Zoekresultaat: 69 artikelen

x
Jaar 2009 x

J.W. van de Gronden

M.C. Ploem

E.B. van Veen

J.M. van der Most
Artikel

De ‘verwijtenroute’

Over de achtergronden van fraude en corruptie in het Caribische deel van het Koninkrijk

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 5 2009
Auteurs P.C.M. Schotborgh-van de Ven
SamenvattingAuteursinformatie

    The subjects fraud and corruption play an important role in the recent debate on the constitutional changes within the Netherlands Antilles and the ‘status aparte’ of Curaçao and Sint Maarten. The Netherlands and the various islands keep passing the blame on one another when it comes to fraud and corruption. It seems there is little willingness to look at the underlying causes or to express self-criticism. In this article an attempt is made to outline what is really going on in the field of fraud and corruption in the Caribbean part of the Kingdom. Several investigations on fraud and corruption committed by politicians in the past fifteen years will be addressed. Furthermore several socio-cultural, political and economic factors that play a role in causing fraud and corruption are being discussed. In this way the author hopes to contribute to a more constructive debate about the issue of fraud and corruption.


P.C.M. Schotborgh-van de Ven
Drs. Nelly Schotborgh-van de Ven is directeur van Forensic Services Caribbean N.V. te Curaçao en docent Criminologie aan de Universiteit van de Nederlandse Antillen.

    In March 2008 the Minister of Agriculture, Nature and Food Quality put forward a bill on animal welfare and animal health to the Dutch Parliament. In this bill five acts on kept animals are integrated. The authors discuss whether the integration is a goal in itself or means to an end. In their view the choice of legislation involved in the integration is not a logical one, and it is questionable whether this integration is necessary at all. Furthermore, the bill in its present form is not an adequate instrument to attain the policy goals in the field of animal welfare and animal health.


I.E. Boissevain
Mr. ing. Iaira Boissevain is als junior universitair docent verbonden aan de Leerstoel Dier en Recht en tevens docent Gerechtelijke Diergeneeskunde bij de faculteit Diergeneeskunde van de Universiteit Utrecht.

A.A. Freriks
Prof. mr. Annelies Freriks is hoogleraar Dier en Recht aan de Universiteit Utrecht en tevens advocaat/partner bij AKD Prinsen Van Wijmen NV in Breda.
Artikel

Access_open Algemene voorwaarden onder de voorgestelde richtlijn consumentenrechten

Tijdschrift Vermogensrechtelijke Analyses, Aflevering 2 2009
Trefwoorden algemene voorwaarden, richtlijn consumentenrechten, oneerlijke bedingen, transparantiebeginsel, informatieplicht
Auteurs Prof. dr. M.B.M. Loos
SamenvattingAuteursinformatie

    De voorgestelde richtlijn consumentenrechten zal leiden tot aanmerkelijke wijzigingen in het Nederlandse privaatrecht, vooral doordat de richtlijn uitgaat van volledige harmonisatie. In dit artikel wordt onderzocht wordt of ook op het terrein van de algemene voorwaarden ingrijpende wijzigingen van het Nederlandse recht te verwachten zijn. De conclusie is dat het met de wijzigingen wel meevalt. De belangrijkste wijziging betreft de vervanging van de zwarte en grijze lijst door een Europese zwarte en grijze lijst, die elkaar grotendeels maar niet geheel overlappen. Onzekerheid bestaat vooral over de positie van de informatieplicht, die in ieder geval anders zal moeten worden gehanteerd dan de wetgever aanvankelijk beoogd had: artikel 6:234 BW zal in ieder geval niet meer als een limitatieve invulling van de informatieplicht van artikel 6:233 BW kunnen worden opgevat. Verdedigd wordt dat de vereiste soepelere houding ten aanzien van de informatieplicht ook buiten het geharmoniseerde terrein – in het bijzonder voor overeenkomsten tussen twee professionele partijen – zou moeten gelden.


