Zoekresultaat: 18 artikelen

x
Jaar 2021 x
Artikel

Access_open Naar een wettelijke verankering van de maatschappelijke onderneming

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 3-4 2021
Trefwoorden ondernemingsrecht, sociale onderneming, BVm, steward ownership, Anbi
Auteurs Mr. Chr.M. Stokkermans
SamenvattingAuteursinformatie

    De recente aanzet van het Ministerie van EZK voor een wettelijke verankering van de maatschappelijke onderneming verdient nog enige aanscherping om er, zonder afbreuk aan het ‘gelijk speelveld’-beginsel, een reële bijdrage aan de marktontwikkeling van dergelijke ondernemingen van te maken.


Mr. Chr.M. Stokkermans
Mr. Chr.M. Stokkermans is oud-notaris te Amsterdam.
Artikel

Access_open Ethiek en recht, actio in distans

Special issue on Education in (Professional) Legal Ethics, ­Emanuel van Dongen & Jet Tigchelaar (eds.)

Tijdschrift Law and Method, april 2021
Trefwoorden juridische beroepspraktijk, juridische opleiding, ethiek
Auteurs Marcel Becker
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze tekst belicht achtergronden van het ethiekonderwijs aan juristen, zoals dat aan de Radboud Universiteit vorm krijgt. Centraal staat eerst de praktisch én theoretisch relevante spanning tussen ethiek en recht. Na een verkenning van deze spanning bespreekt Marcel Becker de status van ethische theorieën en de meerwaarde van sociaalwetenschappelijke kennis voor ethiekonderwijs.


Marcel Becker
Dr. Marcel Becker is associate professor Ethics and Political Philosophy, Radboud Universiteit, Nijmegen.
Artikel

Procesrechtelijke aspecten van de vordering benadeelde partij in het strafproces: welk wetboek gaat daar eigenlijk over?

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 1 2021
Trefwoorden schadevergoeding, civiel schadeverhaal, benadeelde partij, verhouding Sv en Rv, strafprocedure
Auteurs Mr. Th.O.M. Dieben en Mr. O.S. Pluimer
SamenvattingAuteursinformatie

    In mei 2019 heeft de Hoge Raad een overzichtsarrest gewezen over de vordering benadeelde partij in strafzaken (HR 28 mei 2019, ECLI:NL:HR:2019:793). Hoewel nuttig voor de praktijk waar het de materiële kant van de vordering betreft, roept het arrest juist vragen op als het om procesrechtelijke aspecten gaat. De Hoge Raad verwijst namelijk meermaals naar bepalingen uit het Rv, terwijl de gemiddelde praktijkbeoefenaar er veelal van uitging dat aan dit wetboek helemaal geen relevantie toekomt in strafzaken. Is sprake van een koerswijziging van de Hoge Raad of houdt de Hoge Raad juist koers? En welk wetboek gaat eigenlijk over de procesrechtelijke kant van de vordering benadeelde partij? Het Sv, het Rv, of allebei? Deze en andere vragen worden beantwoord in dit artikel.


Mr. Th.O.M. Dieben
Mr. Th.O.M. Dieben is advocaat bij JahaeRaymakers in Amsterdam.

Mr. O.S. Pluimer
Mr. O.S. Pluimer is advocaat bij JahaeRaymakers in Amsterdam.
Artikel

Access_open Het fenomeen ‘pedojagen’: toepassingsbereik van artikel 359a Sv, bezien in het licht van een mogelijke strafzaak tegen de (vermeende) pedoseksueel

Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht, Aflevering 2 2021
Trefwoorden pedojagen/pedojagers, (evidente) pedoseksueel, (normering) burgeropsporing, (buitensporig) optreden, aanvulling/nuancering artikel 359a Sv
Auteurs Mr. J.D. (Jessica) Schmahl en Mr. L.W. (Lune) Verbeek
SamenvattingAuteursinformatie

