Zoekresultaat: 117 artikelen

x
Jaar 2016 x
Column

De tenlastelegging

Tijdschrift PROCES, Aflevering 6 2016
Auteurs Mr. Rob van Noort
Auteursinformatie

Mr. Rob van Noort
Mr. Rob van Noort is officier van justitie bij het arrondissementsparket Den Haag. Hij is tevens redacteur van PROCES.
Jurisprudentie

Perikelen rondom de invoering van het (verzwakte) structuurregime

Ondernemingskamer 1 juli 2016, ECLI:NL:GHAMS:2016:2766, JAR 2016/210 (OR/Thomas Cook Nederland)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 3 2016
Trefwoorden Structuurregime, adviesrecht ondernemingsraad, samenstelling RvC
Auteurs Mr. dr. Joost Van Mierlo
SamenvattingAuteursinformatie

    Vlak voordat Thomas Cook Nederland verplicht is het structuurregime in te voeren, besluit zij dat uitsluitend concernfunctionarissen voor benoeming tot commissaris in aanmerking komen. Hiermee komt niet alleen een onafhankelijke opstelling van de raad van commissarissen in het gedrang, ook vormt dat een ernstige aantasting van het wettelijk aanbevelingsrecht van de ondernemingsraad. Voor de Ondernemingskamer is dit voldoende om te spreken van een voorgenomen besluit tot een belangrijke wijziging van de verdeling van de bevoegdheden (artikel 25 lid 1 en onder e WOR).


Mr. dr. Joost Van Mierlo
Mr. dr. J.J.M. van Mierlo is als partner verbonden aan de sectie Medezeggenschapsrecht van De voort Advocaten / Mediators in Tilburg.
Jurisprudentie

Overgang van wettelijke verplichtingen – het Hof van Justitie van de EU treedt wederom buiten contractuele grenzen

HvJ EU 28 januari 2015, C-688/13, ECLI:EU:C:2015:46, JAR 2015/279 (Gimnasio Deportivo San Andrés SL/Tesorería General de la Seguridad Social)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 3 2016
Trefwoorden overgang van onderneming, sociale zekerheid, rechten en verplichtingen uit de arbeidsovereenkomst, rechten van derden
Auteurs Prof. mr. Ronald Beltzer
SamenvattingAuteursinformatie

    Richtlijn 2001/23 inzake de overgang van ondernemingen ziet blijkens het in deze bijdrage besproken arrest evenzeer op de overgang van aan de arbeidsovereenkomst gerelateerde, wettelijke socialezekerheidsrechten. Slechts buitenwettelijke rechten inzake sociale zekerheid mogen door de lidstaten worden uitgezonderd van overgang (artikel 3 lid 4 onder a). De reikwijdte van deze uitzondering is beperkt. Het staat lidstaten vrij een ruimere bescherming te bieden. De auteur stelt de vraag of de uitspraak gevolgen heeft voor andere arbeidsgerelateerde rechten en analyseert de in dit arrest impliciet aanvaarde derdenwerking.


Prof. mr. Ronald Beltzer
Prof. mr. R. Beltzer is hoogleraar Arbeid en Onderneming aan de Universiteit van Amsterdam.
Artikel

De Aanvullingswet grondeigendom Omgevingswet: verbetering of niet?

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 6 2016
Trefwoorden Omgevingswet, grondeigendom, onteigening, herverkaveling
Auteurs Mr. J.R. (Jurgen) Vermeulen
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage beschrijft en bespreekt de auteur de consultatieversie van de Aanvullingswet grondeigendom Omgevingswet. Het artikel bevat een schets en een beoordeling van de instrumenten in de Aanvullingswet.


Mr. J.R. (Jurgen) Vermeulen
Mr. J.R. Vermeulen is advocaat en partner bij Ten Holter Noordam advocaten te Rotterdam.
Artikel

De Omgevingswet: waterbestendig of waterdoorlatend?

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 6 2016
Trefwoorden Omgevingswet, Waterwet
Auteurs Mr. ir. M.J. (Ina) Kraak en Mr. W.J. (Willem) Wensink
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage bespreken en beoordelen de auteurs de Omgevingswet – met een doorkijkje naar de wet- en regelgeving die nog volgt – vanuit het perspectief van het waterbeheer en de positie van de waterbeheerder. De huidige Waterwet, die nu in belangrijke mate het referentiekader is voor de waterbeheerder, vormt daarbij een belangrijke toetssteen.


