Zoekresultaat: 107 artikelen

x
Jaar 2018 x

    If a religious organisation relies on an exception to the principle of equal treatment to draft rules that differ according to the religion of the employees, this must be subject to judicial review and will be acceptable only if the religion or belief constitutes a genuine and legitimate occupational requirement, justified by the ethos of the organisation concerned and the application of the exception is proportionate. If there are contrary provisions in national law, these must be disapplied.

Rulings

ECJ 6 November 2018, case C-619/16 (Kreuziger), Paid leave

Sebastian W. Kreuziger – v – Land Berlin, German case

Tijdschrift European Employment Law Cases, Aflevering 4 2018
Trefwoorden Paid leave
Samenvatting

    A worker cannot automatically lose the right to annual leave because s/he did not apply for it. The employer must have informed the employee about the opportunity to take leave adequately and in a timely way, and must be able to prove this has been done.

    A ‘false’ works agreement, which reduces the standard weekly working hours for permanent staff, also applies to leased employees. However, the pay of leased employees remains governed by the applicable collective bargaining agreement, rather than by the ‘false’ works agreement. Therefore, leased (part-time) employees benefitted from the reduced working hours by the ‘false’ works agreement, but received full pay based on the collective bargaining agreement.


Sarah Lurf
Sarah Lurf is an associate with Schima Mayer Starlinger Rechtsanwälte GmbH in Vienna, sms.law.
Pending cases

Case C-404/18, Gender discrimination

Jamina Hakelbracht, Tine Vandenbon, Instituut voor de Gelijkheid van Vrouwen en Mannen – v – WTG Retail BVBA, reference lodged by the Arbeidsrechtbank Antwerpen (Belgium) on 19 June 2018

Tijdschrift European Employment Law Cases, Aflevering 4 2018
Landmark Rulings

ECJ 6 November 2018, case C-684/16 (Max-Planck-Gesellschaft), Paid leave

Max-Planck-Gesellschaft zur Förderung der Wissenschaften e.V. – v – Tetsuji Shimizu, German case

Tijdschrift European Employment Law Cases, Aflevering 4 2018
Trefwoorden Paid leave
Samenvatting

    A worker does not automatically lose the right to annual leave because s/he did not apply for it. The employer must have informed the employee about the opportunity to take the leave adequately and in a timely way, and must be able to prove it. Based on the EU Charter of Fundamental Rights, this applies between individuals as well.

    The Austrian Supreme Court has held that the employer must notify the Employment Service (AMS) when it is contemplating collective redundancies, even if they are carried by mutual agreement. The duty of notification is triggered if the employer proposes a mutual termination agreement to a relevant number of employees, provided the offer is binding and can be accepted by the employees within 30 days. If the employer fails to notify the AMS, any subsequent redundancies (or mutual terminations of employment occurring on the employer’s initiative) are void, even if effected after 30 days.


Andreas Tinhofer
Andreas Tinhofer is a partner at MOSATI Rechtsanwälte, www.mosati.at.

    For workers without a fixed workplace, travelling time between their place of residence and the first customer and travelling time between the last customer and the place of residence constitutes working time.


Dr. Pieter Pecinovsky
Dr. Pieter Pecinovsky is Of Counsel at Van Olmen & Wynant in Brussels www.vow.be, Assistant at Leuven University and Invited Professor at Université Catholique de Louvain.

    The Court of Appeal has confirmed that an expectation that a disabled employee would work long hours was a ‘provision, criterion or practice’ in a disability discrimination claim regarding reasonable adjustments. It also held that, on the facts, the employer’s conduct had caused the employee to resign and this entitled him to claim constructive unfair dismissal.


Tom McEvoy
Tom McEvoy is an Associate Solicitor at Lewis Silkin LLP.
Rulings

ECJ 4 October 2018, case C-12/17 (Dicu), Maternity and parental leave, Paid leave

Tribunalul Botoşani, Ministerul Justiţiei – v – Maria Dicu, Romanian case

Tijdschrift European Employment Law Cases, Aflevering 4 2018
Trefwoorden Maternity and parental leave, Paid leave
Samenvatting

    A period of parental leave does not count within the reference period for the purpose of determining an employee’s right to annual leave under Directive 2003/88/EC.