    ‘Pedojagen’ is een groeiend fenomeen, zo blijkt uit recente incidenten. Strafvorderlijke autoriteiten dragen uit dat zij door pedojagers ontmaskerde vermeende pedoseksuelen niet zullen vervolgen. Het is de vraag of dit standpunt in de praktijk ook wordt nageleefd en of naleving altijd wenselijk is. De auteurs beargumenteren dat het OM tot vervolging moet kunnen overgaan wanneer door pedojagers een ‘evidente pedoseksueel’ wordt ontmaskerd. Onderzocht is welke ruimte het klassieke beoordelingskader van artikel 359a Sv (genuanceerd in HR 1 december 2020) aan de rechter biedt, dan wel zou moeten bieden, om consequenties te verbinden aan buitensporig optreden door pedojagers jegens de beschuldigde pedoseksueel.


Mr. J.D. (Jessica) Schmahl
Mr. J.D. Schmahl is als docent straf- en strafprocesrecht verbonden aan het Willem Pompe Instituut voor Strafrechtswetenschappen van de Universiteit Utrecht.

Mr. L.W. (Lune) Verbeek
Mr. L.W. Verbeek is als docent straf- en strafprocesrecht verbonden aan het Willem Pompe Instituut voor Strafrechtswetenschappen van de Universiteit Utrecht.
Artikel

Niet gelijktijdig (consecutief) vervolgen binnen hetzelfde feitencomplex

De gevolgen van het niet gelijktijdig vervolgen, meer specifiek in het geval van artikel 140 Sr

Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht, Aflevering 2 2021
Trefwoorden criminele organisatie, artikel 140 Sr, vervolgingsbeslissing, ne bis in idem-beginsel, beginselen van een behoorlijke procesorde
Auteurs Mr. dr. A.N. (André) Kesteloo
SamenvattingAuteursinformatie

    Naar aanleiding van de onderzoeken 13Biscoe en 13Quebec en de daaruit voortkomende uitspraken van de rechtbank Amsterdam worden in deze bijdrage de mogelijke gevolgen beschreven van het niet gelijktijdig vervolgen voor eerst overige gepleegde misdrijven en later voor artikel 140 Sr of andersom, terwijl de misdrijven en artikel 140 Sr wel gaan over hetzelfde feitencomplex. De auteur besteedt hierbij bijzondere aandacht aan de beginselen van een behoorlijke procesorde.


Mr. dr. A.N. (André) Kesteloo
Mr. dr. A.N. Kesteloo is juridisch onderzoeker en auteur.
Jurisprudentie

De keuze tussen bestuursrechtelijke en strafrechtelijke handhaving en de Aanwijzing sociale zekerheidsfraude

Noot bij HR 6 oktober 2020, ECLI:NL:HR:2020:1496

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 2 2021
Trefwoorden art. 227b Sr, Aanwijzing sociale zekerheidsfraude, niet-ontvankelijkheid Openbaar Ministerie, keuzecriteria, vervolgingsbeslissing, Strafrecht
Auteurs Mr. dr. drs. B. van der Vorm
SamenvattingAuteursinformatie

    De keuze tussen bestuursrechtelijke en strafrechtelijke handhaving speelt niet uitsluitend op academisch niveau, maar is ook van belang voor de praktijk van de rechtshandhaving. In de onderhavige zaak is de verdachte veroordeeld wegens medeplegen van uitkeringsfraude, hetgeen strafbaar is gesteld in artikel 227b Sr. Volgens de verdediging dient het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk te worden verklaard in de vervolging, omdat het de Aanwijzing sociale zekerheidsfraude niet heeft nageleefd. In plaats van een strafrechtelijke vervolging zou de zaak bestuursrechtelijk moeten zijn afgedaan. De Hoge Raad verwerpt de klacht van de verdediging. Volgens de Hoge Raad heeft het gerechtshof vastgesteld dat ten tijde van de vervolgingsbeslissing, in december 2016, op basis van de toen bekend zijnde gegevens over het benadelingsbedrag, was voldaan aan de criteria van de Aanwijzing.


Mr. dr. drs. B. van der Vorm
Mr. dr. drs. B. van der Vorm is universitair docent straf(proces)recht en is verbonden aan het Willem Pompe Instituut voor Strafrechtswetenschappen en het Montaigne Centrum voor Rechtsstaat en Rechtspleging van de Universiteit Utrecht. Hij is tevens redacteur van dit tijdschrift.
Artikel

Kiezen of delen?

