Zoekresultaat: 27 artikelen

x
Jaar 2016 x
Jurisprudentie

Tegen de wet

HvJ EU 19 april 2016, C-441/14, ECLI:EU:C:2016:278, JAR 2016/132 (Ajos/Rasmussen)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 3 2016
Trefwoorden Contra legem, Algemene beginselen
Auteurs Mr. Peter Vas Nunes
SamenvattingAuteursinformatie

    In april van dit jaar wees het Hof van Justitie van de Europese Unie arrest in de zaak Rasmussen. Hoewel het arrest is gewezen door de Grote Kamer, brengt het weinig dat echt nieuw is. Het arrest biedt wel een goede gelegenheid om in te gaan op een aantal leerstukken die van belang zijn voor beoefenaars van het arbeidsrecht, zoals die met betrekking tot de richtlijnconforme uitleg van nationaal recht en het buiten toepassing laten van dat recht op grond van algemene beginselen van Unierecht.


Mr. Peter Vas Nunes
Mr. P. Vas Nunes is als advocaat en partner verbonden aan BarentsKrans.
Artikel

Een extra termijn van de Brzo-omgevingsdiensten voor het indienen van het VR: gunst of niet?

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 4 2016
Trefwoorden strafrecht, handhaving, vertrouwensbeginsel, Besluit risico’s zware ongevallen (Brzo), Gedogen
Auteurs Mr. B. d’Hooghe en mr. C.J. IJdema
SamenvattingAuteursinformatie

    Bedrijven die onder het zwaarste regime van het nieuwe Besluit risico’s zware ongevallen 2015 (hierna Brzo 2015) vallen, hadden vóór 1 juni 2016 een veiligheidsrapport moeten indienen dat aan de eisen van het Brzo 2015 voldoet. Dat was in de praktijk problematisch omdat inwerkingtreding van de Regeling risico’s zware ongevallen 2015 lang op zich heeft laten wachten en de PGS 6-richtlijn nog niet definitief is aangepast. Om die reden hebben de Brzo-omgevingsdiensten aan bestaande inrichtingen laten weten dat een ‘begunstigingstermijn’ zal worden geboden tot en met 1 januari 2017 om te voldoen aan het Brzo 2015. Wij hebben onderzocht of Brzo-bedrijven op basis van de brief inderdaad langer de tijd mochten nemen om een nieuw veiligheidsrapport in te dienen, of dat zij daardoor op het verkeerde been zijn gezet.


Mr. B. d’Hooghe
Mr. B. d’Hooghe en mr. C.J. IJdema zijn advocaat bij Adriaanse van der Weel advocaten.

mr. C.J. IJdema
Artikel

Reguleringsinstrumenten in de spoorsector: wisselend succes

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2016
Trefwoorden overheidsregulering, aandeelhouderschap, regulering met contracten, zelfstandig bestuursorgaan, publiekrechtelijke concessie
Auteurs mr. S. Pereth
SamenvattingAuteursinformatie

    De overheid beschikt over verschillende instrumenten om een sector mee te reguleren. In de spoorsector is met een aantal van deze instrumenten ervaring opgedaan. Meer specifiek betreft het regulering door middel van contracten en het aandeelhouderschap. Deze instrumenten en de mogelijkheden om ermee te sturen zijn in de afgelopen decennia veelvuldig onderwerp van (parlementaire) discussie geweest. Wat bleek is dat die mogelijkheden meer dan eens beperkt waren. Gesteld kan worden dat de genoemde privaatrechtelijke instrumenten enkele inherente beperkingen kennen, die in de weg kunnen staan aan effectieve sturing en toezicht van overheidswege. Bij een contract is per definitie meer dan één partij betrokken, waardoor beslissingen niet eenzijdig genomen kunnen worden en het aandeelhouderschap betreft nu eenmaal een rol op afstand. Deze bezwaren kunnen worden ondervangen door in plaats van een contract te kiezen voor een publiekrechtelijke concessie. In plaats van het aandeelhouderschap in een private rechtspersoon kan voor een zelfstandig bestuursorgaan worden geopteerd. De conclusie is niet dat contracten en het aandeelhouderschap kunnen worden afgeschreven als instrumenten om mee te sturen. Contracten en het aandeelhouderschap kunnen in andere gevallen wel voldoende handvatten bieden. Veel is bijvoorbeeld ook afhankelijk van de inhoud en vormgeving van het contract. Ook de onderhandelingspositie bij het vormgeven van de contracten en de mate van verantwoordelijkheid die de overheid wenst te dragen zijn relevant. Per geval zullen die afwegingen moeten worden gemaakt.


