Zoekresultaat: 63 artikelen

x
Jaar 2014 x
Praktijk

Crowdfunding, mede mogelijk gemaakt door de wetgever?

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 4 2014
Trefwoorden Crowdfunding, Financieringsmogelijkheden, AFM, DNB, Wft
Auteurs Mr. J.M. van Poelgeest
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel gaat in op het fenomeen crowdfunding en het wettelijk kader. Hierbij wordt ingegaan op de Europese en nationale ontwikkelingen op het gebied van crowdfunding en wordt gekeken naar de mogelijkheden voor de toekomst, waarbij enkele suggesties worden gedaan. Wordt crowdfunding de nieuwe standaard voor financieren?


Mr. J.M. van Poelgeest
Mr. J.M. van Poelgeest is advocaat bij Finnius Advocaten te Amsterdam.
Casus

De Ontwerpregeling ter bescherming van derivatenbeleggers tegen faillissement van de tussenpersoon nader beschouwd

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 4 2014
Trefwoorden Derivaten, Intermediary risk, Afgescheiden vermogen, Matched Principal, Lastgeving
Auteurs Mr. E.W. Kuijper
SamenvattingAuteursinformatie

    Het consultatiedocument Wijzigingswet financiële markten 2016 omvat een regeling ter bescherming van derivatenbeleggers tegen faillissement van de tussenpersoon. Voorgesteld wordt de regeling op te nemen in de Wge. De regeling beoogt het Nederlandse recht in lijn te brengen met de regels die de MiFID en de EMIR stellen inzake de bescherming van derivatenbeleggers. De auteur beschouwt de voorgestelde regeling nader en signaleert enkele aandachtspunten. Uit de bijdrage blijkt dat het opstellen van een regeling die past binnen het vermogensrecht en aansluit bij de praktijk geen eenvoudige opgave is.


Mr. E.W. Kuijper
Mr. E.W. Kuijper is als promovenda verbonden aan het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht (Universiteit Utrecht). Daarvoor was zij werkzaam als bedrijfsjurist bij KAS BANK te Amsterdam.
Artikel

Peacemaking circles

Een onderzoek naar de mogelijke implementatie in Europa

Tijdschrift Tijdschrift voor Herstelrecht, Aflevering 4 2014
Trefwoorden Peacemaking circles, implementation in Europe, community, inclusion, equality
Auteurs Davy Dhondt en Ivo Aertsen
SamenvattingAuteursinformatie

    In this short paper, a summarising report is presented on a two years action-research project (2011-2013) co-funded by the European Union on how to conceive and implement peacemaking circles in a European legal and cultural environment. In a first part of the paper, the background and reasons for implementing peacemaking circles are explained, and attention is given to their added value as compared to the models of victim-offender mediation and conferencing. After a short presentation of the action-research set-up in three countries (Belgium, Germany and Hungary), a selective list of critical issues is discussed as they have been experienced during the project: the selection of files and the preparatory phase of a peacemaking circle, the running of the circle meeting and the meaning of some of its operational principles (the role of the circle keeper, the function of rituals, the talking piece, the decision making process, …). Also the involvement of the community at its different levels - from the community of care to the macro-community - is discussed, as well as how the direct conflict parties experience the presence of these communities. A general conclusion is that a model of peacemaking circles can be implemented in a European context effectively, but developing a methodology on how to involve members of the wider community remains a challenge.


Davy Dhondt
Davy Dhondt is bemiddelaar bij Suggnome, Forum voor herstelrecht en bemiddeling, www.suggnome.be.

Ivo Aertsen
Ivo Aertsen is hoogleraar Criminologie, Faculteit der Rechtsgeleerdheid, Katholieke Universiteit Leuven en redacteur van dit tijdschrift.
Artikel

Recht op toegang tot een advocaat in het strafproces.

Enkele gedachten naar aanleiding van de implementatie van Richtlijn 2013/48/EU.

