Zoekresultaat: 19 artikelen

x
Jaar 2010 x

    In het afgelopen decennium is in de (lagere) jurisprudentie op uiteenlopende wijze geoordeeld over de omvang van de 403-aansprakelijkheid van de moedermaatschappij voor uit arbeids- en andere duurovereenkomsten voortvloeiende verplichtingen van haar vrijgestelde groepsmaatschappij (hierna dochtermaatschappij). De centrale vraag daarbij was telkens of deze aansprakelijkheid alleen geldt voor verplichtingen voortvloeiend uit tijdens de aansprakelijkstellingstelling aangegane arbeidsovereenkomsten of tevens voor verplichtingen voortvloeiend uit voor de aansprakelijkstelling aangegane arbeidsovereenkomsten en, indien dat laatste het geval was, of de aansprakelijkheid dan alleen voor gedurende de aansprakelijkstelling uit arbeidsovereenkomsten voortvloeiende verplichtingen geldt of ook voor daarvoor reeds uit arbeidsovereenkomsten ontstane verplichtingen.


J.P.H. Zwemmer
Mr. J.P.H. Zwemmer is advocaat te Amsterdam en promovendus bij het Hugo Sinzheimer Instituut van de Universiteit van Amsterdam.
Artikel

De implementatie van dader-slachtofferbemiddeling in België

Zoektocht naar functionele en structurele randvoorwaarden

Tijdschrift Tijdschrift voor Herstelrecht, Aflevering 4 2010
Trefwoorden restorative justice, implementation, conditions for
Auteurs Hans Dominicus
SamenvattingAuteursinformatie

    Victim-offender-mediation started in Belgium as early as 1993 and nowadays the Belgium landscape shows a variety of restorative practices, including conferencing with juveniles and mediation with adult offenders, on the basis of a number of legal arrangements. Progress can still be made in quantitative terms and qualitatively by harmonizing the various legal instruments that are available. The diversionary mediation that is possible at the level of the public prosecutor differs in a number of ways from the mediation that can be offered in subsequent stages of the criminal procedure. A variety of motives and reasons explain the reception and growth of restorative practices, such as the desire to offer victims a better service and to improve the delivery of justice. The willingness to experiment and to collaborate between protagonists of restorative justice and the agencies of criminal justice, and the strong scientific support from the Catholic University of Leuven, are amongst the key factors that promoted the integration and consolidation of restorative practices in the legal system.


Hans Dominicus
Hans Dominicus is attaché bij het Directoraat-generaal Justitiehuizen van de Federale Overheidsdienst Justitie in België. Hij is adviseur van minister van justitie Stefaan de Clerck.

    Hoewel diverse grondrechten al sinds jaar en dag worden ingeroepen in Europese mededingingsprocedures, komen op deze grondrechten gebaseerde verweren nog iets minder voor in Nederlandse mededingingszaken. In deze bijdrage, die wegens haar omvang geen uitputtend overzicht vormt, zal nader worden ingegaan op een aantal grondrechtelijke leerstukken die in dat kader met name relevant lijken.


Mr. H.M.H. Speyart
Mr. H.M.H. Speyart is advocaat bij NautaDutilh N.V. te Amsterdam.
Artikel

Consensuswetgeving: een bijzonder concept

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2010
Trefwoorden consensusrijkswet, artikel 38 van het Statuut, onderlinge regeling, Antillenproject, staatkundige hervorming
Auteurs Mw. mr. drs. A.G. van Dijk
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 6 juli 2010 stemde de Eerste Kamer der Staten-Generaal in met tien voorstellen van rijkswet die verband houden met de staatkundige hervorming van het Koninkrijk. Vijf van die voorstellen zijn gebaseerd op artikel 38 lid 2 van het Statuut. Deze grondslag betekent dat het gaat om onderlinge regelingen tussen landen in het Koninkrijk die worden vastgesteld bij rijkswet. Rijkswetten die zijn gebaseerd op genoemde Statuutsbepaling worden ook wel aangeduid als consensusrijkswetten, omdat over deze wetgeving overeenstemming moet bestaan tussen de betrokken landen. In deze bijdrage gaat de auteur op basis van de opgedane ervaringen bij de ambtelijke voorbereiding en tijdens de parlementaire behandeling in op een aantal procedurele en algemene aspecten van de figuur van consensusrijkswetgeving.


