Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 412 artikelen

x
Artikel

Access_open Enhanced Contact Rights for Grandparents? A Critical View from Spanish and Catalan Laws

Tijdschrift Family & Law, september 2021
Trefwoorden Contact with grandchildren, Best interest of the child, Parental responsibilities
Auteurs prof. dr. J. Ribot Igualada
SamenvattingAuteursinformatie

    This article examines how Spanish and Catalan laws deal with claims of grandparents who seek contact with their grandchildren against the will of one or both parents, and the scope given to their rights. It starts by explaining the content and the goals of the legal reforms enacted in Spain at the beginning of the 21st century to promote grandparents’ interests. Then, it presents the case law developed in the interpretation of the relevant legal rules. The resulting state of the law is assessed, taking into account the interests of all the parties involved (parents, grandparents, and grandchildren). The experience of more than twenty years of application of the specific provisions concerning grandparents’ contact rights sheds light on the impact of giving grandparents stronger legal rights. However, it also prompts the question of whether this legislative choice might have brought about useless and potentially harmful litigation.


prof. dr. J. Ribot Igualada
Jordi Ribot Igualada is Professor of Civil Law at the Institute of European and Comparative Law and Director of the Institute of European and Comparative Private Law (University of Girona).

    This is a letter written by Brigitte Chin-A-Fat to the late Peter Hoefnagels, who was one of the Dutch pioneers in the field of divorce mediation and a professor of criminology and family law at Erasmus University Rotterdam. In 1997, TMD published an article from his hand in which he wrote how he had become inspired by the potential of divorce mediation and about his (first) experiences with this ‘new’ mode of dispute resolution in family disputes. The original article by Peter Hoefnagels, dating from 1997, is reproduced in 2021 in TMD in view of its relevance today and precedes the letter by Brigitte Chin-A-Fat.
    Hoefnagels invented the so-called ‘divorce announcement’ and introduced psychology to the legal world of divorce and family mediation. Anno 2021, there are many (legal) developments which are bound to have an impact on the reform of Dutch divorce procedure.
    The Dutch government has set up pilot projects experimenting with inter alia a ‘joint access’ to the family court. Many of these developments are in line with Hoefnagels’ suggestions to avoid harm being inflicted on the ex-spouses and notably their children to the largest extent possible. The author discusses some of the current pilot projects and connects the rationale underlying these experiments to Hoefnagels’ ideas as presented 25 years ago. She also looks into the future, notably which changes are likely to occur in the next 25 years in the field of divorce mediation.


Brigitte Chin-A-Fat
Brigitte Chin-A-Fat (1975) studeerde rechten en psychologie aan de Vrije Universiteit te Amsterdam en is voormalig lid van de redactie van TMD. In 2004 promoveerde zij op een proefschrift over scheidingsmediation. Zij werkt thans in haar eigen praktijk Chin-A-Fat De Voort Familierechtadvocaten en Mediators, waarin zij haar werkzaamheden als (vFAS-)advocaat en mediator combineert. Zij is lid van de Vereniging van Collaborative Professionals en de Vereniging van Forensisch Mediators. Ook is zij trainer bij en coördinator van de mediationopleiding van de vereniging Familie- en erfrecht Advocaten Scheidingsmediators en auteur van de Groene Serie Burgerlijke Rechtsvordering.
Artikel

Het vermeende effect van de coronacrisis op de prevalentie en aard van huiselijk geweld

Een overzicht van veronderstellingen en empirische feiten

Tijdschrift PROCES, Aflevering 4 2021
Trefwoorden huiselijk geweld, coronacrisis, kindermishandeling, Pandemie
Auteurs Vere van Koppen, Carmen ter Weijden en Joke Harte
SamenvattingAuteursinformatie

    Scientific studies have shown the effect of social crises on the nature and magnitude of domestic violence. Since the beginning of 2020 we are facing a worldwide corona pandemic. There is a widespread fear that the measures as a consequence of this pandemic have led to a significant increase in domestic violence. In this study news reports on the assumptions about the effect of the pandemic on domestic violence were inventoried. Subsequently, an overview was made of current empirical research projects on the assumed effect on domestic violence. The methodological aspects and the preliminary results of these studies are discussed.


