Zoekresultaat: 117 artikelen

x
Jaar 2014 x
Artikel

De inhoud van het biedingsbericht: enkele beschouwingen naar aanleiding van CBb 12 september 2014 (Hestya Energy/H.E.S. Beheer)

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 11 2014
Trefwoorden biedingsbericht, openbaar bod, goedkeuringsbesluit, H.E.S. Beheer, informatieverstrekking
Auteurs Mr. M.F. Noome
SamenvattingAuteursinformatie

    Noot bij CBb 12 september 2014 inzake het openbaar bod op H.E.S. Beheer waarin de mogelijkheid besproken wordt voor een belanghebbende om beroep in te stellen tegen het goedkeuringsbesluit van de AFM met betrekking tot het biedingsbericht en de informatie die een biedingsbericht dient te bevatten.


Mr. M.F. Noome
Mr. M.F. Noome is advocaat bij NautaDutilh te Amsterdam.
Praktijk

Crowdfunding, mede mogelijk gemaakt door de wetgever?

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 4 2014
Trefwoorden Crowdfunding, Financieringsmogelijkheden, AFM, DNB, Wft
Auteurs Mr. J.M. van Poelgeest
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel gaat in op het fenomeen crowdfunding en het wettelijk kader. Hierbij wordt ingegaan op de Europese en nationale ontwikkelingen op het gebied van crowdfunding en wordt gekeken naar de mogelijkheden voor de toekomst, waarbij enkele suggesties worden gedaan. Wordt crowdfunding de nieuwe standaard voor financieren?


Mr. J.M. van Poelgeest
Mr. J.M. van Poelgeest is advocaat bij Finnius Advocaten te Amsterdam.
Casus

Tegenstrijdig belang: statuten en reglementen van beursvennootschappen onderzocht

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 4 2014
Trefwoorden Tegenstrijdig belang, Beursvennootschap, Statuten, Reglement, Stemverbod, Corporate Governance Code
Auteurs Prof. mr. A.F.M. Dorresteijn
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt verslag gedaan van een onderzoek naar de regeling van het tegenstrijdig belang van bestuurders en commissarissen in de statuten van beursvennootschappen. Aanleiding is de inwerkingtreding van de Wet bestuur en toezicht op 1 januari 2013 en de veronderstelling dat deze statuten intussen zijn aangepast. Dat blijkt maar ten dele het geval. In meer dan de helft van de onderzochte statuten figureren namelijk nog verouderde, op vertegenwoordiging betrekking hebbende bepalingen inzake het tegenstrijdig belang, soms zelfs in statuten die zijn gewijzigd na 1 januari 2013. De niet aangepaste statuten zijn misleidend als informatiebron over de te volgen handelwijze bij tegenstrijdig belang.
    Een andere bevinding is dat suggesties uit de vakliteratuur voor een adequate statutaire regeling van het tegenstrijdig belang nauwelijks zijn gevolgd.
    Ook de reglementen voor bestuurders en commissarissen van beursvennootschappen zijn onder de loep genomen. De reglementen blijken op het punt van tegenstrijdig belang doorgaans gemodelleerd te zijn naar de Corporate Governance Code. Niettemin bevat een zestal reglementen ook nog verouderde, misleidende bepalingen over het tegenstrijdig belang.


Prof. mr. A.F.M. Dorresteijn
Prof. mr. A.F.M. Dorresteijn is hoogleraar International Company Law aan de Universiteit en Utrecht en is verbonden aan AKD advocaten en notarissen
Artikel

