Zoekresultaat: 34 artikelen

x
Jaar 2014 x
Artikel

Het Consultatievoorstel: goed, maar nog niet perfect

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 4 2014
Trefwoorden Consultatievoorstel schadevergoeding zorg- en affectieschade, immateriële schade, vorderingsrecht van naasten en nabestaanden, vergoeding, zorgschade, affectieschade
Auteurs Mr. A.J. Van, Mr. A.H. Blok en Mr. J.L. van Schoonhoven
SamenvattingAuteursinformatie

    De wetgever is voornemens om vier veranderingen aan te brengen in het schadevergoedingsrecht, zo blijkt uit het Consultatievoorstel schadevergoeding zorg- en affectieschade. Eén daarvan heeft betrekking op de overgang van het recht op vergoeding voor immateriële schade (art. 6:106 BW), de andere drie veranderingen raken direct het vorderingsrecht van naasten en nabestaanden. In deze bijdrage zullen met name de praktische kanttekeningen bij het conceptwetsvoorstel worden besproken die door de commissie Wetgeving van de Vereniging van Advocaten voor Slachtoffers van Personenschade in hun advies aan de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie aan de orde zijn gesteld.


Mr. A.J. Van
Mr. A.J. Van is advocaat bij Beer Advocaten en universitair docent aan de Vrije Universiteit te Amsterdam en lid van de commissie Wetgeving van de ASP.

Mr. A.H. Blok
Mr. A.H. Blok is advocaat bij Bouwman Van Dommelen advocaten en lid van de commissie Wetgeving van de ASP.

Mr. J.L. van Schoonhoven
Mw. mr. J.L. van Schoonhoven is advocaat bij Boer & Van Schoonhoven advocaten en lid van de commissie Wetgeving van de ASP.
Artikel

Het Consultatievoorstel schadevergoeding zorg- en affectieschade: een beschrijving

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 4 2014
Trefwoorden Consultatievoorstel schadevergoeding zorg- en affectieschade, affectieschade, vorderingsrecht van naasten en nabestaanden, vergoeding, zorgschade
Auteurs Mr. dr. R. Rijnhout
SamenvattingAuteursinformatie

    De wetgever is voornemens om vier veranderingen aan te brengen in het schadevergoedingsrecht, zo blijkt uit het Consultatievoorstel schadevergoeding zorg- en affectieschade. Eén daarvan heeft betrekking op de overgang van het recht op vergoeding voor immateriële schade (art. 6:106 BW), de andere drie veranderingen raken direct het vorderingsrecht van naasten en nabestaanden. Deze bijdrage geeft een beschrijving van het voorstel en vormt een inleiding op de bijdragen van Van, Blok en Van Schoonhoven (commissie Wetgeving van de Vereniging van Advocaten voor Slachtoffers van Personenschade) en van Kremer (directeur Stichting Personenschade Instituut van Verzekeraars) in dit nummer.


Mr. dr. R. Rijnhout
Mr. dr. R. Rijnhout is als universitair docent verbonden aan het Utrecht Centre for Accountability and Liability Law van de Universiteit Utrecht.
Artikel

Affectieschade en zorgschade; een (on)mogelijk duo?

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 4 2014
Trefwoorden Consultatievoorstel schadevergoeding zorg- en affectieschade, immateriële schade, vorderingsrecht van naasten en nabestaanden, vergoeding, zorgschade, affectieschade
Auteurs Mr. F.Th. Kremer
SamenvattingAuteursinformatie

    De wetgever is voornemens om vier veranderingen aan te brengen in het schadevergoedingsrecht, zo blijkt uit het Consultatievoorstel schadevergoeding zorg- en affectieschade. Eén daarvan heeft betrekking op de overgang van het recht op vergoeding voor immateriële schade (art. 6:106 BW), de andere drie veranderingen raken direct het vorderingsrecht van naasten en nabestaanden. In deze bijdrage geeft de auteur een reactie op het conceptwetsvoorstel vanuit de kant van verzekeraars.