Mw. mr. drs. A.G. van Dijk
Mw. mr. drs. A.G. van Dijk is hoofd van de sector Staats- en bestuursrecht bij de directie Wetgeving van het ministerie van Veiligheid en Justitie.
Diversen

Nieuw toezicht op de advocatuur?

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 4 2010
Trefwoorden zelfregulering, systeemtoezicht, toezicht op advocaten, advocatuur, De Hoogd
Auteurs Mr. M. de Rijke
SamenvattingAuteursinformatie

    Met de totstandkoming van de Advocatenwet van 23 juni 1952 is de Nederlandse Orde van Advocaten (NOvA) ingesteld en is wettelijk geregeld dat het toezicht op de advocatuur wordt uitgeoefend door Raden van toezicht, de bestuurders van de plaatselijke orden van advocaten. De leden van de Raden van toezicht worden gekozen uit de leden van de orde. Dit systeem van zelfregulering staat ter discussie, sinds de Minister van Justitie in een brief aan de Tweede Kamer van 5 maart 2010 zijn visie heeft gegeven op de “in de toekomst wenselijke en mogelijke aanpassingen van de wettelijke regelingen van het toezicht op notarissen, advocaten en gerechtsdeurwaarders”. De visie behelst onder meer de introductie van een nieuwe toezichthouder die controle uitoefent op de naleving van wettelijke voorschriften door advocaten. Wat echter ontbreekt in deze visie is een overtuigende onderbouwing om op zoek te gaan naar een alternatief voor het bestaande systeem en daarmee een legitimatie om de keuze te laten vallen op het andere uiterste van het spectrum van toezichtstijlen. In dit essay plaatst de auteur het bestaande toezichtsysteem, de controle hierop en de visie van de Minister in het kader van het algemeen toezichtsrecht. Zij komt tot de conclusie dat een te wankele basis bestaat voor een drastische oversteek van intern naar extern toezicht.


Mr. M. de Rijke
Mr. M. de Rijke is advocaat en partner bij Bird & Bird LLP te Den Haag.
Artikel

Zorgplichten in het concern

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 4 2010
Trefwoorden Concern, zorgplichten, moedermaatschappij, concernholding, maatschappelijk verantwoord ondernemen, MVO
Auteurs Prof. J.B. Huizink
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt onderzocht in hoeverre het begrip zorgplicht een rol speelt of zou kunnen spelen in concernverhoudingen, binnen groepen van vennootschappen. Daarbij wordt er in het bijzonder ingegaan op de moedermaatschappij of concernholding. In dit kader komen onder meer de volgende vragen aan bod: welk belang wordt er met zorgplicht gediend? Op welke wijze dient de moedermaatschappij de zorgplichten te vervullen? Wat zijn de gevolgen van schending van de zorgplicht? En hoe dient het fenomeen zorgplicht tegen de achtergrond van de daarmee beoogde doelen, als deze al expliciet gemaakt kunnen worden, te worden beoordeeld?


Prof. J.B. Huizink
Prof. J.B. Huizink is hoogleraar ondernemingsrecht aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

    On 21 May 2008 the European Directive on certain aspects of mediation in civil and commercial matters was adopted. The directive will have to be implemented in Dutch legislation before 21 May 2011. The objective of the Directive is to facilitate access to alternative dispute resolution and to promote the amicable settlement of disputes, by encouraging the use of mediation and by ensuring a balanced relationship between mediation and judicial proceedings (Article 1(1)). As a result of the arrival of the European Mediation Directive mediation the Netherlands will get a legal basis and thereby recognition. This article inter alia discusses the Mediation Directive from the NMI's perspective and discusses the articles from the Directive relevant to NMI step by step.