Rulings

ECJ 6 September 2018, case C-17/17 (Grenville Hampshire), Insolvency

Grenville Hampshire – v – The Board of the Pension Protection Fund, British case

Tijdschrift European Employment Law Cases, Aflevering 4 2018
Trefwoorden Insolvency
Samenvatting

    Each ex-employee of an insolvent employer is individually entitled to at least 50% of the pension that s/he would have enjoyed, had no insolvency taken place.

Rulings

ECJ 7 november 2018, case C-432/17 (O’Brien), Part-time work

Dermod Patrick O’Brien – v – Ministry of Justice, UK case

Tijdschrift European Employment Law Cases, Aflevering 4 2018
Trefwoorden Part-time work
Samenvatting

    Periods of service prior to the deadline for transposing Directive 97/81/EC (amended by Directive 98/23/EC) must be taken into account for the purpose of calculating the retirement pension entitlement.

    The Employment Appeal Tribunal has ruled both non-guaranteed and voluntary overtime should be included in the calculation of holiday pay.


Soren Kristophersen
Soren Kristophersen is a Legal Assistant at Lewis Silkin LLP.
Artikel

Over leven, dood en bewustzijn

Een medisch-filosofische bespiegeling

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 4 2018
Trefwoorden dood, leven, bewustzijn, geneeskunde, medisch
Auteurs Dr. J.W. De Waele
SamenvattingAuteursinformatie

    Beslissen of iemand nog in leven is dan wel dood, is altijd een courante uitdaging binnen de geneeskunde geweest. Sinds de verbeterde reanimatietechnieken en IC-faciliteiten (met mechanische ventilatie) uit de tweede helft van de twintigste eeuw is het mogelijk geworden het leven langer aan te houden, niet tegenstaande het bewustzijn uitblijft. Wat is nu die relatie tussen leven en bewustzijn en hoe kan die ontkoppeld zijn? Wanneer is men hersendood? Wanneer spreekt men van coma, vegetatieve status of minimaal bewuste toestand en wat houdt dat fysiologisch en humaan in? Wat is de prognose in die gevallen? Welke juridische en ethische vraagtekens (denk aan orgaandonatie) brengt dit met zich mee?


Dr. J.W. De Waele
Dr. J.W. De Waele is vrijgevestigd neuroloog, neuropsychiater en pijnspecialist.
Artikel

Het grondrecht op collectief onderhandelen van zelfstandigen versus het Europese mededingingsrecht

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 3 2018
Trefwoorden Mededingingsrecht, Zelfstandige, Cao-exceptie, Vrijheid van vakvereniging, Recht op collectief onderhandelen
Auteurs Mr. R.F. Hoekstra
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel staat centraal dat de beperking van de door het Hof van Justitie geformuleerde ‘cao-exceptie’ op het Europese mededingingsrecht tot ‘werknemers’ en ‘schijnzelfstandigen’ zich moeilijk tot een grondrechtenbenadering lijkt te verhouden. Zelfstandigen met een zwakke arbeidsmarktpositie hebben namelijk evenzeer behoefte aan collectieve middelen om hun arbeidsvoorwaarden te verbeteren en vallen ook onder grondrechtenverdragen. Door een uitgebreide beschouwing van de relevante rechtsinstrumenten van de VN, de IAO en de Raad van Europa en de uitleg die de toezichtorganen hieraan geven blijkt dat het grondrecht op vrijheid van (vak)vereniging, collectief onderhandelen en collectieve actie evenzeer aan deze groep lijkt toe te komen, en een te rigoureuze inperking vanwege het mededingingsrecht niet gerechtvaardigd wordt geacht. De conclusie bevat enkele gedachten over hoe het Europese mededingingsrecht met een grondrechtenbenadering overeenstemming te brengen. Daarbij passeren zowel de recente ontwikkelingen rondom het zelfstandigenvraagstuk in Nederland als initiatieven op Europees niveau de revue.


