Zoekresultaat: 29 artikelen

x
Jaar 2013 x

    In 1998 a chapter on administrative enforcement was added to the GALA (in the so-called third Tranche). This contribution reflects on the legislative aims of this Tranche; to what extent these aims have been attained and what important developments have occurred since. As the third Tranche has led to little reform, a brief review will suffice. The developments after the third Tranche are discussed extensively, concerning both the third Tranche - amongst others the obligation in principle to enforce ('beginselplicht tot handhaving') - and reparatory sanctions since the fourth Tranche (2009), which amongst others regulated the execution of administrative reparatory sanctions and added regulation on administrative fines (a punitive sanction). Additionally, more general provisions of administrative law enforcement are discussed. The development of administrative enforcement are reflected against general developments in administrative law, such as harmonization and the increase of litigation. Lastly some bottlenecks will be noticed and solutions proposed.


Prof.mr.drs. Lex Michiels

    This contribution scrutinizes the effect of the General Administrative Act (Algemene wet bestuursrecht) on the doctrine of administrative supervision (bestuurlijk toezicht), especially on the (governmental) power of spontaneous annulment (spontane vernietigingsrecht) towards local authorities. In 1998 the legal provisions concerning administrative supervision have been transferred from the Local Government Act (Gemeentewet) to the General Administrative Act. Since then the doctrine was subject to several major changes, from which the 2006 Policy document on spontaneous annulment (Beleidskader spontane vernietiging) and the 2012 Act on re-vitalizing general supervision (Wet revitalisering generiek toezicht) are the most important. The provisions from the General Administrative Act concerning administrative supervision have hardly been changed; case law concerning spontaneous annulment mainly concerned the interpretation of the Policy documents. The provisions regarding administrative supervision and laid down in the General Administrative Act, can therefore be seen as of constant value of administrative supervision.


Mr. Hansko Broeksteeg
Mr. Broeksteeg is universitair hoofddocent Staatsrecht aan de Radboud Universiteit Nijmegen.
Artikel

Access_open Een vergeten episode uit de schoolstrijd: de ontdekking van ‘openbaar’ en ‘bijzonder’ onderwijs

Tijdschrift Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid, Aflevering 3 2013
Trefwoorden openbaar onderwijs, bijzonder onderwijs, schoolstrijd, Grondwet, vrijheid van onderwijs/ onderwijsvrijheid
Auteurs Sophie van Bijsterveld
SamenvattingAuteursinformatie

    The battle over the school system is one of the liveliest chapters in Dutch constitutional history. It resulted, in 1848, in the constitutional acknowledgement of a dual system of education: education provided by public authority (‘public education’) and private education (practically synonymous with confessional education); and, in 1917, in the constitutional guarantee of public funding for the latter on the same footing as the former.
    The battle over the school system is usually described as a battle for freedom of private, confessional education from the start. This article shows that prior to this, in the first stage of this battle, the concept of ‘private education’ itself had to be invented and that the concept of ‘public education’ had to develop a different meaning. Public education, the notion used in the Constitutions of 1814 and 1815, originally meant education in schools in contrast to house education. It was this broad concept of education that was entrusted to the care of government and, therefore, not free. This article focuses on the first half of the 19th century. On the basis of original sources it traces the fascinating process of the birth of these new categories, that determine the Dutch education system up to now.


Sophie van Bijsterveld
Prof. dr. S.C. van Bijsterveld is bijzonder hoogleraar Religie, rechtsstaat en samenleving aan de Universiteit van Tilburg en redactielid van het Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid. s.c.vbijsterveld@uvt.nl.
Artikel

Cryo-Save – de responstijd in de praktijk

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 12 2013
Trefwoorden responstijd, agenderingsrecht, Cryo-Save, strategiewijziging, (B)AvA
Auteurs Mr. H.A. van Hulst en Mr. M.R.W. Boer
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage bespreken de auteurs de uitspraak van het Hof Amsterdam (Ondernemingskamer) 6 september 2013, nr. 200.131.526/01 OK (Cryo-Save Group/Salveo Holding) betreffende de responstijd.


