Zoekresultaat: 28 artikelen

x
Jaar 2009 x

C.T. Dekker


    This article describes the development of the Dutch bar, which seems to follow the international trends, the Anglo-Saxon trends in particular. These trends are internationalization, commercialization, organizational professionalization, specialization and differentiation. The Dutch bar nowadays consists of approximately 15.000 advocates, working in approximately 3.800 law firms. Approximately 3.500 advocates work in the Top 30 law firms, whereas the firms consisting of one advocate form the majority of the bar. Particularly during the last decade the bar has grown tremendously due to an increase in demand for specialistic legal service and advice. Due to new developments the client has become more prominent when it comes to determining the quality of the legal service, a phenomenon also known as ‘simultaneity’.


R. van Otterlo
Prof. mr. dr. Rob van Otterlo is als bijzonder hoogleraar organisatie van de juridische dienstverlening verbonden aan de faculteit Rechtsgeleerdheid van de Universiteit van Amsterdam. Hij is tevens werkzaam bij de Nederlandse Orde van Advocaten in Den Haag.
Artikel

De verdrijving van Hulanda

De Sabanen en hun toekomst als BES-eilanders

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 5 2009
Auteurs F. Guadeloupe
SamenvattingAuteursinformatie

    In the ongoing effort to create a post-imperial Dutch Kingdom, one in which colonial categories have no place, preparations are underway to reorganize this transatlantic political entity. The BES islands, Bonaire, Sint Eustatius, and Saba, will be granted the status of overseas municipalities of the Netherlands. Such welcoming efforts by mandarins in The Hague must however be based upon a sound understanding of how the cultural sensibilities of many Caribbean Dutch continue to be impacted by the lingering memories of the colonialism. Throughout the Dutch Caribbean isles, these lingering memories have given rise to Hulanda, a collection of fantastic spectres supposedly representing the benevolent and malevolent mindsets of the European Dutch to whom the future allegedly belongs. By specifically focusing on Saban imaginings of Hulanda, as well as offering modes to exorcize these specific spectres, this essay seeks to contribute to the process of mutual recognition within the Dutch Kingdom.


F. Guadeloupe
Dr. Francio Guadeloupe is verbonden aan de afdeling Culturele Antropologie en Ontwikkelingsstudies van de Faculteit Sociale Wetenschappen van de Radboud Universiteit.
Jurisprudentie

Het beoogd toekomstig mededingingsrechtelijk kader voor de motorvoertuigensector

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 10 2009
Trefwoorden Verordening 1400/2002, verticale overeenkomsten, groepsvrijstelling, motorvoertuigen
Auteurs Mr. M. Kuijper
SamenvattingAuteursinformatie

    De Europese Commissie heeft onlangs een mededeling gepubliceerd met een voorstel voor het toekomstig mededingingsrechtelijk kader voor de motorvoertuigensector. In het voorstel geeft de Commissie aan de in de sector gehanteerde verticale overeenkomsten niet meer te onderwerpen aan een sectorspecifieke groepsvrijstelling, maar de algemene groepsvrijstellingsverordening voor verticale overeenkomsten van toepassing te verklaren (aangevuld met sectorspecifieke richtsnoeren). Als het voorstel wordt doorgezet veranderen er wellicht een aantal kenmerkende factoren van het mededingingsrechtelijk kader die door de huidige sectorspecifieke Groepsvrijstellingsverordening 1400/2002 in het leven zijn geroepen. Dit wordt in dit artikel kort toegelicht.


Mr. M. Kuijper
Mr. M. Kuijper is advocaat bij Boekel De Nerée N.V.
Artikel

Contracteren met consumenten

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 4 2009
Trefwoorden consument, consumentenbescherming, Europa
Auteurs Prof. mr. A.G. Castermans
SamenvattingAuteursinformatie

    De ene consument is de andere niet. Castermans bepleit daarom de nationale rechter de vrijheid te gunnen naar bevind mild of kritisch te bejegenen. Het is de vraag of die vrijheid vanuit Europa is gegund, aangezien het streven daar luidt: harmonisatie. Echter, als de Europese consument niet bestaat, ligt het voor de hand de rechter die vrijheid wel te gunnen, aldus Castermans.


Prof. mr. A.G. Castermans
Prof. mr. A.G. Castermans is hoogleraar burgerlijk recht aan de Universiteit Leiden.
Artikel

Driekwart van de heersende leer over vervaltermijnen is onjuist

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 4 2009
Trefwoorden verval, verjaring, ambtshalve toepassing, stuiting
Auteurs Mr. dr. J.L. Smeehuijzen
SamenvattingAuteursinformatie

    Wat betreft vermogensrechtelijke vervaltermijnen zijn drie van de vier traditionele onderscheidingen tussen verval en verjaring onhoudbaar: (1) vervaltermijnen moeten net zo min als verjaringstermijnen ambtshalve worden toegepast en (2) afstand van verval is niet in mindere mate mogelijk dan afstand van verjaring. (3a) Stuiting van verval is, via een redelijke wetsuitleg of via de beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid, mogelijk als het gaat om vorderingsrechten.Helemaal gelijk zijn vermogensrechtelijke verval- en verjaringstermijnen intussen niet; (3b) voor bevoegdheden of obliegenheiten is de stuitingfiguur in de regel ongeschikt, omdat daar de crediteur zelf zijn recht kan verwezenlijken of zijn obliegenheit kan vervullen.