Mr. ir. M.J. (Ina) Kraak
Mr. ir. M.J. Kraak werkt als beleidsadviseur bestuurlijk juridische zaken bij de Unie van Waterschappen.

Mr. W.J. (Willem) Wensink
Mr. W.J. Wensink is als coördinator bestuurlijk juridische zaken werkzaam bij de Unie van Waterschappen.
Artikel

Een extra termijn van de Brzo-omgevingsdiensten voor het indienen van het VR: gunst of niet?

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 4 2016
Trefwoorden strafrecht, handhaving, vertrouwensbeginsel, Besluit risico’s zware ongevallen (Brzo), Gedogen
Auteurs Mr. B. d’Hooghe en mr. C.J. IJdema
SamenvattingAuteursinformatie

    Bedrijven die onder het zwaarste regime van het nieuwe Besluit risico’s zware ongevallen 2015 (hierna Brzo 2015) vallen, hadden vóór 1 juni 2016 een veiligheidsrapport moeten indienen dat aan de eisen van het Brzo 2015 voldoet. Dat was in de praktijk problematisch omdat inwerkingtreding van de Regeling risico’s zware ongevallen 2015 lang op zich heeft laten wachten en de PGS 6-richtlijn nog niet definitief is aangepast. Om die reden hebben de Brzo-omgevingsdiensten aan bestaande inrichtingen laten weten dat een ‘begunstigingstermijn’ zal worden geboden tot en met 1 januari 2017 om te voldoen aan het Brzo 2015. Wij hebben onderzocht of Brzo-bedrijven op basis van de brief inderdaad langer de tijd mochten nemen om een nieuw veiligheidsrapport in te dienen, of dat zij daardoor op het verkeerde been zijn gezet.


Mr. B. d’Hooghe
Mr. B. d’Hooghe en mr. C.J. IJdema zijn advocaat bij Adriaanse van der Weel advocaten.

mr. C.J. IJdema
Artikel

De procespositie van de rechtspersoon in het (milieu)strafrechtelijk vooronderzoek

Enkele opmerkingen uit de losse pols

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 4 2016
Trefwoorden vooronderzoek, zwijgrecht, rechtspersoon, procespositie, daderschap rechtspersoon
Auteurs Mr. dr. L.E.M. Hendriks
SamenvattingAuteursinformatie

    Het is tijd voor bezinning op de procespositie van de rechtspersoon in het vooronderzoek en op de wijze waarop daar in de praktijk mee wordt omgegaan. De keuzes die een natuurlijk persoon kan maken ter bepaling van zijn proceshouding in het vooronderzoek, blijken in de praktijk niet of nauwelijks voorhanden voor de rechtspersoon. Een goede rechtvaardiging daarvoor is – met in het achterhoofd dat het uitgangspunt dat in het vooronderzoek aan de rechtspersoon dezelfde rechten zouden moeten toekomen als aan de natuurlijke persoon – niet aanwezig. Ter illustratie wordt ingegaan op een voorbeeld uit de milieustrafrechtelijke praktijk.


Mr. dr. L.E.M. Hendriks
Mr. dr. L.E.M. Hendriks is advocaat te Maastricht en raadsheer-plaatsvervanger Hof Arnhem-Leeuwarden.
Casus

Partij-invloed op het intreden of vervallen van voorwaarden

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 4 2016
Trefwoorden Ontbindende voorwaarde, Opschortende voorwaarde, Potestatieve voorwaarde, Artikel 6:23 BW
Auteurs Mr. dr. H. Stolz
SamenvattingAuteursinformatie

    In de rechtspraktijk vormen ontbindende en opschortende voorwaarden een vaak gebruikte rechtsfiguur bij overeenkomsten. Veelal hebben partijen bij een overeenkomst een vorm van invloed op het toekomstige intreden of vervallen van een dergelijke voorwaarde. Deze partij-invloed wordt door het recht in beginsel aanvaard en is derhalve als breed uitgangspunt ook mogelijk. Op dit uitgangspunt bestaan echter twee beperkingen: de vaak veronderstelde onmogelijkheid van (vormen van) potestatieve voorwaarden en de redelijkheid en billijkheid die leiden tot toepassing van artikel 6:23 BW. Onderzocht wordt in welke gevallen deze beperkingen van de partij-invloed toepassing vinden en welke mogelijkheden bestaan om met deze beperkingen contractueel om te gaan.