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 10 2014
Trefwoorden Richtlijn 2013/48/EU, recht op toegang tot een raadsman, Salduz
Auteurs Prof. mr. Jan Boksem
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 22 oktober 2013 werd Richtlijn 2013/48/EU (hierna: de Richtlijn) vastgesteld. Deze Richtlijn bevat onder meer minimumvoorschriften betreffende het recht van de verdachte op toegang tot een advocaat in strafprocedures. De advocaat moet op zijn beurt de fundamentele aspecten van de verdediging onverkort kunnen waarborgen. De Richtlijn dient uiterlijk op 27 november 2016 in de nationale wetgeving te zijn geïmplementeerd. In deze bijdrage wordt stilgestaan bij de (mogelijke) gevolgen van de implementatie van de Richtlijn voor de Nederlandse rechtsorde.
    Richtlijn 2013/48/EU van het Europees Parlement en de Raad van 22 oktober 2013 betreffende het recht op toegang tot een advocaat in strafprocedures en in procedures ter uitvoering van een Europees aanhoudingsbevel en het recht om een derde op de hoogte te laten brengen vanaf de vrijheidsbeneming en om met derden en consulaire autoriteiten te communiceren tijdens de vrijheidsbeneming, Pb. EU 2013, L 294.


Prof. mr. Jan Boksem
Prof. mr. J. (Jan) Boksem is werkzaam als bijzonder hoogleraar verdediging in strafzaken bij Maastricht University en is tevens advocaat bij Anker & Anker Strafrechtadvocaten te Leeuwarden.
Artikel

Het csqn-verband in het financiële aansprakelijkheidsrecht

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 12 2014
Trefwoorden causaal verband, prospectusaansprakelijkheid, effectenlease, zorgplicht, massaschade
Auteurs Mr. J. de Bie Leuveling Tjeenk
SamenvattingAuteursinformatie

    De Hoge Raad heeft voor massaschadegevallen als prospectusaansprakelijkheid en effectenlease het uitgangspunt van de aanwezigheid van het csqn-verband geformuleerd. In individuele geschillen bestaat geen behoefte om te werken met dat ‘uitgangspunt’, maar is wel sprake van een wisselwerking tussen de eisen die aan de zorgplicht worden gesteld en het aannemen van csqn-verband.


Mr. J. de Bie Leuveling Tjeenk
Mr. J. de Bie Leuveling Tjeenk is advocaat bij De Brauw Blackstone Westbroek te Amsterdam en redacteur van MvV.
Artikel

De nieuwe erfrechtelijke penshonado-regeling?

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 4 2014
Trefwoorden erfrecht, penshonado, legitieme portie, interregionaal, conflictregels
Auteurs Anita C.E. Sewberath Misser LLM
SamenvattingAuteursinformatie

    Een artikel dat is afgeleid van de afstudeerscriptie van de auteur met als titel De invloed van de afschaffing van de legitieme portie op het interregionaal erfrecht binnen het Koninkrijk der Nederlanden.


Anita C.E. Sewberath Misser LLM
A.C.E. Sweberath Misser LLM is lid van de Raad van Toezicht van het St. Elisabeth Hospitaal te Curaçao. Zij heeft in mei 2013 haar LLM-titel behaald aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit van de Nederlandse Antillen. Dit artikel is afgeleid van haar afstudeerscriptie De invloed van de afschaffing van de legitieme portie op het interregionaal erfrecht binnen het Koninkrijk der Nederlanden.
Praktijk

Arbitrage en algemene voorwaarden: the twain shall meet?

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 4 2014
Trefwoorden arbitrage, Weens Koopverdrag, algemene voorwaarden, toepasselijkheid, informatieplicht
Auteurs Mr. drs. J.H.M. Spanjaard
SamenvattingAuteursinformatie

    In april 2013 gaf het CISG Advisory Committee een rechtsgeleerde opinie over de toepasselijkheid van algemene voorwaarden onder het Weens Koopverdrag (‘WKV’). In die opinie worden aanwijzingen gegeven over de vraag, hoe algemene voorwaarden ter beschikking kunnen worden gesteld om gelding te hebben onder het WKV. In deze bijdrage staat een arrest van het hof Den Haag centraal, waarin de opinie wordt toegepast. Tevens komt de invloed van de toepasselijkheid van algemene voorwaarden op het bestaan van een arbitrageovereenkomst aan de orde.