Mr. H.A. van Hulst
Mr. H.A. van Hulst is advocaat bij Clifford Chance.

Mr. M.R.W. Boer
Mr. M.R.W. Boer is advocaat bij Clifford Chance.
Artikel

Burgerparticipatie in het omgevingsrecht

Zet de regulering – nu en in de Omgevingswet – aan tot het instellen van bezwaar en beroep?

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 4 2013
Trefwoorden participatie, Omgevingswet, Tracéwet, verkenning
Auteurs mr. drs. C. de Brauw, mr. dr. M. van Amstel-van Saane en Prof. dr. Tj. de Cock Buning
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteurs bespreken burgerparticipatie bij ruimtelijke besluitvorming. Daarbij wordt aandacht besteed aan de achtergrond van burgerparticipatie, de vorderingen die in recente wetgeving zijn gemaakt en de toekomst van burgerparticipatie in de Omgevingswet. Vanuit sociaalwetenschappelijk oogpunt wordt betoogd dat de wettelijke verankering in afdeling 3.4 Awb onvoldoende is. Burgerparticipatie is pas effectief als daadwerkelijk invloed ontstaat bij de participanten worden geactiveerd om deel te nemen en de mogelijkheid krijgen om het beslissingsproces te beïnvloeden.


mr. drs. C. de Brauw
Claar de Brauw is junior onderzoeker bij het Athena Instituut VU Amsterdam en advocaat bij Vos en Vennoten Advocaten te Haarlem.

mr. dr. M. van Amstel-van Saane
Mariette van Amstel-van Saane is assistent professor aan het Athena Instituut van de VU en tevens senior adviseur sociaal maatschappelijk ondernemen bij Schuttelaar en Partners in Den Haag.

Prof. dr. Tj. de Cock Buning
Tjard de Cock Buning is professor ethiek in de aard- en levenswetenschappen bij het Athena Instituut, VU.
Artikel

Hugo Sinzheimer en de collectieve arbeidsovereenkomst

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 3 2013
Trefwoorden Labour relations, collective agreement, Sinzheimer
Auteurs Robert Knegt
SamenvattingAuteursinformatie

    The German lawyer / labour law professor Hugo Sinzheimer (1875-1945) has, in the first two decades of the twentieth century, contributed significantly to the legal recognition of the ‘collective labour agreement’. The imperative character of CLA provisions, now widely accepted all over the world, required a paradigmatic turn in the dominant private law perspective on labour relations. The paper tries to specify what made him able and prone to do this, both by reconstructing the legal and political discussion in Germany and the Netherlands and by relating elements of the process to social-scientific theories of institutional and intellectual innovation. I argue that his combination of commitments in various fields (legal practice, science, politics) allowed him to span the gap between the fields of labour relations and state law and to contribute to the constitutionalisation of labour relations.


Robert Knegt
Robert Knegt is als directeur onderzoek verbonden aan het Hugo Sinzheimer Instituut, centrum voor onderzoek van ‘arbeid en recht’ aan de Universiteit van Amsterdam. Hij doet daar onderzoek naar de praktijk van arbeidsrechtelijke regelingen (ontslagrecht, flexwerk, arbeidstijden) en werkt aan een bij uitstek interdisciplinair project over ‘langetermijnontwikkelingen in de regulering van arbeid’. In 2008 verscheen The employment contract as an exclusionary device (Antwerp-Oxford-Portland: Intersentia).

    Sinds de inwerkingtreding van de Wubhv mag de inspecteur op grond van drie wetten patiëntendossiers inzien. De zorgaanbieder moet weten waar de grenzen van die bevoegdheid liggen in verband met zijn eigen beroepsgeheim. Voor de IGZ geldt hetzelfde, maar zij wordt nog voor een andere vraag gesteld. Namelijk wat zij mag doen met de verkregen vertrouwelijke gegevens. Uit een arrest van de Hoge Raad van 12 februari 2013 blijkt dat het verschil maakt dat sprake is van een afgeleide geheimhoudingsplicht. Een wettelijke regeling van gebruik van patiëntengegevens is wenselijk.