De niet-financiële impact van schadetoebrenging en hoe daaraan tegemoet te komen

Over excuses, actieve schadeafwikkeling en procedurele rechtvaardigheid

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 4 2014
Trefwoorden afwikkelingsproces, impact van schadetoebrenging, beleving van slachtoffer, emotionele bankrekening, communicatie, immateriële behoeften, excuses, procedurele rechtvaardigheid, actieve schadeafwikkeling
Auteurs Prof. mr. A.J. Akkermans en L. Hulst MSc
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt verslag gedaan van een onderzoek dat in opdracht van het Personenschade Instituut van Verzekeraars (PIV) is verricht naar de baten, effectiviteit en methode van het bevorderen door verzekeraars van het aanbieden van excuses aan verkeersslachtoffers. Ingegaan wordt op de niet-financiële impact van schadetoebrenging en wat er voor mogelijkheden zijn om daaraan tegemoet te komen. Daarbij is niet alleen gekeken naar excuses door de veroorzaker van het verkeersongeval, maar ook naar wat verzekeraars zelf kunnen doen aan de omstandigheid dat verkeersslachtoffers door het ongeval en zijn gevolgen ook ‘rood staan op hun emotionele bankrekening’. In een volgende bijdrage zal verslag worden gedaan van door verzekeringsmaatschappijen in het kader van dit onderzoek uitgevoerde pilots.


Prof. mr. A.J. Akkermans
Prof. mr. A.J. Akkermans is hoogleraar privaatrecht aan de Vrije Universiteit Amsterdam en verbonden aan het Amsterdam Centre for Comprehensive Law.

L. Hulst MSc
Mw. mr. L. Hulst MSc is jurist en psycholoog bij de afdeling privaatrecht van de Faculteit Rechtsgeleerdheid van de Vrije Universiteit Amsterdam en verbonden aan het Amsterdam Centre for Comprehensive Law.
Artikel

Het Consultatievoorstel schadevergoeding zorg- en affectieschade: een beschrijving

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 4 2014
Trefwoorden Consultatievoorstel schadevergoeding zorg- en affectieschade, affectieschade, vorderingsrecht van naasten en nabestaanden, vergoeding, zorgschade
Auteurs Mr. dr. R. Rijnhout
SamenvattingAuteursinformatie

    De wetgever is voornemens om vier veranderingen aan te brengen in het schadevergoedingsrecht, zo blijkt uit het Consultatievoorstel schadevergoeding zorg- en affectieschade. Eén daarvan heeft betrekking op de overgang van het recht op vergoeding voor immateriële schade (art. 6:106 BW), de andere drie veranderingen raken direct het vorderingsrecht van naasten en nabestaanden. Deze bijdrage geeft een beschrijving van het voorstel en vormt een inleiding op de bijdragen van Van, Blok en Van Schoonhoven (commissie Wetgeving van de Vereniging van Advocaten voor Slachtoffers van Personenschade) en van Kremer (directeur Stichting Personenschade Instituut van Verzekeraars) in dit nummer.


Mr. dr. R. Rijnhout
Mr. dr. R. Rijnhout is als universitair docent verbonden aan het Utrecht Centre for Accountability and Liability Law van de Universiteit Utrecht.
Artikel

Het geheim van de smid

De Wbp en het recht op inzage in en afschrift van stukken tijdens het medisch beoordelingstraject bij personenschades: waar staan we inmiddels?

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 4 2014
Trefwoorden Wbp, medisch beoordelingstraject, recht op inzage, persoonsgegevens, personenschade
Auteurs Mr. ir. J.P.M. Simons
SamenvattingAuteursinformatie

    Al geruime tijd staat binnen de letselschadebranche ter discussie in hoeverre benadeelden met een beroep op artikel 35 Wbp inzage in en afschrift van documenten kunnen krijgen van (de verzekeraar van) de aansprakelijke partij, wanneer daarin persoonsgegevens zijn verwerkt. In het bijzonder speelt daarbij de vraag of benadeelden tevens recht hebben op inzage in en afschrift van (1) interne notities die in het kader van de afwikkeling van personenschades door medewerkers van verzekeraars en andere aan de zijde van verzekeraars bij de afwikkeling betrokken personen zijn opgesteld en (2) adviezen van de medisch adviseur(s) van verzekeraars. Hoewel hierover inmiddels de nodige jurisprudentie is verschenen, bestaat er op dit gebied nog steeds onduidelijkheid en vormen deze vragen nog regelmatig voer voor discussie.