Mr. drs. J.H.M. Spanjaard
Mr. drs. J.H.M. Spanjaard is advocaat bij La Gro Advocaten in Alphen aan den Rijn.
Artikel

Contracteren met arbiters

Aandachtspunten bij de rechtsrelatie tussen arbiters en procespartijen

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 4 2014
Trefwoorden overeenkomst, arbiters, procespartijen, verschoning, opdracht
Auteurs B. van Zelst
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt de aard en inhoud van de rechtsverhouding tussen het scheidsgerecht en de procespartijen nader geanalyseerd. Aan de orde komen: het toepasselijk recht, de verplichtingen van partijen en de rol van het scheidsgerecht in post-arbitrage geschillen.


B. van Zelst
B. van Zelst is advocaat bij Van Doorne N.V. te Amsterdam en als onderzoeker verbonden aan het Onderzoekscentrum Onderneming en Recht van de Radboud Universiteit.
Artikel

MiFID II, een complex product

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 9 2014
Trefwoorden MiFID II, MiFIR, beleggingsondernemingen, handelsplatformen
Auteurs Mr. drs. Erwin Schreuder
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 12 juni 2014 zijn de herziene Richtlijn voor Markten in Financiële Instrumenten (MiFID II) en de Verordening voor Markten in Financiële Instrumenten (MiFIR) gepubliceerd. MiFID II en MiFIR zijn de gezamenlijke opvolger van MiFID I. De regelgeving is relevant voor beleggingsondernemingen (zoals effectenbemiddelaars en vermogensbeheerders) en exploitanten van handelsplatformen voor financiële instrumenten. Vergeleken met MiFID I gelden er veel nieuwe regels, waaronder transparantievereisten bij beurshandel en nieuwe gedragsregels voor beleggingsondernemingen. Tevens worden voorheen ongereguleerde activiteiten onder toezicht geplaatst. De uitdaging voor marktpartijen om per uiterlijk januari 2017 te voldoen aan de nieuwe regels is groot, mede vanwege vele rule-based normen.
    Richtlijn 2014/65/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 betreffende markten voor financiële instrumenten en tot wijziging van Richtlijn 2002/92/EG en Richtlijn 2011/61/EU, Pb. EU 2014, L 173/34.


Mr. drs. Erwin Schreuder
Mr. drs. E.R. (Erwin) Schreuder is advocaat bij de Financial Markets and Services Group van Clifford Chance LLP (Amsterdam)
Artikel

De modernisering voorbij: de mededingingsbeperking in het kartelverbod en in het staatssteunverbod

Een aanzet voor een vergelijkende studie

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 9 2014
Trefwoorden Modernisering, Mededingingsbeperking, Kartelverbod, Staatssteun, Economische benadering
Auteurs Dr. Laura Parret
SamenvattingAuteursinformatie

    Zowel de mededingingsregels als de staatssteunregels hebben de afgelopen jaren een zogenoemde modernisering ondergaan. De meest recente modernisering, die van de staatssteunregels, vond inspiratie in de eerdere modernisering van de mededingingsregels. Beide hebben minstens één gemeenschappelijk kenmerk: de invoering van een meer economische benadering. Aanleiding genoeg om stil te staan bij het verband tussen beide onderdelen van het brede mededingingsrecht. Deze bijdrage doet dat aan de hand van het aan de artikelen 101 en 107 VWEU gemeenschappelijke begrip ‘mededingingsbeperking’ en de impact van de modernisering daarop. Zullen de respectievelijke moderniseringen het kartelverbod en het staatssteunverbod dichter bij elkaar brengen of juist niet?
    Artikel 101 en 107 VWEU


Dr. Laura Parret
Dr. L.Y.M. (Laura) Parret is advocaat bij Houthoff Buruma te Brussel.
Artikel

Hof van Justitie sauveert nationale steunregeling inzake duurzame elektriciteit

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 9 2014
Trefwoorden Duurzame elektriciteit, nationale steunregeling, Tweede Duurzaamheidsrichtlijn, vrij verkeer van goederen, rechtvaardiging
Auteurs Mr. Iman Brinkman en Mr. Pauline Huurnink
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 1 juli 2014 heeft het Hof van Justitie naar aanleiding van prejudiciële vragen van Förvaltningsrätt i Linköping over een Zweedse steunregeling voor de productie van duurzame elektriciteit een belangrijk arrest gewezen over de aanvaardbaarheid van territoriale beperkingen in een dergelijke regeling. Het Hof van Justitie oordeelt dat een nationale steunregeling die uitsluitend openstaat voor partijen die in de betrokken lidstaat duurzame elektriciteit produceren in beginsel geen ongeoorloofde inbreuk maakt op het vrij verkeer van goederen en dus is toegestaan.
    HvJ EU 1 juli 2014, zaak C-573/12, Ålands Vindkraft AB/Energimyndigheten, ECLI:EU:C:2014:2037


