Zoekresultaat: 21 artikelen

x
Jaar 2015 x
Praktijk

Voorhangprocedures voor inwerkingtredingsbesluiten: een staatsrechtelijk gedrocht?

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2015
Trefwoorden wetgeving, inwerkingtredingsbesluiten, voorhangprocedures, Aanwijzingen voor de regelgeving, amendementen
Auteurs Mr. T.C. Borman
SamenvattingAuteursinformatie

    Sinds de eeuwwisseling lijkt een fenomeen in opkomst dat wat de juridische vormgeving betreft gelijkenis vertoont met parlementaire betrokkenheid bij gedelegeerde wetgeving, maar bij nadere beschouwing toch heel wat anders is: voorhangprocedures voor koninklijke besluiten waarmee een wet in werking wordt gesteld. Op het eerste gezicht lijkt dat vreemd: als de Tweede en Eerste Kamer een wet aannemen, mag toch worden verondersteld dat zij ook willen dat de wet in werking treedt. Maar zo simpel blijkt dat toch niet te zijn. De wet wordt dan weliswaar door de Tweede en Eerste Kamer aangenomen, maar zij behouden zich daarbij uitdrukkelijk het recht voor om te beslissen of en wanneer de wet (of een gedeelte) daarvan) daadwerkelijk effect krijgt. Dit is een nieuw fenomeen, dat staatsrechtelijk bijzonder is te noemen. Immers, de behandeling van een wet in de Tweede en Eerste Kamer kan daarmee eigenlijk nog een keer worden overgedaan. De aanvaarding in de Tweede en Eerste Kamer krijgt daarmee slechts het karakter van een voorwaardelijk groen licht. De inwerkingtreding van de wet is formeel gesproken niet langer een vanzelfsprekend sequeel van de totstandkoming ervan. Sinds 2001 zijn er op dertien wetsvoorstellen amendementen ingediend waarin een voorhangprocedure voor een inwerkingtredingsbesluit werd voorgesteld. Daarnaast zijn er twee gevallen waarin de regering het initiatief nam. Al deze gevallen worden in het artikel besproken en van enkele conclusies voorzien.


Mr. T.C. Borman
Mr. T.C. Borman is werkzaam bij de directie Wetgeving en Juridische Zaken van het ministerie van Veiligheid en Justitie.
Praktijk

PARP voor schadeverzekeraars

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 4 2015
Trefwoorden schadeverzekeraars, productontwikkeling
Auteurs Mr. F.M.A. ’t Hart
SamenvattingAuteursinformatie

    De toenemende maatschappelijke druk op banken, verzekeraars en andere financiële dienstverleners om zo veel mogelijk zorg te dragen dat consumenten de juiste financiële beslissingen nemen, heeft tot nieuwe regelgeving geleid. Regelgeving die aanbieders van financiële producten verplicht om bij de ontwikkeling van hun producten – kort gezegd – rekening te houden met het klantbelang en om te bezien op welke wijze het ontwikkelde financiële product terechtkomt bij de doelgroep waarvoor het financiële product ook daadwerkelijk bedoeld is. De regels over productontwikkeling worden door de wetgever beschouwd als een nadere uitwerking van het algemene vereiste dat een financiële onderneming zorg dient te dragen voor een beheerste en integere bedrijfsuitoefening. De in 2013 ingevoerde regels behelzen meer dan een juridisch-technische toetsing van een voorgenomen financieel product. Ook zal rekening moeten worden gehouden met maatschappelijke inzichten en aspecten van reputationele aard. De commotie rondom het aanbod van een grote verzekeraar om klanten korting te geven op schadeverzekeringen indien klanten bereid zijn om bepaalde persoonsgegevens met de verzekeraar te delen, is daarvan een goed voorbeeld.


