Zoekresultaat: 33 artikelen

x
Jaar 2014 x
Artikel

Prevalentie van ernstige misdrijven bij slachtoffer-daderbemiddeling

Tijdschrift Tijdschrift voor Herstelrecht, Aflevering 4 2014
Trefwoorden seriousness, offenses, mediation, range of cases, outcome
Auteurs Wendy Schreurs, Sven Zebel en Elze Ufkes
SamenvattingAuteursinformatie

    A debate exists in the literature about the question whether (different forms of) mediated contact between victims and offenders occur and are appropriate only after minor offenses. This contribution therefore examines whether a relationship exists between the seriousness of offenses and the degree to which in practice cases result in mediated contact, in the Dutch context. More specifically, we report the first findings of a study aimed to (a) examine the seriousness of cases that were registered at the foundation Slachtoffer in Beeld (Victim in Focus; responsible for the execution of mediated contacts between victims and offenders in the Netherlands), and (b) compare the seriousness of cases at this foundation that resulted in different forms of mediated contact (including cases in which no contact emerged). To this end, we sampled 200 cases from the data system of Victim in Focus in a random manner; consequently, the seriousness of each of these cases was coded. The mean duration of incarceration sentenced for specific offenses in the Netherlands was used as an (as objective as possible) indication of the seriousness of the offenses in these cases. The results indicated that the cases registered at Victim in Focus do not consist exclusively of minor offenses. A substantial part consists of more serious offenses, especially when this is compared to the prevalence of all (minor and serious) offenses in the Netherlands. In addition, we observed no relationship between the seriousness of cases and the form of mediated contact (or no contact) that emerged at Victim in Focus; mediated contact arose to the same degree for serious compared to minor offenses. The implications of these results for the debate mentioned above are discussed, taking into account the manner in which victim-offender mediation is organized in the Netherlands.


Wendy Schreurs
Wendy Schreurs is afgestudeerd aan de vakgroep Psychologie van Conflict, Risico en Veiligheid aan de Universiteit Twente, op onderzoek naar de ontwikkeling van een ernstmonitor in de context van slachtoffer-daderbemiddeling. Ze werkt nu als PhD student op een project over de inzet van burgers bij politiewerk en interventies om die inzet te verbeteren.

Sven Zebel
Sven Zebel is universitair docent aan de vakgroep Psychologie van Conflict, Risico en Veiligheid van de Universiteit Twente. Hij houdt zich bezig met de psychologische reacties op wangedrag, conflicten en misdrijven, en de impact van interventies die trachten te herstellen en de kans op recidive te verkleinen (e.g. bemiddeling, reclasseringstoezicht, toekomstverbeelding).

Elze Ufkes
Elze Ufkes is universitair docent aan de vakgroep Psychologie van Conflict, Risico en Veiligheid aan de Universiteit Twente. Hij richt zich in zijn onderzoek op hoe groepsprocessen zoals groepslidmaatschap en stereotypering conflictgedrag van mensen beïnvloedt.
Artikel

De diagnostische waarde van bewijs

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 4 2014
Trefwoorden Bayesian analysis, Diagnostic value, Evidence evaluation, Alternative scenarios
Auteurs Prof. mr. dr. Eric Rassin
SamenvattingAuteursinformatie

    Traditionally, the Dutch penal judge needs to determine whether the suspect has committed the crime for which he is being prosecuted. This is generally done by accumulating incriminating evidence. Recently, it has been argued that this accumulation fosters the risk of a miscarriage of justice. Alternatively, the judge may want to rely on a Bayesians analysis of the evidence. Particularly, diagnostic values for each piece of evidence must be established. Therefore, it must be investigated how well the evidence fits in the primary and in alternative scenarios. This approach is discussed in this contribution.


Prof. mr. dr. Eric Rassin
Prof. mr. dr. Eric Rassin is werkzaam bij de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Artikel

Automatische gedragsanalyse voor effectiever cameratoezicht in de openbare ruimte

