Zoekresultaat: 11 artikelen

x
Jaar 2011 x
Artikel

De subsidiariteitstoets: analyse, ervaringen en aanbevelingen

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2011
Trefwoorden subsidiariteit, Europa, parlementen, ontvankelijkheid
Auteurs Dr. mr. Ph. Kiiver
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage bevat een juridische en empirische analyse van enkele aspecten van de subsidiariteitscontrole van Europese wetsvoorstellen zoals zij door nationale parlementen wordt uitgevoerd. De bijdrage concentreert zich op de ontvankelijkheidscriteria die voor opinies van nationale parlementen gelden en de wetgevingsbeginselen die in deze opinies behandeld kunnen worden, en stelt manieren voor om de strekking van de toets ten gunste van de parlementen lichtelijk uit te breiden zonder daarmee de tekst van de Europese verdragen te schenden.


Dr. mr. Ph. Kiiver
Dr. mr. Ph. Kiiver is universitair hoofddocent Europees en vergelijkend constitutioneel recht aan de Universiteit Maastricht/Montesquieu Instituut Maastricht. philipp.kiiver@maastrichtuniversity.nl
Praktijk

Sanctionering van gedelegeerde regelgeving en de ‘bij of krachtens’-formule

Enkele opmerkingen naar aanleiding van Rb. ’s-Gravenhage 23 februari 2011, LJN BP9769

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2011
Trefwoorden wetgevingstechniek, bestuurlijke boete, handhaving, bestuursrecht, sanctiebepalingen
Auteurs Mr. T.C. Borman
SamenvattingAuteursinformatie

    De bijdrage staat stil bij de uitspraak van de Rechtbank ’s-Gravenhage van 23 februari 2011, LJN BP9769 over de gebrekkige formulering van artikel 51 Meststoffenwet. De casus laat zien dat uiterste precisie is vereist bij het formuleren van bepalingen die de grondslag vormen voor punitieve bestuursrechtelijke sancties. Zeker bij omvangrijke aanpassingswetten kan er gemakkelijk een klein foutje tussendoor slippen. In dit geval een foutje dat € 1,3 miljoen kostte, naast administratieve kosten voor onder andere het herzien en terugbetalen van zesduizend boetebeschikkingen. Ook laat de casus zien dat het in wetsbepalingen die verwijzingen naar andere artikelen bevatten, nauw luistert of alleen wordt verwezen naar die artikelen of ook naar de op die artikelen berustende bepalingen. In dat laatste geval is de geijkte formulering dat wordt verwezen naar ‘het bepaalde bij of krachtens’ de genoemde artikelen.


Mr. T.C. Borman
Mr. T.C. Borman is werkzaam bij de directie Wetgeving van het ministerie van Veiligheid en Justitie. t.c.borman@minvenj.nl
Artikel

Eén jaar Wabo-jurisprudentie

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 4 2011
Trefwoorden Wabo, Jurisprudentie, één jaar, Knelpunten
Auteurs Mr. J.R. van Angeren en Mevr. mr. V.M.Y. van ‘t Lam
SamenvattingAuteursinformatie

    De Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) is op dit moment iets meer dan een jaar in werking. Voor de auteurs vormde dat een reden om terug te blikken op één jaar ‘Wabo’-ervaring. Wat zijn tot nu toe de ervaringen met de Wabo; in het bijzonder wat zijn tot nu toe opvallende of van belang zijnde uitspraken over de Wabo? De conclusie is dat een jaar nadat de Wabo in werking is getreden er veel voorlopige voorzieningen zijn gewezen waarin de Wabo aan de orde is. Veel van die zaken gaan over het overgangsrecht en handhaving. Er zijn weinig uitspraken gewezen over omgevingsvergunningen die zien op verschillende van de in artikel 2.1 en 2.2 Wabo genoemde activiteiten, terwijl de doelstelling van de Wabo nu juist was dergelijke vergunningen mogelijk te maken. Er zijn over diverse onderwerpen uitspraken gewezen waarin bepaalde aspecten – bijvoorbeeld aspecten die voor de inwerkingtreding van de Wabo onduidelijk waren – nader worden uitgelegd. Ook zijn bepaalde in de literatuur genoemde knelpunten van de Wabo in jurisprudentie (al dan niet geheel) opgelost, zoals het belanghebbendebegrip en de vraag wat onder onlosmakelijke samenhang moet worden verstaan. Niet alle in de literatuur gesignaleerde knelpunten over de Wabo zijn in jurisprudentie opgelost, zoals de vraag hoe het begrip project moet worden uitgelegd. De auteurs wachten met spanning af op de contouren van de nieuwe Omgevingswet.