Prof. dr. M.B.M. Loos
Prof. dr. M.B.M. Loos is verbonden aan de Universiteit van Amsterdam, Centre for the Study of European Contract Law.
Artikel

Over getuigschriften en zo

100 jaar Wet op de arbeidsovereenkomst

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 3 2009
Trefwoorden wet op de arbeidsovereenkomst, historie, gezichtspunten, ontwikkelingen
Auteurs Mr. R.A.A. Duk
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel is de bewerking van een op 31 mei 2007 voor de Vereniging van Arbeidsrecht gehouden voordracht over 100 jaar Wet op de arbeidsovereenkomst. In vervolg op uiteenzettingen van Levenbach en Van der Grinten bij het 50- en 75-jarig bestaan van die wet wordt bezien hoe wetgeving en rechtspraak zich in die periode hebben ontwikkeld, met een zwaar accent op de periode sinds 1982, wat aanleiding geeft tot enkele beschouwingen over de rol van wetgever en rechter in het arbeidsrecht, nu en in de toekomst.


Mr. R.A.A. Duk
R. Duk is advocaat bij De Brauw Blackstone Westbroek.
Artikel

Omzetting van het kaderbesluit slachtofferzorg in beleidsregels van het Openbaar Ministerie of in formele wetgeving?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 10 2009
Trefwoorden Kaderbesluit slachtofferzorg, OM-beleidsregels, omzetting richtlijnen, formele wetgeving
Auteurs Mr. W. Geelhoed
SamenvattingAuteursinformatie

    Het kaderbesluit slachtofferzorg zou oorspronkelijk in beleid van het Openbaar Ministerie worden geïmplementeerd. Dat desondanks wetswijziging plaatsvindt, is vooral te danken aan overwegingen in het kader van de fundamentele herziening van het Wetboek van Strafvordering en niet aan het bestaan van het kaderbesluit. De jurisprudentie van het Hof van Justitie over de omzetting van richtlijnen, die ook op kaderbesluiten van toepassing is, brengt echter mee dat beleidsregels van het Openbaar Ministerie niet het juridisch bindende karakter bezitten dat voor omzetting is vereist. Opname in wettelijke regelingen is vrijwel onontkoombaar. Het OM verliest hierdoor een substantieel beleidsterrein aan de wetgever.


Mr. W. Geelhoed
Mr. W. Geelhoed is PhD-fellow straf- en strafprocesrecht, Instituut voor Strafrecht en Criminologie, Universiteit Leiden.
Artikel

De wettelijke implementatie van administratieve samenwerking in de Europese Unie

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2009
Trefwoorden implementatie, samenwerkingsverplichtingen, administratieve samenwerking, toezicht, Awb
Auteurs Mr. P. Boswijk, Dr. mr. O.J.D.M.L. Jansen en Prof. mr. R.J.G.M. Widdershoven
SamenvattingAuteursinformatie

    Het artikel bevat een overzicht van de implementatie in Nederland, Duitsland en Spanje van de in de sectoren financiële dienstverlening, douane, voedselveiligheid en visserij door Europa voorgeschreven vormen van samenwerking in het kader van het nalevingstoezicht. Het is opvallend dat samenwerkingsverplichtingen verschillend worden vormgeven in de onderzochte lidstaten. Verder zijn er grote verschillen tussen de regelingen van de verschillende sectoren binnen één lidstaat. Nederlandse toezichthouders kunnen op grond van de Awb toezicht houden op de naleving van Nederlands recht en van verordeningen. Moeten toezichtbevoegdheden kunnen worden toegepast in verband met de naleving van in een andere lidstaat omgezette richtlijn, dan moet een voorziening worden getroffen in de sectorale wetgeving. Buitenlandse toezichthouders die zijn aangewezen bij of krachtens een verordening zijn toezichthouders zijn in de zin van de Awb. Het is overigens de vraag of dit de bedoeling is geweest van de wetgever. Het onzelfstandig toezicht is in de Awb gedeeltelijk geregeld, namelijk voor wat betreft het vergezellen door een buitenlandse inspecteur van een Nederlandse toezichthouder bij het betreden van plaatsen. Voor andere bevoegdheden, zoals de toegang tot documenten, is deze bepaling echter te beperkt.