Mr. F.Th. Kremer
Mr. F.Th. Kremer is directeur van de Stichting Personenschade Instituut van Verzekeraars (PIV).
Artikel

Prevalentie van ernstige misdrijven bij slachtoffer-daderbemiddeling

Tijdschrift Tijdschrift voor Herstelrecht, Aflevering 4 2014
Trefwoorden seriousness, offenses, mediation, range of cases, outcome
Auteurs Wendy Schreurs, Sven Zebel en Elze Ufkes
SamenvattingAuteursinformatie

    A debate exists in the literature about the question whether (different forms of) mediated contact between victims and offenders occur and are appropriate only after minor offenses. This contribution therefore examines whether a relationship exists between the seriousness of offenses and the degree to which in practice cases result in mediated contact, in the Dutch context. More specifically, we report the first findings of a study aimed to (a) examine the seriousness of cases that were registered at the foundation Slachtoffer in Beeld (Victim in Focus; responsible for the execution of mediated contacts between victims and offenders in the Netherlands), and (b) compare the seriousness of cases at this foundation that resulted in different forms of mediated contact (including cases in which no contact emerged). To this end, we sampled 200 cases from the data system of Victim in Focus in a random manner; consequently, the seriousness of each of these cases was coded. The mean duration of incarceration sentenced for specific offenses in the Netherlands was used as an (as objective as possible) indication of the seriousness of the offenses in these cases. The results indicated that the cases registered at Victim in Focus do not consist exclusively of minor offenses. A substantial part consists of more serious offenses, especially when this is compared to the prevalence of all (minor and serious) offenses in the Netherlands. In addition, we observed no relationship between the seriousness of cases and the form of mediated contact (or no contact) that emerged at Victim in Focus; mediated contact arose to the same degree for serious compared to minor offenses. The implications of these results for the debate mentioned above are discussed, taking into account the manner in which victim-offender mediation is organized in the Netherlands.


Wendy Schreurs
Wendy Schreurs is afgestudeerd aan de vakgroep Psychologie van Conflict, Risico en Veiligheid aan de Universiteit Twente, op onderzoek naar de ontwikkeling van een ernstmonitor in de context van slachtoffer-daderbemiddeling. Ze werkt nu als PhD student op een project over de inzet van burgers bij politiewerk en interventies om die inzet te verbeteren.

Sven Zebel
Sven Zebel is universitair docent aan de vakgroep Psychologie van Conflict, Risico en Veiligheid van de Universiteit Twente. Hij houdt zich bezig met de psychologische reacties op wangedrag, conflicten en misdrijven, en de impact van interventies die trachten te herstellen en de kans op recidive te verkleinen (e.g. bemiddeling, reclasseringstoezicht, toekomstverbeelding).

Elze Ufkes
Elze Ufkes is universitair docent aan de vakgroep Psychologie van Conflict, Risico en Veiligheid aan de Universiteit Twente. Hij richt zich in zijn onderzoek op hoe groepsprocessen zoals groepslidmaatschap en stereotypering conflictgedrag van mensen beïnvloedt.

Janny Dierx
Janny Dierx is mediator en zelfstandig onderzoeker. Zij coördineert de Stichting Mediation in Strafzaken en is redacteur van dit tijdschrift.
Artikel

Hoe beelden eren: zoektocht naar betekenisgeving

Tijdschrift PROCES, Aflevering 6 2014
Trefwoorden Beeldmateriaal, Betekenisgeving, Visuele analyse
Auteurs Dr. Gabry Vanderveen
SamenvattingAuteursinformatie

    Images can honour and dishonour people. But they only do so when that specific meaning is assigned to the image. This article shows that the meaning of images is dynamic and subjective in nature, using three analytical dimensions: content, format and context. These three dimensions are explored in two series of images: painted portraits of deceased American soldiers and photographs of posters of Palestinian suicide bombers. Whether these images are honouring or dishonouring the people portrayed depends on the viewer who constructs their meaning. This not only gives the creator and distributor a (moral) responsibility, but the viewer as well.