Mr. J.R. van Angeren
Mr. J.R. van Angeren is advocaat en partner bij Stibbe.

Mevr. mr. V.M.Y. van ‘t Lam
Mevr. mr. V.M.Y. van ’t Lam is advocaat bij Stibbe en lid van de redactie van TO.
Artikel

Het Europese recht als hoeder van de onafhankelijkheid van nationale toezichthouders

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 3 2011
Trefwoorden toezicht, politieke onafhankelijkheid, Europees recht, beleidsregels, casusposities
Auteurs Prof. mr. A.T. Ottow en Prof. mr. S.A.C.M. Lavrijssen
SamenvattingAuteursinformatie

    In diverse Europese richtlijnen op het gebied van gereguleerde sectoren zijn waarborgen opgenomen die de onafhankelijkheid van nationale toezichthouders dienen te garanderen. De onafhankelijkheid van deze nationale toezichthouders dient ertoe bij te dragen dat de Europese regels op een consistente en voorspelbare wijze, los van politieke agenda’s en individuele belangen, worden uitgevoerd en concurrentie op de betrokken markten op transparante wijze tot stand komt. In dit artikel zal aan de hand van enkele casusposities uit de Nederlandse, Duitse en Franse praktijk worden geïllustreerd wat het belang van deze Europese onafhankelijkheidswaarborgen is.


Prof. mr. A.T. Ottow
Prof. mr. A.T. Ottow is hoogleraar economisch publiekrecht, Europa instituut, Universiteit Utrecht, lid van het college van OPTA en tevens hoofdredacteur van Tijdschrift voor Toezicht.

Prof. mr. S.A.C.M. Lavrijssen
Prof. mr. S.A.C.M. Lavrijssen is hoogleraar Consument en Energie bij het Centrum voor Energievraagstukken van de Universiteit van Amsterdam.
Casus

Publiekrecht en regulering

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 4 2011
Trefwoorden regulering, wetgevingsbeleid, Integraal Afwegingskader, wetenschap
Auteurs Mr. dr. A.C.M. Meuwese
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage geeft inzicht in de stand van de wetenschap op het terrein van het thema ‘publiekrecht en regulering’ door de recente bundel The Regulatory State: Constitutional Implications te bespreken. De constitutionele problemen veroorzaakt door fragmentatie van regulering gaan verder dan de al langer bekende problemen rond delegatie. Als we echt grip willen houden op regulering, bijvoorbeeld door middel van wetgevingsbeleid, moeten we bereid zijn het verschijnsel diepgaander te analyseren en over onconventionele oplossingen na te denken.


Mr. dr. A.C.M. Meuwese
Mr. dr. A.C.M. Meuwese is universitair hoofddocent bij het departement Publiekrecht, Encyclopedie en Rechtsgeschiedenis van Tilburg Law School. anne.meuwese@uvt.nl
Artikel

Het Europese toezicht op de financiële markten

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 4 2011
Trefwoorden Europese toezichthouders, nationale toezichthouders, financiële instellingen, markttoezicht, financiële markten
Auteurs Prof. mr. A.T. Ottow
SamenvattingAuteursinformatie