Mr. F.M.A. ’t Hart
Mr. F.M.A. ’t Hart is advocaat bij Hart Advocaten te Amsterdam.
Jurisprudentie

Executieveilingen

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 5 2015
Trefwoorden Executieveilingen, Criminal charge, Eén enkele voortdurende inbreuk, Merkbaarheid, Artikel 6 Mw
Auteurs Marco Slotboom en Caroline Schell
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 18 december 2014 oordeelde de Rechtbank Rotterdam over de gegrondheid en hoogte van de boetes opgelegd door ACM aan handelaren op executieveilingen. Deze handelaren hadden zich naar de mening van ACM in de periode 2000-2009 schuldig gemaakt aan overtredingen van het kartelverbod van artikel 6 lid 1 Mw. Volgens de rechtbank beschikte ACM over voldoende bewijs om de gedragingen te kunnen kwalificeren als één enkele inbreuk en de handelaren voor die enkele inbreuk aansprakelijk te houden. De rechtbank achtte een verlaging van de opgelegde boetes met 10 procent passend door de financiële gevolgen voor de handelaren van de ACM-besluiten.


Marco Slotboom
Mr. dr. M.M. Slotboom is advocaat bij VVGB te Brussel.

Caroline Schell
Mr. C. Schell is advocaat bij VVGB te Brussel.
Artikel

Privacyperikelen rond de Jeugdwet

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 8 2015
Trefwoorden Jeugdwet, gegevensuitwisseling, privacy, medisch beroepsgeheim
Auteurs mr. dr. V.E.T. Dörenberg en prof. mr. drs. M.R. Bruning
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 1 januari 2015 is de Jeugdwet in werking getreden. Al voor de inwerkingtreding van deze wet was er discussie over de gegevensverwerkingen die met de wet gepaard gingen en de gevolgen daarvan voor de privacy van jeugdigen en ouders. In deze bijdrage worden deze eerste signalen van privacyknelpunten kort besproken en wordt een nadere typering gegeven van de naar onze mening grootste knelpunten op dit moment, die enerzijds samenhangen met de inhoud van de Jeugdwet en anderzijds te maken hebben met de uitvoering. De verschillende visies over hoe met deze knelpunten om te gaan, worden behandeld evenals een mogelijke oplossing om uit de bestaande impasse te komen.


mr. dr. V.E.T. Dörenberg
Vivianne Dörenberg is wetenschappelijk docent gezondheidsrecht bij het VU medisch centrum Amsterdam en als onderzoeker verbonden aan het EMGO instituut voor onderzoek naar gezondheid en zorg. Zij is redacteur van dit tijdschrift.

prof. mr. drs. M.R. Bruning
Mariëlle Bruning is hoogleraar jeugdrecht aan de Universiteit Leiden.
Praktijk

Kroniek rechtspraak tuchtrecht

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 8 2015
Trefwoorden tuchtrecht, ontvankelijkheid, ouderlijk gezag, voorbehouden handelingen, tuchtmaatregel
Auteurs mr. E.J.C. de Jong en mr. W.R. Kastelein
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze zevende kroniek rechtspraak tuchtrecht die in TvGR wordt gepubliceerd, worden in grote lijnen dezelfde onderwerpen als in de vorige kroniek behandeld, namelijk opvallende uitspraken over ontvankelijkheid en aanverwante procesrechtelijke onderwerpen, vraagstukken rond ouderlijk gezag, voorbehouden handelingen, verantwoordelijkheidsverdeling, (de zwaarte van) de door de tuchtcolleges opgelegde tuchtmaatregelen, verwisselingen, rapporten en verklaringen, alsmede dossiervoering.


mr. E.J.C. de Jong
Ernst de Jong is advocaat bij KBS Advocaten N.V. te Utrecht.

mr. W.R. Kastelein
Willemien Kastelein is advocaat/compagnon bij Nysingh advocaten-notarissen N.V. te Zwolle en hoofdredacteur van dit tijdschrift.
Artikel

Wetgeving en andere normenstelsels: zes aanwijzingen aan de Nederlandse wetgever

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 5 2015
Trefwoorden meergelaagde rechtsorde, private regulering
Auteurs Prof. dr. J.M. Smits
SamenvattingAuteursinformatie

