Zoekresultaat: 7 artikelen

x
Jaar 2015 x
Artikel

Het Hof van Justitie van Schumacker tot Kieback: indirecte discriminatie van buitenlandse werknemers in de inkomstenbelasting

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 10 2015
Trefwoorden vrij verkeer van werknemers, indirecte discriminatie, Kieback-arrest, inkomstenbelasting, hypotheekrenteaftrek
Auteurs Mr. dr. J.J. van den Broek
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Nederlandse en internationale belastingrecht onderscheidt voor de heffing van inkomstenbelasting ingezeten van niet-ingezeten belastingplichtigen. Niet-ingezeten werknemers hebben in de werkstaat meestal geen recht op fiscale tegemoetkomingen in verband met hun persoonlijke of gezinssituatie, zoals hypotheekrenteaftrek. Hoewel dit op zich gerechtvaardigd is, vormt het volgens het Hof van Justitie onder omstandigheden indirecte discriminatie op grond van nationaliteit. Deze bijdrage bespreekt de hoofdlijnen in de jurisprudentie van het Hof van Justitie op dit terrein, inclusief het Kieback-arrest van 18 juni 2015. De Hoge Raad vraagt in laatstgenoemde zaak of Nederland verplicht is om aan een ingezetene van Duitsland die tijdelijk in Nederland gewerkt heeft en vervolgens naar de Verenigde Staten emigreerde, hypotheekrenteaftrek te verlenen in verband met zijn in Duitsland gelegen woning. De verrassende uitkomst van deze procedure illustreert hoe complex Europees rechtersrecht kan zijn.
    HvJ 18 juni 2015, zaak C-9/14, Staatssecretaris van Financiën/D.G. Kieback, ECLI:EU:C:2015:406


Mr. dr. J.J. van den Broek
Mr. dr. J.J. (Harm) van den Broek is als universitair hoofddocent belastingrecht verbonden aan de Radboud Universiteit
Artikel

De hoogste nationale rechter en de Europese hoven

Naar een systeem van checks-and-balances tússen gerechten?

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 4 2015
Trefwoorden grondrechtenbescherming, rechterlijke dialoog, Hof van Justitie van de Europese Unie, Europees Hof voor de Rechten van de Mens, checks-and-balances
Auteurs Prof. mr. M.A. Loth
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage is gewijd aan de verhoudingen tussen de hoogste nationale rechters, het HvJ EU en het EHRM. Enerzijds behouden diverse hoogste nationale rechters zich de mogelijkheid van het laatste woord voor, zonder daarvan daadwerkelijk gebruik te maken. Anderzijds heeft het HvJ EU de mogelijkheid erkend van lidstaataansprakelijkheid voor een gekwalificeerde schending van het Unierecht als een afbakening van het speelveld, niet als een remedie voor rechtszoekenden. Ook de verhouding tussen het HvJ EU en het EHRM is nog niet uitgekristalliseerd. De gesignaleerde verschuivingen kunnen het beste worden begrepen als onderdeel van een systeem van checks-and-balances tússen de betrokken gerechten.


Prof. mr. M.A. Loth
Prof. mr. M.A. Loth is hoogleraar Privaatrecht aan Tilburg University.
Artikel

Insolventie van de werkgever - bescherming van werknemers zonder geldige verblijfstitel

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5 2015
Trefwoorden Insolventierichtlijn, Loongarantieregeling, derdelanders, werknemersbegrip, Koppelingswet
Auteurs A.P. van der Mei
Samenvatting

    Richtlijn 2008/94/EG inzake de bescherming van werknemers bij insolventie van de werkgever verplicht de EU-lidstaten tot instelling van een waarborgfonds waarop werknemers een beroep kunnen doen indien hun werkgever vanwege insolventie niet aan zijn betalingsverplichtingen kan voldoen. De richtlijn definieert niet, en laat het in beginsel aan de lidstaten te bepalen, wie als werknemer moet worden beschouwd. Betekent dit dat een lidstaat als Nederland het begrip ‘werknemer’ zo mag invullen dat derdelanders zonder geldige verblijfstitel het recht op insolventie-uitkering wordt onthouden? Het antwoord van het Hof van Justitie is dat dat niet mag indien, dergelijke derdelanders voor doeleinden van het gemene arbeidsrecht wel als werknemer worden beschouwd, zoals in Nederland het geval is.
    HvJ 5 november 2014, zaak C-311/13, Tümer/Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, ECLI:EU:C:2014:2237, n.n.g.