Vere van Koppen
Dr. Vere van Koppen is universitair docent bij de afdeling Strafrecht en Criminologie, faculteit Rechtsgeleerdheid, Vrije Universiteit Amsterdam.

Carmen ter Weijden
Carmen ter Weijden is student-assistent bij de afdeling Strafrecht en Criminologie, faculteit Rechtsgeleerdheid, Vrije Universiteit Amsterdam.

Joke Harte
Prof. dr. Joke Harte is hoogleraar bij de afdeling Strafrecht en Criminologie van de Vrije Universiteit en lid van de redactie van PROCES.
Artikel

Access_open Professional Ethics for Judges – Lessons Learned from the Past. Dialogue as Didactics to Develop Moral Leadership for Judges

Special Issue on Education in (Professional) Legal Ethics, ­Emanuel van Dongen & Jet Tigchelaar (eds.)

Tijdschrift Law and Method, juli 2021
Trefwoorden professional ethics, ethical dilemmas, judiciary, independence
Auteurs Alex Brenninkmeijer en Didel Bish
SamenvattingAuteursinformatie

    There is an intimate link between good conduct by judges and the rule of law. The quintessence of their role is that judges shape a trustworthy and fair legal system from case to case. Ethical trading is not carved in granite, and judges must determine their course on different levels. First, it concerns personal conduct and requires integrity and reliability. On the second level, the challenge is to achieve proper adjudication by conducting a fair trial in accordance with professional standards. Third, judges exercise discretion, in which normative considerations run the risk of becoming political. They should act independently as one of the players in the trias politica. A triptych of past cases illustrate moral dilemmas judges may encounter in their profession. Calibrating the ethical compass is not an abstract or academic exercise. A dialogue at the micro (internal), meso (deliberation in chambers) and macro levels (court in constitutional framework) could be incorporated in the legal reasoning as a didactic framework to make future judges aware of their ethical challenges.


Alex Brenninkmeijer
A.F.M. Brenninkmeijer, PhD is Member of the European Court of Auditors, Luxembourg. Professor of Institutional Aspects of the Rule of Law at Utrecht University.

Didel Bish
D.A. Bish, LLM is a trainee at the European Court of Auditors, Luxembourg.

    Deze analyse bespreekt uitvoerig de argumenten van voor- en tegenstanders van het wetsvoorstel ter versoepeling van de Belgische abortuswetgeving (2019-…). Het fel bediscussieerde wetsvoorstel beoogt het zelfbeschikkingsrecht van de zwangere persoon uit te breiden en abortus te destigmatiseren. Door vrijwillige zwangerschapsafbreking als gezondheidszorg te kwalificeren geven de indieners van het wetsvoorstel tevens de voorkeur aan een gezondheidsrechtelijk traject op maat van de zwangere persoon als patiënt. De inkorting van de wachtperiode-en het schrappen van abortusspecifieke informatieverplichtingen geven in die zin blijk van vertrouwen in de zwangere persoon, in het kwalitatief handelen van de zorgverlener en in de waarborgen die het gezondheidsrecht reeds biedt. De wetgever dient met andere woorden uit te maken (1) welke regels hij in de context van abortus nodig acht, (2) of deze regels reeds worden gewaarborgd door de algemene gezondheidswetten- en deontologie, en (3) of de vooropgestelde regels hun doel bereiken. Een uitbreiding van het zelfbeschikkingsrecht van de zwangere persoon wordt tevens bewerkstelligd door de termijnuitbreiding van twaalf naar achttien weken voor abortus op verzoek. Een keuze voor een termijn is steeds in zekere mate willekeurig, doch reflecteert een beleidsethische keuze waarbij wordt gezocht naar een evenwicht tussen de bescherming van ongeboren leven en het zelfbeschikkingsrecht van de zwangere persoon. Praktische bekommernissen vormen hierbij geen fundamenteel bezwaar tegen een termijnuitbreiding maar dienen, in overleg met de betrokken sector, te worden geanticipeerd en maximaal te worden opgevangen door middel van organisatorische (niet-noodzakelijk juridische) initiatieven. Ten slotte beogen de indieners van het wetsvoorstel opheffing van alle strafsancties voor vrijwillige zwangerschapsafbreking. Op rechtstheoretisch vlak blijven echter vragen bestaan omtrent de manier waarop dit voorstel een volledige depenalisering doorvoert. Hoewel het tuchtrecht enige rol kan spelen bij gebrek aan strafsancties, creëert de vooropgestelde depenalisering van ongeoorloofde zwangerschapsafbreking door een arts een rechtsonzekere situatie.
    ---
    This analysis extensively discusses the arguments of supporters and opponents of the legislative proposal to relax the Belgian abortion legislation (2019-…). The heavily debated proposal primarily aims to expand the pregnant person’s right to self-determination and to destigmatise abortion. By qualifying consensual termination of pregnancy as health care, the supporters of the proposal also prioritise an individualised, health-oriented approach towards the pregnant person as patient. In the same vein, the diminished waiting period and the removal of abortion-specific information duties express trust in the pregnant person, in the qualitative conduct of the health care provider, and in the guarantees that the health law already provides. In other words, the legislator must determine 1) which regulations it deems necessary in the context of abortion, 2) whether these regulations are already guaranteed by general health laws and ethics, and 3) whether the proposed regulations achieve their intended purpose. An expansion of the pregnant person’s right to self-determination is also achieved by the extension from twelve to eighteen weeks as a limit for abortion on request. Although a time limit is always arbitrary to some extent, it mainly reflects a policy-ethical decision in which a balance is sought between the protection of unborn life and the pregnant person’s right to self-determination. Practical concerns do not establish a fundamental objection to the extension of such limit, but must, in consultation with the medical profession, be anticipated and dealt with as much as possible by means of organisational (not necessarily legal) initiatives. Finally, the proposal lifts all criminal sanctions currently applicable to consensual termination of pregnancy. On a legal-theoretical level, however, questions remain about the way in which the proposal implements full depenalisation. Although disciplinary law can play some role in the absence of criminal sanctions, the depenalisation of unlawful termination of pregnancy by a health care professional produces legal uncertainty.


