Zoekresultaat: 27 artikelen

x
Jaar 2018 x
Artikel

Het VN-verdrag Handicap voor ouders met verstandelijke beperkingen

Verbindingen tussen wetenschap, praktijk en mensenrechten

Tijdschrift Handicap & Recht, Aflevering 2 2018
Trefwoorden VN-verdrag Handicap, Ouders met verstandelijke beperking
Auteurs Dr. M.W. Hodes
SamenvattingAuteursinformatie

    Moeder of vader worden, het stichten van een gezin, is een belangrijke stap in het leven van veel mensen. De transitie naar het ouderschap betekent voor velen een verrijking van de kwaliteit van leven. Daarnaast is het een sociale rol die herkenbaarheid en maatschappelijk aanzien geeft. Steeds meer mensen met verstandelijke beperkingen maken deze transitie naar het ouderschap.
    Binnen onze maatschappij is er echter een voortdurende discussie of ouders met verstandelijke beperkingen wel kinderen mogen krijgen. Dergelijke discussies worden vooral vanuit de emotie gevoerd en gevoed door incidenten die in de media breed worden uitgemeten. Professionals, politici en beleidsmakers zijn daarbij vaak niet goed op de hoogte van de laatste stand van zaken op het gebied van wetenschappelijk onderzoek naar ouderschap bij mensen met verstandelijke beperkingen. Ook wordt daarbij voorbijgegaan aan het feit dat ouderschap een fundamenteel mensenrecht is.


Dr. M.W. Hodes
Dr. M.W. (Marja) Hodes is klinisch psycholoog/orthopedagoog generalist en werkt al meer dan 33 jaar met gezinnen waarvan de ouders een verstandelijke beperking hebben. Zij is in 2017 gepromoveerd aan de VU Amsterdam binnen het onderzoeksconsortium ‘Wat werkt voor ouders met verstandelijke beperkingen’, met het proefschrift: Testing the effect of parenting support for people with intellectual disabilities and borderline intellectual functioning. Marja is leidinggevende van het regionaal Diagnostiek- en Behandelteam van zorgaanbieder ASVZ.

mr. dr. M.C. Ploem
Corrette Ploem werkt bij het Amsterdam UMC/locatie AMC, afdeling sociale geneeskunde en is lid van de redactie van dit tijdschrift.
Artikel

Hét gevoel van onveiligheid bestaat niet

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 6 2018
Trefwoorden fear of victimization, risk perception, feelings of unsafety, measurement, policy
Auteurs Dr. Lonneke van Noije en Dr. Jurjen Iedema
SamenvattingAuteursinformatie

    There is no such thing as the feeling of unsafety. The trend in feelings of unsafety is measured using a standard question that has figured in the successive Safety Monitors (Veiligheidsmonitors) for many years: ‘Do you occasionally feel unsafe?’ This general question formulation elicits information on how uneasy the Dutch feel about safety. The nature and burden of this unease may vary greatly among them. The authors’ analysis shows that crime-specific measures of fear of victimization differ fundamentally from both cognitive assessments (risk perception) and general measures of feelings of unsafety. Hence, people who occasionally feel unsafe do not automatically think or fear that they will fall victim to crime and vice versa. Consequently, the authors identify four main constellations of subjective safety which emerge in different population groups, some more burdened by fear of victimization than others. The authors argue that policy should at least seek to reduce the most serious problems. They propose personal fear of victimization as an alternative for general feelings of safety.


Dr. Lonneke van Noije
Dr. L. van Noije is als wetenschappelijk medewerker verbonden aan het Sociaal en Cultureel Planbureau te Den Haag.

Dr. Jurjen Iedema
Dr. J. Iedema is als wetenschappelijk medewerker verbonden aan het Sociaal en Cultureel Planbureau te Den Haag.
Artikel

De gunfactor van herstelrecht

Clementie, compassie en de zorg om de dader

Tijdschrift Tijdschrift voor Herstelrecht, Aflevering 3 2018
Trefwoorden Clementie, Vergeving, recht doen, tweede kans
Auteurs Bas van Stokkom
SamenvattingAuteursinformatie

    This article discusses the willingness of the victim to judge the offender more mildly after the latter apologized for his wrongdoing and shows that he is involved in behavioral change. A large group of victims wants to help (young) perpetrators and offer them a second chance, even victims who have been treated violently. It is argued that these forms of compassion express a caring attitude, the wish that the offender will be rehabilitated and that a change in behaviour is more important than compensation. This attitude can also be referred to as ‘forbearance’, in terms that a less severe sanction is sufficient. This goodwill factor may well be the most important aspect of ‘doing justice’ in restorative meetings.


