Zoekresultaat: 20 artikelen

x
Jaar 2013 x
Jurisprudentie

IPR-problemen in de WOR en het enquêterecht

Ondernemingskamer 21 december 2012, JAR 2013/67 (VLM II) en HR 29 maart 2013, JOR 2013/166 (Chinese Workers)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 3 2013
Trefwoorden WOR, enquêterecht, IPR, toepasselijk recht, bevoegde rechter, VLM, Chinese Workers
Auteurs F.G. Laagland
SamenvattingAuteursinformatie

    De Ondernemingskamer is de enige bevoegde rechter in feitelijke instantie in WOR- en enquêtezaken. In korte tijd moest de Ondernemingskamer in beide rechtsgebieden oordelen over twee zaken die zich afspeelden binnen internationaal concernverband. Bij internationale kwesties komt het internationaal privaatrecht (IPR) om de hoek kijken. Het gaat bij het IPR om twee te onderscheiden aspecten: (1) de internationale bevoegdheid van de rechter (rechtsmacht) en (2) zijn oordeel over het op het internationale rechtsgeschil toepasselijke recht. In deze bijdrage gaat de auteur aan de hand van de VLM II-beschikking en de Chinese Workers-beschikking na hoe de Ondernemingskamer in WOR- en enquêtezaken omgaat met vragen van internationaal-privaatrechtelijke aard.


F.G. Laagland
Mw. mr. F.G. Laagland is docent/onderzoeker sociaal recht aan de Radboud Universiteit Nijmegen en redactiesecretaris van ArA.
Boekbespreking

De waarden van het (arbeids)recht: liber amicorum voor prof. mr. Paul F. van der Heijden

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 3 2013
Trefwoorden basiswaarden en functies sociaal recht, grondslagendebat, kritische reflectie
Auteurs A. Van Bever
SamenvattingAuteursinformatie

    De bijdragenbundel De waarden van het (arbeids)recht bevat enkele reflecties over de grondslagen of basiswaarden en over de functies en grenzen van het (arbeids)recht. De bundel blikt terug op het preadvies dat Van der Heijden en Noordam in 2001 rond hetzelfde thema uitwerkten vanuit de vraag waartoe het grondslagendebat tot dusver heeft geleid. Wat is de staat van de in het preadvies geïdentificeerde basiswaarden en welke invulling krijgen ze in de huidige sociaal-rechtelijke context? Acht auteurs nemen het woord over een selectie van vijf van de genoemde basiswaarden, over de ‘sociaal-rechtelijke variabele’ van de wederkerigheid en over de functies van het arbeidsrecht. Heerma van Voss en Verhulp besluiten het geheel ten slotte met enkele kritische slotbeschouwingen.


A. Van Bever
Mw. dra. A. Van Bever is doctoraatstudent en Assistent aan het Instituut voor Arbeidsrecht van de KULeuven.
Jurisprudentie

Verplichte vervroegde pensionering van piloten: leeftijdsdiscriminatie?

HR 13 juli 2012, JAR 2012/209, NJ 2012, 396 (werknemers/KLM en VNV)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 3 2013
Trefwoorden vervroegd pensioenontslag, leeftijdsdiscriminatie, objectieve rechtvaardigingsgronden, legitiem doel, proportionaliteit, motivering
Auteurs T. Jaspers
SamenvattingAuteursinformatie