Over de ondeelbare belastingaangifte en una via

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 2 2021
Trefwoorden una via, hetzelfde feit, dubbele bestraffing en vervolging, boete, strafvervolging
Auteurs Mr. G.M. Boezelman en Mr. A.C.M. Klaasse
SamenvattingAuteursinformatie

    Overtredingen van de belastingwet kunnen zowel worden beboet als strafrechtelijk bestraft. Het una-viabeginsel voorkomt dat twee keer wordt bestraft voor hetzelfde feit. Recent is in twee arresten van gerechtshoven aan de orde gekomen of het onjuist invullen van twee posten in één belastingaangifte separaat kan worden bestraft. De auteurs bespreken deze problematiek aan de hand van deze arresten alsmede de rechtspraak van de Hoge Raad en het EHRM en komen tot de conclusie dat de aangifte ondeelbaar is, zodat het opzettelijk indienen van een onjuiste belastingaangifte slechts éénmaal kan worden bestraft.


Mr. G.M. Boezelman
Mr. G.M. Boezelman is advocaat bij Hertoghs advocaten in Amsterdam.

Mr. A.C.M. Klaasse
Mr. A.C.M. Klaasse is advocaat bij Hertoghs advocaten in Rotterdam.
Artikel

Het toezicht op de opsporing

Enkele aspecten van het toezicht door de officier van justitie

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 2 2021
Trefwoorden vormverzuimen, toezicht, rechterlijke controle, normering, opsporingsonderzoek
Auteurs Mr. dr. M. Samadi
SamenvattingAuteursinformatie

    De Hoge Raad staat een terughoudende rechterlijke controle van het vooronderzoek voor. Aan deze opstelling ligt de gedachte ten grondslag dat de controle op de strafvorderlijke overheid vooral een taak is van andere instanties, zoals de officier van justitie en in meer algemene zin het OM. Alom wordt aangenomen dat de officier van justitie een belangrijke verantwoordelijkheid heeft in dezen. Over hoe in de praktijk invulling wordt gegeven aan deze taak is echter weinig bekend. Dit artikel bespreekt op basis van eerder verricht onderzoek een aantal aspecten van het toezicht dat door de officier van justitie wordt uitgeoefend op de opsporing.


Mr. dr. M. Samadi
Mr. dr. M. Samadi is universitair docent straf- en strafprocesrecht aan de Universiteit Leiden.
Artikel

De (niet-)ontvankelijkheid van het OM en het rechterlijk pardon

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 2 2021
Trefwoorden vormverzuimen, niet-ontvankelijkheid, rechterlijk pardon, 359a Sv
Auteurs Mr. dr. J.M.W. Lindeman
SamenvattingAuteursinformatie

    De Hoge Raad stelt hoge eisen aan de niet-ontvankelijkverklaring van het OM. De wetgever lijkt in de moderniseringsoperatie van het Wetboek van Strafvordering iets meer ruimte te willen geven voor situaties waarin de rechter al te grof is misleid, maar waarin door herstel van de vormverzuimen de waarheidsvinding niet wezenlijk is aangetast. Intussen lijken rechters soms middels een zogenaamd rechterlijk pardon (art. 9a Sr) verholen niet-ontvankelijkheid uit te spreken. Hoe zit dat?


Mr. dr. J.M.W. Lindeman
Mr. dr. J.M.W. Lindeman is universitair hoofddocent straf(proces)recht en is verbonden aan het Montaigne Centrum voor Rechtsstaat en Rechtspleging en het Willem Pompe Instituut voor Strafrechtswetenschappen van de Universiteit Utrecht.
Trending Topics

Toelichting gewenst: de nieuwe Aanwijzing opsporing en vervolging buitenlandse corruptie