Mr. dr. J.L. Smeehuijzen
Mr. dr. J.L. Smeehuijzen is universitair docent aan de VU en raadsheer-plaatsvervanger in het Hof Arnhem. Deze bijdrage is grotendeels ontleend aan hoofdstuk 28 van zijn dissertatie De bevrijdende verjaring (VU 2008).

    In een redactioneel artikel geeft de redactie een toelichting op het tijdschriftnummer in kwestie.


Prof. mr. T.R. Ottervanger
Prof. mr. T.R. Ottervanger is advocaat en compagnon by Allen & Overy LLP en deeltijd hoogleraar Europees recht en mededingingsrecht aan de Rijksuniversiteit Leiden.
Artikel

De ontwerp groepsvrijstelling verticale beperkingen – een stap vooruit?

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 5 2009
Trefwoorden verordening inzake verticale overeenkomsten, ontwerp-verordening, verticale beperkingen, toegangsvergoedingen, categoriemanagementovereenkomsten
Auteurs Mr. H.H.P. Lugard en Dr. T. van Dijk
SamenvattingAuteursinformatie

    Na tien jaar in werking te zijn geweest zal de verordening inzake verticale overeenkomsten, Verordening (EG) nr. 2790/1999, op 31 mei 2010 vervallen. De Europese Commissie is op 28 juli van dit jaar een consultatieronde gestart over aanpassingen van de huidige verordening (‘de ontwerp-verordening’) en de daarbij behorende richtsnoeren (‘de ontwerp-richtsnoeren’). In het persbericht bij de consultatieronde stelt de Commissie dat de voorgestelde aanpassingen ‘(…) zijn bedoeld om in te spelen op de recente marktontwikkelingen, met name de versterkte koopkracht van de grote detailhandelaars en de groei van de online verkoop.’ In dit artikel zetten we de belangrijkste door de Commissie voorgestelde aanpassingen op een rij en bespreken we meer in detail een aantal saillante wijzigingsvoorstellen: (1) aanpassingen van de reikwijdte van de vrijstelling, (2) twee ‘nieuwe’ verticale beperkingen, te weten toegangsvergoedingen en categoriemanagementovereenkomsten, (3) nieuwe regels met betrekking tot online distributie en (4) een aangepaste beoordeling van individuele hardekernbeperkingen, in het bijzonder van verticale prijsbinding. De nieuwe verordening zal naar verwachting in juni 2010 in werking treden en van toepassing blijven tot 31 mei 2020.


Mr. H.H.P. Lugard
Mr. H.H.P. Lugard is werkzaam als advocaat en bedrijfsjurist bij Royal Philips Electronics.

Dr. T. van Dijk
Dr. T. van Dijk is werkzaam bij Lexonomics.

Kurt Deketelaere
Secretaris-generaal van de League of European Research Universities (LERU), Buitengewoon Hoogleraar K.U.Leuven en University of Dundee.

Bram Delvaux
Doctoraatsassistent aan het Instituut voor Milieu- en Energierecht (IMER) van de rechtsfaculteit, Collegium Falconis van de K.U.Leuven en het Departement Elektrotechniek − ESAT − ELECTA, Faculteit Ingenieurswetenschappen, K.U. Leuven.

Stefan Tormans
Advocaat (balie Hasselt) en Vrijwillig Wetenschappelijk Medewerker IMER, K.U.Leuven.
Artikel

Het Wetsvoorstel Markt & Overheid

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 10 2009
Trefwoorden mededingingswet, overheid, gedragsregels, concurrentie, staatssteun
Auteurs Mr. R.W. de Vlam
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage bespreekt de auteur het wetsvoorstel tot aanpassing van de Mededingingswet ter invoering van gedragsregels voor overheden wanneer deze zich op de markt begeven (Wetsvoorstel Markt & Overheid). De auteur staat stil bij de voorgeschiedenis en de inhoud van het wetsvoorstel en plaatst daarbij enkele kanttekeningen.


Mr. R.W. de Vlam
Mr. R.W. de Vlam is werkzaam als advocaat bij Loyens & Loeff.

    CEPINA, the Belgian Centre for Arbitration and Mediation recently published special mediation rules for the resolution of IT disputes. The most important rules are discussed. Also the background of this initiative is highlighted.