Bas van Stokkom
Bas van Stokkom is hoofdredacteur van dit tijdschrift. Hij is verbonden aan de vaksectie Strafrecht & Criminologie, Faculteit der Rechtsgeleerdheid, Radboud Universiteit Nijmegen. Tot de thema’s die in zijn onderzoek aan bod komen behoren politie, burgerschap en lokale veiligheidszorg, straftheorie en herstelrecht. www.basvanstokkom.nl

Dr. Eric Maes
Dr. E. Maes is senior onderzoeker/werkleider bij de Operationele Directie Criminologie van het Nationaal Instituut voor Criminalistiek en Criminologie (NICC) te Brussel.
Artikel

Genderdiversiteit en organisatiecriminaliteit: een systematische literatuurreview

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 4 2018
Trefwoorden gender, white-collar crime, old boys network, board diversity, corporate crime
Auteurs Dr. Marieke Kluin MSc. en Mr. Lucy de Ruiter BSc.
SamenvattingAuteursinformatie

    Women are less likely to commit criminal acts than men. This gender gap appears to be particularly pronounced in white-collar crime. This systematic literature review examines existing theories, such as the situational hypothesis and the ‘gendered theory of focal concerns’ and evaluates to what extent they find support in empiricism. The results seem to offer the most support to the ‘gendered theory of focal concerns’. This nourishes the hypothesis that with an increase of women at positions in the upper tiers of the company ladder a decrease in the prevalence of white-collar crime can be expected. However, it is also possible that the explanation of corporate crime does not lie in a lack of femininity, but in a lack of gender diversity. Furthermore, limited access to informal criminal networks, the ‘old boys networks’, seems to play an important role in the gender gap of white-collar crime.


Dr. Marieke Kluin MSc.
Dr. M.H.A. Kluin is als universitair docent Criminologie verbonden aan het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van de Universiteit Leiden.

Mr. Lucy de Ruiter BSc.
L.M. de Ruiter heeft rechten en criminologie gestudeerd aan de Universiteit Leiden.
Opinie

Gezond vertrouwen hanteerbaar in het toezicht?

Enkele opmerkingen bij een publicatie uit de Academische Werkplaats van de IGJ

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 4 2018
Auteurs Ferdinand Mertens
Auteursinformatie

Ferdinand Mertens
Prof. dr. ing. F.J.H. Mertens (1946) was in zijn ambtelijke loopbaan inspecteur-generaal van het Onderwijs en van de Inspectie Verkeer en Waterstaat. Daarna was hij lid van de Onderzoeksraad voor Veiligheid. Hij combineerde deze functies met een hoogleraarschap, eerst aan de EUR, later aan de TU Delft. Hij was als decaan toezichtopleiding tot dit jaar verantwoordelijk in de NSOB.

    Enige tijd terug zijn verschillende samenstellers van aandelenindices consultatieprocedures gestart over de opname van beursvennootschappen met een dual class-aandelenstructuur. In deze bijdrage wordt de opkomst van het fenomeen indexbeleggen beschreven en betoogd dat het uitsluiten van dual class-vennootschappen het rendement van beleggers negatief zal beïnvloeden.


Mr. T.A. Keijzer
Mr. T.A. Keijzer is als promovendus verbonden aan de Sectie Ondernemingsrecht & Financieel recht van de Erasmus School of Law, het Instituut voor Ondernemingsrecht (IvO) en het IvO Center for Financial Law & Governance (ICFG).

Mr. E. Pans
Esther Pans is advocaat bij Kennedy Van der Laan en lid van de redactie van dit tijdschrift.
Artikel

Marktanalyses in het reguleringstoezicht voor luchthavens: a balanced approach

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 4 2018
Trefwoorden Wet luchtvaart, marktanalyse, luchthaven, geografische markt, aanmerkelijke marktmacht
Auteurs Ernst-Jan Heuten
SamenvattingAuteursinformatie

    In Europa wordt discussie gevoerd over de wenselijkheid van het uitvoeren van marktanalyses om te bepalen welke luchthavens in aanmerking komen voor economische regulering. Daarmee kan het regelgevend kader voor luchthavens meer vergelijkbaar worden met bijvoorbeeld dat van de telecommunicatiesector. In dit artikel wordt ingegaan op het huidige juridische kader voor de economische regulering van luchthavens en de discussie die daarover wordt gevoerd voor wat betreft marktanalyses. Voorts wordt ingegaan op een aantal praktische vraagstukken bij bij het invoeren van marktanalyses. Daarbij wordt de mogelijkheid besproken in de regelgeving sturing te geven aan de bewijsvoering rond de afbakening van geografische markten.