Mr. dr. H. Stolz
Mr. dr. H. Stolz is docent Onroerendgoedrecht aan de Universiteit van Amsterdam en adviseur bij Houthoff Buruma.
Praktijk

Update mededingingsrechtelijke aspecten van postcontractuele concurrentieverboden in franchiseovereenkomsten

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 4 2016
Trefwoorden Franchise, Postcontractuele concurrentieverboden, Verticaal mededingingsrecht, Nevenrestrictie
Auteurs Mr. H.E. Urlus
SamenvattingAuteursinformatie

    De bijdrage ziet op mededingingsrechtelijke ontwikkelingen bij postcontractuele concurrentieverboden in franchiseovereenkomsten en de implicaties van de uitspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie in de beschikking La Retoucherie de Manuele. De auteur stelt de vraag of dergelijke bedingen in de context van franchise nog kunnen worden aangemerkt als noodzakelijke nevenrestricties. Dat is van belang, omdat dergelijke nevenrestricties zijn onttrokken aan mededingingsrechtelijke toetsing, waardoor de merkbaarheid geen rol meer speelt. De auteur wijst erop dat bij een mededingingsrechtelijke toetsing van postcontractuele concurrentieverboden meer factoren van belang zijn dan slechts een belangenafweging tussen partijen.


Mr. H.E. Urlus
Mr. H.E. Urlus is advocaat te Amsterdam, verbonden aan Greenberg Traurig, LLP, en onder meer gespecialiseerd in civielrechtelijke en mededingingsrechtelijke aspecten van agentuur, distributie en franchise. Hij heeft daarover regelmatig gepubliceerd en was ook betrokken bij de totstandkoming van de Nederlandse Franchisecode als voorzitter van de Denktank Franchisegevers. De auteur dankt zijn kantoorgenoten mr. T. Charatjan en mr. J.H. Christ voor hun waardevolle bijdragen aan de totstandkoming van dit artikel.
Artikel

Schadebegroting bij een doorberekeningsverweer en een bijgestelde maatstaf voor voordeelstoerekening

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 4 2016
Trefwoorden Kartelschade, Passing-on verweer, Schadebegroting, Voordeelstoerekening
Auteurs Prof. mr. A.L.M. Keirse en Mr. dr. M. van Kogelenberg
SamenvattingAuteursinformatie

    In lijn met Europees schadevergoedingsrecht wendt de Hoge Raad overcompensatie af. In de recente follow-on kartelschadeprocedure TenneT c.s/ABB c.s. maakt de Hoge Raad namelijk de weg vrij voor een consistente toekenning van het zogenoemde passing-on verweer. Daarbij geeft hij te kennen ruimer te zijn gaan denken over het leerstuk van voordeelstoerekening. In deze bijdrage wordt het belang van deze ontwikkelingen voor zowel het mededingingsrecht als het algemene schadevergoedingsrecht geduid.


Prof. mr. A.L.M. Keirse
Prof. mr. Anne Keirse is als hoogleraar Privaatrecht verbonden aan het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht en aan het Utrecht Centre for Accountability and Liability Law (Ucall) van de Universiteit Utrecht. Zij is daarnaast (parttime) raadsheer bij het Gerechtshof Amsterdam.

Mr. dr. M. van Kogelenberg
Mr. dr. M. van Kogelenberg is als universitair docent verbonden aan het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht en aan het Utrecht Centre for Accountability and Liability Law (Ucall) van de Universiteit Utrecht.
Artikel