Mr. ir. J.P.M. Simons
Mr. ir. J.P.M. Simons is advocaat bij Leijnse Artz te Rotterdam.
Artikel

De nieuwe Algemene Groepsvrijstellingsverordening

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 10 2014
Trefwoorden Vrijstelling, Groepsvrijstellingsverordening, Notificatie, AGV, Machtigingsverordening
Auteurs Mr. dr. Nienke Saanen
SamenvattingAuteursinformatie

    De nieuwe Algemene Groepsvrijstellingsverordening, die op 1 juli 2014 in werking is getreden, bevat een forse uitbreiding van de categorieën steunmaatregelen die niet door de Europese Commissie hoeven te worden goedgekeurd voordat ze ten uitvoer mogen worden gelegd. In dit artikel worden de nieuwe categorieën kort besproken en wordt stilgestaan bij de betekenis van deze nieuwe verordening voor de Europese Commissie, de lidstaten en de nationale rechters.
    Algemene Groepsvrijstellingsverordening (Verordening (EU) 651/2014, Pb. EU 2014, L 187/1)


Mr. dr. Nienke Saanen
Mr. dr. N. (Nienke) Saanen is als universitair docent verbonden aan de TU Delft, faculteit TBM, sectie Policy, Organisation, Law and Gaming (POLG).
Artikel

Recht op toegang tot een advocaat in het strafproces.

Enkele gedachten naar aanleiding van de implementatie van Richtlijn 2013/48/EU.

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 10 2014
Trefwoorden Richtlijn 2013/48/EU, recht op toegang tot een raadsman, Salduz
Auteurs Prof. mr. Jan Boksem
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 22 oktober 2013 werd Richtlijn 2013/48/EU (hierna: de Richtlijn) vastgesteld. Deze Richtlijn bevat onder meer minimumvoorschriften betreffende het recht van de verdachte op toegang tot een advocaat in strafprocedures. De advocaat moet op zijn beurt de fundamentele aspecten van de verdediging onverkort kunnen waarborgen. De Richtlijn dient uiterlijk op 27 november 2016 in de nationale wetgeving te zijn geïmplementeerd. In deze bijdrage wordt stilgestaan bij de (mogelijke) gevolgen van de implementatie van de Richtlijn voor de Nederlandse rechtsorde.
    Richtlijn 2013/48/EU van het Europees Parlement en de Raad van 22 oktober 2013 betreffende het recht op toegang tot een advocaat in strafprocedures en in procedures ter uitvoering van een Europees aanhoudingsbevel en het recht om een derde op de hoogte te laten brengen vanaf de vrijheidsbeneming en om met derden en consulaire autoriteiten te communiceren tijdens de vrijheidsbeneming, Pb. EU 2013, L 294.


Prof. mr. Jan Boksem
Prof. mr. J. (Jan) Boksem is werkzaam als bijzonder hoogleraar verdediging in strafzaken bij Maastricht University en is tevens advocaat bij Anker & Anker Strafrechtadvocaten te Leeuwarden.
Artikel

Tussen ‘gele kaart’ en omzettingswetgeving

De veranderde rol van het Nederlandse parlement in Europa

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2014
Auteurs Prof. dr. B. Steunenberg
SamenvattingAuteursinformatie

    Wat is de invloed van de aanzwellende stroom van Europese wetgeving op het functioneren van het Nederlandse parlement? In deze bijdrage wordt ingegaan op die veranderingen aan de hand van verschillende rollen die ons nationale parlement kan hebben in het bredere Europese beleidsproces. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen de rol van ‘lobbyist’ en ‘netwerker’, ‘waakhond’ en, ten slotte, ‘beleidsregisseur’. Die rollen worden verder verkend waarbij opvalt dat in de afgelopen jaren het parlement meer aandacht is gaan besteden aan ex-ante vormen van politieke controle. Dat is positief omdat daarmee Europese beleidsvoorstellen ook in het Nederlandse debat aandacht krijgen. Tegelijkertijd krijgen door de verschuiving vraagstukken rondom de uitvoering van Europees beleid minder aandacht. Dat zou kunnen worden versterkt omdat ontoereikend beleid een overtuigend argument oplevert om, met andere lidstaten, Europa tot verandering te verleiden.