Ernst-Jan Heuten
Drs. E.J. Heuten is als Specialistisch medewerker Toezicht werkzaam bij de directie Telecom Vervoer en Post van de Autoriteit Consument en Markt. Hij coördineert het sectorspecifieke markttoezicht op de luchthavens Schiphol en Eindhoven Airport. In 2017 was hij voorzitter van de werkgroep marktanalyses luchthavens van het Thessaloniki Forum.
Kroniek

Kroniek ondernemingsstrafrecht

Eerste helft 2018

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 3 2018
Auteurs Prof. mr. H.J.B. Sackers (red.), mr. A.A. Feenstra, mr. A.C.M. Klaasse e.a.
Samenvatting


Prof. mr. H.J.B. Sackers (red.)

mr. A.A. Feenstra

mr. A.C.M. Klaasse

prof. dr. R.C.P. Haentjens

mr. dr. I. Koopmans

mr. J. Boonstra-Verhaert

mr. dr. E. Sikkema

mr. A. Verbruggen

mr. dr. drs. B. van de Vorm

mr. dr. J.S. Nan
Artikel

Het Nader rapport bestuurlijke boetestelsels: een stap terug in duidelijkheid?

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 4 2018
Trefwoorden administrative penal law, administrative fines, serious conduct, system of sanctions, harmonisation
Auteurs Mr. dr. Arnt Mein en Mr. dr. drs. Benny van der Vorm
SamenvattingAuteursinformatie

    Recently the Dutch Government has responded to an advise from the advisory body Raad van State concerning the relationship between the administrative and the penal system of sanctions.
    Nowadays administrative sanctions are imposed in the Netherlands for serious offenses, whereas the original intention was to only use these procedures for minor felonies. It is unclear why some offenses are subject to a judicial judgment, while others are dealt with in administrative proceedings. Moreover, it appears that the administrative fines are often significantly higher than fines imposed by a judge. The government feels that harmonisation between the maximum of the administrative and penal fine should be realized. With regard to the choice between administrative and penal law, the government hasn’t found a criterion for deciding which offenses should be subject to a judicial judgment and which can be dealt with in administrative proceedings. The authors argue that the government could have offered more clarity by using the criterion of ‘serious criminal conduct’ as defined in criminal law. Criminal law has to be chosen when there is serious criminal conduct. In other cases it is possible to choose the administrative procedure.


Mr. dr. Arnt Mein
Mr. dr. A.G. Mein is lector bij de faculteit Maatschappij en Recht van de Hogeschool van Amsterdam.

Mr. dr. drs. Benny van der Vorm
Mr. dr. drs. B. van der Vorm is universitair docent Straf(proces)recht en is verbonden aan het Willem Pompe Instituut en het Montaigne Centrum voor Rechtsstaat en Rechtspleging van de Universiteit Utrecht.

    With a Belgian law of June, 18 2018, the principle of the voluntary nature of mediation was affected. A lot of critical comments can be made at this point. The scope of the obligation is not clear. Mandatory mediation raises the threshold to the court and has as effect that many cases are not handled in the most appropriate way. The bar doesn’t support the measure. Research is needed to find out if the new measure is justified.


Tom Wijnant
Tom Wijnant is assistent en doctoraatsonderzoeker aan de UGent. Zijn onderzoek legt de nadruk op de optimalisering van bemiddeling in België, met een focus op de faciliterende rol van de advocatuur.
Artikel

Een bijzondere groep daders: vrouwelijke langgestraften na afloop van de Tweede Wereldoorlog in Nederland

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 3 2018
Trefwoorden female, perpetrators, World War II, empirical study, criminal career
Auteurs Drs. Jantien Stuifbergen MSc
SamenvattingAuteursinformatie