OPEN en eerlijke omgang met klachten en incidenten in de zorg

Verslag van het eerste jaar van leernetwerk OPEN

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 4 2016
Trefwoorden openheid, medisch incident, transparantie, zorg, aansprakelijkheidsrecht
Auteurs Mr. B.S. Laarman, Prof. mr. A.J. Akkermans, Prof. dr. ir. R. Friele e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    Als er iets misgaat in de behandeling van een patiënt is het van groot belang dat daar door de zorgaanbieder openheid over wordt gegeven. Hoe dat het beste kan worden georganiseerd, wordt onderzocht in OPEN. OPEN is een leernetwerk waarin door onderzoekers en ziekenhuizen wordt samengewerkt om meer inzicht te verkrijgen in werkwijzen die openheid na medische incidenten kunnen bevorderen. In deze bijdrage wordt kort toegelicht wat OPEN als leernetwerk inhoudt. Vervolgens wordt uiteengezet wat de verplichtingen van het ziekenhuis inhouden als het misgaat en worden enkele begrippen uitgelegd. Daarna komt aan bod in hoeverre aan die verplichtingen wordt tegemoetgekomen en wordt toegelicht wat er op het niveau van patiënten, zorgverleners en leidinggevenden georganiseerd moet worden voor een open en eerlijke omgang met incidenten in het ziekenhuis.


Mr. B.S. Laarman
Mr. B.S. Laarman is onderzoeker aan het Amsterdam Centre for Comprehensive Law (ACCL), verbonden aan de afdeling Privaatrecht van de Vrije Universiteit Amsterdam.

Prof. mr. A.J. Akkermans
Prof. mr. A.J. Akkermans is hoogleraar privaatrecht en geeft leiding aan het ACCL aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

Prof. dr. ir. R. Friele
Prof. dr. ir. R. Friele is adjunct-directeur van het NIVEL in Utrecht.

Prof. mr. J. Legemaate
Prof. mr. J. Legemaate is hoogleraar gezondheidsrecht aan de UvA/AMC.
Artikel

Nieuwe Europese IPR-verordeningen inzake huwelijksvermogensrecht en vermogensrechtelijke gevolgen van geregistreerde partnerschappen

Belangrijkste wijzigingen voor de notariële praktijk

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 6 2016
Trefwoorden Huwelijksvermogensrechtverordening, geregistreerd partnerschap, toepasselijk recht, IPR, notariële praktijk
Auteurs Mr. J.G. Knot en Mr. J.L.D.J. Maasland
SamenvattingAuteursinformatie

    IPR-vragen omtrent huwelijksvermogens- en partnerschapsvermogensrecht worden vanaf 29 januari 2019 beantwoord aan de hand van de regels uit twee nieuwe Europese verordeningen. Dit artikel beoogt een overzicht te geven van de hoofdlijnen van deze verordeningen. De nadruk ligt daarbij op het toepassingsgebied van beide verordeningen (welke onderwerpen regelen de verordeningen zoal?) en met name de regels van toepasselijk recht. Welke mogelijkheden zijn er tot het uitbrengen van een rechtskeuze en welk recht beheerst het huwelijksvermogens- of partnerschapsvermogensregime als partijen geen rechtskeuze hebben uitgebracht? Beide verordeningen worden besproken vanuit hun belang voor de notariële praktijk. In dat kader komen ook het overgangsrecht en het geldingsbereik van artikel 1:88 BW in grensoverschrijdende gevallen uitdrukkelijk aan de orde.


Mr. J.G. Knot
Mr. J.G. Knot is universitair docent aan de Rijksuniversiteit Groningen, raadsheer-plaatsvervanger in het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden en IPR-adviseur bij PlasBossinade Notarissen te Groningen.

Mr. J.L.D.J. Maasland
Mr. J.L.D.J. Maasland is kandidaat-notaris/partner bij Bluelyn te Rotterdam en universitair gastdocent bij de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Praktijk

Uitzendkrachten inhuren: wanneer wordt goedkoop duurkoop?

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 4 2016
Trefwoorden inlenersaansprakelijkheid, art. 34 Invorderingswet 1990, G-rekening, verklaring omtrent het betalingsgedrag, verjaring
Auteurs Mr. N.J. Schutte
SamenvattingAuteursinformatie

    De inlenersaansprakelijkheid van art. 34 van de Invorderingswet 1990 is een vrijwel zuivere risicoaansprakelijkheid. Deze wordt ingeroepen als een uitlener van personeel loonbelasting of premies onbetaald laat. Het is voor de inlener lastig en administratief bewerkelijk om afdoende maatregelen te nemen tegen een dergelijke aansprakelijkstelling. Verjaring van het recht tot aansprakelijkstelling vindt maar zelden plaats en ook de disculpatieregeling werkt slechts in uitzonderingsgevallen. Alleen de storting van de loonbelasting- en premiecomponent door de inlener op een geblokkeerde rekening van de uitlener is afdoende. Dit artikel gaat in kort bestek op de meeste problemen in waar de inlener mee te maken kan krijgen.