Mr. A.C. de Die
Mieke de Die is advocaat bij Velink & De Die advocaten te Amsterdam.
Artikel

Het Liefdehuis-arrest na honderd jaar herinnerd

Kanttekeningen bij de opmaat tot een fameus arrest van de Hoge Raad

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 8 2013
Trefwoorden medisch beroepsgeheim, verschoningsrecht, Liefdehuis-arrest
Auteurs Prof. mr. dr. D.P. Engberts
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Liefdehuis-arrest uit 1913 was het eerste arrest waarin het medisch beroepsgeheim centraal stond. De Hoge Raad relativeert daarin drastisch de betekenis van de artseneed/-belofte voor het beroepsgeheim en het verschoningsrecht. Grondslag en oogmerk van het beroepsgeheim worden niet op regelgeving gebaseerd maar op de eigen aard van de verhouding patiënt-arts. In dit artikel schetst de auteur kort de achtergronden van het arrest. Hij gaat in op het belang van de uitspraak en geeft een korte analyse van de sterke en zwakke kanten.


Prof. mr. dr. D.P. Engberts
Dick Engberts is hoogleraar Normatieve aspecten van de geneeskunde aan de Universiteit Leiden en hoofd van de sectie Ethiek & Recht van de Gezondheidszorg van het Leids Universitair Medisch Centrum.
Artikel

De Interventiewet en de grenzen van het algemeen vermogensrecht

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 11 2013
Trefwoorden Interventiewet, SNS, onteigening, eigendom, overdracht, actio pauliana
Auteurs Mr. B. Bierens
SamenvattingAuteursinformatie

    Op grond van de Interventiewet kan De Nederlandsche Bank (DNB) een bank of verzekeraar die in problemen verkeert, overdragen aan een andere private financiële instelling en kan de minister van Financiën eventueel overgaan tot nationalisatie. Hoewel het grootste deel van de Interventiewet in de publiekrechtelijke Wet op het financieel toezicht (Wft) is opgenomen, is deze wet ook vermogensrechtelijk van belang. Deze bijdrage verkent enkele vermogensrechtelijke aspecten.


Mr. B. Bierens
Mr. B. Bierens is jurist bij Rabobank Nederland en als fellow verbonden aan het Instituut voor Financieel Recht (IFR), onderdeel van het Onderzoekcentrum Onderneming & Recht (OO&R) van de Radboud Universiteit Nijmegen.
Artikel

Een toevluchtsoord voor klokkenluiders

Brengt het Huis het ideaal van transparantie dichterbij?

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 7 2013
Trefwoorden whistleblowing discussion, whistleblowing legislation, transparency, integrity, rule of law
Auteurs C. Raat
SamenvattingAuteursinformatie

    The draft of the Dutch Whistleblower Protection Act that is currently discussed in Parliament can be regarded as an essential step forward in the protection of whistleblowers. However, it can be questioned if the Act will contribute in an optimal manner to the ideal of transparency and the fight against the abuse of power, which should be the main goal of the Act. The tasks and powers of the new House for Whistleblowers are rather unclear and they do not meet legal standards. The combination of advice and support to whistleblowers and independent research into major violations of integrity should be abolished.


C. Raat
Mr. dr. Caroline Raat is bestuursrechtjurist en bestuurswetenschapper. Zij is werkzaam als adviseur en voorts als onderzoeker verbonden aan de Universiteit Twente.

