Zoekresultaat: 16 artikelen

x
Jaar 2013 x
Casus

Samenwerken in een BV: deadlocks op de loer

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 4 2013
Trefwoorden deadlock, impasse, bv, aandeelhoudersovereenkomst, samenwerking
Auteurs Mr. M.J.E. van den Bergh
SamenvattingAuteursinformatie

    Wanneer twee partijen samenwerken middels een besloten vennootschap bestaat een inherent risico op het ontstaan van deadlocks. Door daarop te anticiperen middels de vennootschappelijke inrichting van de BV en door het vastleggen van afspraken tussen bestuursleden en/of aandeelhouders kan dat risico worden verminderd en kan in veel gevallen het hoofd worden geboden aan dergelijke impasses. Tevens biedt de wet zelf een aantal bruikbare oplossingen, met name ten aanzien van het beëindigen van de samenwerking van partijen. In het artikel wordt e.e.a. met behulp van eenvoudige voorbeelden toegelicht.


Mr. M.J.E. van den Bergh
Mr. M.J.E. van den Bergh is advocaat ondernemingsrecht bij Höcker advocaten te Amsterdam.
Diversen

Access_open Het lastige gesprek

Een reactie op ‘Toezien op publieke belangen’ vanuit het perspectief van de burger

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 4 2013
Trefwoorden WRR-rapport, Nationale ombudsman, burger
Auteurs Dr. Alex Brenninkmeijer
SamenvattingAuteursinformatie

    De redactie van Tijdschrift voor Toezicht sprak met de Alex Brenninkmeijer, de Nationale ombudsman over zijn visie op het WRR-rapport


Dr. Alex Brenninkmeijer
Dr. A.F.M. Brenninkmeijer is de Nationale ombudsman.
Artikel

Cryo-Save – de responstijd in de praktijk

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 12 2013
Trefwoorden responstijd, agenderingsrecht, Cryo-Save, strategiewijziging, (B)AvA
Auteurs Mr. H.A. van Hulst en Mr. M.R.W. Boer
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage bespreken de auteurs de uitspraak van het Hof Amsterdam (Ondernemingskamer) 6 september 2013, nr. 200.131.526/01 OK (Cryo-Save Group/Salveo Holding) betreffende de responstijd.


Mr. H.A. van Hulst
Mr. H.A. van Hulst is advocaat bij Clifford Chance.

Mr. M.R.W. Boer
Mr. M.R.W. Boer is advocaat bij Clifford Chance.
Artikel

Autoriteit in beeld

Over toezichthouders en medialogica in het nieuws

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 3 2013
Trefwoorden Media, Medialogica
Auteurs Thomas Schillemans en Sandra Jacobs
SamenvattingAuteursinformatie

    Publieke organisaties staan van oudsher bekend als nieuwsmijdende organisaties. Ze voeren belangrijke publieke taken uit met een soms grote invloed op de samenleving, maar ze opereren relatief onzichtbaar achter gekozen politici die voor hen het woord voeren en op grond van bureaucratische routines en wettelijke regelingen.
    De analyse in dit artikel is erop gericht om aan de hand van voorlopige inzichten uit empirisch onderzoek te bekijken in welke mate de zorgen over de rol van de media in bestuur en toezicht gerechtvaardigd zijn en om kansen voor toezichthouders door medialogica te identificeren.
    Als men de conclusies op zich beziet, valt op dat de analyse op één cruciaal punt na, meer redenen voor geruststelling dan bezorgdheid biedt. Medialogica werkt, uitgaande van de sombere verwachtingen in een deel van de literatuur, vaker positief dan negatief uit voor toezichthouders.


Thomas Schillemans
Dr. T. Schillemans is universitair docent aan de Universiteit Utrecht, Departement Bestuurs- en Organisatiewetenschap (USBO).

