Zoekresultaat: 19 artikelen

x
Jaar 2015 x
Artikel

De transactiebeslissing van het auditoraat van de Belgische mededingingsautoriteit in het supermarktendossier: een ‘hub & spoke’ compromis à la belge?

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 6 2015
Trefwoorden prijsafspraken, onrechtstreekse informatie-uitwisseling, retailsector, schikkingsprocedure, Belgisch recht
Auteurs Pieter Van Cleynenbreugel
SamenvattingAuteursinformatie

    Door middel van zijn eerste transactiebeslissing ooit beëindigde het auditoraat van de Belgische mededingingsautoriteit op 22 juni 2015 een langlopend onderzoek naar retailprijsafspraken tussen supermarkten en hun leveranciers. Ondanks de eerste succesvolle toepassing van deze nieuwe schikkingsprocedure bevestigt de Belgische beslissing bovenal de onzekerheden omtrent de mededingingsrechtelijke beoordeling van ‘hub & spoke’ afspraken alsmede de beperkte reikwijdte van schikkingen als alternatieve instrumenten van mededingingshandhaving.


Pieter Van Cleynenbreugel
Dr. P.J.M.M. Van Cleynenbreugel LL.M is universitair docent Europees en mededingingsrecht, Europa Instituut, Faculteit der Rechtsgeleerdheid, Universiteit Leiden. Doctor in de Rechten, KU Leuven, LL.M. (Harvard).
Artikel

Invordering dwangsommen

Tijdschrift StAB, Aflevering 4 2015
Auteurs Peter Cup

Peter Cup

Prof. mr. dr. Herman Bröring
Prof. mr. dr. Herman E. Bröring is hoogleraar integrale rechtsbeoefening aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Artikel

Buiten de (mensenrechten)orde?

Over het niet ratificeren van het Biogeneeskundeverdrag door Nederland

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 6 2015
Trefwoorden Verdrag inzake de rechten van de mens en de biogeneeskunde, Biogeneeskundeverdrag, bio-ethiek, mensenrechten, Raad van Europa
Auteurs Prof. mr. J.C.J. Dute
SamenvattingAuteursinformatie

    In 1997 is in het kader van de Raad van Europa het ‘Verdrag inzake de rechten van de mens en de biogeneeskunde’ tot stand gekomen en door Nederland onmiddellijk ondertekend. Oogmerk van het verdrag is de bescherming van de mensenrechten in relatie tot de geneeskunde en de medische wetenschap. Inmiddels heeft de regering aan het parlement laten weten dat Nederland niet zal overgaan tot ratificatie van het verdrag. De argumenten die de regering daarvoor aanvoert (een negatief advies van de Raad van State uit 2000, de noodzaak van het maken van voorbehouden en een nationaal debat moet mogelijk blijven) zijn niet overtuigend. Met het afzien van ratificatie plaatst Nederland zich op medisch-ethisch terrein buiten de internationale mensenrechtenorde.


Prof. mr. J.C.J. Dute
Jos Dute is lid van het College voor de Rechten van de Mens te Utrecht en hoogleraar Gezondheidsrecht, Faculteit der Rechtsgeleerdheid, Radboud Universiteit. Hij schrijft op persoonlijke titel.

    In deze kroniek worden de belangrijkste uitspraken behandeld die met betrekking tot de Zorgverzekeringswet en de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten zijn gedaan in de periode van 1 april 2013 t/m 1 januari 2015. Met betrekking tot de Zorgverzekeringswet worden in hoofdzaak de inhoud van de zorgverzekering en de zorgverzekeraars besproken. Wat betreft de AWBZ komen de kring der verzekerden en de aanspraken aan bod. Daarnaast wordt aandacht besteed aan uitspraken over de zorginkoop en over de afbakening tussen de Zorgverzekeringwet en de AWBZ.


Mr. H.M. den Herder
Hedwig den Herder is als advocaat werkzaam bij Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn N.V. te Den Haag.

mr. C. van Balen
Chris van Balen is als advocaat werkzaam bij LEXSIGMA Healthcare te Amsterdam.
Artikel

Access_open Terug naar het begin: Een onderzoek naar het principe van constituerende macht