    Verplicht vervroegd pensioen is een fenomeen dat weliswaar steeds minder voorkomt, maar voor sommige beroepen nog vrij normaal is. Bij luchtvaartmaatschappijen zoals de KLM, maar daar niet alleen, geldt nog steeds een regeling dat piloten ruim voor de AOW-leeftijd, variërend van 56 tot 60 jaar, met pensioen (moeten) gaan. Er geldt een automatisch pensioenontslag. In 2012 heeft de Hoge Raad zich opnieuw moeten buigen over wat door piloten als leeftijdsdiscriminatie wordt aangemerkt. In 2006 had de Hoge Raad dat ook al eens gedaan in soortgelijke zaken. In de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie vindt men inmiddels een uitgebreide jurisprudentie op verplicht pensioenontslag. In zijn recente arrest van 2012 volgt de Hoge Raad de lijn van de rechtspraak van het Europese Hof en komt tot de conclusie dat er weliswaar sprake is van ‘onderscheid naar leeftijd’, maar dat daarvoor een objectieve rechtvaardiging bestaat zoals door KLM en de vakbond van piloten was aangegeven. Deze uitspraak is niet alleen van belang voor deze KLM-piloten, maar gaat verder, omdat het verplichte of automatische pensioenontslag, niet alleen ‘vervroegd’ maar ook op latere leeftijd, zoals dat tegenwoordig vaker voorkomt, hier aan de orde is. In deze annotatie wordt de motivering van de Hoge Raad – en van het hof van Amsterdam in appèl – tegen het licht gehouden en geconfronteerd met de wijze waarop het Europese Hof en de hoogste gerechten in Duitsland en Frankrijk te werk gaan. Er kan gerede twijfel rijzen of de redeneringen in de Nederlandse rechtspraak wel even sound en houdbaar zijn als we in de rechtspraak van het Europese Hof en het Duitse Bundesarbeitsgericht aantreffen. De materie is weerbarstig, dat is wel duidelijk. Zij heeft vele facetten, niet in het minst uit een oogpunt van werkgelegenheidsbeleid, landelijk én lokaal of zelfs op het niveau van de onderneming. In deze annotatie worden de verschillende invalshoeken belicht om tot een oordeel te komen óf en zo ja onder welke voorwaarden een dergelijk onderscheid naar leeftijd gerechtvaardigd zou kunnen zijn en welke eisen gesteld zouden moeten worden aan de motivering ervan.


T. Jaspers
Prof. mr. A.P.C.M. Jaspers is emeritus hoogleraar Sociaal Recht aan de Universiteit Utrecht.
Artikel

Promoveren in het arbeidsrecht – een overzicht

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 3 2013
Trefwoorden dissertaties, proefschriften, promotor, sociaal recht, proefschriftthema’s
Auteurs R.M. Beltzer
SamenvattingAuteursinformatie

    Wie wil weten welke dissertaties in Nederland op het terrein van het arbeidsrecht en het socialezekerheidsrecht zijn verschenen, wacht een lange zoektocht. De verscheidene digitale bibliotheken bieden (nog) geen makkelijk doorzoekbaar, relevant overzicht. In deze bijdrage is gepoogd een dergelijk overzicht te geven. De bijdrage bevat niet alleen een lijst van de door de auteur gevonden dissertaties, maar ook informatie omtrent, onder andere, (trends in) gekozen proefschriftthema’s, aantallen dissertaties per faculteit en per decennium.


R.M. Beltzer
Prof. mr. R.M. Beltzer is hoogleraar arbeid en onderneming aan de Universiteit van Amsterdam.

Loe Sprengers
Loe Sprengers is advocaat te Utrecht, gespecialiseerd in het (collectief) arbeidsrecht, lid van de advies- en arbitragecommissie (AAC) en andere geschillencommissies, en voormalig hoogleraar arbeidsverhoudingen bij de overheid.
Artikel

Een luisterend oor

Het interne meldsysteem integriteit binnen de Nederlandse overheid

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 7 2013
Trefwoorden whistleblowing research, internal reporting systems, public sector, public servants, confident counselors
Auteurs G. de Graaf en K. Lasthuizen
SamenvattingAuteursinformatie

    Whistleblowing and whistleblowers have received a lot of attention over the last decade, not just in popular discourse, also in academic research. So by now we know a lot about ‘the’ whistleblower; internal reporting procedures received less attention. That is remarkable, because from previous research we know that by far most reports of wrongdoing are (first) reported internally. Reporting in line seems the most logical step for most observations, but how well are Dutch public managers handling these reports, and what are the experiences of and with so-called confidential integrity advisors? The authors’ main research question is: How does the internal reporting system function in the public sector, and what improvements are possible? Here the authors answer these questions based on a survey conducted among Dutch civil servants, which was filled out by 7,543 respondents and on 25 in-depth interviews with confidential integrity officers.