    Het doel van deze bijdrage is om na te gaan hoe de nationale wetgever heeft te reageren op de toename van rechtens relevante normenstelsels. Er worden zes vragen verkend waar de nationale wetgever praktisch mee heeft te rekenen. De voorzichtige conclusie is dat de wetgever zich tot nu toe onvoldoende realiseert wat het betekent om in een meergelaagd rechtssysteem te functioneren. Het zou goed zijn indien door politici en wetgevingsjuristen een fundamenteler discussie wordt gevoerd over onder meer de ‘wie doet wat’-vraag, de kenbaarheid en coherentie van het recht, de implementatie van EU-recht, verwijzing naar private regulering en de positionering van Nederland op de internationale ‘rechtsmarkt’. Eén ding moet daarbij vooropstaan: een meergelaagde rechtsorde is geen bedreiging voor de nationale wetgever, maar biedt vooral een kans om opnieuw invulling te geven aan de eisen die in een rechtsstaat aan regelgeving moeten worden gesteld.


Prof. dr. J.M. Smits
Prof. dr. J.M. Smits is hoogleraar Europees Privaatrecht aan de Universiteit Maastricht.
Artikel

Nieuw fiscaal procesrecht op de Caribische eilanden

Something old, something new

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 3 2015
Trefwoorden fiscaal bestuursrecht, tweede feitelijke instantie, hertoetsing, cassatie, Curaçao
Auteurs Mr. D.G. Barmentlo en Mr. B. Jongmans
SamenvattingAuteursinformatie

    In de Caribische delen van het Koninkrijk overzee wordt in 2015, tien jaar na de invoering in Nederland, de tweede feitelijke instantie in belastingzaken ingevoerd. Daarmee wordt ook de mogelijkheid van cassatie bij de Hoge Raad der Nederlanden geopend. Op Aruba bestaat hoger beroep sinds 1 januari 2015. Per 30 juni 2015 hebben Bonaire, Sint Eustatius en Saba (de BES-eilanden) zich aangesloten bij de ‘Arubaanse regeling’. De verwachting is dat ook Curaçao en Sint Maarten snel, waarschijnlijk in 2015, zullen volgen. Cassatie bij de Hoge Raad is mogelijk zodra alle eilanden hoger beroep hebben ingevoerd.


Mr. D.G. Barmentlo
Mr. D.G. Barmentlo is als advocaat-belastingkundige per 1 juli 2015 verbonden aan Jaegers & Soons advocaten te Amsterdam.

Mr. B. Jongmans
Mr. B. Jongmans is als advocaat-belastingkundige verbonden aan Gaming Legal Dutch Caribbean te Willemstad.
Artikel

De Nederlandse wetgever en andere normenstelsels: op zoek naar het recht der werkelijkheid

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2015
Trefwoorden multilevel lawmaking, Dutch legislator, private regulation, coherence of law
Auteurs Jan Smits
SamenvattingAuteursinformatie

    It is well known that the role of the national legislator in setting legally relevant norms is rapidly changing under the influence of increasing Europeanization, globalization and privatization. Today the national legislator is only one of the relevant norm-setters. This contribution considers the role that the Dutch legislator sees for itself in this emerging multilevel legal order. To this end, six themes of fundamental importance in a multilevel order are explored: (1) the question of when government regulation is to be preferred over private regulation; (2) the question of at which level of government (national, European, sub-national or supranational) a topic is preferably dealt with; (3) the role of the national legislator in realizing the cognoscibility and coherence of law; (4) the preferred way of implementing EU directives; (5) the question of whether the national legislator must refer to codes of conduct, certification and norms of standards bodies, and if so how; (6) the question of whether the national legislator must position its own national law on the international ‘law market.’


