Zoekresultaat: 20 artikelen

x
Jaar 2009 x

M.C. Ploem
Discussie en Column

Naar de markt en weer terug

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 8 2009
Auteurs J.P. Kasdorp

J.P. Kasdorp

J.K.M. Geevers
Artikel

Beginselen van legitimiteit en resocialisatie bij voorwaardelijke straffen

Tijdschrift PROCES, Aflevering 6 2009
Trefwoorden Voorwaardelijke sanctie, Legitimiteit, Resocialisatie, Tenuitvoerlegging
Auteurs Arthur van Bommel
SamenvattingAuteursinformatie

    De Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming (RSJ) heeft in verschillende adviezen bijgedragen aan de gedachtevorming over de voorwaardelijke sanctie. Bij het verkennen van principes aangaande het wezen en de functie van de voorwaardelijkheid laat de Raad zich vooral leiden door beginselen van legitimiteit en resocialisatie. Hoe verhoudt de voorwaardelijke sanctie zich tot de onvoorwaardelijke en op welke wettelijke grondslag hoort ze te rusten? Waar ligt de grens tussen vrijheidsbeneming en vrijheidsbeperking? Wie moet beslissen over inhoud, wijze van tenuitvoerlegging en de consequenties van niet nakomen van voorwaarden? Het debat over de voorwaardelijke sanctie vraagt om helder en consistent denken over dit soort zaken, zeker als we willen dat een ruimere toepassing ervan ook op langere termijn wordt bereikt en volgehouden.


Arthur van Bommel
Arthur van Bommel is senior adviseur bij de Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming.
Artikel

De nieuwe regeling van de schorsing van de voorlopige hechtenis bij jeugdigen in het licht van de onschuldpresumptie

Tijdschrift PROCES, Aflevering 6 2009
Trefwoorden Bijzondere voorwaarden, Voorlopige hechtenis, Onschuldpresumptie, Wet gedragsbeïnvloeding jeugdigen
Auteurs Jolande uit Beijerse
SamenvattingAuteursinformatie

    Het onderwerp van deze bijdrage is de schorsing van de voorlopige hechtenis onder bijzondere voorwaarden bij jeugdigen. Centrale vraag is in hoeverre de wetgever erin is geslaagd om in de nieuwe Wet gedragsbeïnvloeding jeugdigen en het bijbehorende Besluit duidelijkheid te creëren over de grenzen van de onschuldpresumptie. Op basis van de algemene beschouwingen, waarin de nadruk ligt op proportionaliteit in plaats van op subsidiariteit, het nieuwe criterium ‘voorwaarden het gedrag van de veroordeelde betreffende’, dat volledig is toegesneden op de voorwaardelijke veroordeling en een beschouwing van de nieuw opgenomen bijzondere voorwaarden, wordt geconcludeerd dat dit niet het geval is. Tot slot worden concrete aanbevelingen gedaan om de wet en praktijk alsnog met de onschuldpresumptie in overeenstemming te brengen.


Jolande uit Beijerse
Jolande uit Beijerse is universitair docent straf- en strafprocesrecht aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en tevens redactielid van PROCES.
Artikel

Het wetsvoorstel corporate governance en het consultatiedocument melding zeggenschap financiële instrumenten

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 10 2009
Trefwoorden Monitoring Commissie Corporate Governance, commissie, corporate governance-systeem
Auteurs Mr. H.U. van Heyningen Nanninga
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage geeft een overzicht van de inhoud van het wetsvoorstel Wijziging van de Wet op het financieel toezicht, de Wet giraal effectenverkeer en het Burgerlijk Wetboek naar aanleiding van het advies van de Monitoring Commissie Corporate Governance Code.


Mr. H.U. van Heyningen Nanninga
Mr. H.U. van Heyningen Nanninga is advocaat bij Clifford Chance LLP Amsterdam.
Artikel

Next Generation Networks: Elektronische communicatieregelgeving uitgedaagd

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7 2009
Trefwoorden next generation access, elektronische communicatie, BEREC, Universele dienstverlening, roaming
Auteurs Mr. G.P. van Duijvenvoorde en Mr. M.A. Prinsen Geerligs
SamenvattingAuteursinformatie