F. De Meyer
Fien De Meyer doet doctoraatsonderzoek naar regelgeving inzake abortus aan de Universiteit van Antwerpen.

C. De Mulder
Charlotte De Mulder doet doctoraatsonderzoek naar het statuut van ongeboren leven aan de Universiteit van Antwerpen.
Artikel

Access_open What does it mean to be ‘illiberal’?

Tijdschrift Netherlands Journal of Legal Philosophy, Aflevering 1 2021
Trefwoorden Liberalism, Illiberalism, Illiberal practices, Extremism, Discrimination
Auteurs Bouke de Vries
SamenvattingAuteursinformatie

    ‘Illiberal’ is an adjective that is commonly used by scholars. For example, they might speak of ‘illiberal cultures’, ‘illiberal groups’, ‘illiberal states’, ‘illiberal democracies’, ‘illiberal beliefs’, and ‘illiberal practices’. Yet despite its widespread usage, no in-depth discussions exist of exactly what it means for someone or something to be illiberal, or might mean. This article fills this lacuna by providing a conceptual analysis of the term ‘illiberal practices’, which I argue is basic in that other bearers of the property of being illiberal can be understood by reference to it. Specifically, I identify five ways in which a practice can be illiberal based on the different ways in which this term is employed within both scholarly and political discourses. The main value of this disaggregation lies in the fact that it helps to prevent confusions that arise when people use the adjective ‘illiberal’ in different ways, as is not uncommon.


Bouke de Vries
Bouke de Vries is a postdoctoral research fellow at Umeå University and the KU Leuven.
Kroniek

Kroniek economie in het mededingingsrecht 2020

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 2 2021
Auteurs Nicole Rosenboom, Anna den Boer en Lola Damstra
Auteursinformatie

Nicole Rosenboom
Dr. N. Rosenboom is werkzaam als senior consultant bij Oxera Amsterdam.

Anna den Boer
A. den Boer, MSc, is werkzaam als senior consultant bij Oxera Amsterdam.