Mr. P. Boswijk
Mr. P. Boswijk is promovendus Europees bestuursrecht bij de afdeling Staats- en Bestuursrecht van de Universiteit Utrecht. P.Boswijk@uu.nl

Dr. mr. O.J.D.M.L. Jansen
Dr. mr. O.J.D.M.L. Jansen is universitair hoofddocent Europees bestuursrecht bij de afdeling Staats- en Bestuursrecht van de Universiteit Utrecht. O.J.D.M.L.Jansen@uu.nl

Prof. mr. R.J.G.M. Widdershoven
Prof. mr. R.J.G.M. Widdershoven is hoogleraar Europees bestuursrecht bij de afdeling Staats- en Bestuursrecht van de Universiteit Utrecht. r.widdershoven@uu.nl
Artikel

Wie is de waterbeheerder en wat moet hij doen?

Taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden van de waterbeheerder in de Waterwet

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 4 2009
Trefwoorden waterbeheer, Waterwet, overheidszorg, functioneel decentraal beheer
Auteurs Prof. mr. H.F.M.W. van Rijswick
SamenvattingAuteursinformatie

    In een themanummer over de Waterwet kan een beschrijving van de waterbeheerder en zijn taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden niet ontbreken. De Waterwet regelt het beheer en gebruik van het watersysteem in al zijn aspecten.1x Zie naast de bijdragen in dit themanummer over de Waterwet eveneens S. Handgraaf, De Waterwet, M en R? 2009, p. 489-496; zie over het wetsvoorstel T.P. de Kramer & N. Teesing (red.), De nieuwe Waterwet, Vereniging voor milieurecht 2007-2, Den Haag: Boom Juridische uitgevers 2007, M.N. Boeve & L. van Middelkoop (red.), Het waterrecht in perspectief. Actuele ontwikkelingen en doorwerking naar het milieurecht en het ruimtelijke-ordeningsrecht, Groningen: Europa Law Publishing 2008, p. 35-52, en over het voorontwerp H.J.M. Havekes, Het voorontwerp Waterwet, M en R 2005, p. 628-632. Zie eveneens E.C.M. Schippers & J.H. Geerdink, Alles over water in een notendop (in twee delen), Gemeentestem 2008, 7296, p. 261-272 en Gemeentestem 2008, 7297, p. 289-302. De nadruk ligt daarbij op het watersysteem: het samenhangende geheel van één of meer oppervlaktelichamen en grondwaterlichamen, met bijbehorende bergingsgebieden, waterkeringen en ondersteunende kunstwerken. Deze definiëring geeft ook de ruime reikwijdte van de wet: het gaat om het gehele watersysteem, maar de Waterwet reguleert niet de waterketen.2x Zie hierover P. Jong, Watersysteem en waterketen in de water- en milieuwetgeving, in: M.V.C. Aalders & R. Uylenburg (red.), Het milieurecht als proeftuin, 20 jaar Centrum voor Milieurecht, Groningen: Europa Law Publishing 2007, p. 57-72. De drinkwatervoorziening en het verzamelen en transport van afvalwater vallen buiten de reikwijdte van de wet.

Noten

  • * De leerstoel wordt financieel ondersteund door de Stichting Schilthuisfonds. Tevens maakt Marleen van Rijswick deel uit van de door de Stichting Leven met Water ingestelde multidisciplinaire ‘leertafel’ Watergovernance, waar zij is benoemd op de leerstoel Ontwikkelingsgericht waterrecht.
  • 1 Zie naast de bijdragen in dit themanummer over de Waterwet eveneens S. Handgraaf, De Waterwet, M en R? 2009, p. 489-496; zie over het wetsvoorstel T.P. de Kramer & N. Teesing (red.), De nieuwe Waterwet, Vereniging voor milieurecht 2007-2, Den Haag: Boom Juridische uitgevers 2007, M.N. Boeve & L. van Middelkoop (red.), Het waterrecht in perspectief. Actuele ontwikkelingen en doorwerking naar het milieurecht en het ruimtelijke-ordeningsrecht, Groningen: Europa Law Publishing 2008, p. 35-52, en over het voorontwerp H.J.M. Havekes, Het voorontwerp Waterwet, M en R 2005, p. 628-632. Zie eveneens E.C.M. Schippers & J.H. Geerdink, Alles over water in een notendop (in twee delen), Gemeentestem 2008, 7296, p. 261-272 en Gemeentestem 2008, 7297, p. 289-302.