Jan Smits
Jan Smits is hoogleraar Europees Privaatrecht aan de Universiteit Maastricht.
Artikel

Vierde Witwasrichtlijn aangenomen; wat wijzigt?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7 2015
Trefwoorden Integriteit van financiële stelsel, Witwassen, Terrorismefinanciering, UBO-register, Centraal aandeelhoudersregister
Auteurs Mr. dr. B. Snijder-Kuipers en Mr. T.A. Tilleman
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 20 mei 2015 heeft het Europees Parlement de Vierde antiwitwasrichtlijn (hierna: Vierde Witwasrichtlijn) aangenomen. Uiterlijk juni 2017 dienen de lidstaten de bepalingen van de Vierde Witwasrichtlijn in nationale wetgeving te implementeren. Dat zal in Nederland tot aanpassing van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme leiden. Elke rechtspersoon is verplicht de ultimate beneficial owner, de uiteindelijk belanghebbende (UBO), in een nationaal register te registreren. In deze bijdrage worden de belangrijkste wijzigingen voor u op een rijtje gezet. Afgesloten wordt met enkele suggesties voor de wetgever en andere betrokkenen.
    Richtlijn (EU) 2015/849 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2015 inzake de voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld of terrorismefinanciering, tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijn 2005/60/EG van het Europees Parlement en de Raad en Richtlijn 2006/70EG van de Commissie, PbEU 2015, L 141/73 (Vierde Witwasrichtlijn).


Mr. dr. B. Snijder-Kuipers
Mr. dr. B. (Birgit) Snijder-Kuipers is kandidaat-notaris te Amsterdam, docent aan de Rijksuniversiteit Groningen en fellow aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Ook is zij lid van de werkgroep WWFT van de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie en BFT. Dit artikel is op persoonlijke titel geschreven.

Mr. T.A. Tilleman
Mr. T.A. (André) Tilleman LL.M. is werkzaam bij het Bureau Financieel Toezicht en freelance docent/auteur. Ook is hij lid van de werkgroep WWFT van de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie en BFT. Dit artikel is op persoonlijke titel geschreven.

    In deze kroniek worden de belangrijkste uitspraken behandeld die met betrekking tot de Zorgverzekeringswet en de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten zijn gedaan in de periode van 1 april 2013 t/m 1 januari 2015. Met betrekking tot de Zorgverzekeringswet worden in hoofdzaak de inhoud van de zorgverzekering en de zorgverzekeraars besproken. Wat betreft de AWBZ komen de kring der verzekerden en de aanspraken aan bod. Daarnaast wordt aandacht besteed aan uitspraken over de zorginkoop en over de afbakening tussen de Zorgverzekeringwet en de AWBZ.


Mr. H.M. den Herder
Hedwig den Herder is als advocaat werkzaam bij Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn N.V. te Den Haag.

mr. C. van Balen
Chris van Balen is als advocaat werkzaam bij LEXSIGMA Healthcare te Amsterdam.
Artikel

Een algemene nadeelcompensatieregeling, ook in het omgevingsrecht

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 2 2015
Trefwoorden Omgevingswet, schadevergoeding, gedoogplicht, planschade, nadeelcompensatie
Auteurs Mr. H.J.M. (Hans) Besselink en Mr. J.S. (Jelmer) Procee
SamenvattingAuteursinformatie

    In het licht van de komst van de nieuwe Omgevingswet zijn de auteurs nagegaan of nadeelcompensatiebepalingen in de in de Omgevingswet op te nemen wetten gehandhaafd moeten blijven, of kunnen worden geschrapt bij de invoering van de Wet nadeelcompensatie. Alleen bij het opleggen van een gedoogplicht bestaan fundamentele bezwaren om zonder meer art. 4:126 Awb van toepassing te verklaren. Dergelijke bezwaren bestaan niet bij het schrappen van de bijzondere bepalingen omtrent planschade (en andere limitatieve vergoedingsstelsels). Wel zou in een aantal gevallen (bevoegde rechter, afwenteling en adoptie) een bijzondere regeling in aanvulling op de nieuwe afdeling 4.5 van de Awb wenselijk zijn.


Mr. H.J.M. (Hans) Besselink
Mr. H.J.M. (Hans) Besselink is advocaat bij Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn te Den Haag.