Tom Bertens
Tom Bertens is als gerechtsauditeur verbonden aan het wetenschappelijk bureau van de Hoge Raad der Nederlanden en is buitenpromovendus aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Feikje Vellinga-Schootstra
Feikje Vellinga-Schootstra is hoogleraar straf(proces)recht aan de Rijksuniversiteit Groningen en raadsheer-plaatsvervanger in Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Artikel

Naar een betere waarborging van de onafhankelijkheid van de faillissementscurator

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 10 2013
Trefwoorden positie faillissementscurator, rechtsvergelijking, Europese Insolventieverordening, benoeming en ontslag curator, juridische beroepen
Auteurs Prof. mr. B. Wessels
SamenvattingAuteursinformatie

    Het thema ‘onafhankelijkheid van de faillissementscurator’ wordt onderzocht, mede vanuit rechtsvergelijkend en internationaal perspectief. Dit leidt tot een beschouwing van de onafhankelijkheid van een curator ten opzichte van de schuldenaar, van de schuldeisers en ten opzichte van de rechter-commissaris. Europese ontwikkelingen nopen er mede toe vaart te maken met het in de wet vastleggen van regels die de onafhankelijkheid van een faillissementscurator waarborgen.


Prof. mr. B. Wessels
Prof. mr. B. Wessels is juridisch adviseur te Dordrecht en hoogleraar internationaal insolventierecht aan de Universiteit Leiden.
Praktijk

De zelfstandige AMvB: hoe staat het daarmee?

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 5 2013
Trefwoorden zelfstandige algemene maatregel van bestuur, algemene maatregel van bestuur, Aanwijzingen voor de regelgeving, Raad van State
Auteurs Mr. T.C. Borman
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt een overzicht gegeven van de stand van zaken rond de figuur van de zelfstandige AMvB sinds het jaar 2000. Er wordt een beschrijving gegeven van de vijftien zelfstandige (ontwerp-)AMvB’s die sindsdien tot stand zijn gebracht. Daarbij wordt veel aandacht geschonken aan de opvattingen van de Raad van State en de daarmee niet altijd overeenkomende opvattingen van de regering. Een van de conclusies is dat de vraag hoe de regering de toelaatbaarheid van een zelfstandige AMvB beoordeelt, sterk afhangt van de interpretatie die een individuele minister geeft aan artikel 89 Gw.


Mr. T.C. Borman
Mr. T.C. Borman is werkzaam bij de directie Wetgeving van het ministerie van Veiligheid en Justitie.
Artikel

Decentralisatie op grote schaal

Aandachtspunten en uitgangspunten voor de decentralisaties in het sociale domein

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 5 2013
Trefwoorden decentralisatie, schaalproblematiek, gemeente, intergemeentelijke samenwerking, medebewind
Auteurs Mr. S.A.J. Munneke
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage staat de vraag centraal met welke juridische grenzen en uitgangspunten de wetgever rekening moet houden bij het op grote schaal decentraliseren van taken in het sociale domein. Hoewel de wetgever bij deze operatie een grote vrijheid heeft, en nauwelijks door juridische grenzen wordt belemmerd, dient hij met het oog op de uitvoerbaarheid en doeltreffendheid van de wet wel met een groot aantal aandachtspunten rekening te houden. Onder andere gaat het dan om het bieden van voldoende beleidsmatige en financiële vrijheid voor de gemeenten en het creëren van voldoende draagvlak, ook met betrekking tot de gewenste schaalgrootte. Decentralisatie betekent de acceptatie van verschillen tussen gemeenten en vraagt om een terughoudende positie van de centrale overheid, onder andere met betrekking tot het interbestuurlijk toezicht.


Mr. S.A.J. Munneke
Mr. S.A.J. Munneke is universitair hoofddocent staats- en bestuursrecht aan de Vrije Universiteit en programmaleider van het onderzoeksprogramma Grondrechten, regulering en de verantwoordelijke overheid, onderdeel van het VU Centre for Law and Governance.
Article (peer reviewed)

Peer_reviewedAccess_open Ontdubbelde handhaving

Tijdschrift Netherlands Administrative Law Library, september 2013
Auteurs Albertjan Tollenaar PhD.
Samenvatting

    With the aim to reduce administrative burden for supervised many inspections are 'deduplicated': similar groups of citizens are treated similarly and similar activities are carried out in the same way within one organization. Deduplication should increase flexibility within the inspection as inspectors are able to fulfill their job in any domain. Deduplication is based on the fulfillment of two conditions. The first is that the enforcement tools, or the powers that perform these inspections, are not too different. The second relates to the use of these instruments that has to be somewhat uniform as well. These conditions are assessed in a case study of the Transport and Water Management Inspectorate. It is concluded that in particular the style of rule enforcement differs and is not easy to standardize.