  • 2 Zie hierover P. Jong, Watersysteem en waterketen in de water- en milieuwetgeving, in: M.V.C. Aalders & R. Uylenburg (red.), Het milieurecht als proeftuin, 20 jaar Centrum voor Milieurecht, Groningen: Europa Law Publishing 2007, p. 57-72.


Prof. mr. H.F.M.W. van Rijswick
Prof. mr. H.F.M.W. van Rijswick is hoogleraar Europees en nationaal waterrecht aan de Universiteit Utrecht.
Artikel

De Waterwet: innovatie van het waterrecht

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 4 2009
Trefwoorden Waterwet, waterbeheerwetgeving, integraal waterbeheer, waterstaatswerken
Auteurs Mr. dr. H.J.M. Havekes
SamenvattingAuteursinformatie

    De Nederlandse waterbeheerwetgeving is momenteel erg verbrokkeld. Bijna elk onderdeel van het waterbeheer kent zijn eigen wet. Dit komt de transparantie en praktische toepassing van deze wetten niet ten goede. Vandaar dat al langer wordt aangedrongen op integratie van deze aparte wetten. Eind dit jaar is het zover en treedt de Waterwet in werking. Deze bijdrage beschrijft op hoofdlijnen de achtergrond, strekking en inhoud van deze wet, waarbij de nadruk ligt op de nieuwe elementen daarvan. Uitgegaan is van de wettekst zoals deze door de Invoeringswet Waterwet komt te luiden.1x Zie voor de tekst hiervan < www.waterwet.nl >, waar ook andere nuttige informatie over de Waterwet te vinden is. Zie voor dit laatste ook het recente artikel van S. Handgraaf over de Waterwet in M en R 2009/8, p. 489-496. De Waterwet heeft voor de praktijk grote consequenties. Er verandert het nodige. Het kan dan ook bepaald geen kwaad als omgevingsjuristen, vergunningverleners, handhavers en beleidsmakers van Rijkswaterstaat, ministeries, provincies, waterschappen, gemeenten, waterleidingbedrijven en adviesbureaus zich daarin alvast verdiepen.

Noten

  • * De bijdrage is op persoonlijke titel geschreven.
  • 1 Zie voor de tekst hiervan < www.waterwet.nl >, waar ook andere nuttige informatie over de Waterwet te vinden is. Zie voor dit laatste ook het recente artikel van S. Handgraaf over de Waterwet in M en R 2009/8, p. 489-496.


Mr. dr. H.J.M. Havekes
Mr. dr. H.J.M. Havekes is Projectleider Waterwet bij het ministerie van Verkeer en Waterstaat.

    In een redactioneel artikel geeft de redactie een toelichting op het tijdschriftnummer in kwestie.


Mr. dr. F.A.G. Groothuijse
Mr. F.A.G. Groothuijse is werkzaam als onderzoeker/docent bij het Centrum van Milieurecht van de Universiteit van Amsterdam en is tevens redactielid van TO.
Artikel