Sandra Jacobs
S.H.J. Jacobs MSc is universitair docent aan de Universiteit van Amsterdam, afdeling Corporate Communication.
Artikel

De bestuurder in jointventureverhoudingen

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 3 2013
Trefwoorden partijgebonden benoeming en ontslag van de JV-bestuurder, instructiebevoegdheid van JV-partijen, dienstverband met de JV-bv of met een JV-partij, terugkeergaranties
Auteurs Prof. mr. L.G. Verburg
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage heeft als thema de bestuurder in joint venture verhoudingen (de JV-bestuurder). Het vizier is gericht op een joint venture (JV) waarbij twee of meer partijen ten aanzien van de juridische structuur van hun samenwerkingsverband voor de bv kozen. De bijdrage benadert het thema vanuit twee invalshoeken. De eerste invalshoek onderzoekt enige specifieke aan het karakter van een JV gerelateerde aspecten van de functionele band van de bestuurder met de bv. Dit eerste deel van de bijdrage gaat vooral in op de per 1 oktober 2012 op grond van de totstandkoming van de Flex-wet ingevoerde wijzigingen in Boek 2 BW. De tweede invalshoek bekijkt het thema vanuit arbeidsrechtelijk perspectief.


Prof. mr. L.G. Verburg
Prof. mr. L.G. Verburg is hoogleraar arbeidsrecht aan de Radboud Universiteit Nijmegen.
Artikel

De commanditaire vennootschap als jointventurevehikel: perikelen met het beheersverbod

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 3 2013
Trefwoorden joint venture, commanditaire vennootschap, beheersverbod, bv/cv-structuur
Auteurs Mr. A.J.S.M. Tervoort
SamenvattingAuteursinformatie

    Onderzocht wordt in hoeverre de cv een passende rechtsvorm is voor een joint venture (JV). Daartoe wordt het verbod voor een commanditaire vennoot om daden van beheer te verrichten geanalyseerd. De conclusie is dat de reikwijdte van dit verbod zo onduidelijk is, dat een cv een minder geschikte rechtsvorm is voor een JV wanneer de partners joint control over hun samenwerkingsvehikel willen hebben zonder het risico te lopen op hoofdelijke verbondenheid voor diens schulden. Afgesloten wordt met een overzicht van enige structuurvarianten die beter bruikbaar lijken.


Mr. A.J.S.M. Tervoort
Mr. A.J.S.M. Tervoort is bedrijfsjurist en advocaat te Amsterdam en is als fellow verbonden aan het Zuidas Instituut voor Financieel Recht en Ondernemingsrecht te Amsterdam.
Artikel

Interne aansprakelijkheid van one-tier board bestuurders bij uitkeringen

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 7 2013
Trefwoorden bestuurdersaansprakelijkheid, one-tier board, het doen van uitkeringen, disculpatie
Auteurs Mr. L.E. Cappelle
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage bespreekt de auteur de interne bestuurdersaansprakelijkheid van bestuurders binnen een one-tier board bij het doen van uitkeringen. Meer in het bijzonder gaat de auteur in op de gewijzigde aansprakelijkheidsnorm van artikel 2:216 BW en de bijbehorende disculpatiemogelijkheid.


Mr. L.E. Cappelle
Mr. L.E. Cappelle is advocaat bij Allen & Overy LLP.
Hoofdartikel

Uniform of gedifferentieerd arbeidsrecht

Een nationaal en rechtsvergelijkend onderzoek naar de rechtvaardiging en toekomst van bijzondere arbeidsverhoudingen

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 2 2013
Trefwoorden bijzondere arbeidsverhoudingen, uniform, differentiatie, rechtsvergelijking, gelijkheidsbeginsel, kwalificatievraag
Auteurs Prof. mr. dr. A.R. Houweling en Mr. dr. G.W. van der Voet
SamenvattingAuteursinformatie