mr. S. Pereth
mr. S. (Sven) Pereth is wetgevingsjurist bij de Hoofddirectie Bestuurlijke en Juridische Zaken van het ministerie van Infrastructuur en Milieu.
Artikel

Aanbestedingsrechtelijke uitsluitingsgronden en het mededingingsrecht: wat moet een mededingingsjurist weten van de mogelijkheden tot uitsluiting in het aanbestedingsrecht?

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 6 2016
Trefwoorden aanbesteding, uitsluitingsgronden, ernstige fout, valse verklaring, proportionaliteit
Auteurs Maurice Esssers en Robert Fröger
SamenvattingAuteursinformatie

    Met de per 1 juli 2016 geïntroduceerde wijzigingen van de Aanbestedingswet 2012 is het kader voor aanbestedingsrechtelijke uitsluitingsgronden gewijzigd. In dit artikel staan de uitsluitingsgronden centraal die voor beoefenaars van het mededingingsrecht relevant zijn. Met name wanneer ACM boetes oplegt wegens overtreding van (sectorspecifieke) regelgeving, gaan deze uitsluitingsgronden in latere aanbestedingen een rol spelen. Aspecten van een besluit die een impact hebben op de aanbestedingsrechtelijke kansen van ondernemingen zijn onder meer: de duur van de overtreding, de aard van de overtreding, de wijze van afdoening, de rechtspersonen waaraan de overtreding wordt toegerekend, de publicatiedatum en de mate van verwijtbaarheid.


Maurice Esssers
Mr. M.J.J.M. Essers is werkzaam als advocaat bij Loyens & Loeff N.V.

Robert Fröger
Mr. R.A. Fröger is werkzaam als advocaat bij Loyens & Loeff N.V.

    Voorafgaand aan de benoeming van ministers (en staatssecretarissen in Nederland) van de landen in het Koninkrijk der Nederlanden vindt er een toetsing van de benoembaarheid plaats. Deze toetsing, ook wel aangeduid als screening, is in de afzonderlijke landen verschillend geregeld. De auteur bespreekt de overeenkomsten en verschillen van de screening die allen als doel hebben de integriteit van het bestuur in het Koninkrijk te waarborgen. De revue passeren aldus de wijze van benoeming van ministers, de vastlegging van de toetsing (variërend van een schrijven van de minister-president aan de Tweede Kamer tot een wet in formele zin in Curacao en Sint Maarten), de legaliteit van de verschillende regelingen maar ook de feitelijk uit te voeren onderzoeken en daaraan te verbinden conclusies. Afgesloten wordt met een aanbeveling tot uniformering van de screening in het Koninkrijk.


Mr. M.F. Murray
Mr. M.F. Murray is advocaat/vennoot bij SMS Attorneys at Law te Curaçao en voorzitter van de redactie van het Caribisch Juristenblad (CJB).

Eric Lancksweerdt
Eric Lancksweerdt is hoofddocent universiteit Hasselt, praktijkassistent universiteit Antwerpen en erkend bemiddelaar.

Dennis Hesemans
Dennis Hesemans is coördinerend raadadviseur bij de directie Wetgeving en Juridische Zaken van het Ministerie van Veiligheid en Justitie.
Artikel

Wetenschappelijk onderzoek na overlijden: goed geregeld?

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 8 2016
Trefwoorden Wetenschappelijk onderzoek, Overlijden, Gegevens, Lichaamsmateriaal, Artikel 7:458 BW
Auteurs Mr. dr. M.C. Ploem en Prof. mr. J.C.J. Dute
SamenvattingAuteursinformatie

    De regulering van het gebruik van gegevens en lichaamsmateriaal voor medisch-wetenschappelijk onderzoek nadat de patiënt is overleden, vertoont lacunes. Voor gegevens zijn de artikelen 7:457 eerste lid en 7:458 BW richtinggevend. Voor lichaamsmateriaal wordt een toegespitste regeling node gemist. Voor obductie en ontleding in het belang van de wetenschap zou de wet nadere voorwaarden moeten stellen.