Mr. N.J. Schutte
Mr. N.J. Schutte is verbonden aan de sectie Belastingrecht van de Faculteit Rechtsgeleerdheid van de Rijksuniversiteit Groningen en tevens werkzaam als belastingadviseur bij Deloitte.
Praktijk

Het fzo-pandrecht op giraal saldo: een alternatief voor de huidige verpandingspraktijk

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 4 2016
Trefwoorden fzo-pandrecht, financiëlezekerheidsovereenkomst, pandrecht, giraal saldo, controlevereiste
Auteurs Mr. S. Swinkels
SamenvattingAuteursinformatie

    Het pandrecht in het kader van een financiëlezekerheidsovereenkomst (fzo-pandrecht) is nog een vrij onbekende rechtsfiguur. Onterecht, want het fzo-pandrecht kan in de praktijk een andere uitwerking hebben dan ‘reguliere’ pandrechten en daarmee voordelen meebrengen voor marktpartijen. In dit artikel wordt onderzocht of fzo-pandrechten gebruikt kunnen worden in de huidige verpandingspraktijk, waar vooralsnog een openbaar pandrecht wordt bedongen op het girale saldo van een bankrekening. Belangrijk aspect van deze praktijk is dat de pandgever in zijn hoedanigheid van rekeninghouder over de rekening wil blijven beschikken. Dit levert problemen op met het zogenaamde ‘controlevereiste’.


Mr. S. Swinkels
Mr. S. Swinkels is advocaat bij AKD te Amsterdam.
Artikel

De rol van sociale media bij rampen en (mini)crises

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 4 2016
Trefwoorden Sociale media, Crises, Crisiscommunicatie, geruchten
Auteurs Menno van Duin, Vina Wijkhuijs en Jan Eberg
SamenvattingAuteursinformatie

    Professionals dealing with crises are more or less forced to a next level of crisis communication and crisis management. This is because of the influence of social media. Messages on Twitter, Facebook and other social media can have a significant impact on the course of developments during a crisis. Sometimes in a positive way, when help is mobilized quickly and people can be informed almost instantly. On other occasions the impact is more negative, when for instance rumors lead to false accusations or threats. In the past several years, crisis management authorities have built up more experience with the use and application of social media and monitoring tools. There are still cases where officials and professionals are taken by surprise because of the shift stream of messages and their impact on public opinion and crisis control. But also lessons have been learned, e.g. in terms of online and offline reactions, cooperation with the public, and rumor control.
    This article gives an overview of research results in literature and summarizes the outcomes of a case study research project.


Menno van Duin
Menno van Duin is lector crisisbeheersing (IFV).

Vina Wijkhuijs
Vina Wijkhuijs is senior onderzoeker Lectoraat Crisisbeheersing (IFV).

Jan Eberg
Jan Eberg is hoofddocent en onderzoeker integrale veiligheid (HU).
Artikel

Art. 7:17 BW als broncode bij de uitleg van een ‘normaalgebruikgarantie’

HR 7 oktober 2016, RvdW 2016/1036 (Boerderij uit 1880)

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 12 2016
Trefwoorden conformiteit, Haviltex, normaal gebruik, NVM-akte, uitleg koopakte
Auteurs Prof. mr. C.G. Breedveld-de Voogd
SamenvattingAuteursinformatie

    Bij de verkoop van een onroerende zaak wordt dikwijls de garantie gegeven dat de zaak geschikt is voor ‘normaal gebruik’. Deze term heeft betrekking op wat daaronder volgens gangbaar spraakgebruik wordt verstaan (geobjectiveerde Haviltex-uitleg). Echter, bij de uitleg blijft ook de conformiteitsmaatstaf van art. 7:17 BW een rol spelen: wat mocht de koper verwachten?


Prof. mr. C.G. Breedveld-de Voogd
Prof. mr. C.G. Breedveld-de Voogd is hoogleraar burgerlijk recht aan de Universiteit Leiden.