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 4 2014
Trefwoorden Behavior analysis, Threat detection, Action recognition, Tracking, Re-identification
Auteurs Dr. Henri Bouma, Drs. Jeroen van Rest, Dr. ir Gertjan Burghouts e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    To improve security in crowded environments, such as airports, shopping malls and railway stations, the number of surveillance cameras (CCTV) is rapidly increasing. However, the number of human operators remains limited and only a selection of the video streams can be observed. This makes it hard for an operator to be proactive. This paper gives an overview of novel developments that may lead to more efficient camera surveillance and a more proactive role for camera operators. It focuses on three main steps in this process of video content analysis: pedestrian tracking, action recognition and behavior analysis. Tracking and re-identification (i.e. recognizing a person in another camera) was initially only evaluated on off-line benchmark datasets, though recently it has gained in maturity with live demonstrations in realistic crowded environments and measured improved operator efficiency. For action recognition and automatic behavior recognition, we observe that the simple patterns, such as loitering detection, are emerging in many applications. Human action recognition obtains very high performance values in controlled environments and it is progressing towards more realistic environments. More advanced approaches, such as pickpocket recognition in a shopping mall and the detection of threats to trucks on a parking lot have been developed and the first systems have been presented in live demonstrations. Our main contribution is that we structure the recent advances and the emerging applications of video analysis for security applications, explain and interpret the results, and identify opportunities for the near future.


Dr. Henri Bouma
Dr. Henri Bouma is research scientist bij TNO.

Drs. Jeroen van Rest
Drs. Jeroen van Rest is consultant bij TNO.

Dr. ir Gertjan Burghouts
Dr. ir. Gertjan Burghouts is research scientist bij TNO.

Dr. Klamer Schutte
Dr. Klamer Schutte is research scientist bij TNO.

Ir. Jan Baan
Ir. Jan Baan is research scientist bij TNO.
Article

Access_open Samenlevingsovereenkomsten in de notariële praktijk

Tijdschrift Family & Law, november 2014
Auteurs Petra Kuik, Wendy Schrama en Prof. dr. Leon Verstappen
Samenvatting

    In deze bijdrage worden de resultaten van een empirisch onderzoek dat in 2013 is verricht naar de inhoud van gemaakte samenlevingsovereenkomsten gepresenteerd. De beroepsgroep die zich met het maken van samenlevingsovereenkomsten bezig houdt - het notariaat - is bevraagd over deze praktijk aan de hand van een digitale vragenlijst. Daarmee is het qua opzet een verkennend onderzoek, dat een eerste beeld geeft van de notariële praktijk. In deze bijdrage worden de resultaten van een empirisch onderzoek dat in 2013 is verricht naar de inhoud van gemaakte samenlevingsovereenkomsten gepresenteerd. De beroepsgroep die zich met het maken van samenlevingsovereenkomsten bezig houdt - het notariaat - is bevraagd over deze praktijk aan de hand van een digitale vragenlijst. Daarmee is het qua opzet een verkennend onderzoek, dat een eerste beeld geeft van de notariële praktijk. De inhoud van de doorsnee samenlevingsovereenkomst verschilt aanzienlijk van die van huwelijkse voorwaarden. Bedingen waaruit vermogensrechtelijke solidariteit tussen ongehuwd samenwonenden blijkt (inkomens- of vermogensverrekening of alimentatiebedingen), komen slechts zeer beperkt voor in samenlevingsovereenkomsten, terwijl die juist in huwelijkse voorwaarden zeer frequent voorkomen. Ook op andere onderdelen verschaft dit onderzoek interessante bevindingen. Nader onderzoek is gewenst om meer inzicht te krijgen in de praktijk van het maken van samenlevingsovereenkomsten. --- In this paper, the authors present an empirical research on the content of cohabitation contracts in the Netherlands, conducted in 2013. The legal professionals who mostly deal with cohabitation contracts - the notaries - have been asked to fill in a digital questionnaire. The format of this research is exploratory, painting a first picture of legal practice on making cohabitation contracts. The content of the average cohabitation contract differs very much compared to the content of the average marriage contract. Clauses that express solidarity between cohabitants (sharing income or property values or maintenance) are rare in cohabitation contracts, whereas they are rather popular in matrimonial property contracts. Further research is necessary to gain more insight into the legal practice of making cohabitation contracts.


Petra Kuik

Wendy Schrama

Prof. dr. Leon Verstappen
Artikel

Het juridische kader voor ‘health checks’: balanceren tussen vrijheid en bescherming

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 8 2014
Trefwoorden health check, screening, zelftest, in-vitro diagnostica
Auteurs Mr. dr. M.C. Ploem en prof. mr. J.C.J. Dute
SamenvattingAuteursinformatie

    Het (commerciële) aanbod van tests of ‘health checks’ die gezondheidsrisico’s aan het licht kunnen brengen, neemt in rap tempo toe. De overheid dient consumenten die daarvan gebruik willen maken in principe vrij te laten dat te doen. Tegelijkertijd dient zij hen te beschermen tegen de (fysieke en psychische) schade die ze daarbij kunnen oplopen. In dit artikel wordt het juridische kader dat dit soort schade moet tegengaan, onder de loep genomen. Uit een analyse hiervan komt naar voren dat er aanleiding is dit, ter bescherming van consumenten, aan te scherpen.