G. de Graaf
Dr. Gjalt de Graaf is als universitair hoofddocent verbonden aan de onderzoeksgroep Quality of Governance van de afdeling Bestuurswetenschap en Politicologie van de Faculteit der Sociale Wetenschappen van de Vrije Universiteit Amsterdam (zie www.fsw.vu.nl/nl/onderzoek/onderzoeksprogrammas/bestuurskunde/quality-of-governance).

K. Lasthuizen
Dr. Karin Lasthuizen is als universitair hoofddocent verbonden aan de onderzoeksgroep Quality of Governance van de afdeling Bestuurswetenschap en Politicologie van de Faculteit der Sociale Wetenschappen van de Vrije Universiteit Amsterdam (zie www.fsw.vu.nl/nl/onderzoek/onderzoeksprogrammas/bestuurskunde/quality-of-governance).
Artikel

De bestuurder in jointventureverhoudingen

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 3 2013
Trefwoorden partijgebonden benoeming en ontslag van de JV-bestuurder, instructiebevoegdheid van JV-partijen, dienstverband met de JV-bv of met een JV-partij, terugkeergaranties
Auteurs Prof. mr. L.G. Verburg
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage heeft als thema de bestuurder in joint venture verhoudingen (de JV-bestuurder). Het vizier is gericht op een joint venture (JV) waarbij twee of meer partijen ten aanzien van de juridische structuur van hun samenwerkingsverband voor de bv kozen. De bijdrage benadert het thema vanuit twee invalshoeken. De eerste invalshoek onderzoekt enige specifieke aan het karakter van een JV gerelateerde aspecten van de functionele band van de bestuurder met de bv. Dit eerste deel van de bijdrage gaat vooral in op de per 1 oktober 2012 op grond van de totstandkoming van de Flex-wet ingevoerde wijzigingen in Boek 2 BW. De tweede invalshoek bekijkt het thema vanuit arbeidsrechtelijk perspectief.


Prof. mr. L.G. Verburg
Prof. mr. L.G. Verburg is hoogleraar arbeidsrecht aan de Radboud Universiteit Nijmegen.
Artikel

Joint ventures en medezeggenschap: een update

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 3 2013
Trefwoorden joint venture, medezeggenschap, ondernemingsraad, Europese ondernemingsraad, SER Fusiegedragsregels
Auteurs Mr. K. Wiersma en Mr. R.C. Moed
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel bespreken de auteurs een aantal ontwikkelingen in de medezeggenschap die rechtstreeks of mogelijk toepasbaar zijn op joint ventures (JV’s). Na een korte inleiding komen in dit kader aan de orde de rol van de OR bij het aangaan van een JV, problematiek omtrent overgang van onderneming, de Europese ondernemingsraad, de SER Fusiegedragsregels, mogelijke vertegenwoordiging van de OR van een JV in de COR en de GOR, het leerstuk van toerekening en medeondernemerschap en de Wet spreekrecht OR.


Mr. K. Wiersma
Mr. K. Wiersma is advocaat bij Loyens & Loeff te Amsterdam.

Mr. R.C. Moed
Mr. R.C. Moed is advocaat bij Loyens & Loeff te Amsterdam.
Artikel

Concurrentiebeding bij overgang van onderneming

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 7 2013
Trefwoorden concurrentiebeding, arbeidsovereenkomst, overgang van onderneming, artikel 7:665a BW
Auteurs Mr. R.J. Veerman
SamenvattingAuteursinformatie

    De werknemer is in principe ook ná de overgang van onderneming gebonden aan het concurrentiebeding, tenzij de arbeidsverhouding ingrijpend wordt gewijzigd en er zwaarwegende bijkomende omstandigheden zijn waardoor het concurrentiebeding aanmerkelijk zwaarder gaat drukken op de werknemer. Het is van belang dat de werknemer tijdig in kennis wordt gesteld van het (voort)bestaan van een concurrentiebeding na de overgang van onderneming.