    Een volgende generatie netwerken, zoals de glasvezelnetwerken, dient zich aan om de traditionele koperen telefoonnetwerken te vervangen. Het regelgevend kader zal enerzijds de vereiste investeringen moeten aanmoedigen en anderzijds het niveau van concurrentie moeten vasthouden of verhogen.Naar verwachting wordt dit jaar een herzien Europees regelgevingskader voor elektronische communicatie aangenomen. Tevens is op 1 juli 2009 de Europese Verordening voor roaming op mobiele netwerken binnen de Europese Unie gewijzigd. Ondertussen wordt in Nederland werk gemaakt van de implementatie van een nieuwe ronde marktanalysebesluiten van de toezichthouder OPTA, gebaseerd op een herziene Aanbeveling Relevante Markten van de Europese Commissie.Reden genoeg voor een overzicht van deze recente ontwikkelingen. We hanteren zoveel mogelijk een chronologische volgorde. Dat betekent dat eerst de herziene Aanbeveling Relevante Markten en de nieuwe marktanalysebesluiten van OPTA aan bod komen. Vervolgens bespreken we de herziene Roaming Verordening. Daarna volgt een beschrijving van het nieuwe Europese kader voor elektronische communicatienetwerken en -diensten, waarbij de belangrijkste onderwerpen kort inhoudelijk worden besproken.


Mr. G.P. van Duijvenvoorde
Mr. G.P. van Duijvenvoorde is werkzaam bij KPN en is tevens gastdocent bij elaw@leiden, Universiteit Leiden.

Mr. M.A. Prinsen Geerligs
Mr. M.A. Prinsen Geerligs is werkzaam bij KPN.
Artikel

Een boete van EUR 20 miljoen voor Electrabel: de meldingsverplichting bij verkrijging van de facto zeggenschap

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 9 2009
Trefwoorden EG-concentratieverordening, meldingsverplichting, de-factozeggenschap, Europese Commissie, boete
Auteurs Mr. F. ten Have
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage bespreekt de auteur het Europese regime van concentratiecontrole naar aanleiding van de boete van EUR 20 miljoen die de Europese Commissie recentelijk oplegde als reactie op een schending van deze regels.


Mr. F. ten Have
Mr. F. ten Have is advocaat bij Stibbe in Amsterdam.
Artikel

Handel in credit default swaps met voorwetenschap: slim of strafbaar?

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 7-8 2009
Trefwoorden voorwetenschap, credit default swap, SEC v. Rorech and Negrin, waardeafhankelijke effecten, afgeleid instrument
Auteurs Mr. E.N. de Jong
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage bespreekt de auteur naar aanleiding van nieuwe ontwikkelingen in de markt ten gevolge van de kredietcrisis, waaronder de zaak SEC v. Rorech and Negrin, de vraag hoe handel in credit default swaps met gebruikmaking van voorwetenschap moet worden geplaatst binnen het kader van de Nederlandse voorwetenschapsregelgeving.


Mr. E.N. de Jong
Mr. E.N. de Jong is werkzaam als advocaat bij NautaDutilh.
Boekbespreking

Herstelrecht en procedurele waarborgen

Bespreking van dissertatie Katrien Lauwaert

Tijdschrift Tijdschrift voor Herstelrecht, Aflevering 2 2009
Trefwoorden procedurele waarborgen, strafrechtelijke waarborgen, herstelrechtelijke waarborgen
Auteurs John Blad
Auteursinformatie

John Blad
John Blad is als universitair hoofddocent strafrechtswetenschappen verbonden aan de faculteit der Rechtsgeleerdheid te Rotterdam en is redacteur van dit tijdschrift.
Artikel

Procederen over overnamecontracten

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 6 2009
Trefwoorden overnamecontracten, escrow-overeenkomst, garanties, meldingstermijn
Auteurs Mr. E.R. Koster
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage bespreekt de auteur twee aspecten die veelvuldig aan de orde komen bij procedures over of voorafgaand aan overnamecontracten, te weten uitbetalingen op grond van escrow-overeenkomsten en meldingstermijnen bij inbreuken op garanties.


Mr. E.R. Koster
Mr. E.R. Koster is werkzaam als advocaat bij Loyens & Loeff.
Jurisprudentie

Jurisprudentie aansprakelijkheden bodemverontreiniging 2005-2008

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 1 2009
Trefwoorden conformiteitsvereiste, verjaring, onrechtmatige daad, ongerechtvaardigde verrijking, kostenverhaal
Auteurs Mr. J.J. Hoekstra en Mr. G.A. van der Veen
SamenvattingAuteursinformatie

    Auteurs bespreken de belangrijkste civielrechtelijke jurisprudentie over bodemverontreiniging uit de periode 2005-2008. Deze periode toont betrekkelijk weinig procedures over kostenverhaal door de overheid op grond van onrechtmatige daad en ongerechtvaardigde verrijking. De geringere hoeveelheid verhaalsjurisprudentie geeft schrijvers de ruimte voor een meer omvattend overzicht van de civielrechtelijke aansprakelijkheidsjurisprudentie, waarbij zowel de contractuele als de buitencontractuele aansprakelijkheden aan bod komen. De nadruk ligt daarbij ditmaal op de contractuele aansprakelijkheid, waarover de Hoge Raad een aantal interessante arresten gewezen heeft. Daaropvolgend komt het buitencontractuele recht aan bod. Aandacht krijgen de verhaalsacties van de overheid op grond van onrechtmatige daad en de actie uit ongerechtvaardigde verrijking. De aansprakelijkheid voor het in het verkeer brengen van verontreinigde grond volgt daarop. Auteurs sluiten af met een korte afronding.