Mr. Marc Taeymans
Marc Taeymans is jurist en gecertificeerd mediator te Antwerpen. Hij is lid van de Federale Bemiddelingscommisie bij de FOD Justitie en lid van CEPINA. Hij is tevens rechter in handelszaken in de Rechtbank van koophandel te Antwerpen.

Mr. Erik Valgaeren
Erik Valgaeren is advocaat-vennoot bij Stibbe te Brussel gespecialiseerd in ICT-recht.
Case

Opbouw en aansprakelijkheidsregeling in ICT~Office-voorwaarden 2009 kritisch bekeken

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 3 2009
Trefwoorden ICT~Office, ICT~Office-voorwaarden, algemene voorwaarden
Auteurs Mr. T.J. de Graaf
SamenvattingAuteursinformatie

    Auteur heeft een kritische blik geworpen op de nieuwe ICT~Office-voorwaarden, in het bijzonder op de opbouw en de aansprakelijkheidsregeling en meent dat die uit het oogpunt van de leverancier belangrijke verbeteringen bevatten, maar ook beter hadden gekund.


Mr. T.J. de Graaf
Tycho de Graaf is advocaat bij NautaDutilh te Amsterdam en universitair docent aan de Universiteit Leiden.
Artikel

De aanneming van bouwwerken in het ‘Ontwerp Gemeenschappelijk Referentiekader’ en in Nederland: toezicht tijdens de bouw en oplevering van het werk

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 3 2009
Trefwoorden bouw, bouwwerken, ontwerp gemeenschappelijk referentiekader
Auteurs Mw. mr. B.J. Broekema-Engelen en Mr. ir. F.M. van Cassel
SamenvattingAuteursinformatie

    Het artikel spitst zich toe op de aanneming van bouwwerken, meer in het bijzonder op het toezicht tijdens de bouw en oplevering van het werk in de PEL SC en in de diverse nationale (wettelijke en contractuele) regelingen. Auteurs bevelen na bestudering van verschillende regelingen ten slotte aan de Europese regelgeving niet toe te passen.


Mw. mr. B.J. Broekema-Engelen
Mw. mr. B.J. Broekema-Engelen is secretaris verbonden aan de Raad van Arbitrage voor de Bouw.

Mr. ir. F.M. van Cassel
Mr. ir. F.M. van Cassel is secretaris verbonden aan de Raad van Arbitrage voor de Bouw.

    In een redactioneel artikel geeft de redactie een toelichting op het tijdschriftnummer in kwestie.

Jurisprudentie

CD-Contact Data GmbH/Commissie

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 4 2009
Trefwoorden ziekenhuizen, failing firm, IGZ, efficiëntieverweer, publieke belangen
Auteurs Mr. S. Verschuur en Mr. F. Bleker
SamenvattingAuteursinformatie

    In het arrest CD-Contact Data staat de vraag centraal wanneer een distributeur mag worden geacht te hebben ingestemd met het beleid van een leverancier tot beperking van parallelhandel. Als een leverancier stelselmatig probeert parallelhandel uit te bannen, moeten distributeurs terughoudend zijn met het uitwisselen van informatie over parallelhandel in hun gebied. Als de distributeur parallelhandel aan de kaak stelt bij de leverancier, loopt hij het risico een inbreuk te plegen op het kartelverbod. Na dit arrest ligt de drempel hier dus niet hoog.


Mr. S. Verschuur
Mr. S. Verschuur is advocaat bij KienhuisHoving te Enschede.

Mr. F. Bleker
Mr. F. Bleker is advocaat bij KienhuisHoving te Enschede.
Artikel

Richtsnoeren voor de handhavingsprioriteiten van de EG-Commissie bij de toepassing van artikel 82 EG-Verdrag

Een koerswijziging – maar hoe precies is het kompas afgesteld?

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 3 2009
Trefwoorden marktafscherming, efficiëntiewinsten, uitsluitingsstrategieën, voorwaardelijke kortingen, leveringsweigering
Auteurs Mr. L. Gyselen
SamenvattingAuteursinformatie

    In haar Richtsnoeren betreffende handhavingsprioriteiten bij de toepassing van artikel 82 EG-Verdrag kondigt de Commissie een dubbele koerswijzinging aan. Zij neemt zich voor om (a) grondiger te onderzoeken of het vermeend uitsluitingsgedrag van een dominante onderneming het rivaliteitsproces merkbaar zal verstoren en (b) deze onderneming de kans te geven aan te tonen dat haar uitsluitingsgedrag efficiëntiewinsten oplevert die opwegen tegen de verstoring van het rivaliteitsproces.De tweede koerswijziging lijkt de meest ingrijpende omdat zij de evenwichtsoefening van artikel 81 lid 3 EG-Verdrag binnenloodst in artikel 82 EG-Verdrag. Wij betwijfelen echter of deze conceptuele wijziging veel soelaas zal brengen voor dominante ondernemingen, eens de Commissie de diagnose gesteld zal hebben dat hun uitsluitingsgedrag het rivaliteitsproces merkbaar verstoort. Daarom lijkt ons de eerste wijziging van groter praktisch belang. De vraag is echter of het nieuwe kompas van de Commissie precies genoeg is afgesteld om deze behoorlijk in de praktijk om te zetten.