Mr. dr. M.C. Ploem
Corrette Ploem is onderzoeker/ docent gezondheidsrecht bij het AMC/Universiteit van Amsterdam, en lid van de redactie van dit tijdschrift.

Prof. mr. J.C.J. Dute
Jos Dute is hoogleraar gezondheidsrecht aan de Radboud Universiteit te Nijmegen, en lid van de redactie van dit tijdschrift.
Artikel

Meer zeggenschap van burgers en organisaties over regulering

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 5 2016
Trefwoorden zeggenschap, burgers, reguleringsstijlen, internetconsultatie
Auteurs Dr. A.M. Bokhorst
SamenvattingAuteursinformatie

    De centrale vraag in dit artikel is hoe de wetgever de zeggenschap van burgers, organisaties en belanghebbenden kan versterken en onbedoelde gevolgen van technocratie daarbij kan tegengaan. De inzet van alternatieve reguleringsstijlen, zoals beter reguleren, verbetert de kwaliteit van regelgeving. Zo maakt internetconsultatie het wetgevingsproces transparanter en responsiever, maar door het beperkte bereik neemt de collectieve zeggenschap van burgers er niet substantieel door toe. Dereguleren lijkt zoals beoogd de individuele zeggenschap van belanghebbenden te versterken. Maar niet iedereen waardeert die individuele zeggenschap evenzeer of kan er even goed mee omgaan. Om sociale zeggenschap van organisaties te versterken zet de overheid in op meer ruimte voor co- en zelfregulering. Het verschilt sterk per dossier in hoeverre de sociale zeggenschap is toegenomen. Als onbedoeld gevolg blijkt bij alternatieve reguleringsstijlen dat technocraten zoals toezichthouders in het gat springen dat de wetgever achterlaat. Vervolgens kan het parlement als medewetgever met een initiatiefwet proberen om de autonomie van burgers, organisaties en belanghebbenden te bewaken, zoals geïllustreerd wordt met de casus van de initiatiefwet Bisschop. Deze casus roept wel de vraag op of de regering en het parlement niet systematischer kunnen reflecteren op de (dis)balans tussen participatieve, technocratische en representatieve democratie.


Dr. A.M. Bokhorst
Dr. A.M. (Meike) Bokhorst is senior wetenschappelijk medewerker bij de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid en associate researcher bij Institutions for Open Societies van de Universiteit Utrecht. Ze werkte eerder als programmasecretaris Bruikbare rechtsorde bij de directie Wetgeving van het ministerie van Justitie.
Artikel

Overnamegevechten, ongewenste investeerders en vitale vennootschappen

Is een investeringstoets ter waarborging van ‘het algemeen belang’ wenselijk?

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 7 2016
Trefwoorden overname, algemeen belang, ongewenste investeerder, investeringstoets, KPN
Auteurs Mr. P.W.M. van Slobbe
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage staat de waarborging van het algemeen belang binnen overnames centraal. Besproken wordt of het wenselijk is dat (in het licht van een mogelijk wetsvoorstel) het verkrijgen van zeggenschap in bepaalde voor Nederland vitale vennootschappen, zoals KPN, wordt getoetst op mogelijke bedreigingen voor het algemeen belang.


Mr. P.W.M. van Slobbe
Mr. P.W.M. van Slobbe is onlangs afgestudeerd aan de Radboud Universiteit Nijmegen, Duale Master Onderneming en Recht.

Mr. J. de Boer
Mr. J. de Boer is lid van het Gemeenschappelijk Hof.
Artikel

De EU-Richtlijn procedurele waarborgen minderjarige verdachten en het Nederlandse jeugdstrafprocesrecht

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7 2016
Trefwoorden jeugdstrafproces, minderjarige verdachten, procedurele waarborgen, EU-Richtlijn, Europese Commissie
Auteurs Mr. M.A.H. Kempen en Mr.dr. J. uit Beijerse
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 11 mei 2016 is de Richtlijn betreffende procedurele waarborgen voor kinderen die verdachte of beklaagde zijn in een strafprocedure vastgesteld. Het in november 2013 gepresenteerde richtlijnvoorstel had geen zachte landing. De regering beoordeelde de proportionaliteit negatief en de Tweede Kamer liet de Europese Commissie weten het voorstel ook nog strijdig te achten met het beginsel van subsidiariteit. In deze bijdrage zullen de voornaamste punten van discussie in het Nederlandse parlement en in Brussel worden geïnventariseerd en worden bezien hoe daaraan tegemoet is gekomen. De auteurs concluderen dat de richtlijn zoals deze er nu ligt, niet alleen toegevoegde waarde kan hebben bij de internationale samenwerking maar vooral ook voor de inrichting van het Nederlandse jeugdstrafprocesrecht.
    Richtlijn (EU) 2016/800 van 11 mei 2016, PbEU 2016, L 132.