Mr. R.J. Veerman
Mr. R.J. Veerman is advocaat bij Stibbe.
Jurisprudentie

De reikwijdte van de geheimhoudingsplicht

Tussen loyaliteit en klokkenluiden staan wetten in de weg en praktische bezwaren

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 2 2013
Trefwoorden geheimhouding, klokkenluiden, vrijheid van meningsuiting, Wft, belangenconflict
Auteurs A.M. Helstone
SamenvattingAuteursinformatie

    De geheimhoudingsplicht is verbonden met loyaliteit en discretie. Bij schending van deze plicht rijst de vraag of een werknemer recht heeft op klokkenluidersbescherming. Hoofdregel is dat de werknemer eerst intern misstanden aan de orde moet stellen bij een leidinggevende of een andere competente autoriteit of competent orgaan.
    De Hoge Raad heeft zich nu voor het eerst expliciet uitgelaten over een mogelijke uitzondering als duidelijk is dat een interne melding geen effect zal hebben. Die uitzondering doet zich voor als de directie zelf op de hoogte is van de misstand. In cassatie had de werknemer zich ook nog beroepen op interne en wettelijke regels. Tegen deze achtergrond gaat de auteur na wat de reikwijdte van de uitzondering in dit geval is. Haar conclusie is dat een rechtvaardiging voor schending van geheimhouding nog steeds niet snel mag worden aangenomen.


A.M. Helstone
Mw. mr. drs. A.M. Helstone is advocaat en partner bij Stibbe te Amsterdam.
Hoofdartikel

Uniform of gedifferentieerd arbeidsrecht

Een nationaal en rechtsvergelijkend onderzoek naar de rechtvaardiging en toekomst van bijzondere arbeidsverhoudingen

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 2 2013
Trefwoorden bijzondere arbeidsverhoudingen, uniform, differentiatie, rechtsvergelijking, gelijkheidsbeginsel, kwalificatievraag
Auteurs Prof. mr. dr. A.R. Houweling en Mr. dr. G.W. van der Voet
SamenvattingAuteursinformatie

    In 1907 heeft de wetgever bewust gekozen voor een uniforme wettelijke regeling inzake de arbeidsovereenkomst. Een gedifferentieerd stelsel van afzonderlijke arbeidsrechtelijke regelingen voor bijzondere beroepsgroepen werd uitdrukkelijk van de hand gewezen. Zo’n stelsel zou namelijk slechts aanleiding geven tot afbakeningsproblemen en rechtsonzekerheid. Inmiddels heeft zich evenwel – niettegenstaande dit uitgangspunt − een ‘waaier’ aan bijzondere arbeidsverhoudingen ontwikkeld. Gezien de parlementaire geschiedenis van de huidige wettelijke regeling in titel 7.10 van het Burgerlijk Wetboek, zou men verwachten dat het creëren (of handhaven) van afwijkende regelingen voor bepaalde arbeidsverhoudingen uitdrukkelijk door de wetgever is/wordt gemotiveerd en dat aan de vormgeving van dergelijke bijzondere arbeidsverhoudingen bewuste keuzes en/of principes ten grondslag liggen. In dit artikel onderzoeken de auteurs welke bijzondere arbeidsverhoudingen er zijn en in hoeverre daarvoor een rechtvaardigingsgrond bestaat. In het tweede deel van dit onderzoek analyseren de auteurs de trends en ontwikkelingen van bijzondere arbeidsverhoudingen in de Europese Unie. De auteurs concluderen dat voor een groot aantal bijzondere arbeidsverhoudingen geen rechtvaardigingsgronden (meer) bestaan. Voorts concluderen de auteurs dat ook in het buitenland geen rechtvaardigingsgronden zijn aangetroffen voor onderscheidingen in arbeidsrechtelijke regelingen. Zij wijzen erop dat bepaalde ontwikkelingen in het buitenland – met name ingegeven vanuit het gelijkheidsbeginsel en EU-recht – laten zien dat eerder een verregaande uniformering in plaats van verdergaande differentiatie valt te verwachten. Het gebruik van open normen – zoals in Nederland het geval is – zal in deze ontwikkeling een belangrijke rol spelen.