    In 1907 heeft de wetgever bewust gekozen voor een uniforme wettelijke regeling inzake de arbeidsovereenkomst. Een gedifferentieerd stelsel van afzonderlijke arbeidsrechtelijke regelingen voor bijzondere beroepsgroepen werd uitdrukkelijk van de hand gewezen. Zo’n stelsel zou namelijk slechts aanleiding geven tot afbakeningsproblemen en rechtsonzekerheid. Inmiddels heeft zich evenwel – niettegenstaande dit uitgangspunt − een ‘waaier’ aan bijzondere arbeidsverhoudingen ontwikkeld. Gezien de parlementaire geschiedenis van de huidige wettelijke regeling in titel 7.10 van het Burgerlijk Wetboek, zou men verwachten dat het creëren (of handhaven) van afwijkende regelingen voor bepaalde arbeidsverhoudingen uitdrukkelijk door de wetgever is/wordt gemotiveerd en dat aan de vormgeving van dergelijke bijzondere arbeidsverhoudingen bewuste keuzes en/of principes ten grondslag liggen. In dit artikel onderzoeken de auteurs welke bijzondere arbeidsverhoudingen er zijn en in hoeverre daarvoor een rechtvaardigingsgrond bestaat. In het tweede deel van dit onderzoek analyseren de auteurs de trends en ontwikkelingen van bijzondere arbeidsverhoudingen in de Europese Unie. De auteurs concluderen dat voor een groot aantal bijzondere arbeidsverhoudingen geen rechtvaardigingsgronden (meer) bestaan. Voorts concluderen de auteurs dat ook in het buitenland geen rechtvaardigingsgronden zijn aangetroffen voor onderscheidingen in arbeidsrechtelijke regelingen. Zij wijzen erop dat bepaalde ontwikkelingen in het buitenland – met name ingegeven vanuit het gelijkheidsbeginsel en EU-recht – laten zien dat eerder een verregaande uniformering in plaats van verdergaande differentiatie valt te verwachten. Het gebruik van open normen – zoals in Nederland het geval is – zal in deze ontwikkeling een belangrijke rol spelen.


Prof. mr. dr. A.R. Houweling
Prof. mr. dr. A.R. Houweling is hoogleraar arbeidsrecht aan de Erasmus School of Law.

Mr. dr. G.W. van der Voet
Mw. mr. dr. G.W. van der Voet is universitair docent aan de Erasmus School of Law en arbeidsrechtadvocaat bij AKD.
Artikel

De wenselijkheid van een algemene zorgplicht in de Wft

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 2 2013
Trefwoorden Wijzigingswet financiële markten 2014, Wet op het financieel toezicht, Autoriteit Financiële Markten, zorgplicht, financiëledienstverleners
Auteurs mr. N.A. van Opbergen
SamenvattingAuteursinformatie

    In het wetsvoorstel Wijzigingswet financiële markten 2014 wordt voorgesteld een algemene zorgplicht voor financiëledienstverleners vast te leggen in de Wet op het financieel toezicht (art. 4:24a nieuw). Belangrijkste argument daarvoor is informatiescheefheid tussen financiëledienstverleners en klanten. Belangrijkste argument daartegen is rechtsonzekerheid voor financiëledienstverleners, omdat onduidelijk zou zijn wanneer de zorgplicht wordt overtreden. Voor een succesvolle handhaving van de algemene zorgplicht is vereist dat de AFM dit alleen doet in evidente gevallen. Het voorgestelde artikel moet deels worden gewijzigd.


mr. N.A. van Opbergen
Mevrouw Van Opbergen heeft dit artikel geschreven naar aanleiding van haar afstudeerscriptie.
Artikel

Sancties voor leidinggevenden in het Nederlandse mededingingsrecht

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 4 2013
Trefwoorden sanctie, leidinggevende, natuurlijke persoon, Mededingingswet
Auteurs Mr. M.M. Slotboom
SamenvattingAuteursinformatie