Grenzen aan toezicht

Minimumwaarborgen voor de uitvoering van bijzondere voorwaarden

Tijdschrift PROCES, Aflevering 6 2009
Trefwoorden Bijzondere voorwaarden, Rechtspositie onder toezicht gestelden, Toezicht, Rechtspositie
Auteurs Miranda Boone
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage is een lans gebroken voor de versterking van de rechtspositie van personen die zich onder toezicht van de reclassering moeten houden aan bijzondere voorwaarden. Daarvoor is aansluiting gezocht bij de wettelijke regeling van de voorwaardelijke modaliteiten, de internationale minimumstandaards voor de tenuitvoerlegging van vrijheidsbeperkende sancties en belangrijke penitentiaire beginselen als het beginsel van minimale beperkingen en het resocialisatiebeginsel. Er is gepleit voor een grotere kenbaarheid van de inhoud die aan bijzondere voorwaarden en de combinaties van voorwaarden kan worden gegeven, een rechtspositieregeling op hoofdlijnen waarin de belangrijkste beslissingen die tegen onder toezicht gestelden kunnen worden genomen met waarborgen zijn omkleed en een aantal materiële rechten zijn uitgewerkt. Ten slotte is ervoor gepleit de klachtenregeling beter toegankelijk te maken en met meer waarborgen te omkleden, waaronder het openstellen van een beroepsmogelijkheid.


Miranda Boone
Miranda Boone is universitair hoofddocent strafrecht en criminologie aan de Universiteit Utrecht en tevens redactielid van PROCES.
Artikel

Het cliëntenonderzoek in de WWFT: een terugblik op het afgelopen jaar

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 4 2009
Trefwoorden witwassen, WWFT, cliëntenonderzoek, kredietinstellingen
Auteurs Mw. mr. M.L. van Duijvenbode
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 1 augustus 2008 is de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (WWFT) in werking getreden. De voornaamste vernieuwing die de WWFT heeft gebracht, is de introductie van het cliëntenonderzoek, ook wel bekend als Customer Due Diligence (CDD). Na een coulanceperiode van een halfjaar is de WWFT nu effectief slechts een halfjaar op stoom. In deze bijdrage wordt de ontwikkeling van het cliëntenonderzoek in de (inter)nationale antiwitwasregelgeving besproken. Hiernaast wordt er ingegaan op de belangrijkste veranderingen die de WWFT heeft gebracht op het gebied van cliëntenonderzoek en hoe kredietinstellingen het afgelopen jaar met deze veranderingen zijn omgegaan.


Mw. mr. M.L. van Duijvenbode
Mw. mr. M.L. van Duijvenbode is als beleidsmedewerker werkzaam bij de afdeling Integriteit, directie Financiële Markten van het ministerie van Financiën. Haar bijdrage in dit nummer heeft zij op persoonlijke titel geschreven.
Artikel

Enkele recente ontwikkelingen inzake overgang van een onderneming

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 4 2009
Trefwoorden identiteitsbehoud, informatieplicht, overgang van onderneming
Auteurs Mr. K. Wiersma
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel wordt stilgestaan bij een aantal recente uitspraken inzake de rechten van werknemers bij een overgang van een onderneming. Aan bod komt de zaak Klarenberg/Ferrotron waarin het Hof van Justitie van de EG betrokken werknemers een extra hulpmiddel geeft ter voorkoming van oneigenlijk gebruik van overgang van ondernemingen. Ook komt aan bod de Heineken-zaak en de naar aanleiding daarvan ontstane discussie over de vraag welke werknemers bescherming aan de richtlijn inzake overgang van ondernemingen kunnen ontlenen. Ten slotte wordt het arrest Pax/Bos van de Hoge Raad besproken, welk arrest laat zien dat een overdragende werkgever zich moet realiseren dat hij de plicht heeft om betrokken werknemers adequaat te informeren over hun positie.