    Per 1 januari jl. heeft zich een ingrijpende verandering voorgedaan in het financiële toezichtlandschap. Per die datum zijn de Europese netwerken van nationale toezichthouders omgevormd tot zelfstandige, Europese toezichthouders (de European Financial Supervisors). Hoewel de nationale toezichthouders primair verantwoordelijk blijven voor het toezicht op de financiële instellingen volgens het home country-model, heeft zich een belangrijke verschuiving van enkele toezichttaken van nationaal niveau naar Europees niveau voorgedaan. Een duidelijke tendens naar meer Europeanisering en centralisering is zich aan het voltrekken. Deze trend doet zich niet alleen in de financiële sectoren voor, maar doet tevens opgeld in andere sectoren van het markttoezicht. In dit artikel zal deze nieuwe toezichtarchitectuur voor de financiële sectoren aan de orde komen en de bevoegdheidsverdeling tussen nationale en Europese toezichthouders worden geschetst.


Prof. mr. A.T. Ottow
Prof. mr. A.T. Ottow is hoogleraar economisch publiekrecht aan het Europa Instituut van de Universiteit Utrecht en geassocieerd lid van het college OPTA (Onafhankelijke Post en Telecommunicatie Autoriteit). a.t.ottow@uu.nl
Artikel

Handhavingsautonomie bij de Decentrale Toepassing van het EU-Mededingingsrecht

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 6 2011
Trefwoorden mededingingsrecht, decentrale handhaving, nationale autonomie, sancties, Verordening (EG) nr. 1/2003
Auteurs M.J. Frese LL.M
SamenvattingAuteursinformatie

    Recente ontwikkelingen in de rechtspraak van het Hof van Justitie en van de zijde van de Commissie wijzen erop dat de autonomie van de lidstaten bij de publieke handhaving van de artikelen 101 en 102 VWEU geen rustig goed is. Subsidiariteit en uniformiteit zoeken telkens een nieuwe balans en worden daarbij geholpen door fundamentele rechtsbeginselen. Deze bijdrage analyseert de ‘beschikkingsautonomie’ onder artikel 5 Verordening (EG) nr. 1/2003. De conclusie wordt getrokken dat nationale mededingingsautoriteiten niet rechtstreeks beschikkingsbevoegdheden ontlenen aan deze bepaling. Aangegeven wordt verder op welke wijze tekst, strekking en doelstelling van Verordening (EG) nr. 1/2003 de nationale beschikkingsautonomie bepalen. De consequenties hiervan worden vervolgens vanuit Nederlands perspectief bezien.


M.J. Frese LL.M
M.J. Frese LL.M is promovendus, Amsterdam Centre for European Law and Governance/Amsterdam Center for Law & Economics aan de Universiteit van Amsterdam.
Artikel

Verzet tegen gedoogbeleid: iets typisch rechts?

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 1 2011
Trefwoorden punitive turn, political conservatism, ‘gedoogbeleid’, administrative tolerance
Auteurs Peter Mascini en Dick Houtman
SamenvattingAuteursinformatie

    This article demonstrates on the basis of a representative survey among the Dutch population (N=1,892) that it is not necessarily politically ‘rightist’ or ‘conservative’ to resist the toleration of illegal activities (‘gedoogbeleid’). Even though, generally speaking, political conservatives are most likely to be critical, this is merely because they unconsciously associate the latter with practices of tolerating illegal activities by marginal individuals. Whereas conservatives hence oppose the latter more than political progressives do, the latter for their part are more critical than conservatives about tolerating illegal activities by official agencies. These findings illustrate that gedoogbeleid does not have a universal legitimacy in the eyes of the public, but that its legitimacy is determined case by case by the concrete aims and targets addressed by this policy instrument.


Peter Mascini
Peter Mascini is universitair docent sociologie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Zijn onderzoek richt zich op de legitimiteit, uitvoering en handhaving van publiek beleid. Hierover heeft hij onder andere gepubliceerd in Law and Policy, Regulation and Governance, British Journal of Criminology, International Migration Review en Tijdschrift voor Criminologie.