Tijdschrift Netherlands Journal of Legal Philosophy, Aflevering 2 2015
Trefwoorden constituent power, legitimacy, representation, collective action, ontology
Auteurs Nora Timmermans Ph.D.
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel argumenteer ik dat er twee mogelijke invullingen zijn voor het principe van constituerende macht. De eerste mogelijkheid is deze van de klassieke basisveronderstelling van de constitutionele democratie, namelijk dat de gemeenschap zelf vorm kan en moet geven aan de fundamentele regels die die gemeenschap beheersen. Hans Lindahl maakt een interessante analyse van deze traditionele invulling, die ik kritisch zal benaderen. Lindahl heeft immers zelf scherpe kritiek op de invulling die Antonio Negri aan het concept constituerende macht geeft. Mijn interpretatie gaat er echter van uit dat Negri een fundamenteel andere inhoud geeft aan het principe van constituerende macht, waarbij constituerende macht niet alleen wordt losgemaakt van het constitutionalisme, maar meer algemeen van elk rechtssysteem en zelfs van elke vorm van finaliteit. Deze argumentatie werpt een nieuw licht op het debat rond Negri’s theorie van constituerende macht, waarin diens meest fundamentele uitgangspunt vaak over het hoofd wordt gezien.


Nora Timmermans Ph.D.
Nora Timmermans is Master in Philosophy and currently a Ph.D. Student.
Praktijk

Wettelijke rente en woekerrente

Banklogica: geld vragen voor het feit dat je niet genoeg geld op je rekening hebt staan

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 2 2015
Auteurs Mr. dr. J. Sybesma
Auteursinformatie

Mr. dr. J. Sybesma
Mr. dr. J. Sybesma is legal advisor CBCS, lid van de RvA en bijzonder rechter in ambtenaren- en sociale zaken.
Artikel

Frontex en de grenzen van zijn mandaat

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 3 2015
Trefwoorden Frontex, fundamental rights, border control, push-back operations, Mare Nostrum
Auteurs Mr. dr. M.H.A. Strik
SamenvattingAuteursinformatie

    As an EU agency operating at the external borders of the EU, Frontex is actively involved in combating illegal migration. Since a rising number of migrants drown in the Mediterranean Sea or are pushed back to unsafe third countries, Frontex is being accused by human rights organizations for violating the fundamental rights of the EU. The Agency however maintains that it can’t be held accountable for human rights violations, as it is only assisting Member States, and not taking over their responsibility. This article analyses if this position is correct in the light of the growing tasks and mandate Frontex is granted by the EU.


Mr. dr. M.H.A. Strik
Mr. dr. Tineke Strik is als universitair docent verbonden aan het Centrum voor Migratierecht van de Radboud Universiteit Nijmegen. Daarnaast is zij voorzitter van de GroenLinks-fractie in de Eerste Kamer.
Artikel

Over crimmigratie en discretionair beslissen binnen het Mobiel Toezicht Veiligheid … of Vreemdelingen … of Veiligheid?

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 2 2015
Trefwoorden Mobiel Toezicht Veiligheid, Crimmigratie, Discretionaire bevoegdheid, Koninklijke Marechaussee
Auteurs Mr. dr. Maartje van der Woude, Tim Dekkers BBA MSc en Jelmer Brouwer MSc
SamenvattingAuteursinformatie

    This article aims to explore the driving factors behind the process of crimmigration, the merger of crime control and migration control. By analysing the legal and policy framework governing the so-called ‘Mobile Security Monitor’ – the discretionary immigration checks carried out by the Royal Netherlands Marechaussee in the borderlands with Belgium and Germany, the research explores the extent to which the framework might leave room for crimmigration-based decisions on the street level. As the article shows, the dual nature of the Mobile Security Monitor as both an instrument for immigration control and crime control combined with an important name-change and the ongoing securitization of migration in Europe seem to create a favourable environment for crimmigration.


Mr. dr. Maartje van der Woude
Maartje van der Woude is Universitair Hoofddocent Straf(proces)recht aan de Universiteit Leiden en verbonden aan het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van dezelfde universiteit.

Tim Dekkers BBA MSc
Tim Dekkers is promovendus Criminologie en verbonden aan het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van de Universiteit Leiden.

Jelmer Brouwer MSc
Jelmer Brouwer is promovendus Criminologie en verbonden aan het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van de Universiteit Leiden.
Article