    Per 1 oktober 2007 heeft de Autoriteit Consument en Markt, toen nog de Nederlandse Mededingingsautoriteit geheten, de bevoegdheid verkregen om voor overtredingen van de Mededingingswet sancties op te leggen aan natuurlijke personen, die tot de overtredingen opdracht hebben gegeven of daaraan feitelijke leiding hebben gegeven (gezamenlijk ook ‘leidinggevenden’). Hierdoor werd – ongeveer tien jaar na de inwerkingtreding van de Mw – de kring van personen aan wie ACM sancties kan opleggen aanzienlijk uitgebreid. Dit artikel bespreekt de stand van zaken met betrekking tot sanctieoplegging aan leidinggevenden, ongeveer zes jaar na deze uitbreiding.


Mr. M.M. Slotboom
Mr. M.M. Slotboom is partner bij VVGB Advocaten/Avocats te Brussel.
Artikel

Casus over corporate governance: de onderzoeksrapporten over Barclays en HBOS

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 5 2013
Trefwoorden corporate governance, board, Barclays, HBOS, Code
Auteurs Mr. F.G.K. Overkleeft LLM
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteur bespreekt twee recent verschenen onderzoeksrapporten over de Britse financiële instellingen Barclays en HBOS. Hij wijst erop dat beide rapporten in zekere zin als casestudy op het gebied van corporate governance kunnen dienen. De auteur pleit er niet voor om uit deze casus algemene regels op het gebied van corporate governance af te leiden, maar wijst juist op de toegevoegde waarde die het bestuderen van concrete praktijkgevallen voor een goed begrip van de materie kan hebben.


Mr. F.G.K. Overkleeft LLM
Mr. F.G.K. Overkleeft, LLM is advocaat bij NautaDutilh te Amsterdam.
Artikel

De Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT): (in) werking

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 1 2013
Trefwoorden WNT, topfunctionaris, publieke en semipublieke sector, ontslagvergoeding, overgangsrecht
Auteurs Prof. mr. L.G. Verburg
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 1 januari 2013 trad de Wet normering bezoldigingen topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT) in werking. Deze bijdrage bevat een beschouwing over deze ‘unieke’ wet: het doel, de keuzes, de middelen, het overgangsrecht en natuurlijk de vraag of de WNT bestand is tegen lieden die het beloningsspel niet (ruiterlijk) willen meespelen. Een uitvoerige beschouwing over het belangrijke thema van de uitkering wegens de beëindiging van het dienstverband (de ontslagvergoeding) − inclusief het terrein van de op non-actiefstelling − laat zien dat de WNT allerminst waterdicht is. De WNT laat daarbij een belangrijk gebied onbelicht: de praktijk van het maken van afspraken over een afkoop van wachtgeld/bovenwettelijke WW-rechten. De auteur doet de suggestie dat het kabinet het (zoals eerder toegezegd) in de loop van 2013 te verwachten wetsontwerp tot aanpassing van de WNT aangrijpt om enige verduidelijking te bieden omtrent de wijze waarop de praktijk volgens de wetgever met een en ander moet omgaan.


Prof. mr. L.G. Verburg
Prof. mr. L.G. Verburg is hoogleraar arbeidsrecht aan de Radboud Universiteit Nijmegen.
Artikel

Wet bestuur en toezicht: de limiteringsregeling nader belicht

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 4 2013
Trefwoorden limiteringsregeling, bestuur, toezicht, bestuurder, commissaris
Auteurs Mr. H. Hoeve en Mr. R.W.A. van Thiel
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage bespreken de auteurs de in de Wet bestuur en toezicht opgenomen limiteringsregeling die op 1 januari 2013 in werking is getreden. Er wordt besproken op welke rechtspersonen deze regeling van toepassing is, wat een dergelijke limitering van het aantal bestuurs- en/of toezichthoudende functies inhoudt, wanneer de limiteringsregeling van toepassing is en tot slot wat de sanctie is bij overtreding van deze regeling.