Dick Houtman
Dick Houtman is als hoogleraar cultuursociologie verbonden aan het Centre for Rotterdam Cultural Sociology (CROCUS) van de Erasmus Universiteit Rotterdam. Hij verricht overwegend onderzoek naar de spiritualisering van religie en de culturalisering van de politiek in hedendaagse westerse samenlevingen. Zijn twee recentste boeken zijn Religions of modernity (2010; red. met Stef Aupers) en Paradoxes of individualization (in druk; met Stef Aupers en Willem de Koster).
Artikel

Een algemene periodieke keuring van de nationale grondrechten

Korte analyse van de grondrechtenparagraaf van de Staatscommissie Grondwet 2009/2010

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 2 2011
Trefwoorden Staatscommissie, Grondwet, grondrechten, mensenrechten, toegevoegde waarde
Auteurs Mr. dr. R. Nehmelman
SamenvattingAuteursinformatie

    De Staatscommissie Grondwet doet in haar rapport enkele prikkelende voorstellen tot het opnemen van nieuwe grondrechtelijke bepalingen. In een korte analyse van de grondrechtenparagraaf staat de auteur kritisch stil bij de specifieke voorstellen die de Staatscommissie over de grondwettelijke grondrechten doet. Geconcludeerd wordt dat een beperkt aantal van deze voorstellen dient te worden nagevolgd. De meerderheid van de voorgestelde vernieuwingen heeft volgens de auteur echter geen toegevoegde waarde ten opzichte van de huidige nationale en internationale grondrechtenbescherming.


Mr. dr. R. Nehmelman
Mr. dr. R. Nehmelman is universitair hoofddocent Staats- en Bestuursrecht aan de Universiteit Utrecht. r.nehmelman@uu.nl
Discussie

Waldron over de wet als archetype en de onzekere status van het folterverbod

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 1 2011
Trefwoorden folterverbod, wet als archetype, scherpe normen
Auteurs Prof. dr. W.J. Witteveen
SamenvattingAuteursinformatie

    Hoe kan een fundamentele rechtsnorm, zoals de norm die foltering en onmenselijke en vernederende behandeling verbiedt, zo worden geformuleerd dat ook folteraars zich eraan houden? Deze bijdrage bespreekt de kritiek van filosoof Waldron op drie Amerikaanse topjuristen die hun vernuft bij het interpreteren van het folterverbod in dienst stelden van de wens van de Amerikaanse regering om vrijheid van handelen te hebben ten opzichte van terreurverdachten. Waldron laat zien dat de wetgevingsstrategie van het preciseren van het folterverbod tot een scherpe norm het gevaar in zich bergt van een beperkte uitleg die de norm ondermijnt. Daartegenover bepleit hij het folterverbod op te vatten als een zowel scherpe als open norm die als een juridisch archetype niet alleen een dworkiniaanse achtergrondbetekenis heeft die interpretaties stuurt, maar ook direct op de voorgrond staat als een dwingende bepaling met een zware morele lading.


Prof. dr. W.J. Witteveen
Prof. dr. W.J. Witteveen is hoogleraar rechtstheorie en retorica aan de Universiteit van Tilburg. W.J.Witteveen@uvt.nl
Artikel

De strafrechtelijke overeenkomst. De rechtsbetrekking met het Openbaar Ministerie op het grensvlak van publiek- en privaatrecht

Proefschrift van mr. J.H. Crijns

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 1 2011
Trefwoorden strafrechtelijke overeenkomst, cosensualiteit, (publiekrechtelijke) rechtsbetrekking, normering, transactiepraktijk
Auteurs Mr. W.B. Gaasbeek en Mr. W. Heemskerk
SamenvattingAuteursinformatie

    Bespreking van het proefschrift van mr. J.H. Crijns.


Mr. W.B. Gaasbeek
Mr. W.B. Gaasbeek is advocaat bij Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn te Den Haag.

Mr. W. Heemskerk
Mr. W. Heemskerk is advocaat bij Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn te Den Haag.
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.