Dr. Gabry Vanderveen
Dr. Gabry Vanderveen is eigenaar van Recht op Beeld, een bureau dat onderzoek, training en advies verzorgt op het gebied van visuele data en methoden in de criminologie in het algemeen en beeldmateriaal in de strafrechtsketen in het bijzonder.
Artikel

De no-cure-no-payovereenkomst in verhouding tot de redelijkheidstoets bij de begroting van buitengerechtelijke kosten

Een analyse van HR 26 september 2014, ECLI:NL:HR:2014:2797 (De Jonge/Scheper Ziekenhuis)

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 12 2014
Trefwoorden no cure, no pay, contingency fee, dubbele redelijkheidstoets, buitengerechtelijke kosten, maatstaf art. 6:96 lid 2 BW
Auteurs Dr. Drs. D.L.M.T. Dankers-Hagenaars
SamenvattingAuteursinformatie

    Een benadeelde sluit met zijn belangenbehartiger een no-cure-no-payovereenkomst. Moet bij de begroting van de buitengerechtelijke kosten op grond van art. 6:96 lid 2 sub b en c BW rekening worden gehouden met die overeenkomst? De omstandigheden van het geval legitimeren dat het redelijk is dat de kosten zijn gemaakt.


Dr. Drs. D.L.M.T. Dankers-Hagenaars
Dr. drs. D.L.M.T. Dankers-Hagenaars is universitair hoofddocent bij de afdeling Privaatrecht van de Universiteit van Amsterdam.
Artikel

De nieuwe erfrechtelijke penshonado-regeling?

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 4 2014
Trefwoorden erfrecht, penshonado, legitieme portie, interregionaal, conflictregels
Auteurs Anita C.E. Sewberath Misser LLM
SamenvattingAuteursinformatie

    Een artikel dat is afgeleid van de afstudeerscriptie van de auteur met als titel De invloed van de afschaffing van de legitieme portie op het interregionaal erfrecht binnen het Koninkrijk der Nederlanden.


Anita C.E. Sewberath Misser LLM
A.C.E. Sweberath Misser LLM is lid van de Raad van Toezicht van het St. Elisabeth Hospitaal te Curaçao. Zij heeft in mei 2013 haar LLM-titel behaald aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit van de Nederlandse Antillen. Dit artikel is afgeleid van haar afstudeerscriptie De invloed van de afschaffing van de legitieme portie op het interregionaal erfrecht binnen het Koninkrijk der Nederlanden.
Article

Access_open Samenlevingsovereenkomsten in de notariële praktijk

Tijdschrift Family & Law, november 2014
Auteurs Petra Kuik, Wendy Schrama en Prof. dr. Leon Verstappen
Samenvatting

    In deze bijdrage worden de resultaten van een empirisch onderzoek dat in 2013 is verricht naar de inhoud van gemaakte samenlevingsovereenkomsten gepresenteerd. De beroepsgroep die zich met het maken van samenlevingsovereenkomsten bezig houdt - het notariaat - is bevraagd over deze praktijk aan de hand van een digitale vragenlijst. Daarmee is het qua opzet een verkennend onderzoek, dat een eerste beeld geeft van de notariële praktijk. In deze bijdrage worden de resultaten van een empirisch onderzoek dat in 2013 is verricht naar de inhoud van gemaakte samenlevingsovereenkomsten gepresenteerd. De beroepsgroep die zich met het maken van samenlevingsovereenkomsten bezig houdt - het notariaat - is bevraagd over deze praktijk aan de hand van een digitale vragenlijst. Daarmee is het qua opzet een verkennend onderzoek, dat een eerste beeld geeft van de notariële praktijk. De inhoud van de doorsnee samenlevingsovereenkomst verschilt aanzienlijk van die van huwelijkse voorwaarden. Bedingen waaruit vermogensrechtelijke solidariteit tussen ongehuwd samenwonenden blijkt (inkomens- of vermogensverrekening of alimentatiebedingen), komen slechts zeer beperkt voor in samenlevingsovereenkomsten, terwijl die juist in huwelijkse voorwaarden zeer frequent voorkomen. Ook op andere onderdelen verschaft dit onderzoek interessante bevindingen. Nader onderzoek is gewenst om meer inzicht te krijgen in de praktijk van het maken van samenlevingsovereenkomsten. --- In this paper, the authors present an empirical research on the content of cohabitation contracts in the Netherlands, conducted in 2013. The legal professionals who mostly deal with cohabitation contracts - the notaries - have been asked to fill in a digital questionnaire. The format of this research is exploratory, painting a first picture of legal practice on making cohabitation contracts. The content of the average cohabitation contract differs very much compared to the content of the average marriage contract. Clauses that express solidarity between cohabitants (sharing income or property values or maintenance) are rare in cohabitation contracts, whereas they are rather popular in matrimonial property contracts. Further research is necessary to gain more insight into the legal practice of making cohabitation contracts.