Mr. R.F. Hoekstra
Mr. R.F. (Robert) Hoekstra is werkzaam als onderzoeker bij de Wiardi Beckman Stichting Den Haag. Daarnaast is hij als promovendus verbonden aan de Vrije Universiteit te Amsterdam. Zijn promotieonderzoek ziet op het snijvlak van cao’s en grondrechten.
Artikel

De katholieke sociale leer over de relatie gelovige/burger, samenleving en seculiere staat

Tijdschrift Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid, Aflevering 3 2018
Trefwoorden kerk-staatverhoudingen, canoniek recht, katholieke sociale leer, Geschiedenis, Staatsleer; Rooms-Katholieke Kerk
Auteurs Mr. dr. Maurice van Stiphout
SamenvattingAuteursinformatie

    In the 19th century in many Western states, the close relationship between Church and State came to an end and the Roman Catholic Church developed into a major and active player on social and educational level in society separate from the State.
    This was due, on the one hand, to the constitutional changes in the Western states from the end of the 18th century, which led to the gradual introduction of the formal principle of separation of Church and State. On the other hand, it was a result of the search for a new position of the Roman Catholic Church in society that also influenced the theological reflection of the Church on society.
    The ecclesiastical reflection on the ideal relationship between Church and State took shape in the course of this process in the Ius Publicum Ecclesiasticum. The ecclesiastical view on the relationship between believers/citizens, society and State simultaneously took shape in Catholic social doctrine, which today still offers a model for modern society. In Catholic social doctrine, the believer/citizen is the connecting element between Church and State in a secular society. The ‘state doctrine’ of the Catholic Church is presented in Catholic social doctrine as an ideal image of the democratic constitutional state in which man is central and forms the central link between Church, society and secular State.


Mr. dr. Maurice van Stiphout
Mr. dr. M. van Stiphout studeerde rechten in Leiden en canoniek recht en theologie in Leuven. Hij promoveerde in de rechtsgeleerdheid in Groningen. Hij is werkzaam bij de Belgische rooms-katholieke kerkprovincie in Brussel (Juridische dienst & Erkende Instantie rooms-katholieke godsdienst). Daarnaast is hij vrijwillig wetenschappelijk medewerker van de faculteit Theologie en Religiewetenschappen van de KU Leuven (afdeling Geschiedenis van Kerk en Theologie).
In Memoriam

In memoriam John Griffiths (1940-2017)

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2018
Auteurs Keebet von Benda-Beckmann en Heleen Weyers
Auteursinformatie

Keebet von Benda-Beckmann
Keebet von Benda-Beckmann studeerde rechten aan de Universiteit van Amsterdam en promoveerde in 1984 in Nijmegen op een proefschrift over geschillenbeslechting in West Sumatra. Zij doceerde rechtssociologie en rechtsantropologie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en was van 2000 tot 2012 samen met Franz von Benda-Beckmann hoofd van de Projectgroep Rechtspluralisme aan het Max Planck Institute for Social Anthropology in Halle, Duitsland. Zij is honorair hoogleraar aan de Martin Luther Universiteit Halle/Wittenberg. Zij deed voorts onderzoek naar sociale zekerheid op Ambon, en leidde een onderzoeksproject naar rechten op water in India en Nepal. Haar laatste empirische onderzoek betrof de gevolgen van het Indonesische decentralisatie beleid voor de verhouding tussen statelijk recht, adatrecht, en Islamitisch recht in West Sumatra.

Heleen Weyers
Heleen Weyers studeerde filosofie en geschiedenis en startte in 1995 haar promotietraject bij John Griffiths. Dat resulteerde in het boek Euthanasie: het proces van rechtsverandering (2002) en een aanstelling als universitair docent bij de Vakgroep Rechtstheorie van de Rijksuniversiteit Groningen. Samen met John (en anderen) schreef/redigeerde ze Euthanasia and Law in the Netherlands (1998) en Euthanasia and Law in Europe (2008) en verzorgde ze de vierde editie van het leerboek De sociale werking van recht. Een kennismaking met de rechtssociologie en rechtsantropologie (2005). Zij heeft zich sedert 2002 niet alleen beziggehouden met de totstandkoming van wetgeving maar ook met de relatie tussen de totstandkoming en de effectiviteit van rechtsregels.
Artikel

Heeft John Griffiths de rechtssociologie verder gebracht?