Mr. J.S. (Jelmer) Procee
Mr. J.S. (Jelmer) Procee is advocaat bij Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn te Den Haag.
Casus

De inclusieve wetgever als groeiend ideaal

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 4 2015
Trefwoorden inclusieve wetgeving, inclusiviteit, modificatie, codificatie, instrumentele wetgeving, wetgevingsbeleid
Auteurs Mr. dr. P.J.P.M. van Lochem
SamenvattingAuteursinformatie

    De ontwikkeling van ons wetgevingsbeleid, in het bijzonder het Integrale afwegingskader en de internetconsultatie, bevordert in toenemende mate het ideaal van de inclusieve wetgever. Dit ideaal is leidend in de fase van de ambtelijke voorbereiding, niet in de politieke fase van wetgeving. De Kamer sluit wel aan bij de resultaten van de inclusieve voorbereiding, is soms zelfs bereid daarvoor plaats te maken. Dat is in strijd met het (formele) systeem van onze democratie, maar juist door de inclusieve benadering in de ambtelijke voorbereiding lijken we ons geen grote democratische zorgen te hoeven maken. Toenemende inclusiviteit van wetgeving, waarbij de normadressaten (onder ambtelijke regie) soms grote invloed op de uiteindelijke normering wordt gelaten, roept wel de vraag op of de begrippen modificatie en instrumentele wetgeving nog wel van toepassing zijn op de huidige wetgeving.


Mr. dr. P.J.P.M. van Lochem
Mr. dr. P.J.P.M. van Lochem is werkzaam bij het Fellow Meijers Instituut (Universiteit Leiden) en is voormalig rector van de Academie voor Wetgeving en de Academie voor Overheidsjuristen.
Artikel

Pfandbriefe, covered bonds of gedekte obligaties

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 6 2015
Trefwoorden covered bond, gedekte obligatie, Pfandbrief, UCITS
Auteurs Mr. A.H. Scheltema
SamenvattingAuteursinformatie

    Covered bonds ofwel gedekte obligaties ofwel Pfandbriefe zijn belangrijke financieringsinstrumenten voor banken. In Nederland is per 1 januari 2015 een nieuwe wettelijke regeling voor gedekte obligaties ingevoerd. De auteur beschrijft het fenomeen covered bonds en de nieuwe wettelijke regeling.


Mr. A.H. Scheltema
Mr. A.H. Scheltema is advocaat bij NautaDutilh te Amsterdam.
Artikel

Dublin: blind interstatelijk vertrouwen is een fictie

Over inwilligingspercentages en overdrachten

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 3 2015
Trefwoorden asylum seekers, Dublin Regulation, mistrust, distribution key, solidarity
Auteurs Mr. R. Bruin, Mr. S.G. Kok en Prof. mr. dr. A. Terlouw
SamenvattingAuteursinformatie

    In light of the high numbers of persons entering the EU via the southern borders and the current uneven distribution of asylum seekers (five Member States of the EU currently received in 2014 more than 70% of the total amount of refugees), there is a clear and urgent need for the EU ministers to ensure a fairer distribution of asylum seekers within the EU. The Dublin Regulation’s system of allocating the responsibility for an asylum request does not offer a solution for this challenge, also because Member States cannot have a blind faith in the standards of a number of states for processing asylum requests. There are significant differences in the application of the law and the procedures.


Mr. R. Bruin
Mr. René Bruin is Head of Office UNHCR te Den Haag.

Mr. S.G. Kok
Mr. Stefan Kok is docent aan het Instituut voor Immigratierecht van de Universiteit Leiden.

Prof. mr. dr. A. Terlouw
Prof. mr. dr. Ashley Terlouw is hoogleraar rechtssociologie aan de Radboud Universiteit Nijmegen.
Article