Prof. mr. dr. A.R. Houweling
Prof. mr. dr. A.R. Houweling is hoogleraar arbeidsrecht aan de Erasmus School of Law.

Mr. dr. G.W. van der Voet
Mw. mr. dr. G.W. van der Voet is universitair docent aan de Erasmus School of Law en arbeidsrechtadvocaat bij AKD.

    If two or more educational institutions intend to merge, such institutions must obtain approval from the Minister of Education prior to merging in accordance with the “Educational Merger test Act” (Wet fusietoets onderwijs) which came into force on 1 October 2011. Since then, further to the implementation of the Educational Merger test Act, the Minister of Education has taken several decisions on merger requests from educational institutions. Prior to delivering a decision on a merger request the Minister of Education is advised by its advisory committee ("Adviescommissie fusietoets onderwijs"). This article describes and analyses the legal framework put into place be the Educational Merger test Act. It further analyses the functioning of the Act in its first year of existence and proposes solutions for problems found. The article in this respect focuses on the advice of the advisory committee.


T. Barkhuysen
Tom Barkhuysen is advocaat-partner bij Stibbe te Amsterdam en hoogleraars Staats- en bestuursrecht aan de Universiteit Leiden

Machteld Claessens
Machteld Claessens is advocaat bij Stibbe te Amsterdam.
Artikel

Proxy-toezicht

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 1 2013
Trefwoorden proxy-toezicht, intern toezicht, extern toezicht
Auteurs Dr. J. de Ridder
SamenvattingAuteursinformatie

    Een van de vragen die de redactie bij de voorbereiding van dit themanummer formuleerde is: ‘In hoeverre is er een vruchtbare wisselwerking mogelijk tussen publiek of extern toezicht en intern toezicht?’ Deze vraag is van groot belang, omdat aan veel hedendaags toezichtsbeleid allerlei veronderstellingen ten grondslag liggen over manieren waarop ‘intern toezicht’ en ‘extern toezicht’ elkaar kunnen aanvullen en ondersteunen. Een vergaande veronderstelling op dit vlak is dat de ‘interne toezichthouder’ een deel of het geheel van de taak van de ‘externe toezichthouder’ kan en zal overnemen. De auteur noemt dat ‘proxy-toezicht’. De vraagstelling van het artikel is, onder welke voorwaarden een proxy-toezichthouder een publiek belang binnen een organisatie zou kunnen borgen.


Dr. J. de Ridder
Dr. J. de Ridder is hoogleraar bestuurskunde aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Prof. mr. J. Legemaate
Prof. mr. J. Legemaate is hoogleraar gezondheidsrecht aan de Universiteit van Amsterdam en lid van de raad van toezicht van het Jeroen Bosch Ziekenhuis te ’s-Hertogenbosch.
Artikel

Sectorspecifiek mededingingsrecht en fusietoetsing

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 2 2013
Trefwoorden fusietoets, aanmerkelijke marktmacht, mededinging, toezicht, sectorspecifiek
Auteurs Prof. mr. W. Sauter
SamenvattingAuteursinformatie

    Nederland kent naast het algemene op Europese leest geschoeide mededingingsregime dat wordt gehandhaafd door de Autoriteit Consument en Markt (ACM) een aantal sectorspecifieke regimes, die deels eveneens door de ACM, maar ook deels door andere toezichthouders worden gehandhaafd. Het algemene regime dat geldt ten aanzien van de mededingingsbeperkende afspraken, misbruik van economische machtsposities en fusies wordt voor een aantal sectoren aangevuld met een regime ten aanzien van aanmerkelijke marktmacht (AMM), dat het mogelijk maakt om verplichtingen op te leggen teneinde mededingingsproblemen te voorkomen. Bovendien kent een aantal sectorregimes een eigen – doorgaans aanvullende – fusietoets. Deze bijdrage beschrijft het sectorspecifieke mededingingsrecht met de nadruk op de verschillende vormen van fusietoetsing en hun samenhang met het commune mededingingsregime.