Een evaluatie van zijn werk vanuit het perspectief van het empirisch-theoretische onderzoeksprogramma

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2018
Trefwoorden P-T-O-scheme, sociology of law, concept of law, empirical research, Karl Popper
Auteurs Albert Klijn en Marnix Croes
SamenvattingAuteursinformatie

    A central ambition that Griffiths expressed rather frequently was to realize progress in the sociology of law by formulating informative theoretical propositions and testing them empirically according to the maxim of the critical-rational metatheoretical program of Karl Popper. Our analysis of Griffiths’s contributions suggests, however, that he actually refrained from following Popper’s path: to put a Problem – formulate a Theory – testing that provisional answer by empirical Observation. Instead, Griffiths focussed mostly on the rigorously clear formulation of concepts accordingly to his strong philosophical inclination.


Albert Klijn
Albert Klijn (1946) studeerde theoretische sociologie en rechtssociologie te Utrecht en Nijmegen (1975). Hij begon zijn onderzoeksloopbaan in 1978 bij het WODC. Zijn eerste onderzoekopdracht was de evaluatie van de door Justitie gesubsidieerde Advokatenkollektieven (De Balie geschetst, 1981). John Griffiths maakte deel uit van de begeleidingscommissie. Sindsdien zijn er professionele en vriendschappelijke contacten gebleven. Zo schreef Griffiths op zijn verzoek een bijdrage aan het themanummer van Justitiële verkenningen ter gelegenheid van het veertigjarige bestaan van de NOVA (JV 1992 nr. 6). Klijn promoveerde bij Griffiths en Wippler op een proefschrift over onderzoek naar de ontwikkelingen in de gesubsidieerde rechtsbijstand in Nederland tussen 1978-1988 (Rechtshulp onderzocht en overdacht, 1991). Hij maakte gedurende de periode 2000-2002 deel uit van het onderzoeksteam dat zich onder leiding van Griffiths bezighield met de regulering van het medisch handelen rondom het stervensproces (MBPSL); zijn aandachtsgebied was de meldingsplicht van de arts.

Marnix Croes
Marnix Croes (1968) studeerde historische en politieke wetenschappen aan de Universiteit van Amsterdam en promoveerde in de sociale wetenschappen aan het Interuniversity Center for Social Science Theory and Methodology (ICS) op een proefschrift over de overlevingskansen van joden in de Nederlandse gemeenten (Gif laten wij niet voortbestaan, 2004). Hij was van 2003-2016 verbonden aan het WODC, waar hij zich in het kader van een onderzoek over de Bruikbare Rechtsorde (2007) intensief met het werk van Griffiths heeft beziggehouden.
Artikel

John Griffiths’ streven naar een theoretisch kader voor de rechtssociologie

Een kritische analyse

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2018
Trefwoorden socio-legal theory, social control, Rules, legal pluralism, Law
Auteurs Roel Pieterman
SamenvattingAuteursinformatie

    This contribution focuses on John Griffiths’ relentless attempt at developing a general theoretical perspective for socio-legal studies. Hence, attention to Griffiths’ important contributions to legal pluralism and the social working of law approach is paid only in passing. Similar to a much earlier assessment, the analysis of Griffiths’ proposal in this contribution is quite critical. Measured against five criteria this author deems important for any socio-legal theoretical framework, the verdict is that Griffiths’ proposal falls short of all of them. The analysis itself focuses primarily on Griffiths’ attempt to redefine the subject for socio-legal studies in terms of social control, the way he uses the concept ‘law’, and his primary focus on rules and rule following. One overall conclusion is that Griffiths remained a legal scholar to a much greater extent than he would have liked.


Roel Pieterman
Roel Pieterman (1953) is hoofddocent rechtssociologie aan Erasmus School of Law. Zijn onderzoeksbelangstelling is vooral gericht op de politiek-juridische omgang met ‘risico’s’. In die lijn schreef hij De voorzorgcultuur (2008) en Gewicht zit niet tussen je oren (2017). Zijn voornaamste onderwijstaak betreft het verzorgen van inleidend onderwijs in de rechtssociologie. In die lijn heeft hij, vooral in de jaren 1990, veel gebruikgemaakt van de door John Griffiths geredigeerde ‘RUG-bundel’. In die periode hield hij zich, evenals John, bezig met onderzoek naar een geschikt theoretisch kader voor de rechtssociologie. Het resultaat daarvan publiceerde hij in 1998 in Recht der Werkelijkheid. In dat tijdschrift discussieerde hij in die periode diverse malen met John over de vraag wat een goede benadering zou zijn.
Artikel