Access_open Draagmoederschap naar Belgisch en Nederlands recht

Tijdschrift Family & Law, mei 2015
Auteurs Dr. Liesbet Pluym Ph.D.
Samenvatting

    Zowel in België als in Nederland komt draagmoederschap voor. Deze bijdrage heeft tot doel om de houding van de twee buurlanden ten aanzien van dit controversiële fenomeen te onderzoeken en te vergelijken.
    De wensouders en draagmoeders ervaren meerdere juridische obstakels. Zo blijkt in beide landen de draagmoederschapsovereenkomst niet geldig en evenmin afdwingbaar te zijn. Hoewel in Nederland de mogelijkheid bestaat om het ouderlijk gezag over te dragen van draagmoeder naar wensouders, is het ook daar, net zoals in België, allesbehalve evident om de band tussen kind en wensouders juridisch te verwezenlijken. Noch de oorspronkelijke, noch de adoptieve afstamming is aan het fenomeen aangepast. Vooral voor Nederland is dit vreemd aangezien de Nederlandse wetgeving uitdrukkelijk bepaalt onder welke voorwaarden medisch begeleid draagmoederschap toegelaten is. De wet schept met andere woorden een gezondheidsrechtelijk kader, maar regelt niet de gevolgen van het draagmoederschap. In België is er daarentegen geen enkele wetgeving betreffende draagmoederschap. Dit betekent dat de onaangepaste wetgeving betreffende medisch begeleide voortplanting van toepassing is op draagmoederschap. Over deze toepassing en de gevolgen ervan bestaat evenwel onduidelijkheid. Commercialisering van draagmoederschap leidt ook tot problemen. In Nederland is professionele bemiddeling en het openbaar maken van vraag en aanbod met betrekking tot draagmoederschap strafbaar gesteld. Daarnaast kunnen de omstandigheden van een zaak waarin het kind als het ware verkocht wordt aan de wensouders zowel in België als in Nederland leiden tot andere misdrijven. Gelet op dit alles begeven sommige wensouders zich naar het buitenland om daar beroep te doen op draagmoederschap. Wensen zij terug te keren met het kind naar het land van herkomst, dan leidt dit in beide buurlanden tot internationaalprivaatrechtelijke problemen.
    Door het gebrek aan een algemeen wettelijk kader, is het draagmoederschapsproces in beide landen vaak een calvarietocht. Dit leidt tot rechtsonzekerheid. Oproepen tot een wettelijk ingrijpen bleven tot nu toe echter onbeantwoord.
    Surrogacy is practiced in Belgium and the Netherlands. The aim of this contribution is to compare the many legal aspects of the phenomenon. In both countries legal problems surround surrogacy: the surrogacy contract is unenforceable; it is difficult for the intended parents to become the legal parents; commercial surrogacy can result in criminal sanctions and cross-border surrogacy leads to limping legal relations. The main differences between the two legal systems are that in Belgium there is no regulation at all, while in the Netherlands, professional mediation and advertising in surrogacy are explicitly forbidden and Dutch law provides a limited health law regulation. In both countries scholars have pressed the need for legal change.


Dr. Liesbet Pluym Ph.D.
Artikel

Niemand slaapt bij ons op straat?

Over de noodopvang van onrechtmatig verblijvende vreemdelingen en het steekspel tussen centrale overheid en gemeenten

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 2 2015
Trefwoorden immigration policy, refugees, shelters, central government, local government
Auteurs Prof. dr. R. Staring
SamenvattingAuteursinformatie

    Dutch policies concerning the illegal stay of aliens are characterized by regular tensions between central and local governments. This article describes various concrete (proposals for) policy changes in the last twenty years and examines the reasons for these tensions while using the distinction between policy strategies based on denial versus strategies based on adaptation (Garland). When it comes to refugee policies, the central government works in the denial mode while local governments adapt and try to find solutions in order to bring problems under control. This attitude can be explained by the local governments’ duty to provide for in the case of humanitarian emergency situations.


Prof. dr. R. Staring
Prof. dr. Richard Staring is als hoogleraar Criminologie verbonden aan de Faculteit Rechtsgeleerdheid van de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Artikel

Opting-in in de relaxbranche, een legitieme oplossing?

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 1 2015
Trefwoorden prostitution, lifting of the ban on brothels, opting-in, labour rights, deliberative governance, legitimacy
Auteurs Elise Ketelaars
SamenvattingAuteursinformatie

    In 2000 the Netherlands has lifted the ban on brothels. By legalizing sex work the Dutch government aimed to increase the opportunities to regulate this sector and to improve the social position of sex workers. This article examines to what extent the application of a particular fiscal regulation known as ‘opting-in’ to certain branches of the Dutch prostitution industry is legitimate from a socio legal perspective. It takes into account both the efficacy of the regulation with an eye on achieving the goals which were formulated in 2000 and the experiences of sex workers with this fiscal construction. Aubert’s theory regarding the influence of social factors on the observance of regulations is used to explain the discrepancy between the high degree of acceptance of the regulation amongst sex workers and the limited effectiveness with regard to the improvement of their labour rights.


Elise Ketelaars
Elise Ketelaars is een masterstudent Legal Research aan de Universiteit Utrecht. Haar onderzoek richt zich op mensenrechten en gender.