Esther Gathier
Mr. Esther Gathier is beleidsmedewerker bij het NMI.
Praktijk

Alles ineen: het combineren van uitvoeringsregels

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 5 2010
Trefwoorden wetgevingstechniek, delegatie, Aanwijzingen voor de regelgeving, delegatiegrondslag, algemene maatregel van bestuur
Auteurs Mr. T.C. Borman
SamenvattingAuteursinformatie

    Hoewel de Aanwijzingen voor de regelgeving over deze materie zwijgen, is er sprake van een tendens om gedelegeerde regelgeving ter uitvoering van een wet te combineren in één uitvoerings-AMvB en één ministeriële uitvoeringsregeling. Dit kan worden aangetoond aan de hand van diverse voorbeelden. Argumenten voor bundeling van de uitvoeringswetgeving zijn veelal het bevorderen van overzichtelijkheid en samenhang en het terugdringen van het aantal regelingen.


Mr. T.C. Borman
Mr. T.C. Borman is werkzaam bij de directie Wetgeving van het ministerie van Justitie.

    F.R. Vermeer, Gedogen door bestuursorganen, Kluwer 2010


Mr. G.A. van der Veen
Mr. G.A. (Gerrit) van der Veen is advocaat omgevingsrecht en bestuursrecht bij AKD te Rotterdam en is tevens redactielid van TO.
Artikel

Hoe landelijke inspectiediensten omgaan met systeemtoezicht

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 3 2010
Trefwoorden systeemtoezicht, compliance management, metaregulation, zelfregulering, systeemgericht toezicht, toezicht
Auteurs Dr. ing. M.A. de Bree MBA
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel beschrijft wat inspectiediensten verstaan onder systeemtoezicht en hoe zij dit toepassen. Er blijken grote verschillen te zijn in zowel de gebruikte definities als in de praktische toepassing. De toezichthouder kan met behulp van systeemtoezicht, mits juist toegepast, ervoor zorgen dat grote bedrijven maatschappelijke belangen borgen in hun organisatie. De toezichthouder moet hierbij enerzijds niet te goedgelovig zijn en altijd fysieke controles blijven doen. Anderzijds moet hij ervoor waken niet overmatig te controleren waardoor de voordelen van systeemtoezicht weer teniet zouden worden gedaan. Systeemtoezicht en bestraffing verdragen elkaar slecht doordat bestraffing het leereffect negatief kan beïnvloeden.


Dr. ing. M.A. de Bree MBA
Dr. ing. M.A. de Bree MBA is directeur van Next Step Management B.V. en verbonden aan het Erasmus Instituut Toezicht & Compliance.
Artikel

Nationale parlementen en Europese wetgeving

De Staten-Generaal als de Raad van State van Europa

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 4 2010
Trefwoorden nationale parlementen, Europese wetgeving, subsidiariteit, wetgevingsproces
Auteurs Dr. mr. Ph. Kiiver
SamenvattingAuteursinformatie

    Uit de empirische praktijk blijkt dat het Nederlandse parlement in het kader van de Europese subsidiariteitscontrole een functie uitoefent die sterk lijkt op de rol van de Raad van State binnen Nederland. Het parlement geeft een wetgevingsadvies dat voor de Europese instellingen weliswaar niet absoluut bindend is, maar waarop zij verplicht zijn om te wachten voordat zij het wetgevingsproces voortzetten. Bezwaren van nationale parlementen kunnen weliswaar niet tot amendement of intrekking van een Europees wetsvoorstel verplichten, maar kunnen een hermotivering uitlokken.