Mr. J.J. Hoekstra
Mr. J.J. Hoekstra is advocaat bij AKD Prinsen van Wijmen.

Mr. G.A. van der Veen
Mr. G.A. van der Veen is advocaat bij AKD Prinsen van Wijmen.

Mr. O.L. van Daalen
De auteurs zijn advocaat te Amsterdam bij De Brauw Blackstone Westbroek N.V.

mr. M.F. van Wissen
Artikel

De werking van de WBP in kaart gebracht: onbekend maakt onbemind

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 2 2009
Trefwoorden privacybescherming, evaluatieonderzoek, toezicht, handhaving, open normen
Auteurs Dr. H.B. Winter
SamenvattingAuteursinformatie

    In 2008 is empirisch onderzoek uitgevoerd naar de werking van de Wet bescherming persoonsgegevens die op 1 september 2001 in werking trad. Het onderzoek naar de effecten van de wet volgt op een eerdere juridische analyse van de knelpunten (hierna: het knelpuntenonderzoek), waartoe de wet aanleiding geeft en die zich overwegend baseerde op de literatuur over de wet. Bij de uitvoering van het empirisch onderzoek zijn verschillende methoden van gegevensverzameling gehanteerd: schriftelijke en telefonische enquêtes, interviews, casestudies en expertmeetings. Het beeld dat het onderzoek verschaft van de toepassing van de wet, stemt niet erg tevreden. De wet leeft niet erg in de rechtspraktijk, rechtssubjecten achten de wet moeilijk hanteerbaar, en een privacygemeenschap en -cultuur van geïnteresseerde beroepsbeoefenaars en betrokkenen komt maar moeizaam van de grond. In deze beschouwing ga ik nader in op de achtergronden van die vaststelling en probeer ik die conclusie te duiden.


Dr. H.B. Winter
Dr. H.B. Winter is universitair hoofddocent bij de vakgroep Bestuursrecht en Bestuurskunde, Rijksuniversiteit Groningen. Daarnaast is hij directeur van bestuurskundig en bestuursjuridisch onderzoeks- en adviesbureau Pro Facto BV. Hij was projectleider van het onderzoeksteam van Pro Facto en RuG dat de werking van de WBP onderzocht.
Artikel

Betekenis van het Europese mededingingsrecht voor het Nederlandse contractenrecht

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 3 2009
Trefwoorden Europese mededingingsrecht, contractenrecht, Kartelverbod, economische machtspositie, concentratiecontrole
Auteurs Mr. R. Meijer
SamenvattingAuteursinformatie

    Een van de leidende beginselen van het contractenrecht is de partijautonomie en de daaraan gekoppelde contractsvrijheid. Zoals iedere vrijheid kent echter ook contractsvrijheid haar grenzen. Het mededingingsrecht is als begrenzing van de contractsvrijheid de laatste jaren steeds belangrijker geworden. Overeenkomsten mogen er niet toe leiden dat de mededinging wordt beperkt. In het onderhavige artikel wordt besproken op welke manier het Europese mededingingsrecht inwerkt op het Nederlandse contractenrecht. Daartoe worden de Europese mededingingsregels op hoofdlijnen weergegeven. In dit artikel wordt onder mededingingsrecht verstaan het kartelverbod, het verbod van misbruik van economische machtspositie en de concentratiecontrole.


Mr. R. Meijer
Mr. R. Meijer is advocaat bij Allen & Overy te Amsterdam.
Artikel

Veilig melden van incidenten in de gezondheidszorg: voorbeelden van (buitenlandse) wetgeving

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 1 2009
Trefwoorden patiëntenveiligheid, incidentenmelding, bescherming melder, blame free reporting
Auteurs Prof. mr. Johan Legemaate en Mr. Robinetta de Roode
SamenvattingAuteursinformatie

    In the Dutch health care the importance of reporting adverse events is increasingly recognized. Reporting adverse events is seen as a valuable instrument to assess and improve the quality and safety of patient care. It is widely acknowledged that health care practitioners (physicians, nurses) should be able to report adverse events blame free, to prevent that information reported to improve the quality and safety of care is used for other purposes (e.g. to punish the reporter of other persons involved). Several parties have proposed to enact legislation to protect health care practitioners who report adverse events. In other sectors of the Dutch society, as well as in other countries, such legislation already exists. This legislation may serve as an example for legislative action in the area of Dutch health care.