Mr. Iman Brinkman
Mr. I. (Iman) Brinkman is advocaat bij Pels Rijcken en Droogleever Fortuijn te Den Haag.

Mr. Pauline Huurnink
Mr. P.P. (Pauline) Huurnink is advocaat bij Pels Rijcken en Droogleever Fortuijn te Den Haag. De auteurs danken hun kantoorgenoot Rob Gehring voor zijn waardevolle bijdrage aan de totstandkoming van dit artikel.
Recent

De (definitieve) richtlijn betreffende schadevorderingen wegens mededingingsinbreuken

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 5 2014
Trefwoorden Richtlijn betreffende schadevorderingen wegens mededingingsinbreuken, Kartelschade, Private handhaving van het mededingingsrecht, Courage/Crehan, Passing-on
Auteurs Mr. Tim Raats
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 17 april 2014 heeft het Europees Parlement de Richtlijn betreffende schadevorderingen wegens mededingingsinbreuken aangenomen. Deze richtlijn vormt het sluitstuk van een traject dat reeds in 2001 is ingezet met het Courage/Crehan-arrest. In deze signalering staat de definitieve tekst van de richtlijn centraal. Na een korte bespreking van de inhoud van de richtlijn gaat de signalering met name in op de wijzigingen van de definitieve tekst van de richtlijn ten opzichte van het in 2013 gepubliceerde richtlijnvoorstel.


Mr. Tim Raats
Mr. T. Raats is advocaat bij de sectie mededinging & aanbesteding van BarentsKrans.
Artikel

Access_open Wat niet weet, dat niet deert?

Over de reikwijdte van het beginsel ‘eenieder wordt geacht de wet te kennen’ in het hedendaagse recht

Tijdschrift Preadviezen Vereniging voor de vergelijkende studie van het recht, Aflevering 1 2014
Auteurs Marc Loth en Eric Tjong Tjin Tai
Auteursinformatie

Marc Loth
Prof. mr. M.A. Loth is hoogleraar privaatrecht aan de Universiteit van Tilburg.

Eric Tjong Tjin Tai
Prof. mr. T.F.E. Tjong Tjin Tai is hoogleraar privaatrecht aan de Universiteit van Tilburg.
Artikel

Wetgevingsbeleid springlevend!

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 5 2014
Trefwoorden wetgevingskwaliteitsbeleid, nota Vertrouwen in wetgeving, kwaliteit van wetgeving, wetgever, wetgevingsbeleid
Auteurs Drs. S.A.P.J. van Melis
SamenvattingAuteursinformatie

    De nota ‘Vertrouwen in wetgeving’ heeft gezorgd voor een koerswijziging in het wetgevingskwaliteitsbeleid. In de afgelopen tien jaren heeft dit veel concrete resultaten opgeleverd om de kwaliteit van wetgeving te verbeteren. Dit is in tegenspraak met de eerste stelling bij het proefschrift van M. Bokhorst, Bronnen van legitimiteit. Over de zoektocht van de wetgever naar zeggenschap en gezag, die stelt dat het wetgevingsbeleid anno 2014 op sterven na dood lijkt. Een terecht gebruik van het woord ‘lijkt’, want het wetgevingsbeleid is springlevend. Dit artikel beschrijft de koerswijziging in het wetgevingskwaliteitsbeleid en de bereikte resultaten. Met het oog op de toekomst worden enkele perspectieven voor het wetgevingsbeleid geschetst.