Petra Kuik

Wendy Schrama

Prof. dr. Leon Verstappen

    Kort geding in hoger beroep; familielid vordert afgifte medisch dossier in verband met procedure tot nietigverklaring testament; geheimhoudingsplicht art. 7:457 BW

Artikel

Access_open De problematie van strafbaarheid van hulp bij zelfdoding door een niet-medicus

De zaak Heringa en de maatschappelijke roep om zelfbeschikking

Tijdschrift Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid, Aflevering 3 2014
Trefwoorden Wet toetsing levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding (2001), Hulp bij zelfdoding door een niet-arts, Zelfbeschikking, Zaak Heringa
Auteurs Mr. Marjolein Rikmenspoel
SamenvattingAuteursinformatie

    Recently there’s a lot of debate within the Netherlands about the criminality of assistance by someone who’s not a doctor towards the death of a loved one. In the Heringa lawsuit a son has helped his (step)mother who wished to no longer live (considered her life to be ‘completed’) to die at an age of 99. The helper non-doctor risks criminal pursuit and punishment. The central argument of the lobby to establish a more humane approach towards the persevered need is personal autonomy. This article aims to clarify the debate and to stimulate another way of thinking towards the situation of, mostly, elderly who want to decide and act independently regarding their death.


Mr. Marjolein Rikmenspoel
Mr. M.J.H.T. Rikmenspoel MA is geestelijk verzorger, auteur van twee boeken over spirituele intelligentie en publiciste.
Praktijk

Kroniek rechtspraak rechten van de mens

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 7 2014
Trefwoorden EVRM, EHRM, rechten van de mens, schending
Auteurs Prof. mr. A.C. Hendriks
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM of Hof) heeft in het verslagjaar 2013-2014 een groot aantal voor het gezondheidsrecht interessante uitspraken gedaan. Het Hof heeft zich onder meer uitgelaten over de inzagebevoegdheid van een toezichthouder in patiëntendossiers, de (on)redelijkheid van een absolute verjaringstermijn bij letselschadezaken, de bevoegdheid van een lokale overheid om een zorgindicatie naar beneden bij te stellen en het onderscheid tussen het vrijwillig weigeren van zorg en het nalaten goede zorg te bieden. En op de valreep van het zittingsjaar nam het Hof nog een voorlopige maatregel, waardoor het besluit tot staking van de voedsel- en vochttoediening aan een patiënt zonder levensperspectieven niet ten uitvoer kon worden gebracht. Dit en andere hieronder te bespreken onderwerpen zijn ook in Nederland actueel.


Prof. mr. A.C. Hendriks
Aart Hendriks is hoogleraar gezondheidsrecht aan de Universiteit Leiden/LUMC en redacteur van dit tijdschrift.
Artikel

Het kwaad

Enkele inleidende gedachten

Tijdschrift Tijdschrift over Cultuur & Criminaliteit, Aflevering 3 2014
Trefwoorden evil, genocide, holocaust, criminology, malevolence
Auteurs dr. Bas van Stokkom en prof. dr. Marc Cools
SamenvattingAuteursinformatie

    Journalists are accustomed to investigate and interpret current forms of violent conflicts and massacres. Psychologists and social scientists lag behind and seem to focus more on ‘remote’ forms of evil, often focusing on forms of authoritarian behaviour and obedience, especially related to the Holocaust. It is striking that reflections on collective violence are often ignored by criminologists. How can this ‘distance’ be explained? Why is there little incentive to study ‘evil’? In this introduction we first discuss the difficult issue of how to define ‘evil’ and we clarify its various meanings. Then we focus on the Holocaust, an oppressive theme that still instigates much debate. In particular, the thesis of the ‘banality of evil’ is controversial. This interest in appalling forms of mass destruction – by theologians, ethicists and historians – raises once again the question why criminological reflection and research of barbarity remains underdeveloped.


