Zoekresultaat: 6 artikelen

x
Jaar 2009 x

A.C. Hendriks
Jurisprudentie

Associatieve discriminatie, een nieuw begrip van Europees sociaal recht

Hof van Justitie EG 17 juli 2008, C-303/06, JAR 2008/208 NJ 2008, 501 (Coleman/Attridge Law)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 2 2009
Trefwoorden Discriminatoir ontslag op grond van handicap;, toepassing Richtlijn 2000/78/EG niet beperkt tot personen die zelf gehandicapt zijn;, ongunstiger behandeling op grond van handicap van derde is directe discriminatie
Auteurs Mr. dr. A.G. Veldman
SamenvattingAuteursinformatie

    In de Coleman-zaak beslist het HvJ EG dat een werkneemster die niet zelf gehandicapt is, beroep mag doen op gelijkebehandelingsrichtlijn 2000/78/EG wanneer zij gediscrimineerd wordt op grond van de handicap van haar zoon. De annotatie bespreekt hoe ver deze uitspraak in potentie kan strekken, of de richtlijn geacht wordt de werknemer te beschermen of de derde die over een suspect kenmerk beschikt, of het noodzakelijk is dat deze derde zelf onder de werkingssfeer van de richtlijn valt en, ten slotte, wat de aard van de ‘associatieve’ band tussen de werknemer en de derde zou moeten zijn. Naar aanleiding van de ervaringen in de Engelse rechtspraak wordt een aantal uiteenlopen vormen van discriminatie onderscheiden in het geval dat een werknemer niet zelf over het suspecte persoonkenmerk beschikt. De bijdrage concludeert dat het aanbeveling verdient het arrest zodanig te interpreteren dat associatieve discriminatie wordt onderscheiden van de situatie dat de derde zelf gediscrimineerd is, waarvan de eiser vanwege zijn band met deze derde (tevens) nadelige gevolgen ondervindt. Aangegeven wordt welke juridische verschillen hieruit voortvloeien en wat dit voor de uitleg van de Nederlandse WGBH/CZ betekent.


Mr. dr. A.G. Veldman
Mr. dr. A.G. Veldman is universitair hoofddocent arbeidsrecht en sociaal beleid aan de Universiteit Utrecht.
Praktijk

Kroniek Rechtspraak Mededingingszaken in 2008

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 4 2009
Trefwoorden mededinging, Nma, misbruik van machtspositie, gunjumping
Auteurs Mr. K. Defares, Mr. S. Goossens en Mr. J. Langer
SamenvattingAuteursinformatie

    Was er vóór 1998 een relatief beperkt aantal beoefenaren van het mededingingsrecht, destijds neergelegd in de Wet Economische mededinging, de laatste jaren voor de inwerkingtreding van de Mededingingswet aangevuld met een aantal generieke verboden, inmiddels heeft het Nederlandse mededingingsrecht zich ontwikkeld tot een volwassen en zelfstandige juridische discipline, die haar aantrekkingskracht op een groot aantal juristen heeft bewezen. In deze tien jaar heeft de rechtspraak over de Mededingingswet een ontwikkeling doorgemaakt en in belangrijke mate bijgedragen aan het tot volle wasdom komen van dit rechtsgebied. In die rechtspraakontwikkeling heeft de NMa een bepalende rol gespeeld.


Mr. K. Defares
Mr. K. Defares is advocaat bij Stek.

Mr. S. Goossens
Mr. S. Goossens is advocaat bij Stek.

Mr. J. Langer
Mr. J. Langer was vooorheen werkzaam als advocaat bij Stek en is nu werkzaam bij het ministerie van Buitenlandse Zaken. Deze bijdrage is geschreven op persoonlijke titel.

Mr. O.L. van Daalen
De auteurs zijn advocaat te Amsterdam bij De Brauw Blackstone Westbroek N.V.

mr. M.F. van Wissen
Jurisprudentie

Insolventieprocesrecht (deel I)

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 1 2009
Trefwoorden schuldsaneringsregeling, voorontwerp Insolventiewet, WSNP-zaken
Auteurs Mevrouw mr. M.J. van der Aa
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze kroniek beslaat de periode van 1 januari 2007 tot en met 1 januari 2008 (deel 1). In TCR 2009, nr. 2 of 3 wordt de periode daarna behandeld. Ik besteed aandacht aan het voorontwerp voor een Insolventiewet, de wijziging van de Faillissementswet inzake de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen en de vernieuwde Richtlijnen van Recofa voor schuldsaneringsregelingen. Daarnaast komen de in voormelde periode gepubliceerde uitspraken van (voornamelijk) de Hoge Raad op het gebied van het insolventieprocesrecht aan de orde. Ook besteed ik aandacht aan het feit dat er met name tientallen WSNP-zaken (Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen) eindigen met een art. 81 Wet RO-beslissing (Wet op de rechterlijke organisatie).


Mevrouw mr. M.J. van der Aa
Mr. M.J. van der Aa is universitair docent privaatrecht aan de RUG.
Artikel

Botsende grondrechten, in het bijzonder op internet

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 2 2009
Trefwoorden vrijheid van meningsuiting, persoonlijke levenssfeer, privacy
Auteurs Mr. M. Chébti en Mr. L.A.R. Siemerink
SamenvattingAuteursinformatie

    Het vraagstuk betreffende de grenzen van de vrijheid van meningsuiting bij een botsing met het recht op de bescherming van de persoonlijke levenssfeer (eer en goede naam, privacy) staat in deze bijdrage centraal. Bezwaren tegen de wijze waarop de Hoge Raad art. 10 EVRM toepast bij een botsing met art. 8 EVRM, met name in het licht van de EHRM-rechtspraak, worden belicht. Er wordt in het bijzonder aandacht besteed aan de botsing van deze grondrechten in het internettijdperk, nu door de opkomst van internet de uitingsmogelijkheden explosief zijn gegroeid. Het is de vraag of het recht wel voldoende instrumenten biedt om het evenwicht tussen vrijheid van meningsuiting en privacy op het internet te handhaven.


Mr. M. Chébti
Mr. M. Chébti is gerechtsauditeur bij de Hoge Raad der Nederlanden.

Mr. L.A.R. Siemerink
Mr. L.A.R. Siemerink is gerechtsauditeur bij de Hoge Raad der Nederlanden.
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.