Prof. mr. Johan Legemaate
Johan Legemaate is juridisch adviseur van de Koninklijke Nederlandsche Maatschappij tot bevordering der Geneeskunst (KNMG) en bijzonder hoogleraar gezondheidsrecht aan de Vrije Universiteit. E-mail: j.legemaate@fed.knmg.nl

Mr. Robinetta de Roode
Robinetta de Roode is beleidsmedewerker bij de KNMG.
Praktijk

Kroniek concentratiecontrole 2008

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 1 2009
Auteurs Mr. Maarten de Jong en Mr. Luke Haasbeek
SamenvattingAuteursinformatie

    Ondanks de financiële crisis is het aantal concentratiemeldingen in 2008 niet afgenomen. De NMa heeft een vergelijkbaar aantal zaken behandeld als in voorgaande jaren. Deze hebben geleid tot een aantal interessante besluiten. In de zaak Telefoongids/Gouden Gids heeft de NMa voor het eerst een effectanalyse toegepast zonder de relevante markt af te bakenen. De NMa maakt een uitvoerige analyse van de te verwachten gevolgen van de fusie zonder in te gaan op de marktaandelen van de partijen. In de zaken Evean/Philadelphia/Woonzorg en KPN/Reggefiber leidden verticale effecten tot mededingingsrechtelijke bezwaren, waarvoor remedies nodig waren. De NMa gaat daarbij voor het eerst uitgebreid in op de Richtsnoeren niet-horizontale fusies van de Commissie. Bovendien heeft de NMa voor het eerst onder het nieuwe boeteregime boetes opgelegd voor het niet melden van een concentratie.


Mr. Maarten de Jong
Maarten de Jong is advocaat in Amsterdam.

Mr. Luke Haasbeek
Luke Haasbeek is advocaat in Amsterdam.
Artikel

De (tijdelijke) maatregelen tegen short selling in Nederland, Engeland en de Verenigde Staten

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 1 2009
Trefwoorden short selling, securities lending, Wet op het financieel toezicht, Pensioenwet, Securities Act 1933, Securities Exchange Act 1934, SEC, Financial Services and Markets Act 2000, AFM, FSA, Marktmanipulatie
Auteurs Mr. M. Kuilman en Mr. J.M. Poelgeest
SamenvattingAuteursinformatie

    Met ingang van 11 oktober 2008 is de AFM bevoegd om in geval van bijzondere omstandigheden ter bevordering van de ordelijke en transparante financiële marktprocessen algemeen verbindende voorschriften vast te stellen, zonder dat een daarvoor in aanmerking komende representatieve vertegenwoordiging van onder toezicht staande ondernemingen moet zijn geraadpleegd. De AFM maakte direct van haar uitgebreide bevoegdheid gebruik en kondigde de Tijdelijke Regeling inzake Short Selling af. In Nederland is het verbod op short selling nog steeds van kracht. De maatregelen tegen short selling in Engeland en de Verenigde Staten zijn inmiddels alweer opgeheven. Een verbod op securities lending, hetgeen short selling kan faciliteren, wordt niet wenselijk geacht.


Mr. M. Kuilman
Mr. M. Kuilman is als advocaat werkzaam bij Loyens & Loeff N.V. te Amsterdam.

Mr. J.M. Poelgeest
Mevrouw mr. J.M. van Poelgeest is als advocaat werkzaam bij Loyens & Loeff N.V. te Amsterdam.

J.H. Hubben
Artikel

De short selling-maatregelen nader belicht

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 1 2009
Trefwoorden short selling, marktmisbruik, Autoriteit Financiële Markten, marktregulering, effectenhandel
Auteurs Mr. drs. D. Dorst en Mr. G.H. van Swieten
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage behandelt de beperkende maatregelen die de AFM eind 2008 nam ten aanzien van short selling. Hiervoor wordt eerst een introductie gegeven over de werking, juridische basis en risico’s van short selling. Vervolgens worden de door de AFM genomen maatregelen en bijbehorende wetgeving chronologisch besproken. Als laatste worden ten aanzien van de juridische basis, effectiviteit en internationale werking van deze maatregelen enige kanttekeningen geplaatst.


Mr. drs. D. Dorst
Mr. drs. D. Dorst is werkzaam als advocaat bij Clifford Chance.

Mr. G.H. van Swieten
Mr. G.H. van Swieten LLM is werkzaam als advocaat bij Clifford Chance.
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.