A.P. van der Mei
Artikel

Vijf jaar bindend Handvest van de Grondrechten: wat heeft het de rechtzoekende opgeleverd?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 4 2015
Trefwoorden Handvest van de Grondrechten, EVRM, Grondwet, eerlijk proces, persoonlijke levenssfeer
Auteurs Mr. J. Morijn, Mr. A. Pahladsingh en Mr. H. Palm
SamenvattingAuteursinformatie

    Levert het Handvest van de Grondrechten de rechtzoekende iets op? Om dit te beantwoorden analyseren we allereerst welke procesmatige en inhoudelijke voordelen het inroepen van het Handvest kan hebben ten opzichte van andere mensenrechtenbronnen. Daarna kijken we naar de eerste Nederlandse en Luxemburgse praktijk aangaande het recht op een eerlijk proces en het recht op privéleven en gegevensbescherming. Ook brengen we de wisselwerking in kaart tussen de rechterlijke bescherming gebaseerd op het Handvest en het EVRM. Wij concluderen dat er eerste tekenen van meerwaarde van het Handvest zijn voor de rechtszoekende, maar ook mogelijkheden bestaan zijn potentie nog beter te benutten.


Mr. J. Morijn
Mr. J. (John) Morijn is werkzaam bij het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de Vakgroep Europees en economisch recht, Rijksuniversiteit Groningen. De bijdrage aan dit artikel is op persoonlijke titel.

Mr. A. Pahladsingh
Mr. A. (Aniel) Pahladsingh is werkzaam bij de Raad van State. De bijdrage aan dit artikel is op persoonlijke titel.

Mr. H. Palm
Mr. H. (Hanneke) Palm is werkzaam bij het ministerie van Veiligheid en Justitie. De bijdrage aan dit artikel is op persoonlijke titel.
Jurisprudentie

Overheidsmaatregelen onder het mededingingsrecht: de norm van artikel 106 lid 1 jo. 102 VWEU verduidelijkt

HvJ EU 17 juli 2014, zaak C-553/12 P, Europese Commissie/Dimosia Epicheirisi Ilektrismou AE, n.n.g.

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 1 2015
Trefwoorden geprivilegieerde rechten voor publieke onderneming, instandhouding, uitbreiding of versterking van machtspositie, noodzaak van daadwerkelijk misbruik door publieke onderneming voor inbreuk op artikel 106 lid 2 jo. 102 VWEU
Auteurs Steven Verschuur en Lotte van Aanholt
SamenvattingAuteursinformatie

    Bespreking van het arrest van het Hof van Justitie van 17 juli 2014 inzake Commissie/DEI.


Steven Verschuur
Mr. dr. S. Verschuur is advocaat bij Clifford Chance LLP.

Lotte van Aanholt
Mr. L.S. van Aanholt is advocaat bij Clifford Chance LLP.
Artikel

Tien jaar Verordening (EG) nr. 1/2003: een succesverhaal zonder meer?

Enkele bedenkingen bij de decentralisatie van de handhaving door Verordening (EG) nr. 1/2003

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 1 2015
Trefwoorden Verordening (EG) nr. 1/2003, decentralisatie, evaluatie
Auteurs Laura Parret en Gerard van der Wal
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteurs bespreken enkele vernieuwingen van Verordening (EG) nr. 1/2003. In deze bijdrage concentreren zij zich op de decentralisatieaspecten: de invoering van de wettelijke uitzondering en de positie van de rechter enerzijds, en de mechanismen van samenwerking met nationale autoriteiten anderzijds. Bij de bespreking wordt geen exhaustief overzicht nagestreefd maar wordt een stand van zaken opgemaakt in het licht van de zorgen die bij de inwerkingtreding van de verordening werden geuit en de doelstellingen die destijds werden geformuleerd.


Laura Parret
Mr. L.Y.M. Parret is advocaat en partner bij Houthoff Buruma.

Gerard van der Wal
Mr. G. van der Wal is advocaat en partner bij Houthoff Buruma.

Bas Braeken
Mr. Bas Braeken is advocaat bij Maverick Advocaten NV.

Charlotte Eijberts
Mr. Charlotte Eijberts is advocaat bij Maverick Advocaten NV.
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.