Verdergaan met de sociale-werkingsbenadering

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2018
Trefwoorden Effectiveness of law, social working approach, semi-autonomous social fields, smoking bans, impact assessments
Auteurs Heleen Weyers
SamenvattingAuteursinformatie

    John Griffiths’ social working approach of legislation tries to estimate the direct effects of laws which prescribe certain behavior. The basic idea of the approach is that rule-guided behavior (direct effect) is influenced by the different groups citizens belong to. Griffiths refers to these groups using the concept coined by Sally Moore (1971) ‘semi-autonomous social fields’. Although Griffiths never formulated hypotheses regarding the relation between SASFs and direct effects, the article explores two of them: If the relevant SASFs accept the new norm, direct effects will occur; and if the relevant SASFs are not ‘though’ (and don’t accept the new norm) direct effects will occur. These two hypotheses are related to the results of smoking bans in bars in the Netherlands. The acceptance of the smoking bans in bars is low. The thoughness of the SASFs in bars and their organization differ in time and so did the compliance with the smoking bans. Because this article is not based on research that depart from the hypotheses, further research based on the hypotheses is needed to draw firm conclusions. The article is rounded up with a plea to use Griffiths approach in impact assessments of legislation.


Heleen Weyers
Heleen Weyers studeerde filosofie en geschiedenis en startte in 1995 haar promotietraject bij John Griffiths. Dat resulteerde in het boek Euthanasie: het proces van rechtsverandering (2002) en een aanstelling als universitair docent bij de Vakgroep Rechtstheorie van de Rijksuniversiteit Groningen. Samen met John (en anderen) schreef/redigeerde ze Euthanasia and Law in the Netherlands (1998) en Euthanasia and Law in Europe (2008) en verzorgde ze de vierde editie van het leerboek De sociale werking van recht. Een kennismaking met de rechtssociologie en rechtsantropologie (2005). Zij heeft zich sedert 2002 niet alleen beziggehouden met de totstandkoming van wetgeving, maar ook met de relatie tussen de totstandkoming en de effectiviteit van rechtsregels.
Artikel

De rol van intermediairs in het Nederlandse prostitutiebeleid

Top-down toepassen of bottom-up aanpassen van regels?

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2018
Trefwoorden regulatory intermediaries, Social Working theory, Regulatory Intermediary Target model, prostitution policy
Auteurs Nicolle Zeegers
SamenvattingAuteursinformatie

    Similar to the more current Regulator Intermediary Target (RIT) model, Griffiths’ Social Working (SW) theory points to the relevance of intermediaries for explaining rule following behavior. In this article, the author applies both theories (RIT and SW) concerning the role of intermediaries in rule following to explain developments in Dutch prostitution policy: the non-implementation of the emancipatory, sex workers’ rights based approach, and its replacement by a more repressive policy of closing down sex facilities. The analysis shows that although both theories contain useful starting point for explaining these developments, the SW theory’s special value is its acknowledgement of how regulatory intermediaries operate in a social field with existing social rules and a specific balance of power. Such rules and power relations have put barriers to the implementation of the Dutch prostitution policy as formulated in 1999. As illustrated in the article, the SW- theory offers more tools than the RIT- model for an analysis of how legal rules work in practice.


Nicolle Zeegers
Nicolle Zeegers is universitair docent politicologie bij de vakgroep Transboundary Legal Studies (TLS), Faculteit Rechtsgeleerdheid van de Rijksuniversiteit Groningen. In haar onderzoek richt zij zich op vraagstukken over invloed en macht in de totstandkoming en werking van wetgeving. In augustus 1998 werd zij lid van de vakgroep Rechtstheorie waarvan John Griffiths de voorzitter was. Zij heeft verschillende malen over de sociale-werkingstheorie gepubliceerd (zie Weyers & Stamhuis 2003 en Zeegers, Witteveen & Van Klink 2005).
Toont 1 - 20 van 107 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.