Zoekresultaat: 7 artikelen

x
Jaar 2010 x
Artikel

Het compromis van artikel 16 Tiende Richtlijn

Werknemersmedezeggenschap bij een grensoverschrijdende juridische fusie

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 3 2010
Trefwoorden Tiende Richtlijn, (vennootschappelijke) medezeggenschap, grensoverschrijdend, (juridische) fusie en werknemers
Auteurs Mr. F.G. Laagland
SamenvattingAuteursinformatie

    Na meer dan twintig jaar discussiëren is op 26 oktober 2005 de Tiende Richtlijn inzake grensoverschrijdende juridische fusies aangenomen. Belangrijkste knelpunt was de vennootschappelijke medezeggenschap. Uiteindelijk hebben de lidstaten een compromis bereikt dat is neergelegd in artikel 16 Tiende Richtlijn. Dit artikel is zeer complex en bevat veel onduidelijkheden. Bovendien blijkt dat Nederland en Duitsland bepaalde aspecten op eigen wijze in het nationale recht hebben geïmplementeerd en vanuit hun nationale medezeggenschapsperspectief benaderen. Dit vergroot de populariteit van een grensoverschrijdende juridische fusie niet. Deze bijdrage tracht de ingewikkelde materie van artikel 16 Tiende Richtlijn wat inzichtelijker te maken en de toepasbaarheid te bevorderen.


Mr. F.G. Laagland
Mw. mr. F.G. Laagland is als docent/onderzoeker verbonden aan de vaksectie Sociaal recht van de Radboud Universiteit Nijmegen en doet onderzoek naar de rechtspositie van de Nederlandse werknemer bij een grensoverschrijdende juridische fusie.
Artikel

Een beloningscode voor de financiële sector

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 3 2010
Trefwoorden beloningsbeleid financiële sector, corporate governance,, Code Banken, financiële onderneming
Auteurs Mr. C. de Groot
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage heeft betrekking op het beloningsbeleid in de financiële sector. Allereerst wordt ingegaan op toegenomen aandacht voor de beloningen in de financiële sector en op de opbouw en reikwijdte van de verschillende initiatieven. Vervolgens worden de verschillende initiatieven op het gebied van het beloningsbeleid in de financiële sector met elkaar vergeleken. Die vergelijking mondt uit in een (model) beloningscode die weergeeft wat goede corporate governance op het gebied van het beloningsbeleid zou kunnen zijn. Deze (model) beloningscode zouden financiële instellingen of financiële ondernemingen kunnen gebruiken als leidraad bij het vaststellen en uitvoeren van hun beloningsbeleid. Deze bijdrage wordt afgesloten met enkele afsluitende opmerkingen.


Mr. C. de Groot
Mr. C. de Groot is universitair hoofddocent ondernemingsrecht aan de Universiteit Leiden.

    In a changing social and political environment, mayors assume quite a few different roles in local government. This is because they face different expectations, held by social and political actors at different times. Based on the distinction between strong and weak mayoral leadership, this article develops a typology of mayoral leadership roles. The authors argue that inherent tensions exist between some of these roles, making it impossible for mayors to fulfill all roles at once. Therefore, political leadership is best conceived as something that is contextually dependent. Mayors continually have to find a temporal balance between different roles, depending on the institutional setting and social and political context in which they operate at that time. Therefore, a caleidoscopic perspective on political leadership may provide valuable insights for mayors on how to develop their own leadership style.


N. Karsten
Niels Karsten, MSc MA is als promovendus respectievelijk universitair hoofddocent verbonden aan de Tilburgse School voor Politiek en Bestuur, Universiteit van Tilburg.

L. Schaap
dr. Linze Schaap is als promovendus respectievelijk universitair hoofddocent verbonden aan de Tilburgse School voor Politiek en Bestuur, Universiteit van Tilburg.

W.J. Verheul
Drs. Wouter Jan Verheul is als programmamanager en promovendus verbonden aan de Nederlandse School voor Openbaar Bestuur. Het artikel is mede gebaseerd op Cachet, Karsten e.a. (2009).
Artikel

De nieuwe tegenstrijdigbelangregeling en de praktijk

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 2 2010
Trefwoorden tegenstrijdig belang, wetsvoorstel bestuur en toezicht, artikel 2:146/256 BW, persoonlijk belang bestuurders en commissarissen
Auteurs Prof. mr. A.F.M. Dorresteijn
SamenvattingAuteursinformatie