Mr. dr. M.C. Ploem

prof. mr. J.C.J. Dute
Corrette Ploem is onderzoeker/docent gezondheidsrecht bij het AMC, Afdeling Sociale Geneeskunde. Jos Dute is hoogleraar gezondheidsrecht aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Radboud Universiteit en tevens lid van het College voor de Rechten van de Mens. Beide auteurs zijn lid van de Commissie bevolkingsonderzoek van de Gezondheidsraad. Dit artikel is op persoonlijke titel geschreven.
Artikel

Toezicht in de zorg: gedrag sturen door benchmarks en gesprekken

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 3 2014
Trefwoorden declaratiegedrag medisch specialisten, beheersing zorgkosten, doelmatig direct declareren (DDD-partnership), Nederlandse Zorgautoriteit (NZa), materiële controle, controle zorgverzekeraars, gedragsverandering zorgverleners
Auteurs Michel Taal en Wietse Rypkema
SamenvattingAuteursinformatie

    Als men de media volgt, komen de medisch specialisten en hun declaratiegedrag er niet goed vanaf. Door verschillende incidenten staat toezicht in de zorg volop in de belangstelling. De aandacht gaat vooral uit naar onrechtmatige of vermeende frauduleuze declaraties. Het veld klaagt over onduidelijke regels en wijst naar de toezichthouder. De toezichthouder (en met hem het veld) rent achter incidenten aan en komt beperkt toe aan het sturen op gedrag.
    Het gewenste gedrag laat zich samenvatten in drie woorden: doelmatig direct declareren (DDD). In dit artikel wordt deze DDD-methode van analyse en gedragsverandering verder toegelicht. Hoe slimmigheden in het declareren kunnen worden omgebogen naar een model waarbij zorgverleners op rationele gronden doelmatig declareren.


Michel Taal
M. Taal is werkzaam bij i2i – Intelligence to Integrity

Wietse Rypkema
W. Rypkema is werkzaam bij i2i – Intelligence to Integrity
Artikel

Determinanten van deelname aan een resocialisatieprogramma in Nederlandse penitentiaire inrichtingen

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 3 2014
Trefwoorden Prison, reducing recidivism, correctional treatment, Resocialisation, treatment engagement
Auteurs Anouk Bosma MSc, Dr. Maarten Kunst, Dr. Anja Dirkzwager e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    The current study examined the extent to which risk factors and treatment readiness were related to prison based treatment engagement (i.e. participation and completion), using a large sample of detainees who were a candidate for the Prevention of Recidivism program. Analyses showed that offenders who were treatment ready were over two times more likely to complete treatment programs, compared to offenders who were not. Risk factors did, for the most part, not correlate with treatment participation and completion. Outcomes underlined the importance of motivational aspects and showed the significance of enhancing treatment readiness amongst correctional resocialisation participants.


Anouk Bosma MSc
A.Q. Bosma, MSc is promovenda bij het Instituut voor Strafrecht en Criminologie van de Universiteit Leiden.

Dr. Maarten Kunst
Dr. M.J.J. Kunst is universitair hoofddocent criminologie bij het Instituut voor Strafrecht en Criminologie van de Universiteit Leiden.

Dr. Anja Dirkzwager
Dr. A.J.E. Dirkzwager is senior onderzoeker bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR).

Prof. dr. Paul Nieuwbeerta
Prof. dr. P. Nieuwbeerta is hoogleraar bij het Instituut voor Strafrecht en Criminologie van de Universiteit Leiden.
Artikel

Weet wat je tweet

Het gebruik van Twitter door de wijkagent en het vertrouwen in de politie

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 3 2014
Trefwoorden social media, Twitter, police, confidence, trust, community policing
Auteurs Dick Roodenburg en Hans Boutellier
SamenvattingAuteursinformatie