Mr. L. Gyselen
Mr. L Gyselen is vennoot bij Arnold & Porter LLP en advocaat aan de balie van Brussel.
Praktijk

Kroniek Mededingingswet 2008

Mededingingsafspraken, machtsposities en procedures

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 3 2009
Auteurs Mr. C.T. Dekker, Mr. E. Belhadj en Mr. A.M. Hoekstra-Borzymowska
SamenvattingAuteursinformatie

    In het verslagjaar nam de NMa in het kader van de handhaving van de artikelen 6 en 24 Mededingingswet (Mw) zes besluiten, waarbij in totaal 9 miljoen euro aan boetes werd opgelegd. In drie zaken werd geen rapport opgemaakt, maar werd een ander instrument gebruikt om een einde te maken aan een overtreding. Welke instrumenten dat zijn geweest, is niet geheel duidelijk, afgezien van het – voor het eerst – inzetten van het toezeggingsbesluit in één zaak. In een achttal zaken is een onderzoek naar de mogelijke overtredingen van genoemde artikelen stopgezet, omdat er onvoldoende bewijs voor een overtreding was.Opvallend dit jaar is het relatief grote aantal besluiten dat de NMa op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (WOB) heeft moeten nemen. Op deze besluiten wordt hieronder ook kort ingegaan, voor zover ze van specifiek belang zijn voor de mededingingspraktijk.Dit jaar worden voor het eerst in deze kroniek naast de besluiten van de NMa over de toepassing van de Mededingingswet (met uitzondering van die in het kader van het concentratietoezicht) ook de uitspraken van de Rechtbank Rotterdam en het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBB) over deze besluiten besproken. De Rechtbank Rotterdam deed in het verslagjaar uitspraak in 25 zaken in de bouwsector die bij de NMa de versnelde procedure hadden doorlopen. Alleen de opvallende punten uit deze uitspraken worden in deze kroniek besproken.


Mr. C.T. Dekker
Mr. C.T. Dekker is advocaat bij Nysingh.

Mr. E. Belhadj
Mr. E. Belhadj is advocaat bij Nysingh.

Mr. A.M. Hoekstra-Borzymowska
Mr. A.M. Hoekstra-Borzymowska is advocaat bij Nysingh.
Jurisprudentie

‘Goods Revisited’

Nieuwe inzichten in de rechtspraak over het vrij verkeer van goederen

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 4 2009
Auteurs Dr. S.A. de Vries
Auteursinformatie

Dr. S.A. de Vries
Dr. S.A. de Vries is universitair hoofddocent, Europa Instituut, Universiteit Utrecht.
Artikel

De beoordeling van samenwerkingsvormen in de zorg onder artikel 6 Mw

Ketenzorg is geen kartel

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 2 2009
Trefwoorden VWS, ketenzorg, samenwerkingsvormen, mededinging, zorg, art. 6 Mw
Auteurs Mr. drs. B.M.M. Reuder, Dr. G. Tezel en mr. I.W. VerLoren van Themaat
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Ministerie van VWS staat in de zorg zowel meer concurrentie, als meer samenwerking voor, waaronder samenwerking in de vorm van ketenzorg. Dat lijkt op het eerste gezicht paradoxaal. Marktwerking wordt immers vaak geassocieerd met de plicht voor partijen zelfstandig strategische keuzes te maken, terwijl ketenzorg juist vergaande afstemming verlangt. Dit artikel laat zien dat het mededingingsrecht niet in de weg staat aan realisatie van beide beleidsdoelen. Het mededingingsrecht biedt voldoende ruimte voor samenwerkingen die bijdragen aan de zorgdoelen kwaliteit, betaalbaarheid en bereikbaarheid, doch verbiedt afspraken die de marktwerking verder beperken dan noodzakelijk is voor de realisatie van deze doelstellingen.


Mr. drs. B.M.M. Reuder
Mr. drs. B.M.M. Reuder is advocaat bij Houthoff Buruma te Amsterdam.

Dr. G. Tezel
Dr. G. Tezel is principal manager bij PricewaterhouseCoopers Advisory.

mr. I.W. VerLoren van Themaat
Mr. I.W. VerLoren van Themaat is advocaat bij Houthoff Buruma te Amsterdam.
Toont 1 - 20 van 28 gevonden teksten
« 1
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.