Mr. M.A.H. Kempen
Mr. M.A.H. (Maurice) Kempen is wetgevingsjurist bij het Ministerie van Veiligheid en Justitie en was namens Nederland betrokken bij de onderhandelingen in Brussel. De bijdrage is op persoonlijke titel geschreven.

Mr.dr. J. uit Beijerse
Mr. dr. J. (Jolande) uit Beijerse is universitair hoofddocent straf(proces)recht aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Artikel

40 jaar Europa en mediation

Beschouwing naar aanleiding van het eindverslag van de Europese Commissie inzake toepassing van de Mediationrichtlijn in de lidstaten

Tijdschrift Nederlands-Vlaams tijdschrift voor mediation en conflictmanagement, Aflevering 3 2016
Trefwoorden Mediation Directive, Geschiedenis ADR, Verslag Europese Commissie, Mediationrichtlijn
Auteurs Annie de Roo en Rob Jagtenberg
SamenvattingAuteursinformatie

    Taking the recent European Commission’s Report on the application of Mediation Directive 2008/52/EC as a starting point, the authors set out to reconstruct the pattern of ADR/mediation activities undertaken by the EU and the Council of Europe over the past 40 years. The authors conclude that the European initiatives have been conducive to a broadening and deepening of the ADR debate. Remarkable shifts can be observed in the emphasis placed by the European agencies during this period, notably a shift from emancipatory to efficiency-based arguments. The inherent coupling of private mediation and public adjudication entails risks however for each of these distinct conflict resolution strategies. The authors call for advanced research designs to generate the data needed for a genuine evidence-based policy in this domain.


Annie de Roo
Annie de Roo is hoofdredacteur van TMD, hoofddocent aan de Erasmus Universiteit en vicevoorzitter van de examencommissie Stichting Kwaliteit Mediators. Zij heeft diverse malen als key expert voor de Europese Commissie meegewerkt aan projecten,met name op het gebied van arbeidsrechtelijke mediation.

Rob Jagtenberg
Rob Jagtenberg is onder andere verbonden aan de Erasmus Universiteit en is TMD redactielid. Hij trad enkele malen op als rapporteur-generaal voor de Raad van Europa op het gebied van ADR/mediation.
Praktijk

Kroniek rechtspraak Wet marktordening gezondheidszorg

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 6 2016
Trefwoorden Integrale tarieven, ontbinding, opzegging, Scheidsgerecht, beheersmodel
Auteurs Prof. mr. J.G. Sijmons
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze kroniek behandelt de rechtspraak op het gebied van de Wet marktordening gezondheidszorg (‘Wmg’), die van het College van Beroep voor het bedrijfsleven en de bestuursrechter is verschenen in de periode vanaf 1 september 2014 tot en met 1 juli 2016. Eerst worden de procedurele aspecten behandeld, enkele algemene principes van de tariefregulering, geordend van algemeen naar specifiek. Vervolgens wordt nog aandacht besteed aan een enkele uitspraak over het optreden van de NZa als marktmeester.


Prof. mr. J.G. Sijmons
Jaap Sijmons is advocaat te Zwolle en bijzonder hoogleraar Gezondheidsrecht aan de Universiteit Utrecht, en lid van de redactie van dit tijdschrift.
Artikel

Kroniek Formeel strafrecht 2016

Tijdschrift Advocatenblad, Aflevering 8 2016
Auteurs Maike Bouwman, Chana Grijsen, Rick van Leusden e.a.

Maike Bouwman

Chana Grijsen

Rick van Leusden

Robert Malewicz

Patrick van der Meij

Sabine Pijl

Ben Polman

Paul van Putten

Melissa Slaghekke

Aram Sprey

Paul Verweijen
Artikel

Kroniek Materieel strafrecht 2016

Tijdschrift Advocatenblad, Aflevering 8 2016
Auteurs Maike Bouwman, Chana Grijsen, Geert-Jan Kruizinga e.a.