    Community policing is a common strategy in the Dutch police organization: working in a geographically bounded area, in close proximity and engagement with the local population. The use of Twitter by local police-officers is an increasingly popular way of communicating in this context. Prior research has indicated that there is a positive relation between the use of Twitter by the local police officer and citizens’ confidence in the police. But what factors determine this confidence and how can it be strengthened by using Twitter? This article examines the nature of police tweets and shows how tweets can contribute to improving the degree of confidence between citizens and the police. To determine what factors influence confidence we made use of the model of trust and confidence by Jackson and Bradford. This model differentiates between ‘effectiveness’, ‘fairness’, and ‘engagement’. These three factors are used to explore the way tweets might influence confidence in policing. The empirical research included interviews with three police officers who twitter actively, as well as interviews with 30 ‘followers’ living in the neighbourhood where the police officer works. Also an analyses has been carried out of the tweets made by the police officers in one year, 3.506 tweets in total, by categorizing the tweets according to the model of Jackson and Bradford. We conclude that the model of Jackson and Bradford is useful to explore the possible relationship between the use of Twitter and citizens confidence in the police. Using Twitter by the local police officers seems to make a possible contribution to the degree of confidence in the police. Our categorization of Twittermessages allowed us to give practical recommendations to local police officers how to use Twitter in order to improve confidence among citizens. The data also suggest that followers appreciate the fact that local police officers show their knowledge of current affairs in the neighbourhood.


Dick Roodenburg
Dick Roodenburg is beleidsadviseur en coördinator integrale veiligheid bij de gemeente De Ronde Venen (Utrecht).

Hans Boutellier
Hans Boutellier is bijzonder hoogleraar Veiligheid en Burgerschap aan de Vrije Universiteit Amsterdam en lid van de raad van bestuur van het Verwey-Jonker Instituut.
Artikel

Daar doen we het voor! Opbrengsten en effecten van verslavingsreclassering

Tijdschrift PROCES, Aflevering 4 2014
Trefwoorden rehabilitating institutions, result indicators, monitoring rehabilitation, drug-addicted offenders
Auteurs Drs. Corine Von Grumbkow en Drs. Ron Van Wonderen
SamenvattingAuteursinformatie

    The SVG aims to improve its ability to show the social relevance of the work done by organizations for the rehabilitation and probation of drug-addicted offenders. As a first step the SVG asked the Verwey-Jonker Institute to develop a monitor which provides structurally insight into the returns of this work. The monitor couples data at the individual client level to relevant indicators. The monitor’s results are very promising. A year after they had come into contact with the rehabilitating institutions, clients committed significantly fewer criminal offences than they did during the year prior to that moment. Contacts with the police decreased as well.


Drs. Corine Von Grumbkow
Corine von Grumbkow is beleidsadviseur/projectleider bij de Stichting Verslavingsreclassering GGZ.

Drs. Ron Van Wonderen
Drs. Ron van Wonderen is senior onderzoeker bij het Verwey-Jonker Instituut.
Artikel

Ex-antestudies op de kaart

Onderzoek naar beleidsvoornemens (2005-2011): aard, aantallen en wat ex-postevaluaties erover zeggen

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 4 2014
Trefwoorden ex-ante-evaluatie, beleidsvoorbereiding, metastudie, ex-postevaluatie, feedback-onderzoek
Auteurs Dr. C.M. Klein Haarhuis en Dr. M. Smit
SamenvattingAuteursinformatie

    In hoeverre is de toegenomen aandacht voor ex-ante-evaluatie, zowel in beleidskringen als in publicaties, terug te zien in de evaluatiepraktijk? Op basis van de uitkomsten van een recente door het WODC verrichte metastudie gaan we in deze bijdrage in op aard en omvang van 306 in de periode 2005-2011 voor de rijksoverheid verrichte ex-anteanalyses. Daarbij besteden we ook aandacht aan hun voorspellingskracht. We onderscheiden acht typen ex-anteanalyses. Combinaties van studietypen, kosten-batenanalyses en verkennende ( quickscan) studies komen het meest voor. Van de bestudeerde analyses was 15% gevolgd door een latere evaluatie (ex durante of ex post). Redenen waarom latere evaluaties ontbreken, zijn dat het ex ante onderzochte beleid inmiddels van de baan is, of nog in de ontwerpfase verkeert. In sommige gevallen was het waarschijnlijk nog te vroeg voor evaluatie. Lang niet alle latere evaluaties sluiten aan op het ex-anteonderzoek. Wanneer dat wel het geval is, worden voorspellingen soms wel, soms deels en soms niet bevestigd. Aan het belang van zowel ex-ante- als ex-postonderzoek doen deze observaties niet af; bevindingen uit ex-postevaluaties over wat in het verleden of elders gewerkt heeft, zijn een onmisbare bron van kennis voor toekomstig ex-anteonderzoek en daarmee voor beleid en wetgeving.