Albertjan Tollenaar PhD.
Artikel

Instructies in de Omgevingswet: onmisbare beïnvloedingsinstrumenten of overbodige ballast?

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 3 2013
Trefwoorden Omgevingswet, instructies interbestuurlijk toezicht, aanwijzing, indeplaatsstelling, schorsing en vernietiging
Auteurs Prof. dr. F.P.C.L. Tonnaer
SamenvattingAuteursinformatie

    In het wetsvoorstel voor de Omgevingswet worden de proactieve en reactieve aanwijzingsbevoegdheid uit de Wro overgenomen in de vorm van instructies en instructieregels en van een bredere toepassing voorzien. De auteur betoogt in deze bijdrage dat de instructie geen meerwaarde heeft in de nieuwe wet. Daarbij wordt gewezen op de beperkte toegevoegde waarde ten opzichte van de schorsings- en vernietigingsbevoegdheid en de indeplaatsstelling. Daar waar instructies wel meer mogelijk maken dan deze generieke instrumenten, roept de auteur de vraag op of dat wel wenselijk is in termen van de staatrechtelijke verhoudingen.


Prof. dr. F.P.C.L. Tonnaer
Prof. dr. F.P.C.L. (Frans) Tonnaer is deeltijdhoogleraar omgevingsrecht bij de Open Universiteit en algemeen directeur van Tonnaer Adviseurs in Omgevingsrecht.
Artikel

Wet donorgegevens kunstmatige bevruchting: van geslotenheid naar openheid

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 5 2013
Trefwoorden donorgegevens, kunstmatige bevruchting, biologische afstamming
Auteurs Mr. dr. M.C. Ploem en dr. W.J. Dondorp
SamenvattingAuteursinformatie

    Op grond van de op 1 juni 2004 integraal in werking getreden Wet donorgegevens kunstmatige bevruchting kan een kind dat door medewerking van een donor is verwekt vanaf zestienjarige leeftijd vragen om kennisname van de identiteit van de donor. In deze bijdrage worden achtergrond en inhoud van de wet besproken en wordt ingegaan op de discussie rond opheffing van anonieme gameetdonatie en de mogelijkheid van aanvullende bescherming van donorkinderen.


Mr. dr. M.C. Ploem
Corrette Ploem is onderzoeker/docent gezondheidsrecht bij het Academisch Medisch Centrum, Afdeling Sociale Geneeskunde.

dr. W.J. Dondorp
Wybo Dondorp is onderzoeker/docent gezondheidsethiek bij de Universiteit Maastricht, Afdeling Metamedica en onderzoeksscholen CAPHRI en GROW.
Artikel

Zeven jaar na de Commissie Visser: een nieuw evenwicht?

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 4 2013
Trefwoorden TBS order, mentally disordered offenders, Parliamentary Inquiry Commission, leave permit, forensic care institutions
Auteurs M.J.F. van der Wolf en L. Noyon
SamenvattingAuteursinformatie

    Since 1988 the Dutch entrustment order for dangerous mentally disordered offenders (TBS) is organised around three basic principles: treatment, legal protection and social security. In 2006 the Parliamentary Inquiry Commission ‘Visser’ reviewed the TBS order and made seventeen recommendations. This article seeks to investigate to what extent the implementation of these recommendations contributed to developments like the increasing restraints on leave permits and a lengthened average stay. Since 2006 there has been a strong emphasis on security. For a balanced execution of the TBS order more attention is needed for treatment and legal protection.