Dr. mr. Ph. Kiiver
Dr. mr. Philipp Kiiver is universitair hoofddocent Europees en vergelijkend constitutioneel recht aan de Universiteit Maastricht/Montesquieu Instituut Maastricht. philipp.kiiver@maastrichtuniversity.nl
Artikel

Strategisch gedrag in netwerksectoren

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 2 2010
Trefwoorden netwerksectoren, incumbents, strategisch gedrag
Auteurs Prof. mr. dr. E.F. ten Heuvelhof en Prof. mr. dr. H.D. Stout
SamenvattingAuteursinformatie

    De wereld van infrastructuren en nutsdiensten was tot voor kort een rustige wereld. Stabiele publieke bedrijven leverden, jaar in jaar uit, dezelfde producten en diensten. Echter, technische ontwikkelingen, liberalisering, privatisering, verzakelijking en internationalisering hebben deze wereld op zijn kop gezet. De veranderingen in netwerksectoren zijn buitengewoon groot geweest.


Prof. mr. dr. E.F. ten Heuvelhof
Prof. mr. dr. E.F. ten Heuvelhof is hoogleraar Beleidskunde aan de Technische Universiteit Delft alsmede aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Prof. mr. dr. H.D. Stout
Prof. mr. dr. H.D. Stout is hoogleraar Recht aan de Technische Universiteit Delft alsmede fellow van het Netherlands Institute for Advanced Study in the Humanities and Social Sciences.
Diversen

De positionering van het overheidstoezicht: is een revitalisering van het discourse over toezicht gewenst?

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 2 2010
Trefwoorden overheidstoezicht, Nederlandse toezichtdiscourse, formele positie toezichthouder
Auteurs Prof. dr. ing. F.J.H. Mertens
SamenvattingAuteursinformatie

    Toezicht is voortdurend onderwerp van gesprek. Meestal in kritische zin. In Nederland kennen we verschillende soorten toezichthouders: autoriteiten, inspecties en andere toezichthoudende diensten. De beleidsvorming en ontwikkeling op het terrein van toezicht vond de laatste jaren in afzonderlijke vakjes plaats. In dit artikel wordt de kwestie aan de orde gesteld welke gemeenschappelijkheden er in te onderkennen zijn en of er andere verbindingen gemaakt zouden moeten worden. In de roep om te komen tot een kleinere overheid wordt het toezicht vooral kwantitatief benaderd en worden werkwijzen vanuit de wens om tot minder toezicht te komen gemakkelijk aangepast. Bepleit wordt dat er behoefte is de ‘missie’ van het toezicht te herbevestigen als ‘bescherming bevolking’ in een ingewikkelde samenleving met veel ‘afhankelijkheden’. Daar dient het vertrekpunt voor de ontwikkeling van het toezicht te liggen.


Prof. dr. ing. F.J.H. Mertens
Prof. dr. ing. F.J.H. Mertens is hoogleraar Toezicht bij TBM/TU Delft.
Jurisprudentie

Luchtkwaliteit in jurisprudentie en wetgeving

Van onderzoeksverplichtingen tot programmatoetsing

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 2 2010
Trefwoorden NSL, programmatoetsing, toepasbaarheidsbeginsel, luchtkwaliteitseisen, onderzoek
Auteurs Mr. C.A.M. van den Brand en Mr. dr. C.N van der Sluis
SamenvattingAuteursinformatie

    De jurisprudentie van medio mei 2009 tot medio april 2010 laat zien dat het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) als grondslag voor individuele besluitvorming is geaccepteerd. Programmatoetsing is daarmee een vierde mogelijkheid om bij besluitvorming de luchtkwaliteitseisen voldoende mee te laten wegen. De uitkomsten van de eerste monitoring van het NSL zullen bepalen of de komende tijd enkel en alleen kan worden verwezen naar het NSL. Projecttoetsing is eveneens nog aan de orde met allerlei aanscherping van eerdere lijnen uit de jurisprudentie, daarbij komen ook andere nieuwe aspecten als het toepasbaarheidsbeginsel aan bod.Bovendien is er weer meer verduidelijkt over de mogelijkheden van tegenonderzoek bij het bestrijden van een specifiek plan. Tot slot lijkt de wetgever nog altijd niet klaar met het ‘finetunen’ van de wetgeving inzake luchtkwaliteit.