dr. Bas van Stokkom
Dr. B.A.M. (Bas) van Stokkom is verbonden aan de vaksectie Strafrecht & Criminologie van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid, Radboud Universiteit Nijmegen.

prof. dr. Marc Cools
Prof. dr. M. (Marc) Cools is hoogleraar bij de vakgroep strafrecht en criminologie aan de Universiteit Gent en bij de vakgroep criminologie aan de Vrije Universiteit Brussel.
Discussie

Het kwaad in het daglicht

Geschiedenis in de rechtszaal

Tijdschrift Tijdschrift over Cultuur & Criminaliteit, Aflevering 3 2014
Trefwoorden tribunals, war criminals, post-conflict context, impunity, public censure
Auteurs prof. mr. dr. Harmen van der Wilt
SamenvattingAuteursinformatie

    The author points out that tribunals against war criminals are characterized by investigations of the broader military and social developments. By outlining the historical context of the violence the public is in a better position to make informed and balanced judgments. Criminal tribunals have a communicative character and great educational potential; they make clear why the Great Evil cannot be accepted and has to be punished.


prof. mr. dr. Harmen van der Wilt
Prof. dr. H.G. (Harmen) van der Wilt is hoogleraar internationaal strafrecht aan de Universiteit van Amsterdam.
Artikel

Beroepsziekten in Europa

Nederland koploper?

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 3 2014
Trefwoorden beroepsziekte, Europa, Europese Commissie, Nederland, schadevergoeding
Auteurs dr. B. Sorgdrager
SamenvattingAuteursinformatie

    Hoe de aanpak van beroepsziekten in Europa is geregeld, is onderwerp van een studie geweest in opdracht van de Europese Commissie. In deze bijdrage worden de conclusies van het rapport samengevat gepresenteerd, in het bijzonder de wijze waarop de diagnose beroepsziekte in Nederland wordt vastgesteld en voor het slachtoffer gewenste ontwikkelingen ten aanzien van de schadevergoeding.


dr. B. Sorgdrager
Dr. B. Sorgdrager is bedrijfsarts bij het Nederlands Centrum voor Beroepsziekten.
Artikel

Simulatie onder slachtoffers van schokkende gebeurtenissen

Een pleidooi voor onafhankelijk onderzoek naar de echtheid van psychische klachten in schadevergoedingsprocedures

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2014
Trefwoorden victims, compensation, malingering, detection
Auteurs Maarten Kunst
SamenvattingAuteursinformatie

    High-impact incidents, such as (natural) disasters, severe (traffic) accidents, and exposure to (war) violence, may have severe psychological consequences, both for direct and indirect victims. Such consequences may qualify for financial compensation. However, some victims malinger their psychological status to get compensated for damages they have not suffered. This type of fraudulent behavior costs insurance companies and publicly funded compensation services enormous amounts of money and may eventually make compensation unaffordable. To prevent this from occurring, it is argued that lawyers who need to decide upon victims’ claims for compensation should call in independent experts to evaluate the genuineness of victims’ reported psychological symptoms by administrating a malingering detection test. To enable correct interpretation of the outcome of such a test, the base rate problem is extensively discussed. In short, this problem means that correct test interpretation in individual cases depends on the prevalence of malingering in the population to which a victim belongs. Finally, several counter arguments for the standard assessment of malingering by independent experts are discussed.