Prof. dr. B. Steunenberg
Prof. dr. B. Steunenberg is hoogleraar bestuurskunde aan de Universiteit Leiden. Hij doceert en publiceert over de Europese besluitvorming en de wijze waarop Europees beleid door de lidstaten wordt omgezet en uitgevoerd. Voor meer informatie zie <http://campusdenhaag.leiden.edu/publicadministration/organisation/faculty-staff/steunenberg.html>.
Artikel

Cessie als instrument ter afwikkeling van massaschadezaken: in strijd met de openbare orde en goede zeden?

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 12 2014
Trefwoorden collectief verhaal, cessie, openbare orde en goede zeden, proceskostenrisico, proceskostenzekerheid
Auteurs Mr. I. Tillema
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Landgericht Düsseldorf heeft onlangs in een kartelschadezaak een halt toegeroepen aan de cessie ter bundeling van massaschadeclaims. In het licht van enkele vergelijkbare, nog lopende procedures in Nederland en tegen de achtergrond van de nationale en Europese ontwikkelingen op het gebied van collectief verhaal staat de auteur stil bij de vraag of de Nederlandse rechter tot eenzelfde conclusie zou komen als de Duitse rechter.


Mr. I. Tillema
Mr. I. Tillema is promovenda aan de Erasmus School of Law van de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Artikel

Het csqn-verband in het financiële aansprakelijkheidsrecht

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 12 2014
Trefwoorden causaal verband, prospectusaansprakelijkheid, effectenlease, zorgplicht, massaschade
Auteurs Mr. J. de Bie Leuveling Tjeenk
SamenvattingAuteursinformatie

    De Hoge Raad heeft voor massaschadegevallen als prospectusaansprakelijkheid en effectenlease het uitgangspunt van de aanwezigheid van het csqn-verband geformuleerd. In individuele geschillen bestaat geen behoefte om te werken met dat ‘uitgangspunt’, maar is wel sprake van een wisselwerking tussen de eisen die aan de zorgplicht worden gesteld en het aannemen van csqn-verband.


Mr. J. de Bie Leuveling Tjeenk
Mr. J. de Bie Leuveling Tjeenk is advocaat bij De Brauw Blackstone Westbroek te Amsterdam en redacteur van MvV.
Jurisprudentie

De Hoge Raad in civiele zaken uit het Caribische deel van het Koninkrijk

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 4 2014
Auteurs Dr. H.J. van Kooten en Dr. G.C.C. Lewin

Dr. H.J. van Kooten

Dr. G.C.C. Lewin
Artikel

Eenzijdige openbaarmaking van informatie: waar ligt de grens?

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 6 2014
Trefwoorden Eenzijdige openbaarmaking marktgedrag, Doelbeperking, Besloten marktgedrag/niet besloten marktgedrag, Cheap talk, o.a.f.g./onderling afgestemde feitelijke gedraging
Auteurs Onno Brouwer en Lorenzo Coppi
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage bespreekt aan de hand van een aantal recente zaken, waaronder begrepen het toezeggingsbesluit van ACM inzake mobiele netwerkoperatoren, de vraag op basis van welke criteria een eenzijdige openbaarmaking van informatie op mededingingsbezwaren kan stuiten in een context waarin geen sprake is van ‘uitwisseling’ van informatie of een hardcore kartel. Autoriteiten lijken soms snel eenzijdige openbaarmakingen aan te merken als een doelbeperking. De auteurs pleiten zowel op basis van economische als juridische gronden voor een meer gebalanceerd analysekader: alleen gedrag dat op basis van voldoende algemeen erkende ervaring kan worden verondersteld de concurrentie te schaden, kan worden aangemerkt als een doelinbreuk. In veel gevallen zijn eenzijdige mededelingen omtrent marktgedrag concurrentiebevorderend of niet dusdanig concurrentiebeperkend dat zij zouden moeten worden gekwalificeerd als een doelinbreuk.


Onno Brouwer
Onno W. Brouwer is partner bij Freshfields Bruckhaus Deringer LLP Brussel/Amsterdam.