    Early literature on female perpetrators of World War II focused on labelling the accused as deranged psychopaths, thereby distinguishing the group of perpetrators from the vast subdued and ‘normal’ population. While this perception has changed over the past decades, the perception of female perpetrators has remained limited either way, women are denied having a lot of agency when perpetrating crimes in conflict. Similar to the ‘mad Nazi’-theory these narratives imply that female perpetrators are different from ‘ordinary’ women, as their actions collide with notions of ideal femininity. This empirical research has shown that in the case of female perpetrators of World War II in the Netherlands it seems that they can be seen as ordinary women operating in extraordinary circumstances. In this study, a special group of female war criminals is described. Against the background of early post-war imaging of such women and more recent research on female perpetration during wartime, an analysis of Dutch perpetrators who received severe punishments after the War, is made. Based on unique historical data, the criminal career of these women as World War II perpetrators is analysed. The outcomes show that a notable part already had a criminal record before the war and that the perception of who they were and why they acted the way they did needs reconsideration, since they were not psychologically weak and incompetent. They were generally young, unemployed and low educated and they planned and committed their crimes of treasons in order to create better living conditions for themselves. In fact, one can claim that these women are likely to be ordinary people influenced by dispositional and situational factors.


Drs. Jantien Stuifbergen MSc
Drs. J.A.M. Stuifbergen, MSc is programmacoördinator van de Master International Crimes, Conflict and Criminology en promovenda bij de sectie Strafrecht en Criminologie van de Vrije Universiteit Amsterdam,
Boekbespreking

Reserve-onderdelen

Inzichten in de orgaanhandel en een pleidooi voor de vermarkting van orgaandonatie

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 3 2018
Auteurs Dr. Michelle Habets
Auteursinformatie

Dr. Michelle Habets
Dr. M.G.J.L. Habets is medisch-ethicus en onderzoeker bij het Rathenau Instituut.
Uit het veld

De algoritmische waakhond

Datagedreven mededingingstoezicht

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 2-3 2018
Trefwoorden algoritme, detectie, mededinging, datagedreven, toezicht
Auteurs Jan Sviták en Erik Brouwer
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel gaan wij in op de vraag hoe een mededingingsautoriteit datagedreven technieken kan inzetten om effectiever te worden. Machine learning is in de laatste jaren enorm populair geworden, levert vaak snel goede resultaten op en vormt de basis voor succes van vele e-commerce-bedrijven die (bijna) dagelijks machine learning-algoritmes toepassen om de optimale prijzen te bepalen van al hun producten, gegeven historische transacties die concurrenten aanbieden en gelet op de omvang van de eigen voorraad. Machine learning is echter alleen geschikt voor specifieke vraagstukken. Het verschil tussen causaliteit en voorspelkracht speelt daarbij een belangrijke rol. Vaak past een ‘ouderwetse’ statistische analyse beter bij de onderzoeksvraag over oorzaak en gevolg. Voorbeelden van nuttige toepassingen van machine learning-technieken zijn voorspellingsmodellen en verkennende data-analyse, die op nieuwe inzichten kan wijzen of bepaalde gebeurtenissen kan signaleren. Wij bespreken een simpel algoritme toegepast op detectie van veranderingen in prijsdata en laten zien hoe dit tijdrovende handmatige analyses kan vervangen. Een mededingingsautoriteit kan soortgelijke algoritmes als een belangrijke en noodzakelijke aanvulling gebruiken op de ‘ouderwetse’ maar eveneens nuttige statistische analyses voor o.a. opsporing van kartels. De methode is flexibel qua inzet in verschillende markten en toepassingen van diverse aannames over het gedrag van ondernemingen.


Jan Sviták
Dhr. J. Sviták is econometrist bij het Economisch Bureau van de Autoriteit Consument en Markt en extern PhD student aan Tilburg University.

Erik Brouwer
Prof. Dr. E. Brouwer is clusterhoofd big data bij SEO Economisch Onderzoek en bijzondere hoogleraar mededinging en innovatie aan Tilburg University.
Artikel

Access_open De aanval is de beste verdediging

Het indammen van witwaspraktijken in de professionele voetballerij

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 3 2018
Trefwoorden Witwassen, Voetbal, Risicomanagement, 5e Europese anti-witwasrichtlijn, Georganiseerde misdaad
Auteurs Mr. drs. P. Steenwijk en Prof. dr. mr. H. Nelen
SamenvattingAuteursinformatie