Lola Damstra
L. Damstra, MSc, is werkzaam als consultant bij Oxera Amsterdam.
Artikel

Samenloop van een tuchtrechtelijke en een strafrechtelijke procedure

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 3 2021
Trefwoorden tuchtrecht, criminal charge, samenloop, nemo tenetur, medewerkingsplicht
Auteurs Mr. dr. R.L. Herregodts
SamenvattingAuteursinformatie

    Het komt voor dat over hetzelfde feitencomplex zowel een tuchtrechtelijke als een strafrechtelijke procedure wordt gevoerd. Volgens de jurisprudentie van het EHRM en de tuchtcolleges is dit niet in strijd met het ne bis in idem-beginsel. Toch is die samenloop niet zonder complicaties. Dit artikel gaat over een daarvan, namelijk de situatie dat de beroepsbeoefenaar zich, met het oog op een lopende of naderende strafrechtelijke procedure, niet vrij voelt om in de tuchtprocedure mondeling en schriftelijk te verklaren over de inhoud van de klacht.


Mr. dr. R.L. Herregodts
Mr. dr. R.L. Herregodts is universitair docent bij de vakgroep Staatsrecht, Bestuursrecht en Bestuurskunde van de Rijksuniversiteit Groningen.
Artikel

Covidiaans wetgeven in den vreemde

De eerste golf coronamaatregelen in Duitsland, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk vanuit wetgevingsperspectief

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 2 2021
Trefwoorden COVID-19, staatsnoodrecht, parlementaire betrokkenheid, publieke gezondheidswetgeving, bevoegdheidsverdeling
Auteurs S.P. van Oort
SamenvattingAuteursinformatie

    Vanuit wetgevingsperspectief bespreek ik de regelgevende maatregelen die ter bestrijding van de coronapandemie zijn genomen tussen 12 maart en 1 juli 2020 in Duitsland, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk. Per land bespreek ik zaken als het staatsnoodrecht, de bevoegdheidsverdeling tussen overheden en parlementaire betrokkenheid. De conclusie is dat elk land opereerde binnen de bestaande kaders van de publieke gezondheidswetgeving en met vaak staatsnoodrechtelijke vormen. De état d’urgence sanitaire en de epidemischen Lage von nationaler Tragweite doen daarbij de vraag rijzen of zulke op de aard van de crisis toegespitste rechtstoestanden geen plaats verdienen in het te moderniseren Nederlandse staatsnoodrecht.


S.P. van Oort
Mr. drs. S.P. (Simon) van Oort is wetgevingsadviseur en kwartiermaker Wet open overheid bij de Raad van State.
Artikel

Daderschap in het antropoceen

Tijdschrift Tijdschrift over Cultuur & Criminaliteit, Aflevering 1 2021
Trefwoorden environmental crime, offenders, responsibilities, Anthropocene
Auteurs Lieselot Bisschop
SamenvattingAuteursinformatie

    Past and present human activity lies at the basis of the unprecedented environmental crisis we face today. This article explores the drivers and dynamics that are directly and indirectly responsible for the environmental crisis in the Anthropocene by using a green and organizational criminology perspective and combining it with insights from perpetrator studies. Responsible actors and responsibilities are discussed on societal, organizational and individual level. Lessons are drawn on how existing insights in criminology can be challenged to better accommodate for the ecological challenges in the antropocene and on what that means for criminologists experiencing and researching the Anthropocene.


Lieselot Bisschop
Prof. dr. Lieselot Bisschop is professor of Public and Private Interests, Erasmus School of Law, Sectie Criminologie en Erasmus Initiative on Dynamics of Inclusive Prosperity. bisschop@law.eur.nl, Rotterdam
Artikel

Climate Change Litigation: learning from the Urgenda case

Tijdschrift Tijdschrift over Cultuur & Criminaliteit, Aflevering 1 2021
Trefwoorden climate litigation, Urgenda, green criminology, climate justice, climate victims
Auteurs Yanna Hoek, Daan van Uhm en Damián Zaitch
SamenvattingAuteursinformatie

    Climate litigation is an understudied phenomenon in criminology. In this article we will discuss the rise of climate change litigation and growing recognition of global environmental harms from a green criminological perspective. More specifically, we will discuss both the legal reasoning and the impact of the Urgenda case in the Netherlands in the context of environmental, ecological and climate justice. We will conclude with how this case contributes for the recognition of diverse climate victims and strengthening of climate justice in the near future.


Yanna Hoek
Yanna Hoek, MA, werkt als ‘verbindend’ strateeg bij projecten die bijdragen aan vernieuwende ideeën en waardeverandering binnen klimaat & vergroening.