Lorenzo Coppi
Lorenzo Coppi is Executive Vice President bij CompassLexecon.
Artikel

Het nieuwe regime voor overeenkomsten inzake technologieoverdracht

Een bespreking van de belangrijkste wijzigingen en enkele kanttekeningen

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 6 2014
Trefwoorden GVTO, TTBER, Technologieoverdracht, Niet-aanvechtingsclausule, Grant-back
Auteurs Mr. Bart de Rijke en Mr. Roos van der Poel
SamenvattingAuteursinformatie

    Het van kracht worden van de nieuwe groepsvrijstellingsverordening voor overeenkomsten inzake technologieoverdracht (GVTO) en de bijbehorende Richtsnoeren heeft praktische implicaties voor gebruikelijke licentievoorwaarden. De belangrijkste inhoudelijke wijzigingen ten opzichte van het oude regime zien op het toepassingsbereik van de GVTO, de (on)mogelijkheid passieve verkopen te beperken ter bescherming van startende licentienemers, grant-back verplichtingen en niet-aanvechtings- en beëindigingsbedingen. De Richtsnoeren bevatten voorts uitgebreide vingerwijzingen over technologiepools en schikkingsovereenkomsten. Op papier gaat de licentienemer erop vooruit, maar in hoeverre de doorgevoerde wijzigingen in de praktijk zijn te handhaven valt nog te bezien.


Mr. Bart de Rijke
Mr. B. de Rijke is advocaat bij De Brauw Blackstone Westbroek N.V.

Mr. Roos van der Poel
Mr. R.M.A. van der Poel is advocaat bij De Brauw Blackstone Westbroek N.V.
Artikel

MiFID II, een complex product

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 9 2014
Trefwoorden MiFID II, MiFIR, beleggingsondernemingen, handelsplatformen
Auteurs Mr. drs. Erwin Schreuder
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 12 juni 2014 zijn de herziene Richtlijn voor Markten in Financiële Instrumenten (MiFID II) en de Verordening voor Markten in Financiële Instrumenten (MiFIR) gepubliceerd. MiFID II en MiFIR zijn de gezamenlijke opvolger van MiFID I. De regelgeving is relevant voor beleggingsondernemingen (zoals effectenbemiddelaars en vermogensbeheerders) en exploitanten van handelsplatformen voor financiële instrumenten. Vergeleken met MiFID I gelden er veel nieuwe regels, waaronder transparantievereisten bij beurshandel en nieuwe gedragsregels voor beleggingsondernemingen. Tevens worden voorheen ongereguleerde activiteiten onder toezicht geplaatst. De uitdaging voor marktpartijen om per uiterlijk januari 2017 te voldoen aan de nieuwe regels is groot, mede vanwege vele rule-based normen.
    Richtlijn 2014/65/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 betreffende markten voor financiële instrumenten en tot wijziging van Richtlijn 2002/92/EG en Richtlijn 2011/61/EU, Pb. EU 2014, L 173/34.


Mr. drs. Erwin Schreuder
Mr. drs. E.R. (Erwin) Schreuder is advocaat bij de Financial Markets and Services Group van Clifford Chance LLP (Amsterdam)
Artikel

De modernisering voorbij: de mededingingsbeperking in het kartelverbod en in het staatssteunverbod

Een aanzet voor een vergelijkende studie

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 9 2014
Trefwoorden Modernisering, Mededingingsbeperking, Kartelverbod, Staatssteun, Economische benadering
Auteurs Dr. Laura Parret
SamenvattingAuteursinformatie

    Zowel de mededingingsregels als de staatssteunregels hebben de afgelopen jaren een zogenoemde modernisering ondergaan. De meest recente modernisering, die van de staatssteunregels, vond inspiratie in de eerdere modernisering van de mededingingsregels. Beide hebben minstens één gemeenschappelijk kenmerk: de invoering van een meer economische benadering. Aanleiding genoeg om stil te staan bij het verband tussen beide onderdelen van het brede mededingingsrecht. Deze bijdrage doet dat aan de hand van het aan de artikelen 101 en 107 VWEU gemeenschappelijke begrip ‘mededingingsbeperking’ en de impact van de modernisering daarop. Zullen de respectievelijke moderniseringen het kartelverbod en het staatssteunverbod dichter bij elkaar brengen of juist niet?
    Artikel 101 en 107 VWEU


