Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 2 artikelen

x
Jaar 2015 x
Artikel

Het werk van de familierechercheur: een bron van stress of een bron van persoonlijke groei?

Tijdschrift PROCES, Aflevering 3 2015
Trefwoorden Familierechercheurs, werkgerelateerde stress, secundaire traumatische stress, secundaire posttraumatische groei
Auteurs Marieke Saan MSc, Lidewij Bollen MSc en Dr. Mr. Maarten Kunst
SamenvattingAuteursinformatie

    Dutch family liaison officers inform and support trauma victims or their relatives. Recent studies suggest that professionals working with trauma victims may develop work-related stress. However, other studies have shown that professionals can also develop personal growth from their experiences with traumatized persons. This study was the first to investigate to what extent Dutch family liaison officers experience work-related stress or personal growth. Results suggest that the majority of the respondents experience no or very low levels of work-related stress. Levels of personal growth appear to be rather low as well, but seem to be more broadly dispersed. These findings suggest that Dutch family liaison officers are able to cope with the potentially negative effects of their work and even experience positive outcomes from working with traumatized persons. In spite of this, many participants provided suggestions for further improvement of their work practices.


Marieke Saan MSc
Marieke Saan MSc is afgestudeerd als forensisch criminoloog aan de Universiteit Leiden. Ten tijde van dit onderzoek was zij werkzaam als junior onderzoeker bij Universiteit Leiden. Thans is zij verbonden als promovendus aan de afdeling Methoden en Statistiek van de faculteit Sociale Wetenschappen aan de Universiteit van Utrecht.

Lidewij Bollen MSc
Lidewij Bollen MSc is afgestudeerd als forensisch criminoloog aan de Universiteit Leiden. Ten tijde van dit onderzoek was zij werkzaam als junior onderzoeker bij Universiteit Leiden. Op dit moment is zij werkzaam als Trainee Overheid bij Newpublic.

Dr. Mr. Maarten Kunst
Dr. mr. Maarten Kunst is universitair hoofddocent aan het instituut voor Strafrecht & Criminologie van de Universiteit Leiden.
Article

Access_open Draagmoederschap naar Belgisch en Nederlands recht

Tijdschrift Family & Law, mei 2015
Auteurs Dr. Liesbet Pluym Ph.D.
Samenvatting

    Zowel in België als in Nederland komt draagmoederschap voor. Deze bijdrage heeft tot doel om de houding van de twee buurlanden ten aanzien van dit controversiële fenomeen te onderzoeken en te vergelijken.
    De wensouders en draagmoeders ervaren meerdere juridische obstakels. Zo blijkt in beide landen de draagmoederschapsovereenkomst niet geldig en evenmin afdwingbaar te zijn. Hoewel in Nederland de mogelijkheid bestaat om het ouderlijk gezag over te dragen van draagmoeder naar wensouders, is het ook daar, net zoals in België, allesbehalve evident om de band tussen kind en wensouders juridisch te verwezenlijken. Noch de oorspronkelijke, noch de adoptieve afstamming is aan het fenomeen aangepast. Vooral voor Nederland is dit vreemd aangezien de Nederlandse wetgeving uitdrukkelijk bepaalt onder welke voorwaarden medisch begeleid draagmoederschap toegelaten is. De wet schept met andere woorden een gezondheidsrechtelijk kader, maar regelt niet de gevolgen van het draagmoederschap. In België is er daarentegen geen enkele wetgeving betreffende draagmoederschap. Dit betekent dat de onaangepaste wetgeving betreffende medisch begeleide voortplanting van toepassing is op draagmoederschap. Over deze toepassing en de gevolgen ervan bestaat evenwel onduidelijkheid. Commercialisering van draagmoederschap leidt ook tot problemen. In Nederland is professionele bemiddeling en het openbaar maken van vraag en aanbod met betrekking tot draagmoederschap strafbaar gesteld. Daarnaast kunnen de omstandigheden van een zaak waarin het kind als het ware verkocht wordt aan de wensouders zowel in België als in Nederland leiden tot andere misdrijven. Gelet op dit alles begeven sommige wensouders zich naar het buitenland om daar beroep te doen op draagmoederschap. Wensen zij terug te keren met het kind naar het land van herkomst, dan leidt dit in beide buurlanden tot internationaalprivaatrechtelijke problemen.
    Door het gebrek aan een algemeen wettelijk kader, is het draagmoederschapsproces in beide landen vaak een calvarietocht. Dit leidt tot rechtsonzekerheid. Oproepen tot een wettelijk ingrijpen bleven tot nu toe echter onbeantwoord.
    Surrogacy is practiced in Belgium and the Netherlands. The aim of this contribution is to compare the many legal aspects of the phenomenon. In both countries legal problems surround surrogacy: the surrogacy contract is unenforceable; it is difficult for the intended parents to become the legal parents; commercial surrogacy can result in criminal sanctions and cross-border surrogacy leads to limping legal relations. The main differences between the two legal systems are that in Belgium there is no regulation at all, while in the Netherlands, professional mediation and advertising in surrogacy are explicitly forbidden and Dutch law provides a limited health law regulation. In both countries scholars have pressed the need for legal change.


Dr. Liesbet Pluym Ph.D.
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.