Mr. H. Hoeve
Mr. H. Hoeve is kandidaat-notaris bij Loyens & Loeff te Rotterdam.

Mr. R.W.A. van Thiel
Mr. R.W.A. van Thiel is kandidaat-notaris bij Loyens & Loeff te Rotterdam.
Artikel

De structuurregeling bij de one-tier vennootschap

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 4 2013
Trefwoorden one-tier board, structuurregime, ontstentenis of belet, benoeming bestuurders, uitvoerende en niet-uitvoerende bestuurders
Auteurs Mr. T.G.J.M. Melchers
SamenvattingAuteursinformatie

    Een vennootschap die voldoet aan de vereisten voor het verplicht invoeren van de structuurregeling loopt (onder meer) bij het inrichten van haar statuten als one-tier vennootschap tegen een aantal vragen aan. Hieraan wordt aandacht besteed, waarbij onder meer wordt gekeken naar benoemingsregels, de regeling over ontstentenis en belet en de toepasselijkheid van het gemitigeerd structuurregime.


Mr. T.G.J.M. Melchers
Mr. T.G.J.M. Melchers is advocaat bij Allen & Overy te Amsterdam.
Artikel

Drie opmerkingen bij de ‘Wet bestuur en toezicht’

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 1 2013
Trefwoorden Wet bestuur en toezicht, one tier-organisatiestructuur, two tier-organisatiestructuur, taakverdeling bestuurders, besluitvorming, aansprakelijkheidsrisico bestuurders
Auteurs Mr. C. de Groot
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 1 januari 2013 is de ‘Wet bestuur en toezicht’ (samen met de ‘Reparatiewet bestuur en toezicht’) in werking getreden. Deze bijdrage gaat in op drie onderdelen van de wet. Ten eerste de vraag of in een naamloze en besloten vennootschap met een dualistische organisatiestructuur nadere taakverdelingen die worden aangebracht in de onderlinge verhouding tussen de uitvoerende bestuurders en de niet-uitvoerende bestuurders noodzakelijk bij of krachtens de statuten moeten worden vastgelegd, of ook zonder zo’n statutaire basis mogelijk zijn. De parlementaire geschiedenis wijst die mogelijkheid – in overeenstemming met art. 2:9 BW – af, maar staat in andere gevallen wel zulke nadere taakverdelingen toe. Dit roept de vraag op waarom de parlementaire geschiedenis op het ene punt terughoudender is dan op het andere punt. Ten tweede geeft art. 2:129a lid 3/239a lid 3 BW aan naamloze en besloten vennootschappen met een monistisch model de mogelijkheid te bepalen dat bestuursbesluiten door één of meer bestuurders kunnen worden genomen, waardoor besluitvorming op die punten door het gehele bestuur niet nodig is. Een uitzondering hierop zijn besluiten in de zin van art. 2:164/274 BW die een vergaande strekking hebben. De auteur verdedigt de stelling dat er meer besluiten zijn die buiten het toepassingsgebied van art. 2:129a lid 3/239a lid 3 moeten blijven: het gaat dan om alle besluiten (en feitelijke beslissingen) die een strategisch karakter hebben. Ten derde bespreekt de auteur het aansprakelijkheidsrisico dat niet-uitvoerende bestuurders lopen in vergelijking met het aansprakelijkheidsrisico dat commissarissen in een dualistisch model lopen. De conclusie is dat de collectieve verantwoordelijkheid voor de bestuurstaak die in een monistisch model op alle, dat wil zeggen op zowel de uitvoerende als de niet-uitvoerende, bestuurders rust, leidt tot een vergroot aansprakelijkheidsrisico van de niet-uitvoerende bestuurders. Dat kan een argument zijn om niet te kiezen voor een monistisch model.


Mr. C. de Groot
Mr. C. de Groot is universitair hoofddocent Ondernemingsrecht aan de Universiteit Leiden.
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.