Daan van Uhm
Dr. Daan van Uhm is als universitair docent verbonden aan de sectie criminologie van het Willem Pompe Instituut voor Strafrechtswetenschappen, Universiteit Utrecht. Hij onderzoekt en publiceert over groene criminaliteit. D.P.vanUhm@uu.nl

Damián Zaitch
Dr. Damián Zaitch is universitair hoofddocent bij het Willem Pompe Instituut voor Strafrechtswetenschappen, Universiteit Utrecht. Hij onderzoekt en publiceert over drugshandel, drugsbeleid en georganiseerde misdaad in Nederland en Latijns-Amerika, en over diverse vormen van transnationale misdaad, globale criminele markten en organisatiecriminaliteit. D.Zaitch@uu.nl
Artikel

Access_open De ontwikkeling en implicaties van kinder- en mensenrechten op het gebied van klimaatverandering

Tijdschrift Tijdschrift voor Jeugdrecht, Aflevering 2 2021
Trefwoorden Klimaat, Kinderrechten/IVRK, Jeugdrecht, Mensenrechten, VN-Kinderrechtencomité
Auteurs Dr. M.J. Wewerinke-Singh, Mr. J.A.M. Stein MSc en Prof. mr. J.E. Doek
SamenvattingAuteursinformatie

    Hoewel kinderen disproportioneel geraakt worden door klimaatverandering, is er tot op heden nog relatief weinig aandacht besteed aan de juridische kant hiervan. Dit artikel tracht bij te dragen door antwoord te geven op de vraag in hoeverre kinderen ‘klimaatrechten’ hebben op mensen- en kinderrechtelijk vlak. In dit kader worden de ontwikkelingen op het terrein van mensenrechten geschetst. Ook wordt ingegaan op de belangrijkste juridische implicaties van kinderrechten zoals neergelegd in het IVRK. Hiervoor zijn ook alle Concluding Observations uit 2019 op dit onderwerp bestudeerd. Bovendien wordt het analytisch rapport van de OHCHR over klimaat en kinderrechten besproken. Tot slot wordt ingegaan op de klimaatklacht die momenteel voorligt bij het VN-Kinderrechtencomité en de mogelijkheden van kinderen in Nederland voor de effectuering van hun rechten op dit vlak.


Dr. M.J. Wewerinke-Singh
Dr. M.J. Wewerinke-Singh is als universitair docent verbonden aan het Grotius Centre for International Legal Studies in Leiden.

Mr. J.A.M. Stein MSc
Mr. J.A.M. Stein is lid van de werkgroep Jeugd- en Gezondheidsrecht van het Nederlands Juristen Comité voor de Mensenrechten (NJCM). Dit artikel vloeit voort uit de door het NJCM georganiseerde seminar ‘Kinderrechten & klimaat’ gehouden in februari 2020 te Den Haag.

Prof. mr. J.E. Doek
Prof. mr. J.E. Doek is Emeritus hoogleraar familie en jeugdrecht bij de VU Amsterdam en gastmedewerker bij de afdeling jeugdrecht van de Universiteit Leiden.
Artikel

Access_open Dismissal protection in Germany

Tijdschrift Tijdschrift voor Ontslagrecht, Aflevering 2 2021
Trefwoorden Statutory and judge-made dismissal protrection in germany, Dismissal protection and constitutional law, The importance of the case law, Legal principles, Payments during sickness
Auteurs dr. Bernd Waas
SamenvattingAuteursinformatie

    The article provides overview of the main elements of protection against dismissal in germany. In particular, the possible reasons for dismissal and the substantive requirements are discussed. The procedural aspects and remedies are also dealt with. Finally, it is explained, how the payment during sickness is organized.


dr. Bernd Waas
Bernd Waas is Chair of Labour Law and Civil Law under consideration of European and International Labour Law at Goethe-Universität.

    In 2014, the ECJ was presented with a preliminary reference from the District Court in Kolding on the matter of whether EU law provides protection against discrimination on grounds of obesity with regard to employment and occupation. Following the ECJ’s ruling, first the District Court and later the High Court found that an employee’s obesity as such did not constitute a disability within the meaning of Directive 2000/78/EC establishing a general framework for equal treatment in employment and occupation since his obesity had not constituted a limitation or inconvenience in the performance of his job.