Dr. Laura Parret
Dr. L.Y.M. (Laura) Parret is advocaat bij Houthoff Buruma te Brussel.
Artikel

Het Hof van Justitie in Kamino-Datema: horen in bezwaar onder voorwaarden gesanctioneerd

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 9 2014
Trefwoorden rechten van de verdediging, hoorplicht, gevolgen schending hoorplicht, douanerecht
Auteurs Mr. Anoeska Buijze
SamenvattingAuteursinformatie

    Met zijn uitspraak van 3 juli 2014 verduidelijkt het Hof van Justitie de betekenis van de rechten van de verdediging voor het Nederlandse bestuursrecht, meer in het bijzonder voor het douanerecht. Voor de douane lijkt de uitkomst positief: het horen van belanghebbenden tijdens de bezwaarprocedure is onder voorwaarden voldoende om aan de rechten van de verdediging tegemoet te komen. Afdeling 4.1.2 van de Awb blijft nog even in het beklaagdenbankje: de ruime uitzondering op de hoorplicht uit artikel 4:12 Awb lijkt niet altijd houdbaar en het Hof van Justitie wijst de rechtvaardiging van de Nederlandse regering expliciet af.
    HvJ EU 3 juli 2014, gevoegde zaken C-129/13, Kamino en C-130/13, Datema, ECLI:EU:C:2014:2041


Mr. Anoeska Buijze
Mr. A.W.G.J. (Anoeska) Buijze is postdoctoraal onderzoeker bij het Utrecht Centre for Regulation and Enforcement in Europe en het Utrecht Centre for Water, Oceans and Sustainbility Law.
Artikel

De nieuwe arbitragewet bezien vanuit het perspectief van de gewone rechter

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 4 2014
Trefwoorden arbitragewet, arbiters, arbitraal vonnis, vernietiging, remission
Auteurs Mr. I.P.M. van den Nieuwendijk
SamenvattingAuteursinformatie

    De nieuwe arbitragewet treedt op 1 januari 2015 in werking. Er wordt een overzicht gegeven van de belangrijkste wijzigingen van de arbitragewet vanuit het perspectief van de gewone rechter. Naast de afbakening van de bevoegdheid van de gewone rechter in verband met het bestaan van een geldige arbitrageovereenkomst, heeft de gewone rechter een assisterende rol en een controlerende rol ten aanzien van arbitrage. Aan de orde komen onder andere de plaatsing van het arbitraal beding in algemene voorwaarden op de zwarte lijst, de institutionele wraking, de tenuitvoerlegging en vernietiging van een arbitraal vonnis, de mogelijkheid tot terugverwijzing naar het scheidsgerecht en het overgangsrecht.


Mr. I.P.M. van den Nieuwendijk
Mw. mr. I.P.M. van den Nieuwendijk is advocaat bij Houthoff Buruma te Rotterdam.

    Aanwijzing; feitelijke non-actiefstelling; onrechtmatig

Artikel

Access_open De problematie van strafbaarheid van hulp bij zelfdoding door een niet-medicus

De zaak Heringa en de maatschappelijke roep om zelfbeschikking

Tijdschrift Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid, Aflevering 3 2014
Trefwoorden Wet toetsing levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding (2001), Hulp bij zelfdoding door een niet-arts, Zelfbeschikking, Zaak Heringa
Auteurs Mr. Marjolein Rikmenspoel
SamenvattingAuteursinformatie

    Recently there’s a lot of debate within the Netherlands about the criminality of assistance by someone who’s not a doctor towards the death of a loved one. In the Heringa lawsuit a son has helped his (step)mother who wished to no longer live (considered her life to be ‘completed’) to die at an age of 99. The helper non-doctor risks criminal pursuit and punishment. The central argument of the lobby to establish a more humane approach towards the persevered need is personal autonomy. This article aims to clarify the debate and to stimulate another way of thinking towards the situation of, mostly, elderly who want to decide and act independently regarding their death.


Mr. Marjolein Rikmenspoel
Mr. M.J.H.T. Rikmenspoel MA is geestelijk verzorger, auteur van twee boeken over spirituele intelligentie en publiciste.
Toont 1 - 20 van 117 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.