Mr. K. Wiersma
Mr. K. Wiersma is advocaat arbeidsrecht bij Loyens & Loeff N.V.
Artikel

Contractenrecht als meergelaagde rechtsorde: uitdagingen voor de komende tien jaar

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 4 2009
Trefwoorden pluralisme, coherentie, meergelaagde rechtsorde
Auteurs Prof. mr. J.M. Smits
SamenvattingAuteursinformatie

    In het afgelopen decennium is het contractenrecht in sterke mate geëuropeaniseerd. Daarnaast is ook de hoeveelheid private regulering toegenomen en kiezen contractanten in toenemende mate andere rechtsstelsels dan het ‘eigen’. Het naast elkaar bestaan van verschillende contractenrechtstelsels wordt doorgaans beschouwd als problematisch: het zou de coherentie en eenheid van het recht aantasten. Deze bijdrage bepleit dat een pluralistisch contractenrecht ook voordelen heeft en dat met name twee vragen beantwoording verdienen: die naar het optimale niveau van regulering en die naar de beste wijze van omgang met een pluralistisch contractenrecht.


Prof. mr. J.M. Smits
Prof. mr. J.M. Smits is hoogleraar Europees privaatrecht en rechtsvergelijking aan de Universiteit van Tilburg (TICOM) en gasthoogleraar Comparative Legal Studies aan de Universiteit van Helsinki.
Jurisprudentie

Rechterlijke macht

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 4 2009
Trefwoorden rechterlijke macht, uniforme rechtstoepassing, Wet RO
Auteurs Mr. drs. G. de Groot
SamenvattingAuteursinformatie

    In 2003 verscheen in dit tijdschrift een kroniek getiteld ‘Rechterlijke macht’. Die draad wordt hier opgepakt. Gezien de periode die sindsdien is verstreken, kan in deze kroniek slechts een gering deel van de ontwikkelingen in de organisatie van de civiele rechtspraak sinds 2003 aan de orde komen. De aandacht zal in het bijzonder uitgaan naar de uniforme rechtstoepassing en naar de voorziene wijzigingen in de organisatie van de civiele rechtspraak in eerste aanleg.


Mr. drs. G. de Groot
Mr. drs. G. de Groot is vice-president van de Rechtbank Amsterdam en onderzoeker aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Praktijk

Criminologie en criminaliteitsbeleid: tussen mensenrechten en doeltreffende criminaliteitsbeheersing

Verslag van de IX. Conference of the European Society of Criminology, Ljubljana, Slovenië, 9-12 september 2009, met als titel ‘Between Human Rights and Effective Crime Control’

Tijdschrift Tijdschrift voor Herstelrecht, Aflevering 3 2009
Trefwoorden Conference of the European Society of Criminology
Auteurs Katrien Lauwaert en Annemieke Wolthuis
Auteursinformatie

Katrien Lauwaert
Katrien Lauwaert is als criminologe verbonden aan de Universiteit van Luik en redactielid van dit tijdschrift.

Annemieke Wolthuis
Annemieke Wolthuis is als onderzoeker verbonden aan het Verwey-Jonker Instituut te Utrecht en redactielid van dit tijdschrift.
Artikel

De WOB en de Eurowob in het mededingingsrecht

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 5 2009
Trefwoorden Wob, Eurowob, Verordening (EG) nr. 1049/2001, toegang tot documenten, civiele handhaving
Auteurs Mr. L. Haasbeek
SamenvattingAuteursinformatie

    Toegang tot documenten op grond van de Wob en de Eurowob kan een belangrijke rol gaan spelen in mededingingsprocedures, bijvoorbeeld bij de bewijsvergaring in civiele procedures gebaseerd op het mededingingsrecht. Het daadwerkelijke belang van de openbaarheidsregimes zal afhangen van de interpretatie van de uitzonderingsgronden, op basis waarvan toegang tot documenten mag worden geweigerd. Dit artikel bespreekt de interpretatie van deze uitzonderingsgronden uit de jurisprudentie en beschikkingenpraktijk in voor het mededingingsrecht belangrijke potentiële toepassingen van de openbaarheidsregimes. Aan de hand hiervan zal een inschatting worden gegeven van de mogelijkheden en risico’s van toepassing van de openbaarheidsregimes in het mededingingsrecht


Mr. L. Haasbeek
Mr. L. Haasbeek is advocaat bij Allen & Overy te Amsterdam.
Toont 1 - 20 van 69 gevonden teksten
« 1 3 4
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.