Mr. C.A.M. van den Brand
Mr. C.A.M. (Kitty) van den Brand is milieuofficier van justitie bij het Functioneel Parket te Amsterdam en is tevens redactielid van TO.

Mr. dr. C.N van der Sluis
Mr. dr. C.N. (Cornelis) van der Sluis is advocaat bij Ploum Lodder Princen advocaten en notarissen te Rotterdam.

Mr. dr. L.A.P. Arends
Luuk Arends werkt als advocaat bij de sectie gezondheidsrecht van Dirkzwager advocaten & notarissen.
Artikel

Zakelijk conflictmanagement in breed perspectief

Eisen en prikkels vanuit risicomanagement, kostenbeheersing, actualiteiten ADR/EDR en het juridisch kader

Tijdschrift Nederlands-Vlaams tijdschrift voor mediation en conflictmanagement, Aflevering 1 2010
Trefwoorden risk management, cost control, ADR/EDR, legal context
Auteurs Ellen van Beukering
SamenvattingAuteursinformatie

    In this contribution an overview is given of the most recent developments with regard to commercial dispute management and its legal context, in particular in the Netherlands. Firstly, a focus is put on the importance of integral conflict management on the basis of ADR/EDR from the perspective of risk management and cost control. Secondly, recent developments with regard to effective dispute resolution, in particular in government policy, ADR/EDR and in the legal context are discussed. The judicial and the extrajudicial system offer conflict parties various possibilities to effective and efficient dispute resolution. Further, special attention is paid to mediation clauses in commercial contracts. With regard to the European Directive of 21 May 2008 on mediation in civil and commercial matters, Directive 2008/52/EC, its consequences to the Dutch legal system and its importance for commercial dispute resolution management are discussed.


Ellen van Beukering
Ellen van Beukering is docent, adviseur, auteur en redacteur van dit tijdschrift. E-mail: vanbeukering@gmail.com.
Artikel

Recht op het doel af?

Over nut en noodzaak van ex-anteanalyses bij de totstandbrenging van wetgeving

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 2 2010
Trefwoorden ex-anteanalyse, ex-ante-evaluatie, totstandbrenging wetgeving, wettelijke instrumenten, doeltreffendheid
Auteurs Dr. C.M. Klein Haarhuis
SamenvattingAuteursinformatie

    Met behulp van concrete voorbeelden wordt getoond dat ex ante doordenken van de verhouding tussen wettelijke instrumenten en de beoogde doelen de opbrengsten van wetgeving kan vergroten en op eventuele kosten achteraf kan besparen. Ook worden stappen aangereikt voor het zelf maken of tussentijds evalueren van een beleidslogica.Ook al is een wet juridisch dichtgetimmerd, politiek waterdicht en wordt deze ook nog eens accuraat uitgevoerd, als de basisveronderstellingen over hoe de gekozen en uitgewerkte interventies zullen uitwerken op de doelgroep(en) niet kloppen, wordt doeltreffendheid een onhaalbare kaart.Deze bijdrage is bedoeld om het instrumentele denken ‘in the spotlight’ te zetten en een even belangrijke plaats te geven als juridische en politieke rationaliteit. Dat maakt de dilemma’s waar de wetgevingsjurist zich mee geconfronteerd ziet in de afstelling van het instrumentarium, er zeker niet kleiner op. Voor de uiteindelijke doelbereiking van veel wetgeving en het kunnen trekken van lessen blijft het echter zaak om het (vaak lange) pad van middel tot doel zo goed mogelijk te doorgronden. Binnen juridische en politieke grenzen kunnen zo de meest effectieve (of minst ineffectieve) instrumenten worden gekozen.