    Het wetsvoorstel 31 763 (bestuur en toezicht) bevat een nieuwe regeling van het tegenstrijdig belang welke er in de kern op neerkomt dat bestuurders en commissarissen niet mogen deelnemen aan besluitvorming indien zij daarbij een persoonlijk tegenstrijdig belang hebben. In deze bijdrage wordt de nieuwe regeling onder de loep genomen, mede met het oog op vragen die zich in de praktijk kunnen gaan voordoen. Allereerst wordt de nieuwe regeling in kort bestek geschetst, gevolgd door enkele kanttekeningen. Voor een goed begrip van de regeling worden ook enkele met het tegenstrijdig belang verwante aangelegenheden gesignaleerd die buiten de nieuwe regeling vallen. Daarna worden enkele specifieke opmerkingen gemaakt met het oog op de praktijk. Deze bijdrage wordt afgesloten met een samenvatting van de belangrijkste bevinden en een conclusie.


Prof. mr. A.F.M. Dorresteijn
Prof. mr. A.F.M. Dorresteijn is hoogleraar ondernemingsrecht (transnationale aspecten) aan de Universiteit Utrecht en advocaat bij AKD Advocaten en Notarissen.

    The prehistory of criminology doesn't get all that much attention in the Low Countries. In the Dutch case many criminologists e.g. see the publication of Bonger's work in 1905 on crime and economic conditions as the real starting point of criminology. This narrow historical view overlooks the fact that, before the French Revolution, notably the ideas of Beccaria on crime and punishment sparked a rather fierce discussion in the Netherlands - this in contrast to the Austrian/Belgian provinces. Beccaria's views also inspired Calkoen to write the first comprehensive treatise on the prevention and repression of crime in 1778. Later, after 1830, two major figures in the prehistory of modern criminology stepped forward in the new independent state of Belgium. Quetelet was the first one in history to apply modern statistics in order to assess the nature, extent and development of crime problems. He became one of the founding fathers of criminal statistics. Ducpétiaux developed into an enlightened and brilliant defender of the Pennsylvania penitentiary system and completely rebuilt the Belgian system according to this model. Both men also had a notable impact on the discussion how to deal with crime and in particular on the construction of new prisons in the Netherlands. After the birth of modern criminology in 1876 - thanks to Lombroso - the writings of Quetelet were an important source of knowledge for Bonger and the Belgian criminologist Denis. Lombroso, however, equally had important followers in both countries: Aletrino in the Netherlands and Héger in Belgium. It is a pity that the (pre-)history of criminology in the Low Countries is not part of the contemporary international image of the history of criminology. Time has come to fill up this important gap in the historical analysis of criminology.


C. Fijnaut
Prof. dr. Cyrille Fijnaut is gewoon hoogleraar aan de Faculteit Rechtswetenschappen van de Universiteit van Tilburg.
Artikel

Wetsvoorstel bestuur en toezicht: een drietal amendementen nader belicht

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 2 2010
Trefwoorden bestuur, toezicht, amendement, streefpercentage, arbeidsovereenkomst
Auteurs Mr. P.A. van den Ende
SamenvattingAuteursinformatie

    Naar aanleiding van het op 8 december 2009 door de Tweede Kamer aangenomen wetsvoorstel bestuur en toezicht bespreekt de auteur de volgende in het wetsvoorstel opgenomen amendementen: (1) een beperking van het aantal toezichthoudende functies van bestuurders en commissarissen, (2) introductie van een streefpercentage voor een evenwichtige verdeling van mannen en vrouwen in raden van bestuur en raden van commissarissen, en (3) het niet langer kwalificeren van de juridische verhouding tussen bestuurders van beursvennootschappen en de beursvennootschap als arbeidsovereenkomst.


Mr. P.A. van den Ende
Mr. P.A. van den Ende is advocaat bij Stibbe.
Discussie

Plato en de ideeënwereld van het management

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 1 2010
Trefwoorden management, regulering, beleidstheorie, democratie
Auteurs Prof. dr. W.J. Witteveen
SamenvattingAuteursinformatie

    De ideeënwereld van het moderne management lijkt in een aantal opzichten op het ideale politieke bestel dat Plato beschrijft. De moderne manager die zich als een van Plato’s wachters gedraagt, plaatst zich buiten en boven de praktijken waarin burgers productieve taken voor de gemeenschap uitvoeren, in de illusie over superieure kennis te beschikken. De praktijk laat zien dat deze stijl van werken vaak contraproductief is. In het ideaal van dienend leiderschap wordt tegenwoordig echter een alternatief ontworpen dat beter past bij de democratie.


Prof. dr. W.J. Witteveen
Prof. dr. W.J. Witteveen is hoogleraar rechtstheorie en retorica aan de Universiteit van Tilburg. w.j.witteveen@uvt.nl
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.