Maike Bouwman

Chana Grijsen

Geert-Jan Kruizinga

Robert Malewicz

Patrick van der Meij

Michiel Olthof

Sabine Pijl

Ben Polman

Inge Raterman

Melissa Slaghekke

Paul Verweijen
Jurisprudentie

Noot bij ABRvS 7 oktober 2015, ECLI:NL:RVS:2015:3138 (Wet Aanscherping)

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 2 2016
Trefwoorden Bestuurlijke boete, Evenredigheid, Volle toetsing, Wet aanscherping, Beleidsregel
Auteurs Mr. dr. R. Stijnen
SamenvattingAuteursinformatie

    In haar uitspraak van 7 oktober 2015 stelt de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State de Beleidsregel boeteoplegging Wav 2013 buiten werking door vast te houden aan de bedragen uit het oude beleid. In de noot wordt door Stijnen ingegaan op de tendens dat de wetgever bij het vaststellen van boetemaxima de evenredigheid uit het oog lijkt te verliezen. Betoogd wordt dat het daarom temeer van belang is dat de bestuursrechter vol toetst in boetezaken. De uitspraak van de ABRvS van 7 oktober 2015 is in dat verband toe te juichen.


Mr. dr. R. Stijnen
Mr. dr. R. Stijnen is senior stafjurist bij de Rechtbank Rotterdam (bestuursrecht) en rechter-plaatsvervanger bij de Rechtbank Noord-Holland.
Artikel

Copy, paste

Over de uitleg van boilerplate-bedingen en wat kunnen we leren van het Amerikaanse recht

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 2 2016
Auteurs Mr. J.W.A. Dousi
Auteursinformatie

Mr. J.W.A. Dousi
Mr. J.W.A. Dousi is promovendus bij de Radboud Universiteit Nijmegen en legal counsel bij Koninklijke FrieslandCampina N.V.
Artikel

Private kwaliteitsborging als wetgevingsvraagstuk

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 3 2016
Trefwoorden private kwaliteitsborging, regulering, toezicht
Auteurs dr. A.R. Neerhof
SamenvattingAuteursinformatie

    Bij zowel de Europese als de nationale overheid is er al meer dan twee decennia lang een duidelijke belangstelling voor private kwaliteitsborging als een instrument voor regulering en toezicht naast exclusief overheidsoptreden. Dit past bij de gedachte dat in de samenleving ook veel kan worden gereguleerd zonder dat de overheid daar meteen aan te pas hoeft te komen. De auteur bespreekt dit instrument als wetgevingsvraagstuk. Daarbij komen de modaliteiten van private kwaliteitsborging aan bod en welke aandachtspunten in acht moeten worden genomen als de wetgever kiest voor private kwaliteitsborging. Deze aandachtspunten zijn te ontlenen aan beginselen van de democratische rechtsstaat en beginselen van behoorlijke wetgeving, goed bestuur en de open markt. Aan het slot trekt de auteur enkele conclusies over op welke wijze de overheid rekening moet houden met private kwaliteitsborging bij de totstandkoming van wetgeving.


dr. A.R. Neerhof
dr. A.R. (Richard) Neerhof is als universitair hoofddocent bestuursrecht verbonden aan de Vrije Universiteit Amsterdam en verricht onderzoek in het programma ‘Public Contracts: Law & Governance’.
Artikel

Statuten, een kwestie van uitleg op maat?

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 6 2016
Trefwoorden uitleg, statuten, reglement, objectief, subjectief
Auteurs Mr. J.R. Hurenkamp
SamenvattingAuteursinformatie

    Uit de rechtspraak anno 2016 volgt dat statuten objectief moeten worden uitgelegd, maar dat in uitzonderingsgevallen een meer subjectieve uitleg gerechtvaardigd kan zijn, indien partijen betrokken zijn geweest bij de totstandkoming van de statuten, in een contractuele verhouding staan of de redelijkheid en billijkheid in art. 2:8 BW dat eist.


Mr. J.R. Hurenkamp
Mr. J.R. Hurenkamp is advocaat bij Wijn & Stael Advocaten te Utrecht.
Toont 1 - 20 van 27 gevonden teksten
« 1
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.