Dr. C.M. Klein Haarhuis
Dr. C.M. Klein Haarhuis is onderzoeker bij de afdeling Rechtsbestel, Wetgeving en Internationale en vreemdelingenaangelegenheden (RWI) van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) van het ministerie van Veiligheid en Justitie.

Dr. M. Smit
Dr. M. Smit is afdelingshoofd bij de afdeling Rechtsbestel, Wetgeving en Internationale en vreemdelingenaangelegenheden (RWI) van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) van het ministerie van Veiligheid en Justitie.
Artikel

Naar een regelgevingcyclus?

Evaluatie in de Europese Unie

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 4 2014
Trefwoorden Europese Unie, Better Regulation, impact assessment, ex-postwetsevaluatie
Auteurs Dr. E. Mastenbroek, Prof. dr. A.C.M. Meuwese en S. van Voorst
SamenvattingAuteursinformatie

    Impact assessments van voorgenomen Europese regelgeving staan al een tijdje in de belangstelling van beleidsmakers en onderzoekers. Dit is ook steeds meer het geval voor Europese ex-postwetsevaluaties, die door de Europese Commissie gezien worden als het sluitstuk van de ‘regelgevingcyclus’ in de Europese Unie. Dit artikel gaat in op de dekkingsgraad en kwaliteit van deze twee typen evaluaties en op de mate waarin zij momenteel op elkaar aansluiten, als noodzakelijke voorwaarden voor een geloofwaardige evidence-based regelgevingcyclus.


Dr. E. Mastenbroek
Dr. E. Mastenbroek is universitair hoofddocent bestuurskunde aan de Radboud Universiteit Nijmegen.

Prof. dr. A.C.M. Meuwese
Prof. dr. A.C.M. Meuwese is hoogleraar European and Comparative Public Law aan de Tilburg Law School.

S. van Voorst
S. van Voorst is vanaf 1 september 2014 werkzaam als Promovendus NWO-Onderzoekstalent aan Tilburg University en de Radboud Universiteit Nijmegen.
Artikel

Percepties over inspecties

Ondernemers over hun ervaringen met Nederlandse inspectiediensten

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 2 2014
Trefwoorden responsieve benadering, ondertoezichtgestelden, inspectiediensten
Auteurs Guido Brummelkamp en Tamara Flikweert
SamenvattingAuteursinformatie

    Bij de responsieve benadering van toezicht staan dialoog en overtuigen centraal. Over hoe deze benadering zich verhoudt tot de opvattingen en feitelijke ervaringen van ondernemers is nog weinig bekend. In dit artikel brengen de auteurs de kant van de ondernemer in beeld. Zij doen dat op basis van een enquête onder 2.000 kleine en middelgrote bedrijven. Bij hen is nagegaan hoe de ervaringen en verwachtingen van ondernemers met inspectiediensten zich verhouden tot het beleidsmatige uitgangspunt van responsieve handhaving. De auteurs leiden er vervolgens uit af of er een voedingsbodem is voor responsieve handhavingsstijlen.


Guido Brummelkamp
Drs. G. Brummelkamp is senior onderzoeker bij Panteia, onderzoeksbureau voor economisch en sociaal beleidsonderzoek, transportonderzoek en marktonderzoek.

Tamara Flikweert
Drs. T.E. Flikweert is onderzoeker aan de faculteit der rechtsgeleerdheid van de Vrije Universiteit Amsterdam.
Artikel

Systeemtoezicht in de Nederlandse gezondheidszorg. Een experimentele innovatie van toezicht.

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 2 2014
Trefwoorden systeemtoezicht, kwaliteit en veiligheid van zorg, experimental governance, institutioneel leren, formatief onderzoek
Auteurs Annemiek Stoopendaal, Martin de Bree, Franske Keuter e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    De Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) heeft geëxperimenteerd met een nieuwe vorm van inspectie gebaseerd op systeemtoezicht (ST). Het experiment volgt uit voortgaande ontwikkelingen in de governance van zorginstellingen. Het experiment is gevolgd en ondersteund met formatief onderzoek. Geleerd is dat ST in de Nederlandse gezondheidszorg, mits gericht en evenwichtig toegepast, een bijdrage kan leveren aan de doelstellingen van de IGZ ten aanzien van effectief en efficiënt toezicht. ST maakt ‘inspectiemaatwerk’ mogelijk. Daarenboven geeft dit artikel inzicht in de werkwijze die gebruikt kan worden bij de modernisering van toezicht.