Dr. C.M. Klein Haarhuis
Mevrouw dr. C.M. Klein Haarhuis is onderzoeker bij het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) van het ministerie van Justitie (e-mail: c.m.klein@minjus.nl).
Artikel

De Inspectie voor de Gezondheidszorg en het tuchtrecht

Meer uniformiteit bij het indienen van tuchtzaken en minder jaarlijkse fluctuatie in aantal tuchtklachten gewenst

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 1 2010
Trefwoorden tuchtrecht, Inspectie voor de Gezondheidszorg, uniformiteit, effectiviteit, besluitvorming
Auteurs Dr. ir. F.A.G. Hout, R. Stibane, Msc., Mr. dr. B.J.M. Frederiks e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    Onderzocht is hoe de inspectie omgaat met de bevoegdheid om tegen een beroepsbeoefenaar een klacht bij het tuchtcollege in te dienen. Klachten van de inspectie worden veel vaker gegrond verklaard dan tuchtklachten van burgers en het tuchtrecht heeft een specifieke rol ten opzichte van andere instrumenten die de inspectie kan inzetten. Het jaarlijkse aantal ingediende tuchtzaken door de inspectie fluctueert echter sterk en inspecteurs gebruiken niet dezelfde overwegingen bij het inzetten van het tuchtrecht. Een eenduidig(er) beleid, onderbouwing van de besluitvorming en een richtlijn van ten minste twintig tuchtklachten per jaar verdient aanbeveling.


Dr. ir. F.A.G. Hout
Dr. ir. F.A.G. Hout is onderzoeker/adviseur Inspectie voor de Gezondheidszorg ten tijde van het onderzoek.

R. Stibane, Msc.
R. Stibane, Msc. is beleidsadviseur Kubiek, stagiaire ten tijde van het onderzoek.

Mr. dr. B.J.M. Frederiks
Mr. dr. B.J.M. Frederiks is universitair docent gezondheidsrecht, afdeling Sociale Geneeskunde, VU medisch centrum.

Prof. mr. J. Legemaate
Prof. mr. J. Legemaate is bijzonder hoogleraar gezondheidsrecht, afdeling Sociale Geneeskunde, VU medisch centrum en KNMG.

Prof. dr. P.B.M. Robben
Prof. dr. P.B.M. Robben is directeur Kenniscentrum, Inspectie voor de Gezondheidszorg en instituut Beleid & Management Gezondheidszorg Erasmus Universiteit.
Artikel

Access_open Res in transitu

Een onderzoek naar de exacte reikwijdte van artikel 8 van de op 1 mei 2008 in werking getreden Wet conflictenrecht goederenrecht (WCG) en naar de geschiktheid van de daarin gekozen aanknopingsfactor

Tijdschrift Vermogensrechtelijke Analyses, Aflevering 1 2010
Trefwoorden goederenrechtelijke regime betreffende vervoerde zaken, res in transitu, artikel 8 WCG
Auteurs M.T.W. Wijnen
SamenvattingAuteursinformatie

    Onderzoek naar de exacte reikwijdte van artikel 8 WCG, waarin het toepasselijke goederenrechtelijke regime met betrekking tot vervoerde zaken wordt aangewezen, en de geschiktheid van de daarin gekozen aanknopingsfactor. Aan de hand van een casus wordt geschetst welke onduidelijkheden er bestaan betreffende de reikwijdte van het artikel. Ingevolge het onderzoek naar de parlementaire geschiedenis, jurisprudentie en literatuur wordt geconcludeerd dat beter kan worden aangeknoopt aan de ‘nieuwe’ tot overdracht of vestiging verplichtende overeenkomst die tijdens transport wordt gesloten en niet zoals artikel 8 WCG voorschrijft, aan de overeenkomst die aan het vervoer ten grondslag ligt. Harmonisatie van het goederenrechtelijke met het verbintenisrechtelijke statuut is het resultaat.


M.T.W. Wijnen
Mw. M.T.W. Wijnen (1986) heeft van 2005 tot 2008 het bachelor togatraject gevolgd aan de Universiteit Utrecht, departement rechtsgeleerdheid. Sinds 2008 volgt zij bij dezelfde instelling de Master Nederlands Privaatrecht. Naar verwachting zal zij de opleiding in juli 2010 afronden.
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.