Drs. S.A.P.J. van Melis
Drs. S.A.P.J. van Melis is coördinerend raadadviseur bij de sector Wetgevingskwaliteitsbeleid, directie Wetgeving en Juridische Zaken van het ministerie van Veiligheid en Justitie.
Artikel

Voorstel IORP II-richtlijn: aanzet tot hervorming van het Nederlands pensioenstelsel

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 8 2014
Trefwoorden IORP-richtlijn, IORP II, pensioenfonds, pensioeninstelling, pensioenstelsel
Auteurs Mr. drs. Pascal Borsjé en Dr. Hans van Meerten
SamenvattingAuteursinformatie

    Het voorstel van de Europese Commissie van 27 maart 2014 tot herziening van de IORP-richtlijn (met betrekking tot instellingen voor bedrijfspensioenvoorzieningen) heeft consequenties voor het huidige Nederlandse pensioenstelsel. De Europese Commissie streeft naar een gelijk speelveld tussen pensioenfondsen en verzekeraars en heeft daarom in het voorstel gekeken naar de uitgangspunten voor verzekeraars onder Solvency II-richtlijn. Het voorstel beoogt onder meer de bescherming van transparante individuele pensioenrechten. Dit staat op gespannen voet met het principe van ‘solidariteit’ dat in het Nederlandse pensioenstelsel traditioneel als uitgangspunt wordt gehanteerd. De hervorming van het Nederlands pensioenstelsel lijkt daarom ook vanuit EU-rechtelijk perspectief noodzakelijk.
    Europese Commissie, Voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende de werkzaamheden van en het toezicht op instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening, Brussel, 27 maart 2014 COM(2014)167 final, 2014/0091 (COD)


Mr. drs. Pascal Borsjé
Mr. drs. P. (Pascal) Borsjé is advocaat bij Clifford Chance LLP te Amsterdam.

Dr. Hans van Meerten
Dr. H. (Hans) van Meerten is advocaat bij Clifford Chance LLP te Amsterdam.
Casus

Governance en bescherming van banken

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 3 2014
Trefwoorden banken, publiek belang, publiek aandeelhouderschap, privatisering, Interventiewet, overheidsinvloed, vijandige overnames, beschermingsconstructies, certificering
Auteurs Prof. mr. D.F.M.M. Zaman, Mr. G.M. Portier en Mr. dr. J. Nijland
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage bespreken de auteurs de vraag welke publiek- en privaatrechtelijke mogelijkheden er bestaan om op permanente wijze een bank (of andere financiële instelling) te beschermen tegen beleid dat niet gericht is op het publieke belang. Daarbij worden mogelijke publiek- en privaatrechtelijke instrumenten vergeleken en geplaatst in een nationaal- en Europeesrechtelijk kader. Aangezien publiekrechtelijke instrumenten uit hoofde van de Interventiewet slechts onder bepaalde voorwaarden inzetbaar zijn (dreigende insolventie van de onderneming of instabiliteit van het financieel stelsel) en traditionele beschermingsconstructies slechts kunnen worden ingezet ter voorkoming van vijandige overnames, zien de auteurs mogelijkheden voor het gebruik van aanvullende privaatrechtelijke instrumenten ter stimulering van beleid van banken gericht op het publieke belang.


Prof. mr. D.F.M.M. Zaman
Prof. mr. D.F.M.M. Zaman is notaris te Rotterdam, (bijzonder) hoogleraar Notarieel ondernemingsrecht aan de Universiteit Utrecht en (gewoon) hoogleraar Notarieel ondernemingsrecht aan de Universiteit Leiden.

Mr. G.M. Portier
Mr. G.M. Portier is notaris te Amsterdam.

Mr. dr. J. Nijland
Mr. dr. J. Nijland is universitair docent aan de Universiteit Leiden.
Casus

Bankenbelasting

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 3 2014
Trefwoorden bankenbelasting, banken, resolutieheffing 2014, depositogarantiestelsel, bonuscultuur banken, Basel III
Auteurs Prof. dr. J.N. Bouwman
SamenvattingAuteursinformatie