Christian K. Clasen
Christian K. Clasen is a partner at Norrbom Vinding.
Case Law

Access_open 2021/1 EELC’s review of the year 2020

Tijdschrift European Employment Law Cases, Aflevering 1 2021
Auteurs Ruben Houweling, Daiva Petrylaitė, Marianne Hrdlicka e.a.
Samenvatting

    Various of our academic board analysed employment law cases from last year. However, first, we start with some general remarks.


Ruben Houweling

Daiva Petrylaitė

Marianne Hrdlicka

Attila Kun

Luca Calcaterra

Francesca Maffei

Jean-Philippe Lhernould

Niklas Bruun

Jan-Pieter Vos

Luca Ratti

Andrej Poruban

Anthony Kerr

Filip Dorssemont
Artikel

Access_open If it was shared on Facebook and Twitter, then it must be true. Een kwantitatief onderzoek naar de relatie tussen fake news en angst voor criminaliteit

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 2 2021
Trefwoorden Fear of crime, avoidance behavior, fake news, traditional media, social media
Auteurs Birte Vandaele, Thom Snaphaan en Wim Hardyns
SamenvattingAuteursinformatie

    The media are a main source of information on crime for citizens. Prior research shows that media and fear of crime are not independent of each other. Since fake news is spread through (social) media, the question arises what the relationship is between (perceived) fake news and fear of crime. To date, no large-scale representative research has been conducted on this topic. This study is based on a representative population survey (n = 1566) from 2019. This exploratory study shows a small but significant relation between the perceived prevalence of fake news and fear of crime.


Birte Vandaele
Birte Vandeale is wetenschappelijk onderzoekster aan het Institute for International Research on Criminal Policy, Vakgroep Criminologie, Strafrecht en Sociaal Recht, Universiteit Gent. Birte.Vandaele@UGent.be

Thom Snaphaan
Thom Snaphaan is doctoraatsonderzoeker aan het Institute for International Research on Criminal Policy, Vakgroep Criminologie, Strafrecht en Sociaal Recht, Universiteit Gent. Thom.Snaphaan@UGent.be

Wim Hardyns
Wim Hardyns is professor in de Criminologische Wetenschappen aan het Institute for International Research on Criminal Policy, Vakgroep Criminologie, Strafrecht en Sociaal Recht, Universiteit Gent, en gastprofessor in de Veiligheidswetenschappen aan de Universiteit Antwerpen. Wim.Hardyns@UGent.be
Wetenschap

Conflicten, mensenrechtenschendingen en illegale mineralenhandel: een onderzoek naar (de doelstelling van) Verordening (EU) 2017/821

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 1 2021
Trefwoorden conflictmineralen, mijnbouw, EU-importeurs, Democratische Republiek Congo, Dodd-Frank Act
Auteurs S.J. Kingdon en Prof. mr. H. Koster
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 1 januari 2021 is Verordening (EU) 2017/821 in werking getreden. De doelstelling van de Verordening is de handel in conflictmineralen nader te reguleren, opdat het verband tussen gewapende conflicten, mensenrechtenschendingen en de illegale exploitatie van conflictmineralen doorbroken kan worden. In dit artikel onderzoeken de auteurs de effectiviteit van de Verordening met betrekking tot haar doelstelling.


S.J. Kingdon
S.J. (Sebastian) Kingdon is masterstudent Ondernemingsrecht aan de Universiteit Leiden.

Prof. mr. H. Koster
Prof. mr. H. (Harold) Koster is als hoogleraar Ondernemingsrecht verbonden aan het Instituut voor Privaatrecht (afdeling Ondernemingsrecht) van de Universiteit Leiden. Hij is tevens verbonden aan de Universiteit van Dubai.
Artikel

Access_open ILO-Conventie 190: een ‘geïntegreerde aanpak’ van geweld en intimidatie?