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 2 2021
Trefwoorden corruptie, aanwijzing, facilitation payments, nationaliteit rechtspersoon, omkoping
Auteurs Mr. J.J. Strijder en Mr. S.J. Lopik
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Openbaar Ministerie (OM) publiceert geregeld zonder toelichting gewijzigde versies van zijn aanwijzingen. Aanwijzingen van het OM zorgen over het algemeen voor (meer) duidelijkheid over en gelijkheid binnen het vervolgingsbeleid. Het ontbreken van een toelichting op wijzigingen kan echter juist onzekerheid en ongelijkheid opleveren. Een toelichting bij nieuwe aanwijzingen is daarom aan te bevelen. Dit werd bijvoorbeeld duidelijk bij de nieuwe Aanwijzing opsporing en vervolging buitenlandse corruptie (Aanwijzing) van het Openbaar Ministerie, die op 1 oktober 2020 in werking trad.1x Stcrt. 2020, 50178. De Aanwijzing vervangt de vorige aanwijzing over dit onderwerp uit 2012,2x Stcrt. 2012, 26939. en voorziet in enkele ingrijpende wijzigingen ten opzichte van haar voorganger. Zo is de uitzondering voor facilitation payments uit de Aanwijzing verdwenen alsook de visie van het OM op de vraag wanneer een rechtspersoon als Nederlander kwalificeert. Enige uitleg over de achtergrond en ratio van deze wijzigingen was op zijn plaats geweest.

Noten

  • 1 Stcrt. 2020, 50178.

  • 2 Stcrt. 2012, 26939.


Mr. J.J. Strijder
Mr. J.J. Strijder is advocaat bij Allen & Overy LLP te Amsterdam.

Mr. S.J. Lopik
Mr. S.J. Lopik is advocaat bij Allen & Overy LLP te Amsterdam en buitenpromovendus aan de Universiteit Leiden.
Jurisprudentie

Annotatie Lang

De schoen die wel past, maar toch niet lekker zit. Over inreisverboden en artikel 197 Sr.

Tijdschrift Crimmigratie & Recht, Aflevering 1 2021
Trefwoorden Terugkeerrichtlijn, inreisverbod, aanvang duur, strafrecht, strafbaarstelling van verblijf met wetenschap van inreisverbod
Auteurs Jim Waasdorp
Auteursinformatie

Jim Waasdorp
Mr. J.R.K.A.M. Waasdorp is rechter in opleiding in de rechtbank Den Haag en buitenpromovendus bij de Universiteit Utrecht en redacteur van dit blad.
Artikel

Het verbod op zwijgcontracten in de zorg

Symboolwetgeving of meer dan dat?

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 2 2021
Trefwoorden contractsvrijheid, consultatiewetsvoorstel, zwijgbeding, remedies, nietigheid
Auteurs Mr. J.J. Kempkes
SamenvattingAuteursinformatie

    In maart 2020 is een wetgevingsproces ten behoeve van een verbod op zwijgcontracten in de zorg gestart. In deze bijdrage analyseert de auteur de (betwiste) toegevoegde waarde van de voorgestelde nietigheidsbepaling in het licht van bestaande remedies in het BW. Met het oog op de heterogeniteit van typen zwijgbedingen wordt de meerwaarde van het zwijgcontractenverbod bepleit.


Mr. J.J. Kempkes
Mr. J.J. Kempkes is afgestudeerd in de masters Recht van de Gezondheidszorg en Rechtsgeleerdheid, variant Privaatrecht, aan de Erasmus School of Law.
Artikel

Art. 81 Wet RO: de stand van zaken

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 1 2021
Trefwoorden cassatie, Hoge Raad, motivering, rechtsvorming
Auteurs Tom van Malssen en Coen van Schaijk
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage brengt de huidige art. 81 Wet RO-toepassingspraktijk van de civiele kamer van de Hoge Raad in kaart, mede tegen de achtergrond van de invoering van art. 80a Wet RO en de gespecialiseerde cassatiebalie in 2012. De bijdrage signaleert enkele verschuivingen in het type 81-zaken, de wijze waarop het parket in 81-zaken concludeert en de samenstelling waarin de Hoge Raad de zaken afdoet. Deels laten deze verschuivingen zich op het conto schrijven van de Wet versterking cassatierechtspraak, maar deels zouden zij hun oorzaak ook elders kunnen vinden, bijvoorbeeld in de zelfverklaarde focus van de Hoge Raad op rechtsvorming.