    De kredietcrisis heeft in Nederland in 2012 geleid tot de invoering van een bankenbelasting. Deze belasting treft zogenoemde ongedekte schulden waarmee banken hun bedrijf financieren. Banken zijn bankenbelasting verschuldigd voor zover hun ongedekte schulden een doelmatigheidsvrijstelling overtreffen. De bankenbelasting wordt verhoogd indien aan het bestuur een bovenmatige bonus wordt toegekend. Andere landen hebben heffingen ingevoerd die vergelijkbaar zijn met de Nederlandse bankenbelasting. Om samenloop van deze heffingen tegen te gaan zijn maatregelen getroffen ter voorkoming van dubbele bankenbelasting. De techniek van de Nederlandse bankenbelasting en de voorkoming van dubbele bankenbelasting staan in deze bijdrage centraal.
    Aan de invoering van de bankenbelasting zijn in de parlementaire geschiedenis doelstellingen en randvoorwaarden verbonden. Deze worden ook in de bijdrage besproken. Betwijfeld kan worden of zij volledig zijn gerealiseerd met de invoering van de huidige bankenbelasting.


Prof. dr. J.N. Bouwman
Prof. dr. J.N. Bouwman is hoogleraar Belastingrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Praktijk

De wenselijkheid van beheerst beloningsbeleid in de financiële sector

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 3 2014
Trefwoorden beheerst beloningsbeleid, bonusplafond, beloningen, financiële ondernemingen
Auteurs Mr. drs. A.M. Helstone
SamenvattingAuteursinformatie

    In de afgelopen zes jaar heeft de regulering van variabele beloning bij financiële ondernemingen na de val van Lehman Brothers niet stilgestaan. In dit verband wordt er met name in Nederland een niet-aflatende strijd voor beheerst beloningsbeleid in de financiële sector gevoerd. Deze bijdrage richt zich op de belangrijkste initiatieven voor regulering van beloningen bij financiële ondernemingen van de afgelopen zes jaar. Hierbij wordt ook stilgestaan bij de recente voornemens van de Nederlandse wetgever om een bonusplafond van 20% te introduceren voor alle medewerkers die werkzaam zijn in de financiële sector. Daarbij wordt ook ingegaan op de vraag in hoeverre het wenselijk is dat deze nieuwe regels naast de bestaande regels zullen worden geïntroduceerd.


Mr. drs. A.M. Helstone
Mr. drs. A.M. Helstone is advocaat en partner bij Stibbe te Amsterdam.
Praktijk

Regulering na Lehman

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 3 2014
Trefwoorden kredietcrisis, toezichtregels, wijzigingen, ontwikkelingen, trends
Auteurs Mr. drs. C. Riekerk
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel bevat een overzicht van relevante regelgeving die tot stand is gekomen naar aanleiding van (de lessen uit) het faillissement van Lehman Brothers. Het overzicht kent een onderverdeling in vier categorieën. Te weten ‘toezicht en systeem’, ‘soliditeit’, ‘transparantie’ en ‘integriteit en kwaliteit’. Op basis van het overzicht wordt een aantal trends gesignaleerd met betrekking tot de beschreven regelgeving.


Mr. drs. C. Riekerk
Mr. drs. C. Riekerk is advocaat bij Finnius advocaten te Amsterdam.
Casus

Financial Transaction Tax (FTT): de gevolgen van de extraterritoriale werking voor Nederlandse financiële instellingen

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 3 2014
Trefwoorden Financial Transaction Tax, financiële instellingen, extraterritoriale werking, belastingheffing financiële transacties, voorstel FTT-richtlijn
Auteurs Mr. R.P.C. Adema
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 14 februari 2013 heeft de Europese Commissie een herziene versie gepubliceerd van het voorstel voor een gemeenschappelijk systeem voor de heffing van FTT. Nederland doet hier vooralsnog niet aan mee. Desalniettemin kunnen Nederlandse financiële instellingen – en de spaarproducten en oudedagsvoorzieningen van deze instellingen – wel worden getroffen door de FTT. Dit komt door de territoriale werking van het voorstel. In deze bijdrage worden de gevolgen hiervan uiteengezet.


Mr. R.P.C. Adema
Mr. R.P.C. Adema is als universitair docent verbonden aan de Rijksuniversiteit Groningen. Verder is hij als fiscalist werkzaam bij Deloitte en maakt deel uit van Deloitte’s FSI Tax Group in Amsterdam. Zijn onderzoek richt zich met name op het internationaal en Europees recht.
Toont 1 - 20 van 63 gevonden teksten
« 1 3 4
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.