M.J.F. van der Wolf
Mr. dr. Michiel van der Wolf is als universitair docent verbonden aan de afdeling strafrecht van de Erasmus Universiteit Rotterdam.

L. Noyon
Lucas Noyon is als onderzoeksassistent verbonden aan de afdeling strafrecht van de Erasmus Universiteit Rotterdam.

    Met de financiële steun van het FWO Vlaanderen werd een doctoraat geschreven over grensoverschrijdend familierecht in de praktijk. Opzet van het onderzoek was om de concrete toepassing van het Belgisch Wetboek IPR grondig door te lichten. De auteur onderzocht of de doelstellingen van de wetgever werden bereikt in de praktijk. Hiertoe steunde zij op drie bronnen: 1) een databank met meer dan 3000 adviesvragen aan het Steunpunt IPR; 2) diepte-interviews met magistraten gespecialiseerd in familiezaken met een internationaal aspect; 3) 659 rechterlijke uitspraken. Dit empirisch bronnenmateriaal gaf de auteur een goed zicht op de wijze waarop rechtbanken en administraties de IPR-regels toepassen. Het artikel gaat uitvoerig in op de empirische onderzoeksmethode en bespreekt enkele onderzoeksbevindingen en beleidsaanbevelingen.
    ---
    Through funding from the Research Foundation Flanders, a doctoral thesis on the actual practices of cross-border family law has been written. The main research question concerned whether or not the Belgian Code of Private International Law adequately deals with 'real-life' international family law matters. It was examined whether the objectives set out by the legislator have been met in practice. Three empirical sources were relied upon: 1) The database of the Centre for Private International Law, which contained more than 3.000 files, ranging from simple questions posed to the helpdesk to more elaborate advice given by the Centre's lawyers; 2) In-depth interviews with judges specialized in cross-border family cases; 3) 656 court decisions. This material allowed the author to obtain a very good understanding of how courts and (local) authorities apply the PIL rules. This paper elaborates on the empirical methodology, several research findings and policy recommendations.


Dr. Jinske Verhellen
Jinske Verhellen is currently a postdoctoral researcher at the Private International Law Institute of Ghent University. Alongside this, she lectures in private international law, nationality law and immigration law at the Oost-Vlaamse Bestuursacademie (East Flanders Management Academy).
Artikel

De Nederlandse veiligheidscultuur als katalysator voor etnisch profileren?

Tijdschrift Tijdschrift over Cultuur & Criminaliteit, Aflevering 2 2013
Trefwoorden ethnic profiling, policing, culture of control, stereotyping
Auteurs Mr. dr. Maartje van der Woude en Prof. dr. Joanne van der Leun
SamenvattingAuteursinformatie

    Over the past couple of decades, the Netherlands unmistakably has developed into a Garlandian style culture of control. A distinct feature of this Dutch culture of control is the increasing interconnectedness between crime and migration in both public and political discourse. As a result of the growing urge to control potential dangerous others, various stop & search powers have been implemented. Besides by their proactive nature, these powers are defined by the fact that they give a fair amount of discretion to individual police officers in deciding who to stop. In this article, while drawing on criminological, sociological and social psychological literature on stereotyping and the rise of a crime complex, the authors will argue that the structural and cultural changes fuelling the emergence of a the typical Dutch culture of control might also affect the individual choices made by police officers in such a way that it fosters ethnic profiling.


Mr. dr. Maartje van der Woude
Mr. dr. Maartje van der Woude is universitair docent criminologie en verbonden aan het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van de Universiteit Leiden. Email: m.a.h.vanderwoude@law.leidenuniv.nl

Prof. dr. Joanne van der Leun
Prof. dr. Joanne van der Leun is hoogleraar criminologie en verbonden aan het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van de Universiteit Leiden. Email: j.p.vanderleun@law.leidenuniv.nl
Toont 1 - 20 van 29 gevonden teksten
« 1
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.