Maarten Kunst
Maarten Kunst is werkzaam als universitair hoofddocent bij het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden. In 2010 is hij in Tilburg gepromoveerd op de psychosociale gevolgen van slachtofferschap van interpersoonlijk geweld. Daarvoor was hij werkzaam als jurist bezwaar en beroep bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen. Hij studeerde Nederlands recht en psychologie aan de Universiteit van Tilburg.
Artikel

Herstelgerichte praktijken, berouw en vergeving in het islamitische strafrecht

Tijdschrift Tijdschrift voor Herstelrecht, Aflevering 3 2014
Trefwoorden Islamic criminal law, forgiveness, Remorse
Auteurs Jacques Claessen
SamenvattingAuteursinformatie

    Since Islam stands for a total way of life, it also includes a vision on crime and punishment. According to several (Muslim)scholars the Sharia contains not so much a message of revenge and retribution but rather one of compassion, forgiveness and mercy. Much depends on which sections of the holy sources of Islam are read and subsequently how these sections are interpreted. However, fact is that – in the context of quite a number of criminal offences – Islamic criminal law gives room for restorative practices. These practices prove to be more beneficial with regard to the realization of remorse, forgiveness and reconciliation than the regular criminal process. Since restorative practices form an intrinsic part of (pre-modern) Islamic criminal law and since more and more initiatives are being developed nowadays to incorporate such practices in (modern) Western criminal law, it is of fundamental importance to take note of Islamic criminal law. Before focusing in this contribution on the role of restorative practices, remorse and forgiveness in Islamic criminal law, first the position of victims in criminal law under influence of Islam and Christianity will be discussed on the basis of the ideas of the Dutch victimologist Jan van Dijk. Furthermore, attention will be paid to the decline of mysticism in Islam and to the possible consequences and risks thereof – also for the role of restorative practices, remorse and forgiveness in Islamic criminal law.


Jacques Claessen
Jacques Claessen is redactielid van TvH.

    Since 2005, Dutch victims of serious crime have the right to make an oral statement in court (‘spreekrecht’). In the past decade, the Dutch criminal justice system has accommodated this right to make an oral statement with regard to the consequences of the crime; no major problems have occurred. Indeed, only a minority of the victims consumes this right (ca. 230 cases annually), the majority prefers to lodge a written statement. Nevertheless, the Dutch legislature is of the opinion that the right to make an oral statement should be extended and has lodged a draft-proposal recently. The aim is to provide crime victims a right to put forward an advice to the judge at the trial session, such an advice relating to the full scheme of judicial decision-making (truth, legal qualification, punishment). Such a provision resembles a Victim Statement of Opinion, used in the American scheme of justice, and even exceeds this. The draft has been met with criticism, only the Dutch Victim Support is in favor. One of the objections heard is the one dimensional focus underlying the draft: by focusing on a specific group of victims – those who have suffered from serious crimes – the legislature neglects the heterogeneous nature of victims’ needs.


Renée Kool
Renée Kool is als universitair hoofddocent verbonden aan Ucall en het Montaigne-Instituut, Faculteit der Rechtsgeleerdheid, Universiteit Utrecht en redacteur van dit blad.

Jacques Claessen
Jacques Claessen is als universitair docent straf(proces)recht verbonden aan de vakgroep Strafrecht & Criminologie, Faculteit der Rechtsgeleerdheid, Universiteit Maastricht. In 2010 verscheen zijn dissertatie Misdaad en straf. Een herbezinning op het strafrecht vanuit mystiek perspectief (Nijmegen: Wolf Legal Publishers). Zijn interessegebieden zijn sanctierecht, herstelrecht en de strafrechtelijke positie van het slachtoffer. Claessen is redacteur van de Nieuwsbrief Strafrecht en het Tijdschrift voor Herstelrecht. Voorts is hij rechter-plaatsvervanger bij de Rechtbank Limburg. Hij is winnaar van de Bianchi Herstelrechtprijs 2012.

Bas van Stokkom
Bas van Stokkom is verbonden aan de vaksectie Strafrecht & Criminologie, Faculteit der Rechtsgeleerdheid, Radboud Universiteit Nijmegen. Hij verricht onderzoek op het grensvlak van ethiek, criminologie en de sociale wetenschappen. Tot de thema’s die in zijn onderzoek aan bod komen, behoren politie, burgerschap en lokale veiligheidszorg, sanctietheorieën en herstelrecht. www.basvanstokkom.nl.
Toont 1 - 20 van 34 gevonden teksten
« 1
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.