    Voorafgaand aan de benoeming van ministers (en staatssecretarissen in Nederland) van de landen in het Koninkrijk der Nederlanden vindt er een toetsing van de benoembaarheid plaats. Deze toetsing, ook wel aangeduid als screening, is in de afzonderlijke landen verschillend geregeld. De auteur bespreekt de overeenkomsten en verschillen van de screening die allen als doel hebben de integriteit van het bestuur in het Koninkrijk te waarborgen. De revue passeren aldus de wijze van benoeming van ministers, de vastlegging van de toetsing (variërend van een schrijven van de minister-president aan de Tweede Kamer tot een wet in formele zin in Curacao en Sint Maarten), de legaliteit van de verschillende regelingen maar ook de feitelijk uit te voeren onderzoeken en daaraan te verbinden conclusies. Afgesloten wordt met een aanbeveling tot uniformering van de screening in het Koninkrijk.


Mr. M.F. Murray
Mr. M.F. Murray is advocaat/vennoot bij SMS Attorneys at Law te Curaçao en voorzitter van de redactie van het Caribisch Juristenblad (CJB).

Mr. dr. J.C. de Wit
Mr. dr. J.C. de Wit is universitair hoofddocent Bestuursrecht aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en gastdocent aan de Universiteit van Curaçao.

prof. mr. L.J.J. Rogier
Prof. mr. L.J.J. Rogier is emeritus hoogleraar Staats- en bestuursrecht aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en bijzonder hoogleraar Staats- en bestuursrecht aan de Universiteit van Curaçao.
Artikel

Ministeriabel – ministersbenoeming als een voor beroep vatbare beschikking

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 4 2016
Trefwoorden ministeriabiliteit, screening, toetsing, ministers, integriteit
Auteurs Dr. R.S.J. Martha LLM
SamenvattingAuteursinformatie

    De Landsverordening integriteit (kandidaat-)ministers heeft de pennen aan het schrijven gekregen. Want levert de in de landsverordening bedoelde schriftelijke mededeling van het niet voordragen voor benoeming een beschikking op in de zin van de Lar? Kan een minister inzake een dergelijke medeling bij de burgerlijke of bestuursrechtelijke rechter terecht? En zo ja, hoe zal deze rechter daarmee om moeten gaan? In deze bijdrage en de drie daaropvolgende bijdragen zijn dr. Martha LLM, prof. mr. Rogier en dr. mr. Sybesma hierover in discussie.


Dr. R.S.J. Martha LLM
Dr. R.S.J. Martha LLM is oud-minister van Justitie van de Nederlandse Antillen (1998-2002). Martha voert thans de leiding over Lindeborg Counsellors at Law te Londen (VK).
Artikel

De Curaçaose zbo

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 4 2016
Trefwoorden zelfstandige bestuursorganen, artikel 111 Staatsregeling Curaçao, historische context, verordenende bevoegdheid
Auteurs Dr. J. Sybesma
SamenvattingAuteursinformatie

    De bestuurlijke organisatie van de Curaçaose overheid kent naast de klassieke bestuursorganen, als de raad van ministers en de individuele minister, ook entiteiten die op afstand zijn geplaatst, zoals overheidsnv’s en overheidsstichtingen. Daarnaast kent de Staatsregeling van Curaçao sedert 2004 ook nog de mogelijkheid om openbare lichamen en zelfstandige bestuursorganen in te stellen. Vooral van deze laatste bestuursvorm, de zbo, wordt door de wetgever van Curaçao de laatste tijd veel gebruikgemaakt. In dit artikel wordt antwoord gegeven op wat precies een Curaçaose zbo is, waarbij nader wordt ingegaan op de diverse publiekrechtelijke entiteiten die lang voor 2004 werden ingesteld. Tevens komen aan de orde de bevoegdheden en verplichtingen die een zbo kent. Een en ander toegelicht aan de hand van een praktijkvoorbeeld, namelijk de Centrale Bank van Curaçao en Sint Maarten.


Dr. J. Sybesma
Dr. J. Sybesma is redactielid van het Caribisch Juristenblad. Hij is tevens lid van de RvA, adviseur van de Centrale Bank van Curaçao en Sint Maarten (CBCS) en parttime docent aan de juridische faculteit van de Universiteit van Curaçao. Dit artikel is echter volledig à titre personnel geschreven en alle uitspraken en stellingen zijn slechts de zijne.
Toont 1 - 20 van 117 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.