Access_open Draagmoederschap naar Belgisch en Nederlands recht

Tijdschrift Family & Law, mei 2015
Auteurs Dr. Liesbet Pluym Ph.D.
Samenvatting

    Zowel in België als in Nederland komt draagmoederschap voor. Deze bijdrage heeft tot doel om de houding van de twee buurlanden ten aanzien van dit controversiële fenomeen te onderzoeken en te vergelijken.
    De wensouders en draagmoeders ervaren meerdere juridische obstakels. Zo blijkt in beide landen de draagmoederschapsovereenkomst niet geldig en evenmin afdwingbaar te zijn. Hoewel in Nederland de mogelijkheid bestaat om het ouderlijk gezag over te dragen van draagmoeder naar wensouders, is het ook daar, net zoals in België, allesbehalve evident om de band tussen kind en wensouders juridisch te verwezenlijken. Noch de oorspronkelijke, noch de adoptieve afstamming is aan het fenomeen aangepast. Vooral voor Nederland is dit vreemd aangezien de Nederlandse wetgeving uitdrukkelijk bepaalt onder welke voorwaarden medisch begeleid draagmoederschap toegelaten is. De wet schept met andere woorden een gezondheidsrechtelijk kader, maar regelt niet de gevolgen van het draagmoederschap. In België is er daarentegen geen enkele wetgeving betreffende draagmoederschap. Dit betekent dat de onaangepaste wetgeving betreffende medisch begeleide voortplanting van toepassing is op draagmoederschap. Over deze toepassing en de gevolgen ervan bestaat evenwel onduidelijkheid. Commercialisering van draagmoederschap leidt ook tot problemen. In Nederland is professionele bemiddeling en het openbaar maken van vraag en aanbod met betrekking tot draagmoederschap strafbaar gesteld. Daarnaast kunnen de omstandigheden van een zaak waarin het kind als het ware verkocht wordt aan de wensouders zowel in België als in Nederland leiden tot andere misdrijven. Gelet op dit alles begeven sommige wensouders zich naar het buitenland om daar beroep te doen op draagmoederschap. Wensen zij terug te keren met het kind naar het land van herkomst, dan leidt dit in beide buurlanden tot internationaalprivaatrechtelijke problemen.
    Door het gebrek aan een algemeen wettelijk kader, is het draagmoederschapsproces in beide landen vaak een calvarietocht. Dit leidt tot rechtsonzekerheid. Oproepen tot een wettelijk ingrijpen bleven tot nu toe echter onbeantwoord.
    Surrogacy is practiced in Belgium and the Netherlands. The aim of this contribution is to compare the many legal aspects of the phenomenon. In both countries legal problems surround surrogacy: the surrogacy contract is unenforceable; it is difficult for the intended parents to become the legal parents; commercial surrogacy can result in criminal sanctions and cross-border surrogacy leads to limping legal relations. The main differences between the two legal systems are that in Belgium there is no regulation at all, while in the Netherlands, professional mediation and advertising in surrogacy are explicitly forbidden and Dutch law provides a limited health law regulation. In both countries scholars have pressed the need for legal change.


Dr. Liesbet Pluym Ph.D.
Jurisprudentie

Hoger beroep

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 2 2015
Auteurs Mr. drs. F.J.P. Lock

Mr. drs. F.J.P. Lock
Artikel

Waarom is er zo weinig wetgevingsonderwijs in de universitaire rechtenopleiding?

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 2 2015
Trefwoorden academische rechtenopleiding, wetgevingsonderwijs, socialiseringsproces, rechtswetenschap, judocentrisme, jurist, rechtsvorming, civiel effect
Auteurs W.J.M. Voermans
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt de vraag gesteld waarom er zo weinig wetgevingsonderwijs terug te vinden is in de academische opleidingen rechtsgeleerdheid, en dat terwijl wetgeving toch de voornaamste bron van rechtsvorming is. Dat is waarschijnlijk te wijten aan een combinatie van cultuurelementen in de juridische curricula, die juristen opleiden – socialiseren – in redeneer- en argumentatievaardigheden en het rolmodel van de rechtsvindende rechter centraal stellen. Nu de aard van het juridische werk en de rechtswetenschap van karakter veranderen, is er alle aanleiding de juridische academische opleidingen nader te doordenken. Wie die wil herzien, dient zich wel goed rekenschap te geven van de culturele aspecten van de rechtenopleiding.