    Het is een feit van algemene bekendheid dat het bijzondere strafrecht zich kenmerkt door deels complexe, technische en van het commune strafrecht afwijkende wet- en regelgeving, en mede daardoor een zekere mate van specialistische kennis van de beoefenaar verwacht. Toch blijken in het bijzondere strafrecht met enige regelmaat feiten van algemene bekendheid voor te komen. Dit wekt nieuwsgierigheid naar wat dan wel die feiten zijn. De wet zwijgt.


Prof. mr. H.J.B. Sackers
Artikel

Wanneer is sprake van (voldoende) concreet zicht op legalisering?

Een overzicht aan de hand van recente jurisprudentie

Tijdschrift StAB, Aflevering 1 2015
Auteurs Mr. C.M.M. van Mil en Mr. P.C. Cup
Auteursinformatie

Mr. C.M.M. van Mil
Beide auteurs zijn lid van de Werkgroep Jurisprudentie van de Vereniging voor Milieurecht. Chantal van Mil is advocaat bij KienhuisHoving N.V.

Mr. P.C. Cup
Artikel

Non bis in idem in Europa: de zaken Spasic en M.

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 1 2015
Trefwoorden non bis in idem, artikel 54 Schengenuitvoeringsovereenkomst, artikel 50 Handvest EU, beperking grondrechten Handvest EU, tenuitvoerleggingsvoorwaarde
Auteurs Mr. dr. W.F. van Hattum
SamenvattingAuteursinformatie

    Binnen Schengen en de EU geldt de regel dat iemand die onherroepelijk is berecht niet nog eens mag worden vervolgd of gestraft wegens hetzelfde feit (non bis in idem). Geldt deze bescherming ook wanneer de straf wel definitief is geworden maar nog niet ten uitvoer is gelegd? Artikel 54 van de Schengenuitvoeringsovereenkomst is hierover duidelijk: het stelt tenuitvoerlegging als voorwaarde voor toepassing van de waarborg tegen tweede vervolging of bestraffing. Artikel 50 Handvest stelt deze voorwaarde echter niet. In de zaak Spasic beoordeelt het Hof van Justitie – voor het eerst – de verhouding tussen beide non bis in idem-bepalingen.
    In de zaak M. is de vraag aan de orde of een ‘buitenvervolgingstelling’ een tweede vervolging in een andere lidstaat belet. Het betreft een strafrechtelijke beslissing die nationaal een minder sterke non bis in idem-werking heeft dan een onherroepelijk eindvonnis. Deze bijdrage laat aan de hand van beide zaken zien hoe het Hof van Justitie de balans probeert te houden tussen vrijheid, veiligheid en recht enerzijds en het voorkomen en bestrijden van criminaliteit anderzijds.
    HvJ 27 mei 2014 (GK), zaak C-129/14 PPU, Spasic, prejudiciële spoedprocedure op verzoek Oberlandesgericht Nürnberg (Duitsland), ECLI:EU:C:2014:586, n.n.g. en HvJ 5 juni 2014, zaak C-398/12, M., prejudiciële procedure op verzoek Tribunale di Fermo (Italië), ECLI:EU:C:2014:1057, n.n.g.


Mr. dr. W.F. van Hattum
Mr. dr. W.F. (Wiene) van Hattum is als universitair docent straf- en strafprocesrecht verbonden aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Casus

De wet als kunstwerk

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 1 2015
Trefwoorden Witteveen, Fuller, instrumentalisme, participatiesamenleving, filosofie (of wetgevingsfilosofie)
Auteurs P.J.P.M. van Lochem
SamenvattingAuteursinformatie

    In zijn De wet als kunstwerk vormt Willem Witteveen ruim twintig jaar Nomoi-bijdragen tot één samenhangend geheel. Die samenhang bestaat uit de ‘tien geboden voor de wetgever’. Deze wet voor de wetgever zijn de acht beginselen van Fullers Inner Morality of Law, waaraan Witteveen nog twee ‘eigentijdse’ beginselen toevoegde: over de voorkeur voor zelfregulering en over het vermijden van bureaucratie. Witteveen verzet zich tegen de gangbare benadering van de wet als instrument. De auteur gaat in op Witteveens kritiek op deze instrumentele benadering en op zijn idee over wetgeving in de participatiesamenleving. Hij sluit af met de vraag welke opstelling senator Witteveen zou hebben gekozen in de Zorgwet-kwestie.


P.J.P.M. van Lochem
Mr. dr. P.J.P.M. van Lochem is werkzaam bij het Fellow Meijers Instituut (Universiteit Leiden) en is voormalig rector van de Academie voor Wetgeving en de Academie voor Overheidsjuristen.
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.