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 1 2021
Trefwoorden ILO-Conventie 190, Geweld en (seksuele) intimidatie, Gelijke behandeling, Arbeidsomstandigheden
Auteurs Mr. dr. Bas Rombouts
SamenvattingAuteursinformatie

    De twee meest recent aangenomen ILO-instrumenten – Conventie 190 en Aanbeveling 206 – reguleren de aanpak van geweld en intimidatie in de context van werk. Het fundament van deze instrumenten is een ‘inclusive, integrated and gender-reponsive approach’ die middels de routes van preventie en bescherming, handhaving en genoegdoening en advies en scholing dient te worden geïmplementeerd. Conventie 190 hanteert een brede definitie van ‘geweld en intimidatie’ en is van toepassing op formele werknemers, maar ook op andere groepen ‘werkenden’. Maar wat is de inhoud en het belang van deze geïntegreerde aanpak, bezien in nationaal en internationaal perspectief? Hoe verhoudt de bescherming tegen geweld en intimidatie onder gelijkebehandelingswetgeving en arbeidsomstandighedenrecht zich tot elkaar en voldoet het Nederlands juridisch raamwerk aan de voorgestelde ‘integrated approach’? Alhoewel de Conventie als normatieve basis gelijke behandeling en non-discriminatie neemt, geeft zij uitdrukkelijk de opdracht aan ratificerende lidstaten om een geïntegreerde aanpak toe te passen, waarbij geweld en intimidatie niet slechts onder gelijkebehandelingswetgeving, maar tevens onder arbeidsomstandighedenrecht en strafrecht worden ondergebracht om zo lacunes in de juridische bescherming voor slachtoffers te voorkomen. Alhoewel de juridische infrastructuur voor deze ‘integrated approach’ in Nederland aanwezig lijkt, is er nog een aantal aandachtspunten aangaande een effectieve implementatie hiervan, met name in relatie tot criteria voor zorgvuldige klachtbehandeling, risicoanalyse en aanpak en de rol van de vertrouwenspersoon.


Mr. dr. Bas Rombouts
Mr. dr. B. Rombouts is werkzaam als universitair hoofddocent aan het departement Private, Business and Labour Law van Tilburg Law School, Tilburg University. Hij is gespecialiseerd in internationaal arbeidsrecht, fundamentele arbeidsnormen, mensenrechten en duurzame ontwikkeling.
Artikel

The Crimmigration Trend in the Netherlands: Some Critical Reflections

Tijdschrift Crimmigratie & Recht, Aflevering 1 2021
Trefwoorden crimmigration, immigration control, irregular migrants, the Netherlands, crimmigration critique
Auteurs Richard Staring en Ruben Timmerman
SamenvattingAuteursinformatie

    Over the past decade, the concept of crimmigration has dominated legal and criminological understanding of contemporary immigration control. Drawing on the Netherlands as case study, this article provides a critical reflection on ‘crimmigration’ as both a policy trend and a scholarly trend. We argue that much of the existing scholarship has presented a one-dimensional understanding of crimmigration as a unilateral process singularly trending towards increasing punitiveness, securitization and exclusion. We examine a number of concrete examples illustrating the need for a more complex understanding that incorporates an analysis of the full range of actors and (counter)processes within the field of crimmigration.


Richard Staring
Prof. dr. R.H.J.M. Staring, sectie Criminologie, Erasmus School of Law, Erasmus Universiteit Rotterdam.

Ruben Timmerman
R.I. Timmerman LLM, MA, PhD candidate, sectie Criminologie, Erasmus School of Law, Erasmus Universiteit Rotterdam.
Artikel

Access_open Waarom de islam en de moslimgemeenschap onmisbare bondgenoten zijn bij de bestrijding van terrorisme

Tijdschrift Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid, Aflevering 1 2021
Trefwoorden islam, moslimgemeenschap, terrorisme, gemeenschapsinitiatief, rehabilitatie
Auteurs Prof. Tom Zwart
SamenvattingAuteursinformatie

    Terrorism can only be brought to an end if Islam and the Muslim community are enlisted as allies in combating it. Underlying militant jihadism is a violent interpretation of Islam which can best be challenged with the assistance of Islam and the Muslim community. Since the effects of the current state-led approach are questionable, while its criminal law component is close to exceeding the limits set by the rule of law and turns Muslims into a suspect community, it is important to test by way of a pilot whether an approach based on Islam can reap more promising results.


Prof. Tom Zwart
Prof. Tom Zwart is hoogleraar Crosscultureel recht aan de Universiteit Utrecht, directeur van het Cross-cultural Human Rights Centre van de Vrije Universiteit Amsterdam en lector Islam en maatschappelijke verbondenheid aan de Islamic University of Applied Sciences Rotterdam.
Toont 1 - 20 van 412 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6 7 8 9 20 21
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.