    Complexe geldstromen, irrationele prijsvorming van transfers en het ontbreken van gerichte wetgeving maken het betaald voetbal aantrekkelijk voor het witwassen van crimineel geld. Bij de belangrijkste stakeholders is het besef inmiddels doorgedrongen dat het noodzakelijk is de witwasbestrijding binnen de sector serieus aan te pakken. De preventieve toetsing van grote investeerders in clubs door de KNVB en de aanbevelingen van De Nederlandsche Bank aan banken om alert te zijn op witwasrisico’s bij voetbalklanten zijn stappen in de goede richting.
    Voor een effectieve aanpak wordt gepleit voor de invoering van een periodieke integriteitstoetsing van eigenaren en leidinggevenden van betaaldvoetbalorganisaties, in combinatie met een breder screeningsinstrument, zoals is opgenomen in de Wet Bibob.


Mr. drs. P. Steenwijk
Mr. drs. P. Steenwijk is docent risicomanagement aan de Haagse Hogeschool en externe promovendus aan de Universiteit Maastricht.

Prof. dr. mr. H. Nelen
Prof. dr. mr. H. Nelen is hoogleraar criminologie aan de faculteit der rechtsgeleerdheid van de Universiteit Maastricht.

Marc Simon Thomas
Marc A. Simon Thomas is rechtssocioloog/-antropoloog en werkt als universitair docent aan de Universiteit Utrecht, alwaar hij tevens als onderzoeker aan het Montaigne Centrum voor Rechtsstaat en Rechtspleging is verbonden.
Discussie

Access_open Toekomst van arbeid, toekomst van arbeidsrecht

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 2 2018
Trefwoorden Werk 4.0, Arbeidsrecht, Loopbaanrecht, Activering, Sociaal overleg
Auteurs Prof. dr. M. De Vos
SamenvattingAuteursinformatie

    De wereld van werk is in diepe verandering door megatrends in de demografie en sociologie van de beroepsbevolking, in de economische globalisering en in technologische innovatie. ‘Werk 4.0’ fascineert en beroert de geesten. Maar wat betekent de toekomst van werk voor de toekomst van arbeidsrecht? Deze bijdrage herijkt het arbeidsrecht op de schaal van Werk 4.0. Ze argumenteert paradigmaveranderingen die de focus van het arbeidsrecht verschuiven naar activeringsrecht, loopbaanrecht, arbeidskwaliteitsrecht, talentrecht en activiteitsrecht. Ze schetst een verbreding van het arbeidsrecht in een context van transversale talentontwikkeling, alsook een verpersoonlijking van sociale bescherming. Deze bijdrage pleit ook voor nieuw sociaal overleg dat inspeelt op de nieuwe noden die de arbeidsveranderingen teweegbrengen. Ze trekt assen die toelaten om de toekomst van arbeid en arbeidsrecht als een positieve keuze te omarmen.


Prof. dr. M. De Vos
Prof. dr. M. De Vos doceert Belgisch, Europees en internationaal arbeidsrecht aan de Universiteit Gent, de Vrije Universiteit Brussel en Curtin University. Hij is tevens directeur van Itinera Institute (Brussel), waar hij onderzoek verricht over arbeidsmarktbeleid.
Artikel

Access_open Democratische weerbaarheid vanuit radicale openheid

Impliciete religie in extremisme én contra-extremisme

Tijdschrift Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid, Aflevering 1 2018
Trefwoorden extremisme, radicalisering, democratie, impliciete religie
Auteurs Drs. Saskia Tempelman
SamenvattingAuteursinformatie

    This article investigates the role of ‘implicit religion’ in extremism, including those forms that do not explicitly call upon formal religion. Extremist quasi-religious narratives expose an exclusionary logic, which is mirrored by radical ways of thinking about counter-extremism. This unfailingly leads to more polarization. Extremism can only be countered by radical openness. Resilient democracy requires that citizens, politicians and professionals are willing and able to maintain open hearts and minds. Implicit religion can support this. Spiritual counselors and scientists of religion need to support the creation of spiritual narratives and rituals that strengthen democratic resilience.


Drs. Saskia Tempelman
Drs. S.G. Tempelman is strategisch adviseur bij het ministerie van Justitie en Veiligheid, met vijftien jaar ervaring in het contra-extremismebeleid. Voorheen was zij onderzoeker in de politieke theorie op het snijvlak van cultuur, religie, recht en beleid bij de Rijksuniversiteit Leiden. Email: s.g.tempelman@nctv.minjenv.nl.
Toont 1 - 20 van 27 gevonden teksten
« 1
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.