Annemiek Stoopendaal
Dr. A.M.V. Stoopendaal is universitair docent/wetenschappelijk onderzoeker, instituut Beleid en Management Gezondheidszorg, Erasmus Universiteit Rotterdam.

Martin de Bree
Dr. ing. M.A. de Bree MBA is adviseur en wetenschappelijk onderzoeker, Rotterdam School of Management, Erasmus Universiteit Rotterdam.

Franske Keuter
Drs. F.G. Keuter MD is Coördinerend Specialistisch Senior Inspecteur, Inspectie voor de Gezondheidszorg.

Paul Robben
Prof. dr. P.B.M. Robben is bijzonder hoogleraar ‘Effectiviteit van toezicht op de kwaliteit van de gezondheidszorg’, instituut Beleid en Management Gezondheidszorg Erasmus Universiteit Rotterdam/ Inspectie voor de Gezondheidszorg.
Boekbespreking

Recensie Bestuurdersgeheimen

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 2 2014
Auteurs Mijntje Lückerath-Rovers en Mariëtte Heemskerk
Auteursinformatie

Mijntje Lückerath-Rovers
Prof. dr. M. Lückerath-Rovers is hoogleraar Corporate Governance aan Tilburg University/TiasNimbas.

Mariëtte Heemskerk
Bestuurdersgeheimen. Over samenhang tussen leiderschapsrollen van bestuurders, strategische profielen en prestaties van woningcorporaties, Delft: Uitgeverij Eburon 2013
Artikel

Werk(kenmerken) en recidiverisico's na detentie in Nederland

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 2 2014
Trefwoorden reintegration, imprisonment, employment, recidivism, longitudinal research
Auteurs Dr. Anke Ramakers, Prof. dr. Paul Nieuwbeerta, Dr. Johan van Wilsem e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    Employment is believed to function as a ‘turning point’ for released offenders. Several theories state that employment can diminish recidivism, and offer different mechanisms to connect employment and crime, such as job stability and job quality. This study examines the effect of employment and employment characteristics on recidivism among Dutch ex-prisoners. Although recidivism risks are high among this group, longitudinal research on the effect of employment on recidivism risks is scarce. We based our analyses on longitudinal data of the Prison Project (n=842) and found that job stability reduces the risk of recidivism. The results indicate that not the guidance to a job, or a high-quality job, but the guidance to stable employment could help to reduce crime rates among this high-risk offender group.


Dr. Anke Ramakers
Dr. A. Ramakers is universitair docent bij het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van de Universiteit Leiden.

Prof. dr. Paul Nieuwbeerta
Prof. dr. P. Nieuwbeerta is hoogleraar bij het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van de Universiteit Leiden.

Dr. Johan van Wilsem
Dr. J. van Wilsem is universitair hoofddocent bij het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van de Universiteit Leiden.

Dr. Anja Dirkzwager
Dr. A.J.E. Dirkzwager is senior onderzoeker bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR).

Dr. Joni Reef
Dr. J. Reef is universitair docent bij het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van de Universiteit Leiden.
Artikel

Access_open Source-usage within doctrinal legal inquiry: choices, problems, and challenges

Tijdschrift Law and Method, juni 2014
Trefwoorden methodological challenges, doctrinal legal inquiry, source-usage, methodology, method
Auteurs Mr. Marnix Vincent Roderick Snel LLM, MA
SamenvattingAuteursinformatie

    This article provides an overview of the methodological challenges that scholars are confronted with in relation to use of legislation, case law and literature commentaries within doctrinal legal inquiry. Therefore it employs a systematic literature review and a supplementary explorative expert-consultation among legal scholars of Tilburg University. Although the scope of the research is still limited, it shows that doctrinal legal inquiry is subjected to more and other methodological challenges surrounding the source-usage than one might expect. This insight may contribute to the further development of the meta-discipline ’law and methodology’ and simultaneously allows for more methodological awareness among doctrinal legal scholars.


Mr. Marnix Vincent Roderick Snel LLM, MA
Marnix Snel is a PhD researcher at the Research Group ‘Methodology of law and legal scholarship’ at Tilburg University. I thank prof. Rob van Gestel, prof. Jan Vranken and Dr. Arie-Jan Kwak for their comments on earlier draft version of this article.
Toont 1 - 20 van 33 gevonden teksten
« 1
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.