Prof. mr. W. Sauter
Prof. mr. W. Sauter is werkzaam bij de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) en het Tilburg Law and Economics Center (TILEC). wsauter@nza.nl

    Uit de koker van de Europese Commissie kwam bij voorstel voor een verordening van 8 februari 2012 een Europese stichting van algemeen nut te voorschijn. Het voorstel is niet goed doordacht. Ook kunnen de beoogde doelen op eenvoudigere wijze worden bereikt. Dat zullen de auteurs in dit artikel inzichtelijk maken.
    Voorstel voor een verordening van de Raad betreffende het statuut van de Europese stichting (FE), COM(2012) 35 final


Mr. N. Peters
Mr. N. Peters is advocaat bij BANNING N.V. te ’s-Hertogenbosch, alsmede buiten-promovendus en docent aan de RUG.

Mr. M. Goorts
Mr. M. Goorts is advocaat bij BANNING N.V. te ’s-Hertogenbosch.
Artikel

Het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie: beweging in de rechtspraak

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 3 2013
Trefwoorden handvest, grondrechten, reikwijdte, EVRM, solidariteit
Auteurs Mr. dr. H.J.Th.M. van Roosmalen en Mr. A. Pahladsingh
SamenvattingAuteursinformatie

    In het laatste deel van een drieluik over het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, nadat dit juridisch bindend is geworden op 1 december 2009, constateren de auteurs dat de Europese en Nederlandse rechtspraak over het Handvest duidelijk in beweging is, al zijn er nog steeds vragen onbeantwoord. Twee terreinen zijn met name interessant om ook in de nabije toekomst te blijven volgen: de reikwijdte van het Handvest, dat wil zeggen de vraag wanneer het toepasbaar is ten aanzien van de lidstaten, en de relatie van het Handvest tot andere mensenrechtenverdragen zoals het EVRM.


Mr. dr. H.J.Th.M. van Roosmalen
Mr. dr. H.J.Th.M. van Roosmalen is als jurist werkzaam bij de Raad van State in Den Haag.

Mr. A. Pahladsingh
Mr. A. Pahladsingh is als jurist werkzaam bij de Raad van State in Den Haag.
Artikel

Arbeidsrechtelijke aspecten in geval van faillissement: een update

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 3 2013
Trefwoorden doorbraak aansprakelijkheid, vereenzelviging, faillissement, opvolgend werkgeverschap, ketenregeling
Auteurs Mr. L.H. van de Kar
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage bespreekt de auteur enkele arbeidsrechtelijke aspecten in geval van faillissement.


Mr. L.H. van de Kar
Mr. L.H. van de Kar is advocaat bij Loyens & Loeff te Amsterdam.
Column

De Inspectie opnieuw onderzocht

Bespreking van de rapporten Sorgdrager en Van der Steenhoven over de Inspectie voor de Gezondheidszorg

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 1 2013
Trefwoorden IGZ, Sorgdrager, Van der Steenhoven
Auteurs Mr. dr. Ph.S. Kahn
SamenvattingAuteursinformatie

    Eind 2012 verschenen in een lange reeks opnieuw twee rapporten over de IGZ: van Sorgdrager en van Van der Steenhoven. Beide onderzoekers verlangen van de Inspectie enerzijds een sterk op de individuele burger gerichte (procedurele) taak met betrekking tot klachtbehandeling, anderzijds een focus met betrekking tot het systeemtoezicht waarmee zij sinds 1995 is belast. Beide gaat niet samen. Een fundamentele discussie over de rol van de IGZ wordt echter uit de weg gegaan. Hierdoor wordt de verwarring over de positie van de IGZ vergroot en leidt dit tot gezag- en reputatieverlies van de Inspectie, hetgeen zeer ongewenst is.


Mr. dr. Ph.S. Kahn
Philip Kahn is secretaris raad van bestuur en hoofd bureau managementondersteuning van het HagaZiekenhuis in Den Haag.
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.