W.J.M. Voermans
Prof. dr. W.J.M. Voermans is hoogleraar staats- en bestuursrecht aan de Universiteit Leiden.
Artikel

Slachtoffer- en herstelgericht werken in Justitiële Jeugdinrichtingen: nieuwe data, groeimodel en advies

Tijdschrift Tijdschrift voor Herstelrecht, Aflevering 1 2015
Trefwoorden Europese Slachtofferrichtlijn, slachtoffergericht werken,, herstelgericht werken, justitiële jeugdinrichtingen
Auteurs Anneke van Hoek
SamenvattingAuteursinformatie

    This article provides data about qualitative and quantitative research that was executed in juvenile detention centres in The Netherlands in the framework of the EU-funded Restorative Justice in Europe project. The results of a survey amongst 75 staff members are presented. Special attention is paid to the restorative handling of internal conflicts and crimes within the detention centre. Restorative Justice Nederland, executing this research, also developed a self-assessment tool for prisons, the Organisational Maturity Grid Restorative Practices, that can be used to assess how ‘mature’ restorative practices are within an organisation. Based on this maturity grid and the data of the research advice is provided on how restorative practices within juvenile detention centres can be brought to the next level.


Anneke van Hoek
Anneke van Hoek (1962) is zelfstandig gevestigd criminoloog en medeoprichter van Stichting Restorative Justice Nederland. Zij was vanuit deze stichting de afgelopen twee jaar projectleider van het Nederlandse deel van het transnationale project Restorative Justice in Europe: safeguarding victims & empowering professionals.
Casus

Vennootschapsrechtelijke werking van aandeelhoudersovereenkomsten: führt jeder Konsequenz zum Teufel?

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 1 2015
Trefwoorden doorwerking van aandeelhoudersovereenkomsten, art. 2:8 lid 2 BW
Auteurs W.J. Oostwouder en M. Wessel
SamenvattingAuteursinformatie

    Er zijn verschillende uitspraken gepubliceerd waarin doorwerking van aandeelhoudersovereenkomsten is aangenomen onder de specifieke omstandigheden van het geval. In dit artikel wordt door prof. mr. W.J. Oostwouder en mr. M. Wessel bezien in hoeverre aandeelhoudersovereenkomsten vennootschapsrechtelijke werking hebben. De auteurs zullen zich tevens richten op de principiële vraag in hoeverre de doorwerkingsjurisprudentie leidt tot de conclusie dat de aandeelhoudersovereenkomst bij besluitvorming van een vennootschapsorgaan prevaleert boven het bepaalde in Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek en de statuten. De auteurs signaleren verschillende aandachtspunten bij de beantwoording van deze vraag en dat er wel degelijk een goedaardige, maar niet-onbelangrijke ‘duivel’ om de hoek komt kijken, die dikwijls over het hoofd wordt gezien.


W.J. Oostwouder
Prof. mr. W.J. Oostwouder is verbonden aan de Universiteit van Utrecht als hoogleraar Bedrijfsfinancieel Recht en is advocaat te Amsterdam.

M. Wessel
Mr. M. Wessel is kandidaat-notaris te Amsterdam.
Artikel

Autonomie: geen recht zonder verantwoordelijkheid

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 1 2015
Trefwoorden Koninkrijksrecht, staatsstructuur, Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden, Koninkrijksaangelegenheden, autonomie
Auteurs Mr. R.R. Santos do Nascimento
SamenvattingAuteursinformatie

    In de 21ste eeuw blijkt meer dan ooit dat verzorging van het algemeen welzijn een verantwoordelijkheid is die staten niet onafhankelijk kunnen dragen. Dit brengt de noodzaak van steeds meer onderlinge afstemming en samenwerking met zich. Tegen deze achtergrond onderzoekt de auteur hoe de autonomie van de Caribische Landen binnen het Koninkrijk moet worden opgevat, waarbij hij tot de conclusie komt dat de belangen van burger en Koninkrijk met zich brengen dat autonomie begrepen moet worden als meer dan enkel een recht dat Nederland dient te eerbiedigen: autonomie is ook en vooral een plicht met de daaraan noodzakelijk gekoppelde verantwoordelijkheden.


Mr. R.R. Santos do Nascimento
Mr. R.R. Santos do Nascimento is momenteel werkzaam als wetenschappelijk assistent Staatsrecht aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit van Aruba en werkt aan een dissertatie over de positie van Aruba binnen het Koninkrijk.
Toont 1 - 20 van 21 gevonden teksten
« 1
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.