent verschenen artikelen van hem in Critical Review of International Social and Political Philosophy, Journal of Social Philosophy, Ethics & International Affairs, Political Studies en Ethnicities.

De exfiltratie van verdachte en veroordeelde criminelen

Over de onmisbaarheid van een effectieve regeling voor coöperatieve criminele getuigen

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 3 2012
Auteurs C. Fijnaut

    The Dutch Code of Criminal Procedure and the related guidelines of the College of Procurators-General are for all sorts of historical and ideological reasons heavily restrictive when it comes to the use of cooperative witnesses in criminal proceedings. What strikes most is that even in very serious cases it is not possible to grant a witness complete or partial immunity in exchange for his important cooperation. This contribution describes the problems arising sometimes in criminal cases wherein prosecutors, despite the existing narrow framework, make a deal with such a witness. The article outlines not only the historical and international background of the use of cooperative witnesses, but also its contemporary legal framework in the United States, Italy, the United Kingdom and Germany. The outcome of this comparative exercise is that at least the current legal provisions should be evaluated and that this evaluation should take into account the system and experiences in other countries as well as the problems of serious crime in the Netherlands and the leniency policies that govern the efforts to contain serious white collar crime like e.g. cartels.

C. Fijnaut
Prof. dr. em. Cyrille Fijnaut was tot voor kort als hoogleraar internationaal en vergelijkend strafrecht verbonden aan de Universiteit van Tilburg. Hij is thans voorzitter van de Toegangscommissie van de Commissie Evaluatie Afgesloten Strafzaken (CEAS).


Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 2 2012
Auteurs Marit Scheepmaker

Marit Scheepmaker

Het EVRM en de handhaving in het mededingingsrecht

De zaak Menarini uitgelicht

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 1 2012
Trefwoorden artikel 6 EVRM, handhaving, ‘criminal charges’, procedurele waarborgen, rechterlijke toetsing
Auteurs A.E. Beumer, LLM en Dr. C.J. Van de Heyning, LLM

A.E. Beumer, LLM
A.E. Beumer, LLM is als PhD onderzoeker verbonden aan het Europa Instituut van de Universiteit Leiden.

Dr. C.J. Van de Heyning, LLM
Dr. C.J. Van de Heyning, LLM is als universitair docent verbonden aan het Europa Instituut van de Universiteit Leiden.

(Fast)food for thoughts: de uitspraak van het Hof van Justitie in de Scarlet/Sabam-zaak

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 2 2012
Trefwoorden handhaving intellectuele eigendom, ISPs, grondrechten, proportionaliteit, E-Commerce Richtlijn
Auteurs Dr. N. Helberger en Mr. drs. J. van Hoboken

    Met Scarlet/Sabam heeft het Hof van Justitie een belangrijke uitspraak gedaan over de juiste balans in de handhaving van intellectuele-eigendomsrechten op internet en zorgplichten van ISPs. Meer concreet gaat het over het controversiële gebruik van internet monitoring en filters door ISPs voor het verkeer van hun klanten in de ‘strijd tegen piraterij’. De discussie rond de handhaving van auteursrechtschendingen op het internet en de betrokkenheid van ISPs is buitengewoon actueel, ook met het oog op een aantal recente ontwikkelingen in Europa, waaronder de aanvulling van delen uit de E-Commerce Richtlijn. Dit artikel plaatst de uitspraak in zijn grotere politieke context en biedt een aantal kritische reflecties.

Dr. N. Helberger
Dr. N. Helberger is werkzaam bij het Instituut voor Informatierecht aan de Universiteit van Amsterdam.

Mr. drs. J. van Hoboken
Mr. drs. J. van Hoboken is werkzaam bij het Instituut voor Informatierecht aan de Universiteit van Amsterdam.

    Because of the special characteristics of the Internet, cybercrime inherently crosses national borders and has fewer natural barriers than classic cross-border crime. This triggers the question whether criminal law with its traditional national focus is able to combat cybercrime. Can legislatures respond to technological change with sufficient speed in an internationally aligned approach? This article tries to answer this question by mapping the dynamics of cybercrime law, focusing particularly on the interplay between European and Dutch legislative initiatives. It shows that the dynamics consist of a European framework of minimum standards on major issues, with much room for national legislatures to interpret the standards and to add initiatives of their own where the European framework remains silent. Although this has worked well so far, if cybercrime continues to transform into large-scale organised crime, a step-change in the dynamics towards more steering European approaches may be necessary.

B.J. Koops
Prof. dr. Bert-Jaap Koops is hoogleraar regulering van technologie bij TILT - Tilburg Institute for Law, Technology, and Society van de Universiteit van Tilburg.
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.