Tom van Malssen
Mr. dr. T. van Malssen is advocaat (bij de Hoge Raad) bij Dirkzwager legal & tax en raadsheer-plaatsvervanger bij het gerechtshof ’s-Hertogenbosch.

Coen van Schaijk
Mr. C.F.N. van Schaijk is advocaat bij Dirkzwager legal & tax.

Evelyne Groot
Mr. E.F. Groot is universitair docent Burgerlijk procesrecht & Insolventieprocesrecht aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Jurisprudentie

Kroniek ondernemingsstrafrecht

Tweede helft 2020

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 1 2021
Auteurs Prof. mr. H.J.B. Sackers (red.), mr. J. Boonstra, mr. dr. S.S. Buisman e.a.

Prof. mr. H.J.B. Sackers (red.)

mr. J. Boonstra

mr. dr. S.S. Buisman

mr. A.A. Feenstra

mr. K.M.T. Helwegen

mr. A.C.M. Klaasse

mr. dr. I. Koopmans

mr. V.S.Y. Liem

prof. mr. M. Nelemans

mr. dr. J.S. Nan

mr. dr. E. Sikkema

mr. dr. drs. B. van de Vorm

mr. dr. W.S. de Zanger
Artikel

Klachtdelicten: de stand van zaken in de wet en jurisprudentie

Hoe een uitdrukkelijk verzoek om twijfel uit te sluiten een dode letter geworden is

Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht, Aflevering 1 2021
Trefwoorden klacht, (klacht)termijn, persoonlijke levenssfeer, opportuniteit
Auteurs Mr. P.M. (Maaike) Kampen
SamenvattingAuteursinformatie

    De persoonlijke levenssfeer van een slachtoffer wordt beschermd door het klachtvereiste. De klacht was bedoeld als een uitdrukkelijk verzoek om vervolging. De vraag is hoe het er nu voor staat. In de wet lijkt het onderscheid tussen delicten die wel of geen klacht vereisen willekeurig en deels verouderd geworden. In de rechtspraak wordt behoudens contra-indicaties ruimhartig een bedoeling tot vervolging vastgesteld als de klacht ontbreekt. De wetgever wil de klacht behouden, maar lijkt niet enthousiast deze te eisen bij een nieuwe strafbaarstelling. De conclusie is dat het klachtvereiste ten dode opgeschreven is. Twee mogelijkheden in deze uitzichtloze situatie worden besproken.


Mr. P.M. (Maaike) Kampen
Mr. P.M. Kampen is officier van justitie bij het arrondissementsparket Den Haag.
Artikel

De bedreigde getuige en artikel 226a Sv: knelpunten uit de praktijk

Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht, Aflevering 1 2021
Trefwoorden getuige, bedreigde getuige, anonieme getuige, artikel 226a Sv
Auteurs Mr. R. (Robin) Cozijnsen en Mr. dr. W.N. (Ward) Ferdinandusse
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel wordt de wettelijke regeling omtrent de bedreigde getuige nader bezien. Na een korte omschrijving van de totstandkoming en de inhoud van de wettelijke regeling (art. 226a-226f Sv), wordt uitgebreid ingegaan op verschillende vragen en knelpunten die in de praktijk naar voren komen. Achtereenvolgens worden de volgende onderwerpen besproken: de wettelijke plicht om verdachte vooraf op de vordering te horen, de bedreigde getuige in een zaak van een NN-verdachte en in zaken met meerdere verdachten, de praktische (on)uitvoerbaarheid van het waarborgen van anonimiteit en ten slotte het toetsingskader dat wordt gehanteerd bij een appel tegen een statusverlening.


Mr. R. (Robin) Cozijnsen
Mr. R. Cozijnsen is wetenschappelijk medewerker bij het landelijk parket van het openbaar ministerie.

Mr. dr. W.N. (Ward) Ferdinandusse
Mr. dr. W.N. Ferdinandusse is officier van justitie bij het landelijk parket van het openbaar ministerie.
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.